The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 2001
Anderen over het evangelie vertellen

Anderen over het evangelie vertellen

Ouderling Dallin H. Oaks
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'De beste zendelingen, zowel lid als voltijdzendeling, doen hun zendingswerk uit liefde. (. . .) Als wij die liefde voor anderen niet hebben, moeten we erom bidden.'

Elder Dallin H. Oaks

Dank u, president Hinckley, voor uw fijne boodschap. Wij zijn allemaal uiterst dankbaar voor uw energieke, geïnspireerde leiding in deze moeilijke tijd. Onder die leiding gaan wij voorwaarts met het werk van de Heer, dat zo dringend nodig is in deze wereld vol moeilijkheden.

Het goede nieuws van het evangelie van Jezus Christus verkondigen is een basisbeginsel van het christelijk geloof. Drie auteurs van evangeliën schrijven dat de Heiland ons daar opdracht toe heeft gegeven.

In het boek Marcus staat: 'En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.

'Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden' (Marcus 16:15–16).

Matteüs haalt dit gebod van de Heiland aan: 'Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes' (Matteüs 28:19).

Lucas verklaart: 'Aldus staat er geschreven (. . .) dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken' (Lucas 24:46–47).

De hedendaagse profeten hebben de aanwijzingen van de Heiland toegepast op onze tijd en hebben ons aangespoord om anderen over het evangelie te vertellen.

President Gordon B. Hinckley heeft voor onze tijd de klaroen gestoken. In een wereldwijde satellietuitzending voor zendelingen en plaatselijke leiders heeft hij gevraagd om een 'toename van enthousiasme' voor het zendingswerk 'op alle niveaus in de kerk'. ('Zoek de lammeren, hoed de schapen',De Ster, juli 1999, blz. 118.) Hoewel zendelingen hun uiterste best moeten blijven doen om mensen te vinden die zij kunnen onderwijzen, verklaarde hij dat 'de betere manier door middel van de leden van de kerk is.' (Blz. 119.) Hij vroeg ieder van ons om ons uiterste best te doen de zendelingen te helpen bij het zoeken van mensen die zij kunnen onderwijzen. Hij vroeg ook of elke ringpresident en bisschop 'de volle verantwoording op zich [wilde] nemen voor het zoeken en begeleiden van onderzoekers' in hun unit. (Blz. 121.) Verder smeekte president Hinckley de zegeningen van de Heer af over ieder 'in het uitvoeren van de enorme opdracht die wij hebben gekregen.' (Blz. 121.)

Hoewel het al twee en een half jaar geleden is dat onze president die smeekbede heeft laten horen, hebben de meesten van ons nog niet erg doeltreffend op zijn aansporing gereageerd.

Ik heb de woorden van president Hinckley onder gebed bestudeerd en heb erover nagedacht hoe wij anderen over het evangelie kunnen vertellen, en ik ben tot de conclusie gekomen dat we drie dingen moeten doen om gehoor te geven aan de aansporing van onze profeet. Ten eerste moeten we een oprechtverlangenhebben om anderen over het evangelie te vertellen. Ten tweede hebben wegoddelijke hulp nodig.Ten derde moeten weweten wat we moeten doen.

I. VERLANGEN

Zoals bij zoveel andere zaken, begint anderen over het evangelie vertellen met eenverlangen. Als wij doeltreffender werktuigen in de handen van de Heer willen worden om anderen over zijn evangelie te vertellen, moeten we een oprechtverlangenhebben om dat te doen. Ik geloof dat we dat verlangen ontwikkelen in twee stappen.

Ten eerste moeten we een sterk getuigenis hebben van de waarheid en het belang van het herstelde evangelie van Jezus Christus. Dat houdt in de allesovertreffende waarde van Gods plan voor zijn kinderen, de essentiële rol van de verzoening van Jezus Christus in dat plan, en de rol van de Kerk van Jezus Christus in de uitvoering van dat plan in het sterfelijk leven.

Ten tweede moeten we liefde hebben voor God en voor al zijn kinderen. In hedendaagse openbaring wordt ons gezegd dat 'liefde, met het oog alleen op de ere Gods gericht, [ons] bevoegd [maakt] voor het werk' (LV 4:5). De eerste apostelen uit deze bedeling werd gezegd dat hun liefde 'overvloedig [moest] zijn jegens alle mensen' (LV 112:11).

Door ons getuigenis van de waarheid en het belang van het herstelde evangelie, zien wij de waarde in van wat ons is gegeven. Door onze liefde voor God en onze medemens krijgen wij een verlangen om die grote gave met iedereen te delen. De mate van onze bekering is uitstekend af te lezen van de intensiteit van ons verlangen om anderen over het evangelie te vertellen.

In het Boek van Mormon staan enkele prachtige voorbeelden van de uitwerking die getuigenis en liefde hebben. Toen de zoons van Mosiah, die 'de allerergste zondaren' waren geweest, hun getuigenis kregen, 'wilden zij gaarne, dat de zaligheid aan alle schepselen zou worden verkondigd, want zij konden niet gedogen, dat de ziel van enig mens verloren zou gaan' (Mosiah 28:3–4). Later roept hun metgezel, Alma, uit: 'O, dat ik een engel ware, dat ik mocht uitgaan en spreken als met de bazuin Gods, met een stem, die de aarde zou doen beven' en 'het plan der verlossing' verkondigen aan elke ziel, 'zodat er geen verdriet meer op de gehele aardbodem zou zijn' (Alma 29:1–2).

Ik noem het zendingswerk ook graag anderen laten delen in het evangelie. Die term 'laten delen in' geeft aan dat we iets buitengewoon waardevols hebben en dat we het aan anderen willen geven omdat het hun tot zegen en voor hun welzijn is.

De beste zendelingen, zowel lid als voltijdzendeling, doen hun zendingswerk uit liefde. Dat is een les die ik al als jongeman geleerd heb. Ik moest op huisonderwijs bij een minderactief lid, iemand die vele jaren ouder was dan ik en al veel succes had gehad in zijn beroep. Erop terugkijkend, besef ik dat ik maar heel weinig liefdevolle zorg voor de man voelde. Ik ging uit plichtsgevoel, met een verlangen om te rapporteren dat ik honderd procent huisonderwijs had gedaan. Op een avond, vlak voor het einde van de maand, belde ik hem om te vragen of mijn collega en ik meteen mochten langskomen voor een bezoek. Zijn vermanende antwoord leerde mij een onvergetelijke les.

'Nee, ik geloof niet dat ik wil dat jullie vanavond komen', zei hij. 'Ik ben moe. Ik heb me al omgekleed om naar bed te gaan. Ik ben aan het lezen, en ik wil nu niet meer gestoord worden alleen maar zodat jullie deze maand honderd procent huisonderwijs kunnen opgeven.' Dat antwoord steekt mij nog steeds, want ik wist dat hij mijn zelfzuchtige motivatie had aangevoeld.

Ik hoop dat geen enkele persoon die wij ooit benaderen met een uitnodiging om naar de boodschap van het herstelde evangelie te luisteren, aanvoelt dat wij daar een andere reden voor hebben dan oprechte liefde voor hem of haar, en een onzelfzuchtig verlangen om iets te vertellen dat ons dierbaar is.

Als wij die liefde voor andere mensen niet hebben, dan zouden we erom moeten bidden. In de geschriften van de profeet Mormon wordt ons geleerd: 'Bidt tot de Vader met alle kracht, dat gij met deze liefde moogt worden vervuld, die Hij op allen, die oprechte volgelingen zijn van zijn Zoon, Jezus Christus, heeft uitgestort' (Moroni 7:47–48).

II. GODDELIJKE HULP/JUISTE TIMING

We hebben ook goddelijke hulp nodig om ons te leiden als we anderen over het evangelie willen vertellen. Net zoals ons verlangen zuiver moet zijn, en in een getuigenis en in liefde geworteld moet zijn, moeten onze daden door de Heer geleid worden. Het is zijn werk, niet ons werk, en het moet op zijn wijze gedaan worden en met zijn timing, en niet met onze timing. Anders leiden onze inspanningen mogelijk alleen maar tot frustratie en falen.

We hebben allemaal familieleden of vrienden die het evangelie nodig hebben, maar er nu niet in geïnteresseerd zijn. Om doeltreffend te zijn, moeten onze inspanningen voor hen geleid worden door de Heer, zodat we handelen op de wijze en de tijd dat zij er het meeste voor openstaan. We moeten bidden om de hulp en aanwijzingen van de Heer zodat wij een werktuig in zijn handen kunnen zijn voor iemand die er nu klaar voor is — iemand die Hij nu door ons wil laten helpen. Vervolgens moeten we opletten, zodat we de ingevingen van zijn Geest horen, en dat we er gehoor aan geven als we ons zendingswerk doen.

Die ingevingen zullen we echt krijgen. Wij weten uit talloze getuigenissen dat de Heer op zijn eigen manier en zijn eigen tijd mensen voorbereidt om zijn evangelie te aanvaarden. Die mensen zijn zoekende, en als wij ernaar streven om ze te vinden, zal de Heer hun gebeden verhoren door de onze te verhoren. Hij zal ingevingen en leiding geven aan hen die ernaar verlangen, en er oprecht naar streven, om leiding te ontvangen in de vragen waar, wanneer en wie zij over het evangelie moeten vertellen. Op die manier geeft God ons overeenkomstig onze verlangens (zie Alma 29:4; LV 6:8).

In hedendaagse openbaring heeft de Heer ons gezegd: 'Er zijn nog velen op aarde onder alle sekten, genootschappen en gezindten, die (. . .) worden verblind (. . .) en die alleen verre van de waarheid worden gehouden, omdat zij niet weten, waar zij deze kunnen vinden' (LV 123:12). Als wij 'als getuige van God staan, in alle dingen en in alle plaatsen' (Mosiah18:9), zal de Heer ons mogelijkheden geven om zoekenden te vinden en hun te vertellen wat zij zoeken. Dat zal gebeuren als wij ernaar streven leiding te ontvangen, en als wij dit doen uit oprechte, christelijke liefde voor andere mensen.

De Heer heeft al zijn kinderen lief. Hij wil dat zij allen de volheid ontvangen van zijn waarheid, en de overvloed aan zijn zegeningen. Hij weet het als zij er klaar voor zijn, en Hij wil dat wij luisteren naar zijn aanwijzingen om anderen te vertellen over het evangelie. Als wij dat doen, zullen zij die er klaar voor zijn reageren op de boodschap over Hem die heeft gezegd: 'Mijn schapen horen naar mijn stem en zij volgen Mij' (Johannes 10:27).

III. HOE WE HET MOETEN DOEN

Als we een oprecht verlangen hebben om anderen over het evangelie te vertellen, en als we om goddelijke hulp bij onze inspanningen hebben gevraagd, wat moeten we dán doen? Wat is de volgende stap? We beginnen bij het begin. We moeten dan niet meer wachten op een nadere uitnodiging uit de hemel. Openbaring komt meestal juist als we ons ijverig inzetten.

De Heer heeft ons de volgende instructie gegeven omtrent de vragenwieenhoe: 'En laat uw prediking een ieder tot zijn naaste [zijn], in zachtheid en nederigheid' (LV 38:41). 'Naaste' betekent uiteraard niet alleen maar de mensen die naast ons wonen, of vrienden en kennissen. Toen de Heiland gevraagd werd 'Wie is mijn naaste?', vertelde de Heiland over een Samaritaan die 'een naaste' herkende op de weg naar Jericho. (Zie Lucas 10:25–37.) Onze naasten houdt dus ook de mensen in die we tegenkomen op onze dagelijkse reizen.

We dienen, net als Alma van weleer, te bidden dat de Heer ons de 'kracht en wijsheid' geeft om onze kennissen tot de Heer te 'mogen brengen' (Alma 31:35). Wij bidden bovendien om het welzijn van hun ziel. (Zie Alma 6:6.)

We moeten ervoor zorgen dat we uit liefde te werk gaan en niet in een poging om er persoonlijk erkenning of voordeel uit te halen. De waarschuwing aan hen die kerkfuncties gebruiken om hun hoogmoed of ijdele ambitie te bevredigen (zie LV 121:37) slaat beslist ook op onze inspanningen om anderen over het evangelie te vertellen.

De noodzaak om uit liefde te werk te gaan, waarschuwt ons ook voor manipulatie, of die nu echt of slechts ingebeeld is. Mensen die niet van ons geloof zijn, kunnen afgeschrikt worden als zij ons iets een 'zendingswerktuig' horen noemen. Een 'werktuig' is tenslotte iets dat we gebruiken om een levenloos voorwerp te manipuleren. Als we het dus hebben over een 'zendingswerktuig', kunnen we de indruk wekken dat we iemand willen manipuleren. En die indruk staat haaks op de onzelfzuchtige, mededeelzame geest van ons zendingswerk.

President Hinckley zegt in zijn fijne boodschap dat 'er overal kansen zijn om anderen over het evangelie te vertellen.' (De Ster, juli 1999, blz. 119.) Hij noemt veel voorbeelden van wat wij kunnen doen. We dienen zó te leven dat wat hij 'de enorme kracht van het voorbeeld van een lid van de kerk' (ibid.,119) noemde, de mensen om ons heen zal beïnvloeden. 'De doeltreffendste zendingsbrochure die we ooit bij ons kunnen dragen,' zei hij, 'is onze goede levenswijze en voorbeeld.' (Ibid., 121.) Wij moeten oprecht vriendelijk zijn voor iedereen.

President Hinckley heeft ons eraan herinnerd dat wij bij ieder met wie wij in contact komen 'wat kerklectuur.' (Ibid., 120–121.) kunnen achterlaten. Wij kunnen ons huis ter beschikking stellen 'om het zendingswerk te steunen.' (Ibid., 119.) 'Het is gepast voor de zendelingen om de leden om introducés te vragen' (Ibid., 119), en als zij dat doen, dienen wij te reageren.

Samenvattend zei president Hinckley dat elk lid van de kerk 'voortdurend bezig [dient te] zijn met het zoeken en aanmoedigen van onderzoekers.' (Ibid., 121.)

En we kunnen ook andere dingen doen, vooral als we ons gedragen naar deze grote uitspraak van de profeet Mormon: 'Ik vrees niet, wat de mens kan doen; want volmaakte liefde verdrijft alle vrees' (Moro. 8:16; zie ook 1 Johannes 4:18). We kunnen vrienden uitnodigen naar kerkbijeenkomsten of -activiteiten. We kunnen positieve opmerkingen maken over onze kerk en de uitwerking van haar leringen, en we kunnen mensen vragen of ze er meer over willen horen.

Makkelijker nog: we kunnen een pakje van deze aantrekkelijke geschenkbonnen bij ons dragen en die geven aan de mensen — zelfs terloopse kennissen — met wie wij in onze dagelijkse activiteiten in contact komen. Deze bonnen zijn een ideale manier om mensen uit te nodigen de aanvullende waarheden te onderzoeken die wij te bieden hebben. Zij bieden, zonder opdringerig te zijn, iets waardevols, maar of het genoemde geschenk wordt besteld, is afhankelijk van de keuze en het initiatief van de ontvanger. Uit onze ervaring blijkt dat een aanzienlijk percentage van hen die bellen om het aangeboden geschenk te bestellen, besluiten om het te laten bezorgen door mensen die hen er meer over kunnen vertellen.

De kerk heeft net een extra manier aangekondigd om het evangelie wereldwijd te verbreiden via het internet. Dit nieuwe initiatief heeft een potentieel dat net zo belangrijk is als het uitgeven van gedrukte brochures in de negentiende eeuw en ons gebruik van radio, tv en film in de twintigste eeuw. De kerk heeft een nieuwe internetsite geactiveerd waarnaar we mensen kunnen verwijzen die geïnteresseerd zijn in informatie over de kerk en haar leringen, en hoe zij een kerk kunnen vinden waar zij samen met ons kunnen aanbidden. Het adres iswww.mormon.org. Voor zendelingen zal in de praktijk blijken hoe waardevol en nuttig deze nieuwe hulpbron is. Leden van de kerk zal het helpen met het beantwoorden van vragen van vrienden, zowel rechtstreeks als door verwijzing naar de site. Bovendien kunnen we er digitale wenskaarten versturen naar onze vrienden, inclusief evangelieboodschappen en uitnodigingen.

IV. TOT SLOT

Ons is gevraagd om onze inspanningen en onze doeltreffendheid in het vertellen over het evangelie te verdubbelen om de doeleinden van de Heer met dit grote werk te bereiken. Totdat wij dat doen, worden deze fijne voltijdzendelingen — onze zoons en dochters en onze edele medewerkers in het werk van de Heer — niet optimaal gebruikt in hun grote opdracht om te onderwijzen in het herstelde evangelie van Jezus Christus.

We hebben het gehad over een liefdevol verlangen, hemelse leiding en manieren waarop wij het goddelijke gebod kunnen nakomen om onze naasten te vertellen over het evangelie. Het evangelie van Jezus Christus is het helderste licht en de enige hoop voor deze verduisterde wereld. 'Daarom', leert Nephi ons, 'moet gij standvastig in Christus voorwaarts streven, met onverzwakte hoop, en met liefde voor God en alle mensen' (2 Nephi 31:20).

Ik getuig van Jezus Christus, onze Heiland, en van zijn verlangen dat wij vol overgave deelnemen aan dit werk. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy