The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 2001
Het plan van onze Vader

Het plan van onze Vader

Ouderling Christoffel Golden jr.
van de Zeventig

'[Het is] de wens van de Vader ons allemaal in de gelegenheid te stellen een volheid van vreugde te ontvangen, de volheid die Hij bezit.'

Elder Christoffel Golden Jr.

In een openbaring die de profeet Joseph Smith in juni 1830 ontving, wordt ons verteld wat de bedoeling van onze hemelse Vader is: 'Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid — de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen.'1Volgens die verklaring is het de wens van de Vader ons allemaal in de gelegenheid te stellen een volheid van vreugde te ontvangen, de volheid die Hij bezit, in zijn volmaakte en verheerlijkte staat.2

In deze gedenkwaardige laatste dagen verklaren wij dat God, onze eeuwige Vader, leeft. We getuigen dat we vóór dit leven als zijn geestkinderen in zijn tegenwoordigheid zijn geweest. Tijdens ons voorsterfelijk leven zijn we onderwezen in een omgeving waar we de gelegenheid hadden om onze talenten en vaardigheden te ontwikkelen. In die gezegende, voorsterfelijke sfeer 'hebben [wij] het goede gekozen', zijn we 'vrij gelaten goed of kwaad te kiezen', hebben we 'een zeer groot geloof geoefend' en hebben we 'goede werken' gedaan. Daarom hebben we onze eerste staat behouden en heeft onze Vader ons op zijn beurt geordend om in dit leven bepaalde voorrechten te ontvangen.3

Zo wordt ook in openbaring van de laatste dagen bekendgemaakt dat onze hemelse Vader een groot plan van zaligheid heeft vastgesteld voor al zijn geestkinderen die hun eerste staat hadden behouden.4Dat houdt in dat we eens zoals onze Vader in de hemel kunnen worden en alle eigenschappen en rechten kunnen bezitten die Hij nu heeft. De apostel Petrus bracht de heiligen in herinnering dat de goddelijke kracht van de Heer 'ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt [heeft] begiftigd' opdat wij 'daardoor deel [zouden] hebben aan de goddelijke natuur (. . .)'5Die bewering van Petrus kunnen we stoutmoedig vinden, en we geven toe dat het een heel leven en meer vergt om zo ver te komen, maar toch worden zijn gedachten bevestigd in de opdracht van de Heiland: 'Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is.'6

Het plan van de Vader vereiste ook dat allen die hun eerste staat hadden behouden, in een sterfelijke, of tweede staat, beproefd en getest zouden worden. In die omstandigheden moeten we zelf handelen en onszelf en God bewijzen dat we al zijn geboden onderhouden, en zonde en tegenspoed te boven komen.7

Sinds de val van Adam en door de aard van de sterfelijke mens, heeft de mens de neiging ontwikkeld om Gods wetten te overtreden, en is hij daardoor onderworpen aan de eisen der gerechtigheid. En toch, wegens de voorkennis van onze hemelse Vader en door het grote plan van geluk heeft Hij een plan van barmhartigheid bedacht. Dat voorzag in een manier waarop aan de zware eisen der gerechtigheid werd voldaan door een oneindige verzoening.8

Jezus Christus, vanaf het begin Degene die de Vader had gekozen9, bezat alle kenmerken en eigenschappen die nodig waren om door zijn verzoening de wetten van gerechtigheid en barmhartigheid met elkaar in harmonie te brengen.10

Door de verzoening, heeft koning Benjamin gezegd, kunnen we de natuurlijke mens afleggen als we gehoor geven aan de ingevingen van de Heilige Geest.11Het is daarom ons getuigenis dat allen die tot Christus komen, door gehoorzaamheid aan de wetten en verordeningen van het evangelie geloof kunnen oefenen om 'eeuwigdurende zaligheid en het eeuwige leven' te verkrijgen.12

Wij getuigen ook dat we pas konden voldoen aan alle voorwaarden van het grote plan van geluk toen onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, na de Grote Afval, door middel van Joseph Smith het evangelie hadden hersteld.13

Onze dierbare profeet, president Gordon B. Hinckley, heeft gezegd dat '(. . .) het verslag van de profeet over deze gebeurtenissen waar is, dat de Vader (. . .) heeft getuigd van de goddelijke natuur van zijn Zoon, dat de Zoon de jonge profeet aanwijzingen heeft gegeven, waarna er een reeks gebeurtenissen volgde die leidden tot de stichting van "de enige ware en levende kerk op de ganse aardbodem."'14

Het is het innige verlangen van alle getrouwen om hun tweede staat te behouden. We hoeven niet alleen onze weg terug naar huis te zoeken. De Heer heeft zijn koninkrijk op aarde gevestigd waarin Gods uitverkorenen vergaderd kunnen worden.

De Heer heeft ons in zijn liefdevolle zorg voorzien van alle belangrijke middelen die nodig zijn om ons een weg te banen langs de vele valkuilen die de boze op ons pad heeft geplaatst.15

Die onmisbare middelen omvatten de verordeningen en verbonden van het evangelie waarin de macht van de verzoening zichtbaar is.16We hebben ook de heilige Schriften die ons voorzien van een maatstaf om waarheid van dwaling te onderscheiden.17

Het is belangrijk dat we leven in een gezegende tijd waarin de Heer zijn wachters, de levende apostelen en profeten, in ons midden heeft geplaatst. Zij dragen alle noodzakelijke sleutels en de bevoegdheid die nodig zijn om de verordeningen van heil en verhoging te bedienen.18

Bovendien hebben wij, als gedoopte leden van de kerk van Christus, de buitengewone gave van de Heilige Geest. De Heiland heeft op de avond vóór zijn lijden voor onze zonden tegen zijn discipelen gezegd: 'De Geest (. . .) zal (. . .) u de weg wijzen tot de volle waarheid.'19

Johannes de Openbaarder zag in een hemels visioen dat het plan van onze Vader in vervulling ging en hij beschreef de toestand van degenen die grote beproevingen hadden doorstaan en hun kleed hadden gewassen in het bloed van het Lam. Hij zag hoe zij de wereld hadden overwonnen, voor Gods troon stonden en Hem dienden in zijn tempel. De Heer was in hun midden, terwijl de getrouwen niet meer hongerden en dorstten, en God had alle tranen gedroogd.20

We hoeven niet te vrezen, maar we moeten met geloof het grote plan van geluk van onze hemelse Vader volgen. Wij roepen iedereen op om de genade en barmhartigheid van de Heer te ontvangen, want Hij is 'machtig om te behouden' en 'zal [ons] geenszins verlaten'21

Ik bid dat de Heer ons zegent in dit belangrijke streven. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Mozes 1:39.
2. Zie Mozes 7:67; LV 76:69–70.
3. Zie Alma 13:3–13; 1 Petrus 1:20.
4. Alma 42:8.
5. 2 Petrus 1:3–4.
6. Matteüs 5:48; zie ook 3 Nephi 12:48.
7. Matteüs 7:21; Openbaring 3:21; LV 98:14–15.
8. Zie Alma 42:15.
9. Zie Mozes 4:2.
10. Leringen van het evangelie,instituutslesboek, blz. 22.
11. Zie Mosiah 3:19.
12. Mosiah 5:15; Moroni 10:32.
13. Zie 1 Nephi 11:13–36; 2 Nephi 3:5–11.
14. LV 1:30; 'Special Witnesses of Christ,'Liahona, april 2001, blz. 24.
15. Zie Mozes 4:3–4; LV 93:39.
16. Johannes 3:5; Mosiah 5:1–2; LV 76:50–54.
17. Zie Alma 4:19; 31:5.
18. Zie Matteüs 10:1–15; LV 1:14–15; 21:1–8.
19. Johannes 16:13.
20. Openbaring 7:14–17.
21. Zie Deuteronomium 7:7–18.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy