The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 2001
'Het grote en eerste gebod'

'Het grote en eerste gebod'

Ouderling Robert F. Orton
van de Zeventig

'Al het andere wat we doen, zal gezien het doel van ons bestaan van weinig eeuwig belang zijn als we God en onze naaste niet liefhebben.'

Elder Robert F. Orton

De laatste vier weken is de aandacht van de hele wereld gevestigd op de weloverwogen, opzettelijke en vernietigende terreuracties.

Haat is de tegenpool van liefde. Lucifer is daarvan de belangrijkste voorstander en beoefenaar, en is dat al sinds zijn benadering van het heilsplan door de Vader werd verworpen. Hij gaf Judas in om Jezus aan de hogepriesters over te leveren voor dertig zilverstukken. Hij is de vijand van alle rechtschapenheid en de vader van het conflict, die rondgaat 'als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden' (1 Petrus 5:8).

Anderzijds was het Jezus, door Judas overgeleverd aan de hogepriesters, die zei: 'Hebt uw vijanden lief (. . .) en bid voor hen, die u geweld aandoen en u vervolgen.' (3 Nephi 12:44; zie ook Matteüs 5:44.) En Hij was het die pleitte voor de soldaten die Hem kruisigden: 'Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen' (Lucas 23:34).

Ik heb vele jaren gedacht dat liefde een eigenschap was. Maar het is meer. Het is een gebod. In zijn gesprek met de rechtsgeleerde, een farizeeër, zei Jezus: 'Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.' (Matteüs 22:36–40; zie ook Galaten 5:14.)

President Hinckley heeft gezegd: 'Liefde is als de poolster. Het is een constante in een veranderende wereld. Het is het wezen van het evangelie. (. . .) Zonder liefde (. . .) blijft er weinig over om ons het evangelie aan te bevelen als een manier van leven.' (Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 319, 317.) De apostel Johannes heeft gezegd: 'God is liefde' (1 Johannes 4:8). Daarom hangt aan Hem, de belichaming van liefde, de ganse wet en de profeten.

De apostel Paulus heeft gezegd dat geloof, het eerste evangeliebeginsel, werkt door liefde. (Zie Galaten 5:6). Wat een waardevolle leer! Liefde is de stuwende kracht achter het geloof. Zoals een huis in de winter verwarmd wordt door een haardvuur, zo krijgen we geloof door liefde voor God en onze naaste, waardoor alles mogelijk is.

De meesten van ons betuigen hun liefde voor God. Ik heb gemerkt dat liefde voor onze naaste het probleem is. De termnaasteomvat onze familie, collega's, mensen die we in de kerk tegenkomen en zelfs de vijand, hoewel we niet goedkeuren wat die doet. Als wij al die mensen, onze broeders en zusters, niet liefhebben, kunnen we dan oprecht zeggen dat we God liefhebben? De apostel Johannes heeft gezegd: 'Wie God liefheeft, moet ook zijn broeder liefhebben', en ook heeft hij gezegd: 'Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar' (1 Johannes 4:20–21.) Liefde voor God en onze naaste zijn dus onafscheidelijk met elkaar verbonden.

Onze eeuwige vooruitgang is afhankelijk van de mate waarin we liefhebben. Het woordenboek omschrijft liefde als '(. . .) onzelfzuchtige, loyale en oprechte zorg voor het welzijn van elkaar; genegenheid, gebaseerd op bewondering, oprechtheid of wederzijdse interesses.' (Longman Webster English College Dictionary, overseas edition.) En volgens Moroni zijn 'de reine liefde van Christus' en 'naastenliefde' hetzelfde (Moroni 7:47). Het beste tonen we onze liefde voor God door zijn geboden te onderhouden. En we kunnen onze liefde voor God en onze naaste tonen door menslievende daden.

Sta me toe u twee voorbeelden te geven. In de bergen van Roemenië heeft een man zich, met zijn vrouw en twee kinderen, in de kerk laten dopen. Hij werd leider van zijn gemeente; maar door financiële zorgen en spanningen in het gezin werd hij enige tijd inactief. Toen hij weer actief werd, vertelde hij dat er iemand, toen hij bij zijn doop uit het water kwam, in zijn oor had gefluisterd: 'Ik hou van je'. Dat had nog nooit iemand tegen hem gezegd. Door de herinnering aan die uiting van liefde, en de liefdevolle daden en uitingen van de leden van zijn gemeente, is hij teruggekomen.

Een aantal jaren geleden raakte een jongeman betrokken bij wereldse aangelegenheden. Zijn ouders hadden enige tijd geen invloed op hem. Twee hogepriesters, die buren en leden van zijn wijk waren, maar niet specifiek geroepen om zich met hem te bemoeien, sloegen met nog een oom en anderen hun armen om hem heen en sloten vriendschap met hem. Ze begeleidden hem zodat hij weer actief werd, en ze moedigden hem aan zich op een zending voor te bereiden. Ze zeiden dat ze van hem hielden en toonden dat door hun gedrag. Daardoor veranderde het leven van de jongeman. Er is een overvloed aan liefde nodig en bereidwillige samenwerking om een kind groot te brengen.

'Niemand kan bij dit werk behulpzaam zijn, tenzij hij ootmoedig en vol liefde is (. . .)' (LV 12:8). 'Dient elkander door de liefde' (Galaten 5:13). Hulpvaardigheid is een natuurlijk gevolg van liefde, en zo is liefde een natuurlijk gevolg van hulpvaardigheid. Mannen, help uw vrouw. Vrouwen, help uw man. Mannen en vrouwen, help uw kinderen. En tot allen zeggen we: dien God en uw naaste. Als we dat doen, zullen we gaan houden van degene die we dienen, en zo gehoorzamen we het eerste en belangrijke gebod om lief te hebben.

Na zijn opstanding in Jeruzalem, verscheen Jezus aan de Nephieten in Amerika. Toen Hij hun over de doop verteld had, waarschuwde Hij voor boosheid en twist: 'En er zal geen woordenstrijd onder u zijn. (. . .) Want voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Hij, die de geest van twisten heeft, is niet van Mij, maar is van de duivel, die de vader van twisten is, en hij hitst het hart der mensen op om in toorn met elkander te twisten' (3 Nephi 11:22, 29).

Broeders en zusters, als wij het gebod om lief te hebben, gehoorzamen, zal er geen woordenstrijd, twist of haat tussen of onder ons zijn. We spreken dan geen kwaad over elkaar, maar we behandelen elkaar vriendelijk en met respect, in het besef dat we allemaal kinderen van God zijn. Er zullen geen Nephieten. Lamanieten of andere '-ieten' onder ons zijn, en elke man, vrouw en elk kind zal correct met de ander omgaan.

Vroeg op een ochtend in Boekarest zag ik, toen ik in het Cismigiu-park liep te joggen, een oude boom die zijn best deed om nieuwe takken te vormen — om nieuw leven te geven. Het symbool van leven is geven. Wij geven zoveel aan ons gezin, onze vrienden en aan onze kerkgemeenschap, dat we soms, net als die oude boom, vinden dat het leven te moeilijk is — dat steeds maar geven een te zware last is. We kunnen denken dat het gemakkelijker is het op te geven en alleen maar te doen wat de natuurlijke mens doet. Maar we moeten en zullen niet opgeven. Waarom niet? Omdat we, net als Christus en die oude boom, moeten blijven geven. Laten wij, terwijl wij maar weinig geven, denken aan Hem die zijn leven heeft gegeven opdat wij mochten leven.

Jezus heeft tegen het einde van zijn leven op aarde opnieuw onderwezen in de leer van de liefde toen Hij zijn aanhangers leerde dat zij, net zoals Hij hen had liefgehad, elkaar moesten liefhebben. 'Hieraan zullen allen weten dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander' (Johannes 13:35).

Tot slot wil ik zeggen dat al het andere wat we doen, gezien het doel van ons bestaan van weinig eeuwig belang zal zijn als we God en onze naaste niet liefhebben.

Ik getuig van de goddelijke aard van Christus en dat het zijn zending is de onsterfelijkheid en het eeuwige leven tot stand te brengen. Ik bid dat wij kunnen liefhebben zoals Hij heeft liefgehad, en blijven liefhebben. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy