De boodschap van de herstelling nodigt uit om erachter te komen waarom
het evangelie van Jezus Christus en zijn ware kerk in de huidige tijd door
een profeet hersteld zijn.
Woorden maken deel uit van een vocabulaire dat wij gebruiken om gevoelens,
kennis of informatie over te brengen op anderen mensen. Er is één
bepaald woord dat we gebruiken om de oorzaak of reden van iets te achterhalen.
Als we dat woord gebruiken, doen we dat om onze nieuwsgierigheid te bevredigen,
het onbekende te ontdekken, of antwoord te krijgen op essentiële vragen
over ons sterfelijk leven. Als het niet gebruikt wordt, of genegeerd wordt,
houdt het denkproces op en krijgt onwetendheid de overhand. Wat is dat essentiële
woord? Hebt u het geraden? Het bestaat uit zes letters — het is het
woord waarom.
Waarom is een van de eerste en favoriete woorden die kinderen al
jong gebruiken, vooral tieners. Een favoriet waarom van een van mijn
kleinkinderen is: 'Waarom moet ik groenten eten?' Als het kind ouder wordt,
leert het met het woord waarom gevoelens ontdekken: 'Waarom is oma
doodgegaan?' Daarna komt het zoeken naar kennis, of naar de bevestiging van
verantwoordelijkheid: 'Waarom moet
ik naar de kerk of op zending gaan?' 'Waarom moeten we anderen over het evangelie
vertellen?'
Die laatste vraag is niet makkelijk! Ieder lid is medeverantwoordelijk voor
het laten horen van 'de stem tot waarschuwing (...) tot zijn naaste, in zachtheid
en nederigheid' (zie LV 38:41). Waarom dat? Opdat andere mensen de
reddende verordeningen in de kerk van Jezus Christus mogen ontvangen wanneer
we hen uitnodigen tot Christus te komen (zie Moroni
10:32). De boodschap van de herstelling nodigt uit om erachter te komen waarom
het evangelie van Jezus Christus en zijn ware kerk in de huidige tijd hersteld
zijn door een profeet.
Hoe kunt u iemand zo'n uitnodiging geven?
Allereerst door te verklaren dat God, onze Vader, leeft, dat Hij ons liefheeft
en dat Hij een God van openbaring is. Hoe weten we dat? Door openbaring en
het getuigenis van profeten.
De tijdlijn van de godsdienstige geschiedenis begint bij de Bijbel. Het
is een verslag van Gods eerste openbaringen aan zijn profeten voor de mens.
Hij begint met Adam en Eva, onze eerste ouders; hun schepping; hun val, met
alle gevolgen van dien — het sterfelijk leven en de scheiding van God — en
hun eerste stappen in de sterfelijke wereld. Vervolgens was waarschijnlijk
een van hun eerste vragen: 'Waarom zijn we hier?' Om daar achter te komen,
konden ze alleen maar de naam van de Heer aanroepen, want Hij was hun enige
bron van ware kennis (zie Genesis 4:26). Door rechtstreekse openbaring hoorden
ze de stem van de Heer die hun gebood de Heer, hun God, te aanbidden en Hem
een offer te brengen (zie Genesis 4:4; Mozes 5:4-5). Uit verdere openbaring
vernamen Adam en Eva dat het offer een afspiegeling was van het offer van
de Eniggeborene van de Vader, dat Jezus Christus de enige naam was waardoor
zij gered konden worden. Vervolgens werd hun de gave van de Heilige Geest
beloofd, en werd hun beloofd dat wat zij ook zouden vragen, hun gegeven zou
worden (zie Mozes 5:6-7; 6:52).
Later kreeg Adam door de macht van de Heilige Geest een vast en onwankelbaar
getuigenis dat Jezus de Christus was, de Heiland en Verlosser van de wereld.
Het begrip van de sterfelijke status van de gevallen Adam en Eva werd letterlijk
hersteld doordat zij kennis ontvingen van hun relatie met de Vader, de Zoon
en de Heilige Geest; kennis van de verzoening en de opstanding; en nadere
kennis van de eerste beginselen en verordeningen van het reddende evangelie.
Door wat Adam hoorde en zag, kwam hij in aanmerking voor de betiteling eerste
profeet op aarde, een persoonlijke getuige van de openbaring die aan de mens
gegeven wordt. Toen was zijn voornaamste taak om de waarheid van het evangelie
te bewaken en erin te onderwijzen zoals het hem gegeven was. Maar Satan,
die de tegenpartij vertegenwoordigde, deed en onderwees alles om het door
openbaring ontvangen evangelie te loochenen, verwerpen of negeren, waardoor
hij de mensen die het aanvaard hadden tot afval bracht — tot een toestand
van verwarring, afscheiding of verzaking van hun vorige geloof! De rest van
het verhaal in het Oude Testament werd een godsdienstige geschiedenis van
voortgaande openbaring, via verschillende profeten, zoals Noach, Abraham
en Mozes, in verschillende perioden die we bedelingen noemen, om te herstellen
wat er door hernieuwde afval verloren was gegaan. Die profeten werden altijd
door God geroepen, ontvingen goddelijk gezag, bezaten de sleutels van het
priesterschap, hadden een goddelijke opdracht om in de naam van de Heer te
spreken en te onderwijzen, en te profeteren van de komst en de verzoening
van Jezus Christus, de Heiland en Verlosser van de wereld (zie Amos 3:7).
In het Nieuwe Testament worden de leringen, getuigenissen en profetieën
van de profeten uit het Oude Testament bevestigd. Het is een verslag van
de geboorte, het leven en de bediening van Jezus Christus, de Zoon van de
levende God, en van zijn verzoening en herrijzenis. We lezen er over de vestiging
van zijn kerk, zijn goddelijk gezag, zijn evangelie en zijn gebod aan zijn
discipelen om 'de gehele wereld' in te gaan en zijn evangelie te verkondigen
'aan de ganse schepping' (Marcus 16:15).
De boodschap van het Nieuwe Testament is duidelijk: er was één
kudde, één geloof, één priesterschap en één
kerk, om als 'de kinderen van Christus [...] verenigd' te zijn (4 Nephi
1:17).
Maar ook het tijdperk na de herrijzenis werd weer gekenmerkt door vervolging,
verloochening van goddelijke identiteit, en verwerping van Christus' evangelie
en zijn gezaghebbende dienstknechten van de priesterschap. En uit de godsdienstige
geschiedenis blijkt hoe snel het priesterschapsgezag werd vervangen door
werelds gezag; hoe de goddelijke leer werd ingeruild voor de veranderende,
verwrongen filosofieën van de mens; hoe de reddende verordeningen werden
gewijzigd of verkocht voor geld; hoe openbaring werd vervangen door een verhullende
sluier die tot eeuwen van geestelijke duisternis leidde.
Maar er kwam een tijd in die periode van grote afval, een tijd waarvan voorheen
geprofeteerd was, dat het godsdienstige zoeken weer opdook, de vraag: waarom is
dat zo. Mensen met een groot geloof doken op die probeerden valse leerstellingen
en vals geestelijk gezag te hervormen. Hun eerlijke en oprechte pogingen
hadden slechts tot gevolg dat er meer kerken kwamen, die hun naam droegen,
en hun protest voerden, en nog meer verwarring en verdeling brachten. In
werkelijkheid ontbraken er aan de hervorming twee belangrijke elementen:
openbaring en gezag, de enige manier waarop de Heer goddelijke waarheid aan
de mens bekendmaakt.
Bewegen we ons wat sneller langs deze tijdlijn met godsdienstige geschiedenis,
dan komen we een datum en een naam tegen. De datum is 1820; de naam is Joseph
Smith. Deze jongeman overpeinsde de totale godsdienstige verwarring en verdeeldheid
onder de kerken in zijn tijd, en vroeg zich af: 'Als (...) één [van
deze kerken] gelijk heeft, welke is dat dan, en hoe kom ik het te weten?'
(Geschiedenis van Joseph Smith 1:10.) Vanwaar die verwarring? De profetische
methode was om het aan God te vragen. Plotseling herhaalde de godsdienstige
geschiedenis zich volgens Gods scenario voor het beantwoorden van de waaromvragen
van de mens. Er kwam weer een visioen als antwoord, dit keer een visioen
van de Vader en de Zoon. Er werd weer een goddelijk getuigenis door de Vader
afgelegd: 'Dit is mijn geliefde Zoon. Hoor Hem!' (Geschiedenis van
Joseph Smith 1:17). Rechtstreekse openbaring beantwoordde de vraag van Joseph
Smith: 'Welke van alle [kerken] gelijk had (...) en bij welke ik mij
moest aansluiten. Ik kreeg ten antwoord dat ik mij bij geen ervan moest aansluiten,
want ze hadden alle ongelijk' (GJS 1:18-19). De ware bron, Jezus Christus
zelf, had nogmaals afvalligheid ontmaskerd. En weer moest die gevolgd worden
door een herstelling, wat ook gebeurde.
In de daaropvolgende jaren ontving Joseph Smith door openbaring volledige
goddelijke leerstellige kennis, evenals het gezag en de sleutels van het
priesterschap. Uiteindelijk werd in 1830 de kerk van Jezus Christus met al
haar reddende leerstellingen en verordeningen hersteld. Joseph Smith kwam
in aanmerking voor de titel profeet van de herstelling in deze tijd.
Zoals de Bijbel het tastbare bewijs van goddelijke openbaring aan profeten
van weleer is, is het Boek van Mormon — eveneens een getuigenis van
Jezus Christus — het hedendaagse overtuigende bewijs dat Joseph Smith
een profeet was die openbaring en gezag ontving, net als zij. Mensen met
een getuigenis van de waarheid van het Boek van Mormon vinden een antwoord
op de vraag waarom het evangelie en de kerk van Jezus Christus door
een profeet hersteld zijn en waarom we momenteel een levende profeet
hebben, namelijk Gordon B. Hinckley. Het geeft ook antwoord op de ultieme
vraag waarom alle verordeningen van het evangelie die grootste zegen
verschaffen, namelijk dat zij ons voorbereiden op onze redding en op het
vervullen van ons aardse doel om een eeuwig gezin te stichten. Deze boodschap
van de herstelling is waar, want hij is goddelijk.
Daarvan getuig ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.