The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 2000
De ringpresident

De ringpresident

President Gordon B. Hinckley

Ringpresidenten worden geroepen onder dezelfde inspiratie als algemene autoriteiten. Ik bid voor deze geliefde broeders, dat zij de Geest van de Heer bij zich zullen hebben.

President Gordon B. Hinckley

Ik vind het fijn dat ik nu een aantal woorden mag spreken. Ten eerste wil ik u graag bedanken voor uw aanwezigheid. Dit heb ik nog nooit gezien. Ik had mijn verrekijker moeten meenemen om te zien hoe u er op het hoogste balkon uitziet. Ik heb maar vijf lege stoelen in deze hele zaal geteld. Wat is het geweldig om hier te zijn.

Broeders, wat is het priesterschap van God toch bijzonder. Het is nergens mee te vergelijken. Het is alleen te ontvangen door handoplegging door hen die daartoe het gezag dragen. In deze bedeling gaat dat gezag terug tot Johannes de Doper en de apostelen van de Heer, Petrus, Jakobus en Johannes. Zij kwamen naar de aarde en legden Joseph Smith en Oliver Cowdery fysiek de handen op en spraken met hoorbare stem de woorden waarmee zij hun die wonderbaarlijke macht gaven. Sindsdien heeft iedereen die deze macht ontvangen heeft, die door handoplegging gekregen van iemand die hem op dezelfde wijze ontvangen heeft, wat uiteindelijk tot de oorspronkelijke overdracht te herleiden is.

Het is klasseloos. Elke man die goed leeft komt, ongeacht zijn nationaliteit, etnische achtergrond of enige andere factor, in aanmerking om het priesterschap te ontvangen. Zijn gehoorzaamheid aan de geboden van God is de bepalende factor. Men ontvangt het alleen als men volgens de Heer goed leeft.

Met het priesterschap krijgt men het recht en het gezag om deel te nemen aan het bestuur van de kerk van Christus. Ik herinner me wat ik lang geleden eens meemaakte als lid van de Raad der Twaalf. Ik bezocht een ringconferentie van een ring waarvan de president rijk was. Hij had naar de normen van de wereld veel succes. Hij woonde in een prachtig huis. Hij kwam me in een mooie auto afhalen van het vliegveld. We lunchten in een uitstekend restaurant. En toch was hij ootmoedig in zijn functie, wilde hij graag leren, en was hij bereid om het goede te doen in het besturen van zijn ring.

Vervolgens ging ik naar een andere conferentie. De president daar haalde me af in een auto die al heel lang meeging. We gingen een hapje eten bij een snelbuffet. Zijn woning was erg bescheiden -- netjes, schoon en rustig, maar niet rijk gemeubileerd. Hij was timmerman van beroep. Hij had geen luxe zaken van de wereld. Ook hij was een fijne ringpresident die op buitengewone wijze zijn plicht vervulde. Hij was uitnemend in alle opzichten.

Dat is het wonder van dit priesterschap. Rijkdom speelt niet mee. Opleiding ook niet. En de eer der mensen ook niet. De bepalende factor is iemands aanvaardbaarheid voor de Heer.

Alle autoriteiten die hier vanavond bijeen zijn, zouden kunnen getuigen dat zij bij het reorganiseren van ringen opmerkelijke en inspirerende ervaringen hebben gehad. Ik herinner me dat ik ongeveer veertig jaar geleden opdracht kreeg om een ring te reorganiseren. De president was plotseling overleden. De algemene autoriteiten vroegen me om daarheen te gaan, tijdens de begrafenisdienst te spreken, en de ring te reorganiseren. Ik had dat nog nooit gedaan. Ik was nieuw als algemeen autoriteit. En ik moest het helemaal alleen doen.

Toen ik arriveerde, werd ik naar een andere stad gebracht, waar ik de begrafenisdienst bijwoonde. Ik vroeg alle ringfunctionarissen en bisschoppen na de dienst om nog even te blijven, en kondigde aan dat de ring de volgende avond gereorganiseerd zou worden.

Ik vroeg de zendingspresident om bij mij te komen zitten tijdens de gesprekken die ik met de broeders hield, van wie ik overigens niemand kende. We hielden tot laat in de avond gesprekken. Al gauw ontdekte ik dat er problemen waren in die ring. Er was verdeeldheid. Toen we iedereen gesproken hadden, zei ik tegen de zendingspresident: 'Ik ben niet tevreden. Zijn er geen anderen?' Hij zei: 'Ik kan nog maar één persoon bedenken die we niet gesproken hebben. Hij is hier nog maar pas voor zijn werk komen wonen. Hij is tweede raadgever in een bisschap. Ik ken hem niet erg goed. Hij woont in een andere stad.'

Ik zei: 'Laten we naar hem toe gaan.' We reden naar mijn hotel. Daar was ik dan: ik had al die broeders gesproken, en had er geen een gevonden die ik in aanmerking vond komen om de ring te presideren, terwijl ik de reorganisatie voor de daaropvolgende avond had gepland.

We arriveerden laat in het hotel. Ik belde de broeder, en een slaperige stem antwoordde. Ik zei dat ik hem die avond nog wilde spreken. Ik verontschuldigde mij omdat ik zo laat nog belde. Hij zei: 'Ik was net naar bed gegaan, maar ik zal me aankleden en ik kom meteen.'

Hij kwam naar het hotel. Het gesprek dat volgde, was uiterst interessant. Hij had aan de BYU een graad in oliegeologie gehaald. Hij werkte voor een grote oliemaatschappij. Hij had elders in de kerk verantwoordelijke functies bekleed. Hij wist hoe het toeging in de kerk. Hij was op zending geweest. Hij kende het evangelie. Hij had ervaring in de kerk. En het gebied waarover hij ging als medewerker van die oliemaatschappij, was exact hetzelfde gebied dat die ring besloeg. Ik zei dat ik hem 's ochtends zou bellen, en liet hem gaan.

De zendingspresident vertrok ook, en ik ging naar bed.

Ongeveer drie uur 's nachts werd ik wakker. Twijfels slopen naar binnen. Die man was bijna een volslagen vreemde voor de mensen van die ring. Ik kwam uit bed, ging op mijn knieën en smeekte de Heer om leiding. Ik hoorde geen stem, maar had een sterk gevoel van: 'Ik heb je al gezegd wie er ringpresident moet worden. Waarom blijf je het dan vragen?'

Ik schaamde me omdat ik de Heer had lastiggevallen, ging naar bed en viel in slaap. Ik belde de man de volgende ochtend vroeg en riep hem als president van die ring. Ik vroeg hem om raadgevers te kiezen.

Toen de mensen die avond bijeenkwamen, werd er veel gespeculeerd wie de ringpresident zou worden, maar niemand dacht zelfs maar aan die man. Toen ik zijn naam aankondigde, keek iedereen elkaar aan omdat ze niet wisten wie hij was. Ik liet hem naar het podium komen, kondigde aan wie zijn raadgevers werden, en liet hen ook naar het podium komen.

Hoewel ze hem niet kenden, steunden de mensen hem. Er begon het een en ander te gebeuren in die ring. De mensen wisten al lang dat ze een ringcentrum nodig hadden, maar ze waren onzeker en het oneens waar dat moest komen. Hij ging aan het werk en had binnen anderhalf jaar een ringcentrum dat ingewijd kon worden. Hij verenigde de ring. Hij reisde overal heen, maakte met iedereen kennis en gaf hun zijn liefde. Die ring, die zo passief was geweest, kwam tot leven en borrelde letterlijk over van enthousiasme. Het is nu een schitterende ster in het grote zonnestelsel van ringen dat wij in de kerk hebben.

Broeders, ik kan tot u getuigen dat er aan het roepen van een ringpresident openbaring van de Heer te pas komt. Ik heb tijdens deze bijeenkomst al eens over bisschoppen gesproken, en wil vanavond over ringpresidenten spreken.

Deze kerkfunctie ontstond in 1832. Joseph Smith, de president van de kerk, was tevens ringpresident. Toen er een nieuwe ring werd georganiseerd in Missouri, in 1834, veranderde dat systeem, en kwamen de functionarissen uit de rest van de priesterschap.

Dit is een functie die we door openbaring gekregen hebben. De organisatie van een ring stelt het maken van een familie van wijken en gemeenten voor. Het programma van de kerk is steeds complexer geworden, en de eisen die aan ringpresidiums gesteld worden, zijn toegenomen. Er zijn kleinere ringen georganiseerd. We hebben nu 2550 ringen in de kerk, terwijl er al toestemming is verleend voor het organiseren van nog meer.

De ringpresident is de functionaris die door openbaring wordt geroepen om tussen de bisschoppen van de wijken, en de algemene autoriteiten van de kerk te staan. Het is een uiterst belangrijke taak. Hij wordt door de algemene autoriteiten getraind, en hij traint op zijn beurt de bisschoppen.

Ik vind het bijzonder interessant dat wij 17.789 wijken hebben in de kerk, die elk een bisschop hebben. Zij zijn over de hele wereld verspreid. Hun leden spreken verschillende talen. En toch lijken ze op elkaar. U kunt in Singapore of Stockholm naar de zondagsdiensten gaan, en de diensten zullen hetzelfde zijn. Denk eens aan de verwarring die er zou zijn als elke bisschop zijn eigen denkbeelden volgde. De kerk zou in zeer korte tijd letterlijk uiteenvallen.

De ringpresident dient als adviseur van de bisschoppen. Elke bisschop weet dat als hij een moeilijk probleem heeft, er iemand beschikbaar is naar wie hij met zijn last kan gaan, en die hem raad zal geven.

Hij verschaft een extra mate van veiligheid in de beslissing wie er goed genoeg leeft om naar het huis des Heren te gaan. Bisschoppen staan erg dicht bij hun mensen. Zij leven eigenlijk als buren met ze. Soms hebben ze gewoon de moed niet om ze een aanbeveling te weigeren, ook al is de leefwijze van het desbetreffende lid twijfelachtig. Maar de ringpresident houdt ook aanbevelingsgesprekken. Tot de tijd van Wilford Woodruff ondertekende de president van de kerk alle tempelaanbevelingen. Maar die last werd te zwaar, en de ringpresidenten kregen die taak. Ze hebben wat dat betreft geweldig werk verricht.

De president is ook een tweede toetssteen bij het bepalen of diegenen die de kerk in het zendingsveld gaan vertegenwoordigen naar de gedragsnormen leven. Hij houdt ook een gesprek met de kandidaat en ondertekent de aanbeveling alleen als hij zich ervan overtuigd heeft dat hij of zij ervoor in aanmerking komt. En hij heeft het gezag om hen die op zending zijn geroepen, aan te stellen, en ze te ontheffen als ze die periode van dienstbetoon hebben afgesloten.

Maar het belangrijkste is dat hij de voornaamste functionaris is die zorgt voor de discipline in de ring. De taken van een leraar in het Aäronisch priesterschap zijn toe te passen op de ringpresident. Hij dient over de hele ring te waken, bij de leden te zijn en ze te sterken.

'En toe te zien, dat er geen ongerechtigheid onder de [leden der] kerk is, noch ongenoegen met elkander, noch liegen, lasteren of kwaadspreken:

'En toe te zien, dat de [leden der] kerk dikwijls tezamen komen, en ook, dat zij allen hun plicht doen' (Leer en Verbonden 20:53­55).

Hij heeft de bijzonder zware taak om erop toe te zien dat de leer waarin binnen de ring onderwezen wordt, zuiver en juist is. Het is zijn taak ervoor te zorgen dat er geen valse leer wordt onderricht en geen valse praktijken worden gevolgd. Als een Melchizedeks-priesterschapsdrager zich niet gedraagt, of onder bepaalde omstandigheden een andere persoon, dan moet hij met hem of haar praten, en als die persoon volhardt in zijn of haar praktijken, dan moet de president actie ondernemen. Hij zal de overtreder oproepen om voor een disciplinaire raad te verschijnen, waar actie ondernomen kan worden om hem of haar een proefperiode toe te wijzen, onder censuur te stellen of te excommuniceren.

Dit is een bijzonder zware en onwelkome taak, maar de president moet die zonder angst of vooroordeel doen. Dit wordt allemaal overeenkomstig de leiding van de Geest gedaan, en volgens de instructies in afdeling 102 van de Leer en Verbonden.

Vervolgens moet hij alles doen wat hij kan om degene die discipline opgelegd heeft gekregen weer terug te brengen.

Dit alles, en nog veel meer, behoort tot zijn taken. Het is dus logisch dat zijn levenswijze een voorbeeld voor zijn mensen moet zijn.

Wat zijn ringpresidenten van deze kerk toch geweldige mannen. Ze zijn gekozen door inspiratie en zijn ijverig in het vervullen van hun plichten. Het zijn mannen met grote capaciteiten. Ze zijn goed onderlegd in de leerstellingen en gebruiken van de kerk. Het zijn mannen met een groot geloof. Het zijn mannen die door de Heer geroepen zijn om in het hun toegewezen gebied te presideren.

Ik denk dat ik wel een beetje afweet van de functie van ringpresident. Mijn grootvader was ringpresident toen er nog maar vijfentwintig ringen van de kerk waren. Mijn vader presideerde jarenlang de grootste ring van de kerk. Ik was ringpresident toen ik geroepen werd als algemeen autoriteit. En een van mijn zoons is zojuist ontheven na negen jaar werkzaam te zijn geweest als ringpresident. Dat zijn dus vier generaties die in die functie werkzaam zijn geweest.

Ik heb volledig vertrouwen in de mannen die deze functie vervullen. Hun taken zijn talrijk, hun plichten groot. Zij zien in dat zij niet alles kunnen, en ik weet dat zij om leiding en hulp bidden. Ik weet dat zij de Schriften bestuderen op zoek naar antwoorden. Ik weet dat zij dit werk de eerste prioriteit geven. Omdat we zo'n vertrouwen in ze hebben, sporen we de plaatselijke leden aan om niet naar algemene autoriteiten te gaan voor adviezen en zegens. Hun ringpresident is onder dezelfde inspiratie geroepen waaronder de algemene autoriteiten zijn geroepen.

Ik bid voor deze geliefde broeders, dat zij de Geest van de Heer bij zich zullen hebben. Ik bid dat zij geïnspireerd mogen worden in hun woorden, gedachten en daden. Ik hoop dat hun huis een plek van rust, liefde en harmonie zal zijn waaraan ze inspiratie voor hun werk zullen ontlenen. Ik bid dat zij hun vrouw en kinderen zullen respecteren en tot zegen zullen zijn, dat ze een man en vader zullen zijn die alle mensen in hun ring als voorbeeld kan dienen. Ik hoop dat zij, wat hun beroep ook is, hun werk eervol en vol integriteit mogen doen, dat zij de arbeiders zijn die hun loon waard zijn. Ik hoop dat zij zo zullen leven dat zij het respect verdienen van niet alleen hen die van ons geloof zijn, maar ook van anderen met wie zij omgaan. En als zij dit werk een aantal jaren goed hebben gedaan, en hun mensen eervol en vol liefde hebben geleid, dan zal de tijd komen dat zij ontheven worden. Hun enige beloning zal de liefde van hun mensen zijn, en het vertrouwen van hun broeders.

Er is geen enkele andere functie in de kerk die maar enigszins op deze functie lijkt. De president van een ring is dicht genoeg bij de mensen om ze te kennen en lief te hebben. En toch staat hij met zijn raadgevers ver genoeg van ze af om objectief met ze om te gaan volgens de wil en aanwijzingen van de Heer.

Ik bid dat de overvloedige en wonderbaarlijke zegeningen van de Heer over die toegewijde broeders uitgestort mogen worden, opdat zij mannen van geloof mogen zijn, mannen met een geïnspireerd oordeel, mannen van geduld, mannen die de Heer liefhebben, en die zijn volk liefhebben. Mogen zij gelukkig zijn, en mogen zij hun beloning vinden in de bevrediging die komt door goed werk te leveren, dat is mijn nederig gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy