Ouderling Russell M. Nelson
van het Quorum der Twaalf Apostelen
De schepping, hoe mooi ook, is op zich geen doel, maar een middel om een doel te bereiken. Eenvoudig samengevat, is de aarde geschapen opdat het gezin zou zijn.
We zullen ons deze inspirerende conferentie in het nieuwe conferentiecentrum nog lang herinneren. Nog niet zo lang geleden was er op de plaats waar dit gebouw nu staat alleen maar een diep gat in de grond We hebben de bouw met interesse en bewondering gevolgd.
Het bouwproces vind ik erg inspirerend. Ieder groot bouwproject, van aanvang tot voltooiing, is een weerspiegeling van het werk van de grote Schepper. Iedere schepping van de mens is uitsluitend ten gevolge van onze goddelijke Schepper mogelijk. Mensen die ontwerpen en bouwen hebben van die Schepper leven en vaardigheden gekregen. En al het materiaal dat in de bouw gebruikt wordt, is uiteindelijk uit de rijke bronnen van de aarde afkomstig. De Heer heeft gezegd: 'De aarde is vol, en er is genoeg en overvloedig; ja, Ik heb alles bereid.'1
Het is moeilijk voor de mens om de grootsheid van de schepping te begrijpen. Het is veel gemakkelijker voor ons om aan lekker eten of leuke dingen te denken. Maar ik wil ons verstand graag verruimen, zodat we aan dingen kunnen denken die ons eenvoudige begrip te boven gaan. De schepping van de mens was wonderbaarlijk en groots. 2 En dat geldt ook voor de schepping van de aarde als hun woonplaats.
De hele schepping is door God ontworpen. Er werd een raadsvergadering in de hemel gehouden waar wij aan deelnamen.3 Daar kondigde onze hemelse Vader zijn goddelijke plan aan.4 Het wordt ook wel genoemd: het plan van geluk,5 het heilsplan,6 het plan van verlossing,7 het plan van herstelling,8 het plan van genade,9 het plan van bevrijding10 en het eeuwige evangelie.11 Het doel van het plan is om de geestkinderen van God de kans te geven om naar de eeuwige verhoging te streven.
ONDERDELEN VAN HET PLAN
De schepping was een vereiste in het plan, en daardoor waren zowel de val als de verzoening noodzakelijk. Dit zijn de drie fundamentele onderdelen van het plan. De schepping van een paradijselijke planeet werd door God tot stand gebracht.12 Het sterfelijk leven en de dood kwamen door de val van Adam in de wereld.13 De onsterfelijkheid en de mogelijkheid van het eeuwige leven werden door de verzoening van Jezus Christus tot stand gebracht.14 De schepping, de val en de verzoening waren al lang voor de daadwerkelijke schepping gepland.
Toen ik een keer het British Museum in Londen bezocht, las ik een zeer opmerkelijk boek. Het is geen schriftuur. Het is een Engelse vertaling van een oud Egyptisch manuscript. Ik wil daar graag een gesprek tussen de Vader en de Zoon uit citeren. Jehova -- de voorsterfelijke Heer -- zegt over zijn Vader:
'Hij nam de klei uit de hand van de engel en schiep Adam naar ons beeld en onze gelijkenis, en Hij liet hem veertig dagen en veertig nachten liggen zonder hem tot leven te wekken. En Hij zuchtte dagelijks en zei: "Als Ik deze [man] tot leven wek, moet hij veel pijn lijden." En Ik zei tegen mijn Vader: "Wek hem tot leven, Ik zal zijn Voorspraak zijn." En mijn Vader zei: "Mijn geliefde Zoon, als Ik hem tot leven wek, zult Gij naar de aarde moeten gaan om veel pijn voor hem te lijden, voordat Gij hem kunt verlossen en tot zijn oorspronkelijke staat terugbrengen." En Ik zei tegen mijn Vader: "Wek hem tot leven; Ik zal zijn Voorspraak zijn, en Ik zal naar de aarde gaan en uw gebod vervullen."'15
Hoewel deze tekst geen schriftuur is, is het een bevestiging van de Schriften waaruit de intense en barmhartige liefde van de Vader voor de Zoon blijkt, en van de Zoon voor ons -- als getuigenis dat Jezus vrijwillig onze Heiland en Verlosser werd.16
De Here God heeft verklaard: 'Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid -- de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen.'17 Hij, die de aarde onder leiding van zijn Vader schiep, kwam hier op aarde om de wil van zijn Vader te doen18 en alle profetieën over de verzoening te vervullen.19 Onder zijn voorwaarden en door zijn verzoening zouden alle zielen van de straffen voor hun zonden worden verlost.20
TIJDPERKEN VAN DE SCHEPPING
Ieder tijdperk van de schepping was zorgvuldig ontworpen, voordat het werd uitgevoerd. In de Schriften staat: 'Ik, de Here God, heb alle dingen (. . .) geestelijk geschapen, eer ze in hun natuurlijke staat op de aardbodem waren.'21
De schepping zelf was in perioden onderverdeeld. In Genesis22 en Mozes23 worden die perioden dagen genoemd. Maar in het boek Abraham wordt iedere periode tijdperk genoemd.24 Of de perioden nu dag of tijdperk genoemd werden, het waren perioden tussen twee herkenbare gebeurtenissen -- een verdeling van de eeuwigheid.25
Het eerste tijdperk omvatte de schepping van het uitspansel en de aarde zelf, waardoor het licht in de duisternis tevoorschijn kwamen.26
In het tweede tijdperk werden het water, het land en de lucht geschapen. Er werd in wolken en regen voorzien om leven te geven aan alles wat later op aarde zou leven.27
In het derde tijdperk werden de gewassen geschapen. De aarde begon gras, kruiden, bomen en planten voort te brengen -- die uit hun eigen zaad voortkwamen.28
Het vierde tijdperk was een periode van verdere ontwikkeling. De lichten in het uitspansel werden georganiseerd, zodat er jaargetijden zouden zijn en andere methoden voor het meten van tijd. In dit tijdperk werden de zon, de maan, de sterren en de aarde in de juiste verhouding tot elkaar geplaatst.29 De zon, met enorme voorraden waterstof, zou als een enorme vuurhaard licht en warmte aan de aarde en het leven op aarde verschaffen.30
In het vijfde tijdperk werden vissen, vogels en 'ieder levend wemelend schepsel' geschapen.31 Zij waren vruchtbaar en in staat om zich naar hun aard te vermenigvuldigen -- in de zee en op de aarde.32
In het zesde tijdperk ging de schepping van het leven verder. De dieren werden naar hun aard geschapen, het vee naar zijn aard, en al het 'levend gedierte dat zich op de aarde beweegt' -- ook weer naar hun aard.33 Vervolgens kwamen de Goden bij elkaar en zeiden: 'Laat ons nederdalen en de mens vormen naar ons beeld, naar onze gelijkenis. (. . .)
Dus daalden de Goden neder om de mens naar hun eigen beeld te scheppen, om hem naar het beeld der Goden te vormen, om hen man en vrouw te vormen.'34 Aldus werden Adam en Eva geschapen.35 En zij werden gezegend: 'Wij zullen hen vruchtbaar doen zijn en zich doen vermenigvuldigen, en de aarde doen vervullen en haar doen onderwerpen, en hen heerschappij doen hebben over de vissen der zee, en over de vogels der lucht, en over al het levend gedierte dat zich op de aarde beweegt.'36
Het zevende tijdperk werd als tijd van rust aangewezen.37
DE SCHEPPING GETUIGT VAN HAAR SCHEPPER
Ik getuig dat de aarde, en al het leven daarop, van goddelijke afkomst is. De schepping is geen toevallige gebeurtenis geweest. En is niet ex nihilo (uit het niets) tot stand gekomen. Het is niet toevallig dat mensen gebouwen kunnen bouwen en computers kunnen ontwerpen. Want God heeft ons geschapen, niet wij onszelf. Wij zijn zijn volk!38 De schepping getuigt van haar Schepper. We kunnen de goddelijke oorsprong van de Schepping niet negeren. Zonder ons dankbare bewustzijn van Gods hand in de schepping, zouden we net zo onbewust door het leven gaan als goudvissen in een kom. Dankbaar herhalen we de woorden van de psalmist: 'Hoe talrijk zijn uw werken, o Here, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; de aarde is vol van uw schepselen.'39
HET DOEL EN DE BESTEMMING VAN DE AARDE
De aarde is slechts een van de vele scheppingen die God presideert. 'Ontelbare werelden heb Ik geschapen', zei Hij. 'En ook deze heb Ik voor mijn eigen oogmerk geschapen; en Ik schiep ze door de Zoon, die mijn Eniggeborene is.'40 Hoe prachtig de aarde ook is, ze is slechts een onderdeel van iets veel machtigers -- het grote plan van God. Eenvoudig samengevat: de aarde werd voor het gezin geschapen. In de Schriften wordt uitgelegd dat man en vrouw 'één vlees zijn, en dit met het oogmerk, dat de aarde aan het doel van haar schepping beantwoordde.'41
En als onderdeel van de geplande toekomst van de aarde en haar bewoners, moeten onze overleden verwanten ook verlost worden.42 Gezinnen moeten voor eeuwig verzegeld worden.43 Er moet een band worden gesmeed tussen de voorvaderen en de kinderen. In onze tijd zal er een volledige en volmaakte eenheid van alle bedelingen, sleutels en machten worden gesmeed.44 Voor dat heilige doel staan er nu heilige tempels over de aarde verspreid.
Hoewel onze kennis van de schepping beperkt is, weten we voldoende om de verheven betekenis te kunnen waarderen. En die hoeveelheid kennis zal in de toekomst toenemen. In de Schriften staat: 'Te dien dage, wanneer de Here [opnieuw] zal komen, zal Hij alle dingen openbaren --
'Dingen, die voorbij zijn gegaan, en verborgen dingen, die geen mens wist, dingen met betrekking tot de aarde, waardoor deze werd gemaakt, en het doel en oogmerk ervan --
'Hoogst waardevolle dingen, dingen, die boven zijn, en dingen, die beneden zijn, dingen, die in de aarde zijn, en op de aarde, en in de hemel.'45
Ja, we zullen meer licht en waarheid ontvangen. De Heer heeft gezegd: 'Of er grenzen zijn gesteld aan de hemelen, de zeeën, het vasteland, of aan de zon, de maan, of de sterren --
'Al hun omwentelingstijden, alle gezette dagen, maanden en jaren, (. . .) en al hun heerlijkheden, wetten en gezette tijden, zullen gedurende de bedeling van de volheid der tijden worden geopenbaard.'46
De aarde zal uiteindelijk 'worden vernieuwd en haar paradijsheerlijkheid [. . .] ontvangen.'47 Tijdens de wederkomst van de Heer zal de aarde opnieuw een verandering ondergaan. Dan zal zij opnieuw haar paradijsheerlijkheid ontvangen en vernieuwd worden. Dan zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn.48
ONZE TAKEN
Broeders en zusters, ondertussen moeten we onze belangrijke taken goed begrijpen. Door zowel de scheppingen van God als de scheppingen van de mens leren we het belang van ieder onderdeel kennen. Denkt u dat het zou opvallen als er een stuk graniet van dit gebouw zou ontbreken? Natuurlijk!
Dat geldt ook voor iedere zoon of dochter van God. We kunnen 'het hoofd niet tot de voeten [laten] zeggen, dat het de voeten niet nodig heeft; want hoe zal het lichaam zonder de voeten kunnen staan?'49 Net als 'het lichaam' elk 'ledemaat nodig' heeft, zo heeft het gezin ieder lid nodig. Alle leden van een gezin moeten verbonden en verzegeld worden, 'opgebouwd, opdat het stelsel volmaakt moge worden gehouden.'50
De schepping, hoe mooi ook, is op zich geen doel, maar een middel om een doel te bereiken. We zijn een korte tijd op aarde, doorstaan onze beproevingen, en bereiden ons voor op een glorierijke thuiskomst.51 Onze gedachten en daden op aarde worden steeds belangrijker als we Gods plan begrijpen en zijn geboden op prijs stellen en onderhouden.52
Wat moeten we als erfgenaam van de goddelijke schepping doen? We moeten voor de aarde zorgen, een verstandige rentmeester zijn en haar voor toekomstige generaties behouden.53 En we moeten elkaar liefhebben en voor elkaar zorgen.54
We behoren in onze eigen omgeving scheppers te zijn -- bouwers van een persoonlijk geloof in God, geloof in de Heer Jezus Christus en geloof in zijn kerk. We behoren een gezin te stichten en in de heilige tempel verzegeld te worden. We moeten de kerk en het koninkrijk van God op aarde opbouwen.55 We bereiden ons op onze eigen goddelijke toekomst voor -- heerlijkheid, onsterfelijkheid en eeuwige levens.56 Door uw getrouwheid kunt u deze hemelse zegeningen ontvangen.
Ik getuig dat God leeft! Jezus is de Christus en de Schepper! Hij is de Heer van de hele aarde. Hij heeft zijn kerk in deze laatste dagen gevestigd om zijn goddelijke doeleinden te verwezenlijken. Joseph Smith is de grote profeet van de herstelling. President Gordon B. Hinckley is zijn hedendaagse profeet, die ik met heel mijn hart ondersteun. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. LV 104:17.
2. Zie 'The Magnificence of Man', Ensign, januari 1988, blz. 6469; 'Wij zijn kinderen van God', De Ster, januari 1999, blz. 101104.
3. Zie Teachings of the Prophet Joseph Smith, verzameld door Joseph Fielding Smith (1976), blz. 349350, 365.
4. Zie 2 Nephi 9:13; Alma 34:9; Abraham 3:2227.
5. Zie Alma 42:8, 16.
6. Zie Jarom 1:2; Alma 24:14; 42:5; Mozes 6:62.
7. Zie Jakob 6:8; Alma 12:25--34; 17:16; 18:39; 22:13; 29:2; 34:16, 31; 39:18; 42:1113.
8. Zie Alma 41:2.
9. Zie Alma 42:15, 31; 2 Nephi 9:6.
10. Zie 2 Nephi 11:5.
11. Zie Openbaring 14:6; LV 27:5; 36:5; 68:1; 77:89, 11; 79:1; 84:103; 99:1; 101:22, 39; 106:2; 109:29, 65; 124:88; 128:17; 133:36; 135:3, 7; 138:19, 25; GJS 1:34.
12. Uit hedendaagse openbaring blijkt dat Michaël (ook bekend als Adam; zie LV 27:11; 107:54; 128:21) ook aan de schepping heeft deelgenomen.
13. Zie 2 Nephi 2:25; Mozes 6:48; BJS, Genesis 6:49.
14. Zie 2 Nephi 2:2128.
15. 'Discourse on Abbatôn by Timothy, Archbishop of Alexandria', in Coptic Martyrdoms etc. in the Dialect of Upper Egypt, redactie en Engelse vertaling: E. A. Wallis Budge (1914), blz. 482. Timoteüs, aartsbisschop van Alexandrië, is in 385 n.Chr. overleden.
16. Zie Johannes 3:16; 10:1415, 1718.
17. Mozes 1:39.
18. Zie 3 Nephi 27:13.
19. Voor een uitgebreide studie van de profetieën over Christus, zie D. Kelly Ogden en R. Val Johnson, 'Alle profeten hebben van Christus getuigd', De Ster, april 1994, blz. 1018.
20. Zie 2 Nephi 9:2027; Mosiah 26:2123; LV 138:19.
21. Zie Mozes 3:5; zie 6:51.
22. Zie Genesis 1:52:3.
23. Zie Mozes 2:53:3.
24. Zie Abraham 4:85:3.
25. Abraham vergeleek een dag van de Heer met duizend jaar (zie Abraham 3:4).
26. Zie Genesis 1:15; Mozes 2:15; Abraham 4:15.
27. Zie Genesis 1:68; Mozes 2:68; Abraham 4:68.
28. Zie Genesis 1:913; Mozes 2:913; Abraham 4:913.
29. Zie Genesis 1:1419; Mozes 2:1419; Abraham 4:1419.
30. Zie Henry Eyring, 'World of Evidence, World of Faith', Of Heaven and Earth, samenstelling en redactie: David L. Clark (1998), blz. 59.
31. Abraham 4:2021.
32. Zie Genesis 1:2023; Mozes 2:2023; Abraham 4:2023.
33. Zie Genesis 1:2431; Mozes 2:2431; Abraham 4:2431.
34. Abraham 4:2627.
35. Merk op dat de Heer de eerste man en vrouw 'Adam' noemde (zie Genesis 5:2; Mozes 6:9).
36. Genesis 1:28; Mozes 2:28; zie ook Abraham 4:28; BJS, Genesis 1:30.
37. Zie Genesis 2:13; Mozes 3:13; Abraham 5:13.
38. Zie Psalmen 100:3.
39. Psalmen 104:24.
40. Mozes 1:33; zie ook LV 76:2324.
41. LV 49:16.
42. Zie LV 128:15
43. Zie LV 2:23; 49:17; 138:48; GJS 1:39.
44. Zie LV 128:18
45. LV 101:3234.
46. LV 121:3032.
47. Geloofsartikelen 1:10.
48. Zie Openbaring 21:1; Ether 13:9; LV 29:2324.
49. LV 84:109.
50. LV 84:110; zie ook 1 Korintiërs 12:1426.
51. Zie Psalmen 116:15; Alma 42:8.
52. Zie LV 59:2021.
53. De Heer heeft ons de zorg van de aarde toevertrouwd. Hij heeft gezegd: 'Het is raadzaam, dat Ik, de Here, een ieder verantwoordelijk stelle als rentmeester over de aardse zegeningen, die Ik voor mijn schepselen heb geschapen en voorbereid. Ik, de Here, heb de hemelen gespannen, en de aarde gebouwd, en het is waarlijk mijner handen werk; en al hetgeen er in is, is het mijne. En het is mijn voornemen voor mijn heiligen te zorgen, want alle dingen zijn van Mij' (LV 104:1315; zie ook Openbaring 7:3).
54. Zie Johannes 13:3435; 15:12; Romeinen 12:10; 13:8; Galaten 5:13; 1 Tessalonicenzen 4:9; 1 Johannes 3:114:12; Mosiah 4:15; LV 88:123.
55. Zie BJS, Matteüs 6:38.
56. Zie Romeinen 2:7; LV 75:5; 128:12; 132:1924.