The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 2001
'Wees een voorbeeld'
Arrow icon acting as a button to Previous Page Previous      

'Wees een voorbeeld'

President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium

'Vul uw verstand met waarheid; vul uw hart met liefde; vul uw leven met dienstbetoon.'

President Thomas S. Monson

We zijn vanavond geïnspireerd door de bezielende boodschappen van het algemeen ZHV-presidium van de kerk. Hun smeekbede aan ons om standvastig en onwrikbaar te staan, is wijze raad waarmee we de beroering van onze tijd tegemoet kunnen treden en waarlijk bolwerken van bestendigheid zijn in een zee vol verandering.

Laten we eens kijken naar woorden van wijsheid die de apostel Paulus aan zijn dierbare Timoteüs geschreven heeft:

'Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn.'1

Vervolgens komt Paulus' aansporing en oproep aan Timoteüs, die evenzeer van toepassing is op ieder van ons: 'Wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid.'2

Ik wil u, zusters die hier in het Conferentiecentrum bijeen bent en in het publiek over de hele wereld, een drieledige formule geven die een onfeilbare gids is, waarmee u deze aansporing van de apostel Paulus kunt nakomen:

1. Vul uw verstand met waarheid;

2. Vul uw hart met liefde;

3. Vul uw leven met dienstbetoon.

Ten eerste,vul uw verstand met waarheid;we vinden geen waarheid als we ons met dwaling bezighouden. Waarheid wordt gevonden door het geopenbaarde woord van God te onderzoeken, te bestuderen en na te leven. Wij nemen dwaling aan als we omgaan met dwaling. Wij leren waarheid als we omgaan met waarheid.

De Heiland van de wereld heeft gezegd: 'Put woorden van wijsheid uit de beste boeken, zoekt wetenschap, ja, door studie alsmede door geloof.'3En daar heeft Hij aan toegevoegd: 'Onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin eeuwig leven te hebben, en deze zijn het, welke van Mij getuigen.'4

Hij nodigt ieder van ons uit: 'Leer van Mij, en luister naar mijn woorden; wandel in de ootmoed van mijn Geest, en in Mij zult gij vrede hebben.'5

Een zuster uit de pionierstijd die een goed voorbeeld was van het uitvoeren van de opdracht die we vanavond gehoord hebben, die haar verstand, hart en ziel met waarheid vulde, was Catherine Curtis Spencer. Haar man, Orson Spencer, was een attente, goed opgeleide man. Zij was opgevoed in Boston en was ontwikkeld en beschaafd. Ze had zes kinderen. Haar zwakke gezondheid leed onder de ontberingen na het vertrek uit Nauvoo. Ouderling Spencer schreef haar ouders en vroeg of zij bij hen mocht wonen tot hij een woning voor haar had geregeld in het westen. Hun antwoord luidde: 'Als ze haar waardeloze geloof afzweert, mag ze terugkomen — eerder niet.'

Zuster Spencer weigerde haar geloof af te zweren. Toen de brief van haar ouders haar was voorgelezen, vroeg ze haar man zijn bijbel te pakken en haar dit uit het boek Ruth voor te lezen: 'Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten, door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God is mijn God.'6

Buiten woedde de storm, de huif van de kar lekte en vriendinnen hielden melkpannen boven het hoofd van zuster Spencer om haar droog te houden. Onder die omstandigheden, en zonder enige klacht te uiten, sloot ze voor de laatste keer haar ogen.

Ook al zal er niet noodzakelijkerwijs van ons gevraagd worden om ons leven te geven, laten we wel bedenken dat Hij onze stille gebeden hoort. Hij die alle daden ziet die wij in stilte verrichten, zal ons openlijk belonen als dat nodig is.

Wij leven in roerige tijden. Vaak is de toekomst onbekend; daarom is het goed als wij ons voorbereiden op onzekerheden. Statistieken wijzen uit dat u ooit, vanwege de ziekte of het overlijden van uw man, of uit economische noodzaak, de rol van kostwinner op u zult moeten nemen. Ik spoor u aan om een opleiding te volgen en vaardigheden te leren waar vraag naar is, zodat u in een dergelijk noodgeval in staat bent om de kost te verdienen.

Uw talenten zullen toenemen als u studeert en leert. U zult uw kinderen beter kunnen helpen met hun huiswerk, en u zult gemoedsrust hebben door de wetenschap dat u zich hebt voorbereid op de noodgevallen die u in het leven kunt tegenkomen.

Om het tweede deel van onze formule — namelijk,vul uw hart met liefde— te illustreren, wend ik mij tot een prachtig verhaal in het boek Handelingen over een discipel uit Joppe, die Tabita heette, ook wel Dorkas genoemd. Zij wordt beschreven als een vrouw vol goede werken en aalmoezen.

'En het geschiedde in die dagen, dat zij ziek werd en stierf; en na haar gewassen te hebben, legde men haar in een bovenzaal.

'En daar [. . .] de discipelen hoorden, dat Petrus daar was, [zonden zij] twee mannen tot hem met het verzoek: Kom zonder dralen met ons.

'En Petrus stond op en ging met hen mede. Toen hij daar aangekomen was, bracht men hem naar de bovenzaal en al de weduwen kwamen bij hem staan, en lieten hem onder tranen al de lijfrokken en mantels zien, die [Tabita], toen zij nog bij hen was, gemaakt had.

'Maar Petrus zond hen allen naar buiten en knielde neder en bad. En hij wendde zich tot het lichaam en zeide: Tabita, sta op! En zij opende haar ogen en zag Petrus en ging overeind zitten, en hij gaf haar de hand en richtte haar op; toen riep hij de heiligen en de weduwen en stelde haar levend voor hen.

'En het werd bekend door geheel Joppe en velen kwamen tot geloof in de Here.'7

Wat mij betreft is de schriftuurlijke beschrijving van Tabita, waarin zij een vrouw wordt genoemd 'overvloedig in goede werken en aalmoezen', een definitie van enkele fundamentele taken van de ZHV; namelijk hulp aan de lijdenden, zorg voor de armen, en alles wat daarbij hoort. Vrouwen van de ZHV, u bent waarlijk reddende engelen. Dat komt op grote schaal naar voren door humanitaire hulp aan hen die lijden vanwege kou, honger of andere beproevingen, waar zij ook zijn. Uw werk is ook duidelijk te zien in onze wijken, ringen en zendingsgebieden. Elke bisschop in de kerk kan van die waarheid getuigen.

Ik herinner me dat ik als jonge diaken een deel van de wijk afging op de ochtend van de vastenzondag, dat ik elk gezin de kleine envelop gaf, wachtte tot er een bijdrage in gedaan was, en vervolgens terugging naar de bisschop. Op een keer begroette een bejaard lid, broeder Wright, die alleen woonde, me bij de deur en frommelde met zijn oude handen aan het touwtje waarmee de envelop was dichtgebonden, en deed er een klein geldbedrag in. Zijn ogen glommen toen hij zijn bijdrage gaf. Hij vroeg me te gaan zitten en vertelde me over een voorval, vele jaren geleden, dat hij geen voedsel meer in de kast had. In zijn honger had hij zijn hemelse Vader om voedsel gebeden. Niet lang daarna keek hij uit het raam van zijn zitkamer en zag iemand naar de deur komen die een rode kar trok. Het was zuster Balmforth, de ZHV-presidente, die de kar driekwart kilometer over het spoor naar zijn huis getrokken had. De kar puilde uit met voedsel dat de ZHV-zusters van de wijk verzameld hadden en waarmee zuster Balmforth de lege planken in broeder Wrights keuken vulde. Hij beschreef haar als 'een engel die door de hemel gezonden was'.

Zusters, u bent de belichaming van liefde. U bent het zonnetje in huis, u leidt uw kinderen in liefde; en terwijl uw man het hoofd van het gezin is, bent u beslist het hart van het gezin. Samen, door wederzijds respect en gedeelde taken, bent u een onoverwinnelijk team.

Ik vind het opmerkelijk dat als kinderen zorg en liefdevolle aandacht nodig hebben, ze zich wenden tot u — hun moeder. Zelfs de afgedwaalde zoon of nalatige dochter die de noodzaak inziet om terug te keren naar de omarming van het gezin, komt vrijwel altijd bij de moeder, die haar kind nooit heeft opgegeven.

De liefde van zijn moeder brengt het beste in een kind naar voren. U wordt het voorbeeld dat uw kinderen kunnen volgen.

Het eerste woord dat een kind leert en zegt, is over het algemeen het lieve 'mama'. Ik vind het opmerkelijk dat zowel op het slagveld als in tijden van vrede het laatste woord dat een zoon voor zijn dood spreekt, meestal 'moeder' is. Zusters, wat hebt u een edele rol. Ik getuig dat uw hart vol liefde is.

Van het derde onderdeel van onze formule — namelijk,vul uw leven met dienstbetoon— wil ik twee afzonderlijke voorbeelden noemen. Het ene van een lerares en de vérstrekkende invloed die zij heeft gehad op het leven van haar leerlingen, en het andere van een zendelingechtpaar door wier dienstbetoon het licht van het evangelie gebracht is aan hen die in geestelijke duisternis hadden geleefd.

Vele jaren geleden was er een jonge vrouw, Baur Dee Sheffield, die lesgaf aan de jongevrouwen. Ze had zelf geen kinderen, hoewel haar man en zij er erg naar verlangden. Zij uitte haar liefde door haar toewijding aan haar fijne jongevrouwen, die zij elke week lesgaf in eeuwige waarheden en levenslessen. Toen kwam er een ziekte, gevolgd door de dood. Ze was nog maar 27.

Elk jaar ondernamen haar jongevrouwen een pelgrimsreis van gebed naar het graf van hun lerares, waar ze telkens bloemen neerlegden en een kaartje met de tekst 'Voor Baur Dee, van je meisjes.' Aanvankelijk gingen er tien meisjes, toen vijf, toen twee, en uiteindelijk was er nog maar één, die nog steeds op Memorial Day naar het graf gaat en er een boeket neerlegt en een kaartje, zoals altijd met de tekst 'Voor Baur Dee, van je meisjes.'

Eens, bijna 25 jaar na de dood van Baur Dee, besefte het enige van 'haar meisjes' die het graf nog bezocht, dat ze afwezig zou zijn op Memorial Day, en ze besloot het graf van haar lerares enkele dagen eerder te bezoeken. Dus plukte ze bloemen, wikkelde er een lint om, deed er een kaartje bij, en deed net haar jas aan toen de deurbel ging. Ze deed open en werd begroet door een van haar huisbezoeksters, Colleen Fuller, die zei dat het haar niet gelukt was een afspraak te maken met haar huisbezoekcollega, waardoor ze besloten had om maar alleen en onaangekondigd op pad te gaan, in een poging om haar huisbezoek nog voor het eind van de maand af te maken. Toen Colleen werd uitgenodigd om binnen te komen, zag ze de jas en de bloemen en verontschuldigde zich omdat ze blijkbaar stoorde.

'O, geen probleem', was het antwoord. 'Ik ben net op weg naar de begraafplaats om bloemen te leggen op het graf van de vrouw die mij les heeft gegeven in de jongevrouwen, want ze had grote invloed op mij en de andere meisjes die ze lesgaf. Aanvankelijk gingen we elk jaar met zijn tienen naar het graf om haar onze liefde en dank te betuigen, maar nu vertegenwoordig ik de groep.'

Colleen vroeg: 'Was de naam van je lerares misschien Baur Dee?'

'Ja', was het antwoord. 'Hoe weet je dat?'

Met ontroering in haar stem zei Colleen: 'Baur Dee was mijn tante — de zuster van mijn moeder. Sinds haar dood heeft mijn familie elke Memorial Day op haar graf een boeket bloemen gevonden, en een kaartje, ondertekend door de meisjes van Baur Dee. Ze hebben altijd willen weten wie die meisjes waren, om ze te bedanken voor hun nagedachtenis aan Baur Dee. Nu kan ik het ze vertellen.'

De Amerikaanse schrijver Thornton Wilder heeft gezegd: 'Het grootste eerbetoon aan de doden is geen rouw, maar dankbaarheid.'

Het tweede voorbeeld van een leven dat gevuld is met dienstbetoon, waarmee ik zal besluiten, is de zendingsbelevenis van Juliusz en Dorothy Fussek, die een oproep hadden ontvangen om een zending van anderhalf jaar te vervullen in Polen. Broeder Fussek was in Polen geboren. Hij sprak de taal. Hij hield van het volk. Zuster Fussek was Engels en wist weinig af van Polen en niets van het Poolse volk.

Maar met vertrouwen in de Heer gingen zij op pad om hun taak te vervullen. De woonomstandigheden waren primitief, het werk was eenzaam en hun taak was gigantisch. Er was toen nog geen volledige zendingsorganisatie in Polen. De opdracht die het echtpaar Fussek had gekregen, was om de weg voor te bereiden zodat er een permanente zendingsorganisatie kon komen, dat er andere zendelingen geroepen konden worden, mensen onderricht konden ontvangen, gemeenten gesticht konden worden, en er kerken gebouwd konden worden.

Wanhoopten broeder en zuster Fussek wegens de enorme omvang van hun taak? Geen moment. Zij wisten dat hun roeping van God kwam, zij baden om zijn goddelijke hulp, en zij wijdden zich met heel hun hart aan hun werk. Ze bleven geen anderhalf, maar vijf jaar in Polen. Alle doelen werden bereikt. Dat gebeurde tijdens een bijeenkomst waarbij de ouderlingen Russell M. Nelson, Hans B. Ringger en ik, vergezeld van ouderling Fussek, spraken met minister Adam Wopatka van de Poolse regering, en wij hoorden hem zeggen: 'Uw kerk is hier welkom. U mag kerken bouwen, u mag zendelingen sturen. U bent welkom in Polen. Deze man,' en hij wees op Juliusz Fussek, 'heeft uw kerk goed gediend met zijn vrouw. U kunt dankbaar zijn voor hun voorbeeld en hun werk.'

Laten wij, net als de Fusseks, doen wat we moeten doen in het werk van de Heer. Dan kunnen we, samen met Juliusz en Dorothy Fussek, de psalm 'Mijn hulp is van de Here' zingen.8

Mijn geliefde zusters, u bent echt 'een voorbeeld voor de gelovigen'. Moge onze hemelse Vader ieder van u zegenen, of u nu gehuwd bent of er alleen voor staat, thuis, in uw gezin, in uw leven — opdat u de heerlijke begroeting van de Heiland van de wereld mag verdienen: 'Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf'.9Ik bid dat, met deze zegen, in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. 1 Timoteüs 4:1–2.
2. 1 Timoteüs 4:12.
3. LV 88:118.
4. Johannes 5:39.
5. LV 19:23.
6. Ruth 1:16.
7. Handelingen 9:36–42.
8. Psalmen 121:2.
9. Matteüs 25:21.

 
Arrow icon acting as a button to Previous Page Previous      
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy