President Boyd K. Packer
Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen
In elke taal leidt de Geest van God -- de Heilige Geest -- elk lid van de kerk.
Denkt u dat het voor de sprekers in deze conferentie mogelijk is om de aandacht van de luisteraars van dit schitterende gebouw af te leiden en die te richten op het doel waarvoor het gebouwd is?
Misschien lukt dat met een gelijkenis en een gedicht.
De gelijkenis: Een koopman die kostbare juwelen zocht, vond eindelijk de volmaakte parel. Hij liet de beste handwerksman een schitterend juwelenkistje maken en voeren met blauw fluweel. Hij stelde zijn parel van grote waarde ten toon zodat ook anderen van zijn schat konden genieten. Hij keek toe toen de mensen kwamen kijken. Weldra keerde hij zich verdrietig af. Ze bewonderden het kistje, niet de parel.
Het gedicht:
We zijn allen blind totdat we zien
dat in het [universele] plan
niets het maken waard is
tenzij de mens erdoor groeien kan.
Waarom bouwen we mooie gebouwen
als de bouw van de mens stagneert?
We bouwen vergeefs aan de wereld
Als de bouwer niet gaandeweg leert.1
Met de bouwer in gedachte, beginnen we een halve wereld hier vandaan en tweeduizend jaar geleden aan de rivier de Jordaan met Johannes de Doper. Hij verkondigde: 'Ik doop u met water tot bekering, maar Hij, die na mij komt, is sterker dan ik. (. . .) Die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.'2
'Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen.3
'[Toen Jezus opkwam] uit het water, zie de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods [de Heilige Geest] nederdalen als een duif en op Hem komen.
'En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.'4
Jezus ging naar de woestijn; Lucifer kwam Hem verleiden.5 Jezus ontzenuwde elke verleiding met schriftuur.
'Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven.'6
'Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken.'7
'Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.'8
Denkt u daar goed over na. Geconfronteerd met het verderf zelf, ontleende de Heer bescherming aan de Schriften.
Jezus koos twaalf van zijn discipelen en ordende die tot apostel. Petrus, Jakobus en Johannes; Andreas, Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs, Simon, Jakobus, Judas en Judas. Het waren gewone mannen die door de Farizeeën beschreven werden als 'ongeletterd en eenvoudig'.9
De Twaalf volgden Hem. Hij onderwees hen in de leer.
Hij gebood hun alle volken te onderwijzen en iedereen die wilde geloven, te dopen.10
Voordat Hij heenging, beloofde Hij: 'Maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb.'11
Jezus werd gekruisigd. Op de derde dag stond Hij op uit het graf. Hij gaf zijn apostelen verdere instructies; en toen, voordat Hij opsteeg naar de hemel, zei Hij: 'En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge.'12
Die kracht bleef niet lang uit. Op de pinksterdag waren de Twaalf in een huis bij elkaar:
'En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag (. . .)
'En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur die zich verdeelden en het zette zich op ieder van hen.
'En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.'13
Daarmee bezaten de Twaalf alle macht.
Toen zij die dag spraken, verwonderden de mensen zich, want iedereen hoorde het in zijn eigen taal -- achttien verschillende talen.14
De apostelen gingen op weg om iedereen te dopen die hun woorden zou geloven. Maar de doop tot bekering was niet genoeg.15
Paulus vond twaalf mannen die zich al door Johannes de Doper hadden laten dopen en vroeg: 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen? (. . .) [Zij antwoordden:] 'Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is.'16
[Toen] lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus',17 en 'toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen.'18
Het patroon was vastgesteld, zoals dat vanaf het begin het geval was geweest.19 We worden lid van de kerk van Jezus Christus door 'doop door onderdompeling tot vergeving der zonden'.20 Daarna wordt, in een afzonderlijke verordening, de onschatbare gave van de Heilige Geest bevestigd door handoplegging door hen die het gezag bezitten om 'het evangelie te prediken en de verordeningen ervan te bedienen.'21
Ondanks de tegenwerking vestigden de Twaalf de kerk van Jezus Christus, en ondanks de vervolgingen, kwam zij tot bloei.
Maar bij het verstrijken van de eeuwen werd de vlam zwakker en doofde. Verordeningen werden veranderd of prijsgegeven. De lijn was verbroken en het gezag om de Heilige Geest als gave te bevestigen, was verdwenen. De duisternis van de afval was over de wereld gekomen.
Maar zoals het vanaf het begin al geweest was, werden rechtschapen mensen geïnspireerd door de Geest van God.22
We staan diep in de schuld bij degenen die protest aantekenden en bij de hervormers die de Schriften hebben bewaard en vertaald. Zij wisten dat er iets verloren was gegaan. Zij hielden de vlam zo goed mogelijk brandend. Velen van hen waren martelaars. Maar protesteren was niet genoeg; en de hervormers konden ook niet herstellen wat verloren was gegaan.
Na verloop van tijd ontstond er een grote verscheidenheid aan kerken.
Toen alles voorbereid was, verschenen de Vader en de Zoon in het bos aan de jonge Joseph, en werden de woorden die aan de rivier de Jordaan gesproken waren, opnieuw gehoord: 'Deze is mijn geliefde Zoon -- hoor Hem!'23
Joseph Smith werd het instrument van de herstelling.
Johannes de Doper herstelde 'het priesterschap van Aäron, dat de sleutels omvat van de bediening van engelen en van het evangelie der bekering, en van doop door onderdompeling voor de vergeving van zonden'.24
Petrus, Jakobus en Johannes herstelden het ambt van apostel met het hogere priesterschap. Daarmee kreeg men het gezag om de goddelijke, kostbare gave van de Heilige Geest te verlenen.25
Op 6 april 1830 werd De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen georganiseerd. De algemene autoriteiten gingen op weg om te onderwijzen en te dopen. Negen maanden later kwam er een correctie, een openbaring:
'Gij dooptet in water tot bekering, maar zij ontvingen de Heilige Geest niet;
'Maar nu geef Ik u een gebod, dat gij in water zult dopen -- evenals de apostelen van ouds -- en zij zullen de Heilige Geest ontvangen door handoplegging.'26
Een maand later werd dat gebod herhaald: 'Op allen, die gij in water zult dopen, [zult] gij uw handen leggen, en zij zullen de gave des Heiligen Geestes ontvangen.'27
Die gave is hetzelfde voor ieder die zich bekeert en zich laat dopen -- jongens, meisjes, vrouwen en mannen.
We leven in moeilijke tijden -- zeer moeilijke tijden. Wij hopen, bidden om betere tijden. Maar dat zal niet gebeuren. Dat zeggen de profetieën ons. Als volk, als gezin of als persoon zullen we niet vrij zijn van komende beproevingen. Niemand zal gevrijwaard blijven van de beproevingen die normaal zijn voor gezin en werk, teleurstellingen, verdriet, gezondheid, ouder worden, en uiteindelijk de dood.
Wat moeten wij dan doen? Die vraag kregen de Twaalf op de pinksterdag. Petrus antwoordde: 'Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.'28
Hij zei: 'Voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn.'29
Diezelfde vraag -- 'Wat moeten we doen?' -- werd aan de profeet Nephi gesteld. Hij gaf hetzelfde antwoord als Petrus: '[Neem] de naam van Christus door de doop op u (. . .) dan komt de doop door vuur en met de Heilige Geest.'30
'Herinnert gij u niet, dat ik u zeide, dat wanneer gij de Heilige Geest hadt ontvangen, gij de taal der engelen zoudt kunnen spreken? (. . .)
'Engelen spreken door de macht van de Heilige Geest; daarom spreken zij de woorden van Christus. Daarom zeide ik tot u: Verheugt u in Christus' woorden, want Christus' woorden zullen u alles zeggen, wat gij moet doen.
'Indien gij nu deze woorden niet kunt verstaan, nadat ik ze heb gesproken, dan is het, omdat gij niet vraagt noch klopt; daarom wordt gij niet tot het licht geleid, maar moet gij in duisternis omkomen.
'Want ik zeg u nogmaals, dat indien gij door de poort zult ingaan, en de Heilige Geest ontvangt, Deze u alles zal tonen, wat gij moet doen.'31
Wij hoeven niet bang te zijn voor de toekomst. We hebben alle reden om blij te zijn en weinig reden om bang te zijn. Als wij de aanwijzingen van de Geest volgen, zullen we veilig zijn, wat de toekomst ook mag brengen. Ons zal getoond worden wat we moeten doen.
Christus heeft beloofd: '[De Vader] zal u een andere Trooster geven, (. . .) de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.'32
Teveel van ons zijn als degenen van wie de Heer zei dat ze tot Hem kwamen 'met een gebroken hart en een verslagen geest, (. . .) [en] ten tijde hunner bekering met vuur en met de Heilige Geest werden gedoopt, en zij wisten het niet.'33
Stelt u zich dat voor: 'En zij wisten het niet.' Het is niet ongewoon dat iemand die gave heeft ontvangen en het niet echt weet.
Ik vrees dat die goddelijke gave verduisterd wordt door programma's, activiteiten, schema's en heel veel vergaderingen. We moeten overal en nergens heen, er is zoveel te doen in deze rumoerige wereld. We kunnen het te druk hebben om aandacht te schenken aan de ingevingen van de Heilige Geest.
De stem van de Geest is stil en zacht -- een stem die eerder gevoeld wordt dan gehoord. Het is een geestelijke stem die in uw geest komt als een gedachte in uw hart.
Overal ter wereld zijn gewone mannen, vrouwen en kinderen zich er niet volledig van bewust dat zij die gave hebben. Zij zijn hun gezin tot zegen, geven les, prediken en dienen door de Geest die in hen is.
In elke taal leidt de Geest van God -- de Heilige Geest -- elk lid van de kerk of kan Hij dat doen. Iedereen wordt uitgenodigd om te komen, zich te bekeren, zich te laten dopen en die heilige gave te ontvangen.
Ondanks tegenwerking zal de kerk bloeien; en ondanks vervolging zal zij groeien.
Aan Joseph Smith werd gevraagd: 'In welk opzicht verschilt uw godsdienst van andere godsdiensten.' Hij antwoordde: 'Alle andere punten worden omvat door de gave van de Heilige Geest.'34
Die gave wekt men door gebed en verfijnd men door 'gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie'.35
Men verstikt hem door overtreding en verwaarlozing.
En weldra komen we erachter dat de verleider -- de tegenstander -- dezelfde kanalen naar ons verstand en ons hart gebruikt om ons te verleiden tot het kwaad, tot luiheid, twist en zelfs tot daden van de duisternis. Hij kan onze gedachten overnemen en ons verleiden tot het kwade.
Maar ieder van ons heeft keuzevrijheid. Overal en altijd is licht machtiger dan duisternis.
De priesterschap is georganiseerd om te zorgen voor een ononderbroken lijn van gezag om te dopen en de Heilige Geest te verlenen. Altijd worden er in onze buurt leiders en leerkrachten geroepen en aangesteld om ons les te geven en te corrigeren. We kunnen de influisteringen van verleidingen leren onderscheiden, en de inspiratie van de Heilige Geest volgen.
We leven in een heerlijke tijd! Ongeacht de beproevingen die ons te wachten staan, kunnen we het antwoord vinden op de vraag: 'Wat moeten we doen?' Wij en onze dierbaren zullen geleid, gecorrigeerd, beschermd en getroost worden.
Hij heeft gezegd: 'Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.'36
Zo zeker als ik weet dat ik hier sta en u daar bent, weet ik dat Jezus de Christus is. Hij leeft! Ik weet dat de gave van de Heilige Geest, een heilige, geestelijke kracht, een constante metgezel kan zijn voor iedereen die hem wil ontvangen. Ik bid dat het getuigenis van de Heilige Geest dit getuigenis bij u zal bevestigen. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Edwin Markham, 'Man-Making', Masterpieces of Religious Verse, bezorgd door James Dalton Morrison (1948), blz. 419.
2. Matteüs 3:11.
3. Matteüs 3:13.
4. Matteüs 3:1617.
5. Zie Matteüs 4:111.
6. Matteüs 4:4.
7. Matteüs 4:7.
8. Matteüs 4:10.
9. Handelingen 4:13.
10. Zie Matteüs 28:19.
11. Johannes 14:26.
12. Lucas 24:49.
13. Handelingen 2:24.
14. Zie Handelingen 2:711.
15. Zie Handelingen 2:38.
16. Handelingen 19:2; zie ook Teachings of the Prophet Joseph Smith, verzameld door Joseph Fielding Smith (1976), blz. 263, 336.
17. Handelingen 19:5.
18. Handelingen 19:6.
19. Zie Mozes 6:6566.
20. Geloofsartikelen 1:4.
21. Geloofsartikelen 1:5.
22. Zie 1 Nephi 10:1719.
23. Geschiedenis van Joseph Smith 1:17.
24. Leer en Verbonden 13:1.
25. Zie LV 27:1213.
26. LV 35:56.
27. LV 39:23.
28. Handelingen 2:38.
29. Handelingen 2:39.
30. 2 Nephi 31:13.
31. 2 Nephi 32:25.
32. Johannes 14:1617.
33. 3 Nephi 9:20; cursivering toegevoegd.
34. History of the Church, deel 4, blz. 42.
35. Geloofsartikelen 1:3.
36. Johannes 14:27.