The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
april 2000
Hoe staat het met ons?

Hoe staat het met ons?

Ouderling M. Russell Ballard
van het Quorum der Twaalf Apostelen

Het belangrijkste wat ieder van ons kan doen, is het onder de loep nemen van onze eigen toewijding aan de Heer Jezus Christus.

Ouderling M. Russell Ballard

Het is fantastisch, broeders en zusters, om in de naam van de Heer Jezus Christus in dit buitengewone, nieuwe Conferentiecentrum aan het begin van een nieuw millennium bij elkaar te komen.

Honderd jaar geleden opende president Lorenzo Snow in de Tabernakel de 70ste algemene aprilconferentie van de kerk. Dat was de eerste conferentie in de twintigste eeuw en aan het einde van een periode van grote beproevingen en rampspoed voor de kerk. Het aantal leden van de kerk naderde de 300.000, waarvan het grootste deel in Utah woonde.

Op vrijdag 6 april 1900 zei president Snow: 'De Heer heeft ons verbazingwekkend begunstigd, en wij doen momenteel grote dingen. (. . .) Nu we ons 71ste jaar naderen, verwacht de Heer iets van ons -- iets waarover de volken zich zullen verbazen, zoals ze zich ook verbaasd hebben over wat we al hebben gedaan.

En toen stelde president Snow deze indringende vraag: 'Welnu, heiligen der laatste dagen,' zei hij, 'hoe staat het met ons? Wij hebben het evangelie ontvangen. We hebben het koninkrijk van God ontvangen, het op aarde gevestigd. We hebben moeilijkheden ondervonden; we zijn vervolgd. We zijn verdreven uit Ohio; we zijn verdreven uit Missouri; we zijn verdreven uit Nauvoo; en eens zijn we voor enige tijd verdreven uit deze mooie stad. Velen hebben duizenden dollars verloren, hun huis en alles wat ze hadden, en sommige broeders hebben hun vrouw en kinderen zien sterven vanwege de ontberingen die zij moesten doormaken. (. . .) De mensen hebben met verbazing gekeken naar de bereidheid van de heiligen der laatste dagen om dat lijden te ondergaan. Waarom doen we dat? (. . .) Wat is het dat ons in staat stelt die vervolgingen te doorstaan en toch nog blij te zijn?'

President Snow antwoordde als volgt: 'Omdat we openbaringen hebben gekregen van de Almachtige, omdat Hij in ons hart tot ons gesproken en ons de Heilige Geest gegeven heeft. (. . .) Deze kerk zal blijven bestaan vanwege haar sterke fundament. Niet van mensen; niet op basis van de studie van het Nieuwe of het Oude Testament; niet door geleerdheid opgedaan in universiteiten en seminaries, maar rechtstreeks van de Heer. De Heer heeft het ons getoond door openbaring van de Heilige Geest die verlicht, en iedereen kan diezelfde Geest ontvangen.' (Conference Report, april 1900, blz. 2­3.)

Het zou goed zijn, broeders en zusters, om ook nu zorgvuldig over diezelfde vraag na te denken: 'Hoe staat het met ons?' Er is een eeuw voorbijgegaan; we bevinden ons als kerk nu in ons 171ste jaar. Het ledenaantal nadert nu de elf miljoen, wereldwijd. Onze leden zijn gerespecteerde leiders op bijna elk gebied in nagenoeg elk land. De kerk groeit; er worden tempels gebouwd in een niet eerder vertoond tempo. Het zendingswerk gaat door. In bijna elk land worden regelmatig bijeenkomsten van de kerk gehouden. En toch hebben onze profeten aangegeven: 'De Heer verwacht iets van ons.'

Maar wat? Wat behoeft onze bijzondere aandacht? Als ik de Schriften lees en overdenk en zorgvuldig nadenk over de raad van de Heer aan zijn volgelingen in elke bedeling, komt het me voor dat het belangrijkste wat ieder van ons kan doen, is het onder de loep nemen van onze eigen toewijding aan de Heer Jezus Christus. We moeten zorgvuldig waken voor geestelijke lusteloosheid en eraan werken om de Heer volledig trouw te blijven.

Hoewel het waar is dat er in de hele kerk buitengewoon veel vooruitgang wordt gemaakt, ligt er een ontzagwekkend grote taak voor ons. Simpel gezegd: we hebben werk te doen voor alle kinderen van onze hemelse Vader, aan beide zijden van de sluier. Wat dat betreft, zijn we nog maar nauwelijks begonnen. Waar discipelschap sluit daarom alle zelfvoldaanheid uit. De Heer verwacht dat we de kerk voort blijven stuwen en dat we zelfs sneller koers zetten naar de letterlijke vervulling van Daniëls profetisch visioen van 'een steen, (. . .) zonder toedoen van mensen [losgeraakt] (. . .) die (. . .) werd tot een grote berg die de gehele aarde vulde' (Daniël 2:34­35). Om dat doeltreffender te doen, moeten we allemaal Nephi's raad opvolgen en 'standvastig in Christus voorwaarts streven, met onverzwakte hoop, en met liefde voor God en alle mensen. (. . .) [Want] indien gij aldus voorwaarts zult streven en u in Christus' woorden verheugt, en volhardt tot het einde toe, dan zegt de Vader: gij zult het eeuwige leven hebben' (2 Nephi 31:20). De macht van de Heilige Geest zal ons hart en verstand vervullen als we opzien naar de Heiland voor antwoord op de vele uitdagingen van het leven.

Daarom, broeders en zusters, is het van belang dat we allemaal zelf weten dat Jezus de Christus is en dat Hij door de profeet Joseph Smith de volheid van zijn eeuwig evangelie volledig op aarde hersteld heeft. Als wij in zijn dienst voorwaarts streven, zal ons geloof door geestelijke ervaringen toenemen en zullen we meer vreugde ondervinden. Ons begrip van de herstelde, belangrijke leringen en eeuwige waarheden zal een stevig fundament van ons geloof worden. En als we die ware leringen zelf kennen en begrijpen, zullen we ontdekken dat het ook heel nodig is dat we anderen deelgenoot maken van onze kennis en overtuiging en daarbij altijd hun vriendschap en welwillendheid behouden.

Hoewel we graag behoren te getuigen van de waarheid van het herstelde evangelie van Jezus Christus tot iedereen die naar onze boodschap wil luisteren, zijn er ook momenten dat we alleen maar hopen te bereiken dat niet-leden van de kerk een beter begrip krijgen van de basis van ons geloof. Er zijn veel mensen die weinig over ons weten, die nieuwsgierig zijn en zich over ons verbazen, maar die er niet aan toe zijn hun levenswijze te veranderen of eeuwige toezeggingen te doen. We moeten voorbereid zijn om hen te onderwijzen op manieren die zij kunnen begrijpen en waarderen, ook als zij nu nog niet zover zijn dat ze gehoor geven aan geestelijke influisteringen en het evangelie aanvaarden.

Het is bijvoorbeeld mijn ervaring dat als we geleid worden door de Geest, onze gesprekken met vrienden en kennissen die geen lid zijn, gemakkelijk en natuurlijk overgaan op het vaderschap van God en de broederschap van de mens. Wij allemaal, ongeacht ras, kleur of gezindte, behoren tot het gezin van onze hemelse Vader. De meeste mensen geloven dat. Ons begrip en onze kennis van die fundamentele waarheid zouden ons ertoe moeten aanzetten om al Gods kinderen lief te hebben als onze broeders en zusters en hun uit te leggen dat we allemaal in het voorsterfelijk bestaan als geestkinderen van onze hemelse Vader hebben geleefd. Daar is ons zijn plan bekendgemaakt en hebben we aanvaard dat we op aarde een sterfelijk lichaam zouden krijgen en beproefd zouden worden. Ons diepgeworteld respect voor de hele mensheid wordt nog vergroot door ons inzicht in onze onderlinge relatie in het voorsterfelijk leven.

Dat inzicht maakt het dan mogelijk om op een niet-bedreigende manier uitleg te geven aan ons geloof in onze eeuwige relatie met Jezus Christus en onze diepe toewijding aan Hem. Onze hoop en ons geloof zijn geworteld in het onwankelbare besef dat Hij nu leeft en dat Hij zijn kerk en zijn volk blijft leiden. We verheugen ons dat we weten dat Christus leeft, en we erkennen vol eerbied de wonderen die Hij ook in deze tijd blijft doen in het leven van degenen die in Hem geloven. Hij is het Hoofd van de kerk, die zijn naam draagt. Hij is onze Heiland en Verlosser. Door Hem aanbidden we onze hemelse Vader en bidden we tot Hem. We zijn onmetelijk dankbaar voor de wezenlijke en ontzagwekkende kracht van zijn verzoening in ons leven.

Omdat wij van de Heer houden, moeten we geestelijk openstaan voor de momenten waarop we anderen deelgenoot kunnen maken van de machtige en belangrijke waarheden van het evangelie. Maar misschien is het nog belangrijker dat we er altijd naar moeten streven onszelf te reinigen en zo'n rechtschapen leven te leiden dat het licht van Christus van ons afstraalt in alles wat we zeggen en doen. Ons leven van alledag moet onveranderlijk getuigen van ons geloof in Christus. Met de woorden van de apostel Paulus: 'Wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid' (1 Timoteüs 4:12).

Als die belangrijke beginselen eenmaal begrepen zijn, kunnen we het inzicht van de kinderen van onze Vader vergroten door hun te vertellen hoe Jezus zelf zijn kerk in het midden des tijds heeft gevestigd en georganiseerd door ons 'zowel apostelen als profeten, zowel evangelisten als herders en leraars [te geven], om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus' (Efeziërs 4:11­12).

Van daaruit kunnen we onze vrienden en buren inzicht geven in de afval, of het afdwalen van de oorspronkelijke, door de Heer georganiseerde kerk, wat geprofeteerd was door degenen die aanvankelijk bij de vestiging van de kerk geholpen hadden. Paulus schreef aan de christenen in Tessalonica, die reikhalzend uitkeken naar de wederkomst van de Heiland: 'Want eerst moet de afval komen' (2 Tessalonicenzen 2:3). Ook waarschuwde hij Timoteüs: 'Want er komt een tijd dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen; maar (. . .) dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren (. . .)' (2 Timoteüs 4:3-4). En Petrus ging uit van een afval toen hij sprak over 'tijden van verademing' die zouden aanbreken voordat God opnieuw Jezus Christus zou zenden, 'die voor u tevoren bestemd was (. . .); Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher' (Handelingen 3:19­21).

Ziet u wel hoe natuurlijk en gemakkelijk het ene beginsel van de herstelling leidt tot het volgende? De profetie van Petrus vraagt bijna om een gesprek over de herstelling van het evangelie in deze laatste dagen door de profeet Joseph Smith. Op zijn beurt vraagt dat weer om een gesprek over het te voorschijn komen van het Boek van Mormon en de herstelling van het heilig priesterschap door de gave en de macht van God. Van daaruit is het heel natuurlijk om te vertellen over het beginsel van voortgaande openbaring en de organisatie van de kerk, en haar leringen en programma's.

Broeders en zusters, de Heer verwacht iets van ons. Ik denk dat van ons verwacht wordt dat we ons eigen geloof vergroten, elk mogelijk gevoel van apathie van ons afschudden, en door de macht van de Heilige Geest onze beloften hernieuwen en harder werken voor de Heer. Dan kunnen we, als we proberen iemand iets over de kerk duidelijk te maken -- en als we een goed en getrouw leven leiden -- als een vergrootglas dienen waardoor anderen de invloed van het evangelie kunnen zien. Door het licht van ons goede voorbeeld kan de Geest aan iedereen met wie we in aanraking komen, meer inzicht geven in de kerk en haar zending.

We moeten ons niet voor ons geloof verontschuldigen en ook niet terugkomen op de waarheid die we kennen. Maar we kunnen er anderen deelgenoot van maken in een geest van liefdevol begrip -- moedig en zelfverzekerd, en met het oog alleen op de eer van God gericht -- zonder onze toehoorders te dwingen of zonder het gevoel dat we tekort zijn geschoten in onze plicht als zij niet onmiddellijk aanvaarden wat wij geloven.

Als wij de Heilige Geest als metgezel hebben, kunnen we eenvoudige dingen doen om de minder-actieve leden van de kerk en degenen die niet van ons geloof zijn een beter begrip van het evangelie bij te brengen. Daarvoor hebben we geen nieuw programma nodig. We hebben geen handboek, roeping of trainingsbijeenkomst nodig. Het enige wat nodig is, zijn goede leden van de kerk die leren vertrouwen op de macht van de Heilige Geest en met die macht contact leggen met de kinderen van onze Vader. We kunnen geen groter werk doen dan ons persoonlijk getuigenis te geven aan anderen die geen inzicht in het herstelde evangelie van Jezus Christus hebben.

Dus, broeders en zusters: 'Hoe staat het met ons?' Staan we klaar om iets te doen? Kan ieder van ons vandaag besluiten tot een betere geestelijke voorbereiding, vragen om de leiding van de Heilige Geest en dan, met zijn macht als onze metgezel, meer kinderen van onze Vader tot zegen zijn met het inzicht en de kennis dat de kerk waar is?

Ik getuig dat de Heiland leeft, en dat Hij ieder van ons zal zegenen als we alles doen wat we kunnen om dit grote werk van zijn kerk voorwaarts te stuwen. Ik bid nederig dat wij ons zullen voornemen om aan het begin van dit nieuwe millennium iets meer te doen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy