President Gordon B. Hinckley
'Onze veiligheid schuilt in bekering. Onze kracht komt voort uit gehoorzaamheid aan de geboden van God.'
Geliefde broeders en zusters, nederig aanvaard ik deze gelegenheid. Ik bid dat ik door de Geest van de Heer geleid zal worden.
Ik heb zojuist het bericht gekregen dat de VS een raketaanval zijn begonnen. Ik hoef u er niet aan te herinneren dat we in een gevaarlijke tijd leven. Ik wil graag over deze tijd en onze omstandigheden als leden van deze kerk spreken.
U weet allemaal maar al te goed wat er op 11 september, nog geen maand geleden, is gebeurd. Door die wrede, gemene aanval zijn we in een oorlogstoestand terechtgekomen. Het is de eerste oorlog van de 21steeeuw. De laatste eeuw is beschreven als de eeuw met het meeste oorlogsgeweld in de geschiedenis van de mens. Nu staan we voor een andere gevaarlijke onderneming, waarvan we niet weten hoe die zal aflopen of hoe lang die zal duren. Voor het eerst sinds we een natie zijn geworden, zijn de Verenigde Staten op eigen grondgebied zwaar aangevallen. Maar dit was niet alleen een aanval tegen de Verenigde Staten. Het was een aanval tegen goede mensen en landen over de hele wereld. Alles was goed georganiseerd, schaamteloos uitgevoerd en de resultaten waren rampzalig. Naar schatting zijn er ruim vijfduizend mensen om het leven gekomen, onder wie veel mensen uit andere landen. Het was een wrede, doortrapte en goddeloze daad.
Onlangs was ik met een aantal nationale godsdienstige leiders op het Witte Huis uitgenodigd om met de president te spreken. Toen hij met ons sprak, was hij open en eerlijk.
Diezelfde avond sprak hij in niet mis te verstane taal tot het congres en het land over het voornemen van Amerika en haar bondgenoten om de terroristen op te sporen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van deze gruweldaad en iedereen die hen een vrijplaats biedt.
Nu zijn we in oorlog. Er zijn grote legers gemobiliseerd en er zal meer volgen. Er worden politieke bondgenootschappen gesloten. We weten niet hoe lang dit conflict zal duren. We weten niet hoeveel slachtoffers er zullen vallen en hoeveel geld het gaat kosten. We weten ook niet hoe het conflict zich zal ontwikkelen. Het kan het werk van de Heer op verschillende manieren beïnvloeden.
Onze nationale economie lijdt eronder. Het ging al niet zo goed, en dit heeft het probleem alleen maar verergerd. Veel mensen raken hun baan kwijt. Onder onze leden kunnen de welzijnsbehoeften beïnvloed worden en ook de tiende van de kerk. Het kan ons zendingsprogramma treffen.
We zijn nu een wereldwijde organisatie. We hebben leden in meer dan 150 landen. Het kan nu veel moeilijker worden om dit wereldomspannende programma te beheren.
De leden die Amerikaans staatsburger zijn, staan volledig achter de president van ons land. De afschuwelijke machten van het kwaad moeten geconfronteerd worden en ter verantwoording worden geroepen. Dit is geen zaak van christenen tegen moslims. Ik ben blij dat er voedsel wordt gestuurd naar de mensen die honger lijden in een land dat onder grote druk staat. Wij waarderen onze naasten over de hele wereld die moslim zijn, en hopen dat wie volgens de beginselen van hun godsdienst leven, niet zullen lijden. Ik vraag vooral onze eigen leden om op geen enkele wijze deel te nemen aan de vervolging van onschuldige mensen. Laten wij vriendelijk en hulpvaardig zijn, beschermen en steun verlenen. Het zijn de terroristische organisaties die gevonden en ten val gebracht moeten worden.
Als leden van deze kerk weten wij iets over dergelijke organisaties. In het Boek van Mormon wordt gesproken over de rovers van Gadianton, een wrede en geheime organisatie waarvan de leden een eed aflegden en die uit was op onheil en verwoesting. In die tijd deden ze hun uiterste best om met alle mogelijke middelen de kerk te gronde te richten, om de mensen met spitsvondigheden te verleiden en om de samenleving in hun macht te krijgen. We zien nu hetzelfde gebeuren.
Wij zijn een vredelievend volk. Wij zijn volgelingen van de Christus die de Vredevorst was en is. Maar er zijn momenten dat we pal moeten staan voor gerechtigheid en fatsoenlijkheid, voor vrijheid en beschaving, net als Moroni zijn volk opriep om hun vrouwen, kinderen en de vrijheid te verdedigen. (Zie Alma 48:10.)
Tijdens een televisie-uitzending van Larry King werd mij onlangs gevraagd wat ik vind van de mensen die in de naam van hun godsdienst zulke schandelijke acties verrichten. Ik antwoordde: 'Godsdienst is geen schild tegen goddeloosheid, kwaad en dergelijke zaken. De God in wie ik geloof, moedigt dergelijke acties niet aan. Hij is een barmhartig God. Hij is een liefdevol God. Hij is een God van vrede en geruststelling, en ik kijk in tijden zoals deze naar Hem op als een bron van troost en kracht.'
De leden van de kerk in dit land en andere landen zijn nu met vele anderen betrokken bij een grote internationale onderneming. Op de televisie zien we militairen afscheid nemen van hun dierbaren. Ze weten niet of ze terugkomen. Onze leden worden erdoor getroffen. Als kerk moeten we gezamenlijk neerknielen en een beroep op de macht van de Almachtige doen ten behoeve van hen die de lasten van deze operatie op hun schouders dragen.
Niemand weet hoelang dit alles zal duren. Niemand weet precies waar de strijd zal worden gestreden. Niemand weet wat er allemaal zal gebeuren voordat het geheel achter de rug is. We zijn aan een onderneming begonnen waarvan we de omvang en de aard nu niet kunnen overzien.
Door gebeurtenissen zoals deze beseffen we dat het leven kwetsbaar is, dat de vrede kwetsbaar is en dat de beschaving zelf kwetsbaar is. Vooral de economie is kwetsbaar. We hebben steeds opnieuw advies gekregen over zelfredzaamheid, schulden en spaarzaamheid. Zoveel mensen hebben hoge schulden voor bezittingen die niet geheel noodzakelijk zijn. Als jongeman kreeg ik van mijn vader het advies om een bescheiden huis te bouwen, geschikt voor de behoeften van mijn gezin, het te verfraaien en aantrekkelijk, veilig en aangenaam te maken. Hij raadde me aan om de hypotheek zo snel mogelijk af te betalen zodat ik ongeacht de omstandigheden in ieder geval een dak boven het hoofd van mijn vrouw en kinderen zou hebben. In die leer ben ik opgevoed. Ik vraag u, als leden van de kerk, om zo mogelijk uw schulden af te betalen en wat geld te sparen voor onvoorziene omstandigheden.
We kunnen ons niet op alle eventualiteiten voorbereiden, maar wel op vele. Laten we er door de huidige omstandigheden aan herinnerd worden dat we dat moeten doen.
Laten we een voedselvoorraad voor noodgevallen aanleggen, zoals ons al zestig jaar lang is aangeraden. Maar laten we niet in paniek raken of overdrijven. Laten we in alle opzichten met inzicht te werk gaan. En laten we vooral, broeders en zusters, voorwaarts gaan met geloof in de levende God en zijn geliefde Zoon.
De beloften aangaande Amerika zijn groot. Er is ons onmiskenbaar verteld: 'Dit is een verkieslijk land, en welke natie het ook zal bezitten, zal vrij zijn van slavernij en van gevangenschap, en van alle andere natiën onder de hemel, indien zij slechts de God van het land wil dienen, die Jezus Christus is' (Ether 2:12). Dit is de essentie van de hele zaak gehoorzaamheid aan de geboden van God.
De grondwet die wij naleven en die niet alleen ons tot zegen is maar ook een voorbeeld is voor veel andere grondwetten, is de door God geïnspireerde nationale waarborg om vrijheid, gerechtigheid en gelijkheid onder de wet te garanderen.
Ik weet niet wat de toekomst ons zal brengen. Ik wil niet negatief klinken, maar ik wil u herinneren aan de waarschuwingen in de Schriften en de leringen van de profeten die ons voortdurend worden voorgehouden.
Ik kan de grote les van Farao's droom niet vergeten over de vette en magere koeien en de dikke en dunne aren.
Ik kan de onverbiddelijke waarschuwingen van de Heer in Matteüs 24 niet uit mijn hoofd zetten.
Net als u ken ik de hedendaagse openbaringen dat de tijd zal komen dat de aarde gereinigd zal worden en er onbeschrijfelijk leed zal zijn, met geween, rouw en geklaag. (Zie LV 112:24.)
Maar ik wil geen paniekzaaier zijn. Ik wil geen onheilsprofeet zijn. Ik ben optimistisch. Ik geloof niet dat dit de tijd is dat we door een allesverterende ramp overmand zullen worden. Ik bid oprecht dat dit niet het geval zal zijn. Er moet nog zoveel werk voor de Heer verricht worden. Dat moeten wij en onze kinderen na ons verrichten.
Ik kan u verzekeren dat wij die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van de kerk, spaarzaam en voorzichtig zullen zijn, zoals we in het verleden geprobeerd hebben. De tiende van de kerk is heilig. Het geld wordt besteed volgens de manier die de Heer heeft aangegeven. Wij zijn een zeer grote en ingewikkelde organisatie geworden. Wij hebben veel uitgebreide en dure programma's. Maar ik kan u verzekeren dat wij niet meer zullen uitgeven dan onze inkomsten. We zullen geen schulden maken. We zullen onze activiteiten aan de beschikbare middelen aanpassen.
Wat ben ik dankbaar voor de wet van tiende. Het is de financiële wet van de Heer, die in weinig woorden in afdeling 119 van de Leer en Verbonden staat beschreven. Die wet is ingegeven door zijn wijsheid. Iedere man en vrouw, iedere jongen en meisje, ieder kind in deze kerk die een eerlijke tiende betaalt, groot of klein, wil ik bedanken voor het geloof in hun hart. Ik wil jullie en iedereen die geen tiende betaalt, maar dat eigenlijk wel zouden moeten doen, eraan herinneren dat de Heer prachtige zegeningen heeft beloofd. (Zie Maleachi 3:1012.) Hij heeft ook beloofd: 'Want hij, die tienden heeft gegeven, zal niet worden verbrand bij zijn komst' (LV 64:23).
Ik wil ook mijn dank uitspreken voor de mensen die vastengaven betalen. Dit kost de gever niets anders dan twee maaltijden per maand. Het wordt de ruggengraat van ons welzijnsprogramma, ontworpen om de behoeftigen te helpen.
Wij weten allemaal dat oorlog, twist, haat en ernstig leed niet nieuw zijn. Het huidige conflict is slechts de zoveelste uitdrukking van het conflict dat tijdens de oorlog in de hemel is begonnen. Ik citeer uit het boek Openbaring:
'En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
'En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.
'En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde' (Openbaring 12:710).
Dat moet een verschrikkelijk conflict zijn geweest. De krachten van het kwaad tegen de krachten van het goede. De grote misleider, de zoon van de morgen, was verslagen en verbannen, en hij nam een derde deel van de hemelse heerscharen met zich mee.
Het boek Mozes en het boek Abraham werpen meer licht op deze strijd. Satan wilde de keuzevrijheid van de mens afnemen en zelf alle eer en glorie opstrijken. Daartegenover stond het plan van onze hemelse Vader, waarvan de Heiland zei dat Hij het wilde vervullen. Hij kwam op aarde om zijn leven te geven en de verzoening tot stand te brengen voor de zonden van de mensheid.
Vanaf de tijd van Kaïn tot op de dag van vandaag is de tegenstander het meesterbrein achter de verschrikkelijke conflicten die zoveel leed hebben gebracht.
Verraad en terrorisme zijn met hem begonnen. En daar zal hij mee doorgaan totdat de Zoon van God terugkeert om met vrede en rechtschapenheid onder de zoons en dochters van God te heersen en te regeren.
Door de eeuwen heen hebben zoveel mensen geleefd en zijn zoveel mensen gestorven. Misschien dat sommige mensen tijdens dit conflict zullen sneuvelen. Voor ons, en daar getuigen wij plechtig van, is de dood niet het einde. Het leven gaat verder, zo zeker als er leven hier op aarde is. Dankzij het grote plan, dat de oorzaak van de oorlog in de hemel was, zal de mens verder leven.
Job vroeg: 'Als een mens sterft, zou hij herleven?' (Job 14:14.) Toen zei hij: 'Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden.
'Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik [van]uit mijn vlees God aanschouwen, die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde' (Job 19:2527).
Broeders en zusters, wij moeten onze plicht doen, wat die plicht ook moge zijn. Er zal misschien een tijd geen vrede heersen. Misschien zullen er een aantal vrijheden beperkt worden. Misschien dat we er overlast van hebben. Het kan zijn dat we op de een of andere manier moeten lijden. Maar God, onze eeuwige Vader, zal over dit land waken en over de mensen in de wereld die naar Hem opkijken. Hij heeft gezegd: 'Welzalig het volk, welks God de Here is' (Psalmen 33:12). Onze veiligheid schuilt in bekering. Onze kracht komt voort uit gehoorzaamheid aan de geboden van God.
Laten we een gebed in ons hart hebben. Laten we om rechtschapenheid bidden. Laten we voor de machten van het goede bidden. Laten we de helpende hand uitsteken naar goede mensen, ongeacht hun godsdienst en ongeacht waar zij wonen. Laten we pal staan tegen het kwaad, in binnen- en buitenland. Laten wij de zegeningen van de hemel waardig zijn, en onze levenswijze zo nodig aanpassen, en op de Vader van ons allen vertrouwen. Hij heeft gezegd: 'Laat af en weet, dat Ik God ben' (Psalmen 46:11).
Is dit een gevaarlijke tijd? Jazeker. Maar we hoeven niet bang te zijn. We kunnen thuis en in ons hart gemoedsrust hebben. We kunnen allemaal een goede invloed in de wereld zijn.
Moge de almachtige God ons zegenen en ons helpen in de onzekere dagen die voor ons liggen. Mogen wij met onfeilbaar geloof naar Hem opkijken. Mogen wij op zijn geliefde Zoon vertrouwen, die onze grote Verlosser is, in leven of de dood, is mijn gebed in zijn heilige naam, ja, de naam van Jezus Christus. Amen.