The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 2001
Onze vurigste hoop is in de verzoening

Onze vurigste hoop is in de verzoening

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

'Ons heil hangt af van ons geloof in de verzoening en de aanvaarding ervan. Die aanvaarding vereist een constante inspanning om haar beter te begrijpen.'

President James E. Faust

Beminde broeders, zusters en vrienden, op deze ochtend sta ik deemoedig voor u, omdat ik wil spreken over de belangrijkste gebeurtenis in de hele geschiedenis. Die uitzonderlijke gebeurtenis was de onvergelijkelijke verzoening van onze Heer en Heiland, Jezus de Christus. Het was het belangrijkste dat ooit heeft plaatsgehad, en toch is het heel moeilijk te begrijpen. De reden waarom ik alles over de verzoening wil weten, is voor een deel zelfzuchtig: ons heil hangt af van ons geloof in de verzoening en de aanvaarding ervan.1Die aanvaarding vereist een constante inspanning om haar beter te begrijpen. Door de verzoening maken we vooruitgang in het sterfelijk leven doordat we de mogelijkheid krijgen volmaakt te worden.2We hebben allemaal gezondigd en we moeten ons bekeren omonsdeel van de schuld te betalen. Als we ons oprecht bekeren, wordt derestvan die schuld betaald door de schitterende verzoening van de Heiland.3

Paulus heeft eenvoudig uitgelegd hoe noodzakelijk de verzoening is. 'Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.'4Eer de wereld was, is Jezus Christus aangesteld en geordend tot onze Verlosser. Doordat Hij de Zoon van God is, door zijn zondeloos leven, het vergieten van zijn bloed in de hof van Getsemane, zijn verschrikkelijke dood aan het kruis en daarna zijn herrijzenis uit het graf, is Hij de oorzaak van ons heil geworden en heeft Hij de volmaakte verzoening voor de hele mensheid bewerkstelligd.5

Door zoveel mogelijk van de verzoening en de herrijzenis van Christus te begrijpen, komen we meer te weten over Hem en zijn zending.6Naarmate we meer inzicht krijgen in zijn zoenoffer, komen we nader tot Hem. De verzoening houdt in dat we één worden met Hem. De aard van de verzoening en de gevolgen ervan zijn zo oneindig, zo onpeilbaar en zo diepgaand dat het de kennis en het bevattingsvermogen van de sterfelijke mens te boven gaat. Ik ben diep dankbaar voor het beginsel van verlossende genade. Veel mensen denken dat ze alleen maar hoeven te belijden dat Jezus de Christus is en dat ze dan alleen door genade verlost worden. We kunnen niet door genade alleen verlost worden, want we 'weten, dat wijnaalles, wat wij kunnen doen, slechts door genade zalig worden.'7

Een paar jaar geleden heeft president Gordon B. Hinckley een soort gelijkenis verteld over 'een schooltje in de bergen van Virginia waar de jongens zo baldadig waren dat geen leraar ze in het gareel kreeg.

'Op een goede dag solliciteerde er een jonge leerkracht. Ze vertelden hem dat elke leerkracht een vreselijk pak rammel had gekregen, maar de leerkracht nam het risico. De eerste schooldag vroeg de leerkracht of de jongens hun eigen regels wilden maken, met de straf voor overtreding van de regels. De klas kwam met tien regels die op het bord werden geschreven. Toen vroeg de leerkracht: "Wat doen we met iemand die de regels overtreedt?"

'"Tien stokslagen op de rug, zonder jas aan", was het antwoord.

'Een dag of wat later werd de lunch van "Bolle Tom" gestolen. "De dief werd opgespoord — een klein, hongerig joch van een jaar of tien."

'Toen kleine Jim zijn straf kwam halen, smeekte hij of hij zijn jas mocht aanhouden. "Uit die jas", zei de leerkracht. "Je was erbij toen de regels werden opgesteld!"

'De jongen deed zijn jas uit. Hij had geen overhemd aan en ze zagen een knokig, verzwakt lijfje. Toen de leerkracht, met de stok in de hand, aarzelde, sprong Bolle Tom op en stelde zich beschikbaar om de straf van de jongen te ondergaan.

'"Goed dan, er is een wet die toestaat dat iemand de plaats van een ander inneemt. Zijn jullie het ermee eens?" vroeg de leerkracht.

'Na vijf slagen op Toms rug brak de stok. De klas snikte. Kleine Jim was op zijn tenen gaan staan en had beide armen om de nek van Tom heengeslagen. "Tom, het spijt me dat ik je boterhammen heb gestolen, maar ik had zo'n honger. Tom, ik zal tot aan mijn dood van je blijven houden omdat jij de klappen voor me hebt opgevangen. Ja, ik zal altijd van je houden!"'8

Toen haalde president Hinckley Jesaja aan: 'Nochtans, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, en onze smarten gedragen; (. . .) Om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons vrede aanbrengt, was op Hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.'9

Niemand weet hoe zwaar het was wat onze Heiland heeft doorstaan, maar door de macht van de Heilige Geest kunnen we iets begrijpen van de hemelse gave die Hij ons heeft geschonken.10In de woorden van onze avondmaalslofzang:

Wij weten niet, beseffen niet
de smart die Hij doorstond,
maar wij geloven: 't was voor ons
dat Hij daar werd gewond.
11
 

Voor ons heeft Hij zoveel pijn , 'onbeschrijflijk lijden' en 'overstelpende kwellingen' doorstaan.12Zijn intense lijden in de hof van Getsemane, waar Hij alle zonden van alle andere stervelingen op zich nam, deed Hem 'van pijn (. . .) sidderen en uit iedere porie bloeden, en zowel lichamelijk als geestelijk (. . .) lijden.'13'En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger'14en zei: 'Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die drinke, uw wil geschiede!'15Hij werd verraden door Judas Iskariot en verloochend door Petrus. Hij werd bespot door de hogepriesters en hun functionarissen; in het gerechtsgebouw werd Hij ontkleed, geslagen, bespuwd en gegeseld.16

Hij werd naar Golgota geleid, waar nagels in zijn handen en voeten werden gedreven. Urenlang hing Hij in doodsstrijd aan een houten kruis waarop door Pilatus was geschreven: 'JEZUS DE NAZOREEËR, DE KONING DER JODEN.'17De avond viel en 'omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?'18Niemand kon Hem helpen; Hij trad de wijnpers alleen.19Toen riep Jezus 'wederom met luider stem en gaf de geest.'20En 'een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.'21'De aarde beefde', en 'de hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk, dit was een Zoon Gods.'22Met de woorden van de lofzang: 'Laat ons niet vergeten, Heiland, dat Gij voor ons leed en stierft.'23Ik vraag me af hoeveel druppels bloed er voor mij zijn vergoten.

Wat Hij deed, kon alleen een God. Als de eniggeboren Zoon van de Vader in het vlees, erfde Jezus goddelijke eigenschappen. Hij was de enige die ooit geboren werd die deze uiterst belangrijke en bovenaardse daad kon stellen. Als de enige zondeloze Mens die ooit op aarde heeft geleefd, was Hij niet onderhevig aan de geestelijke dood. Door zijn goddelijke aard bezat Hij ook macht over de lichamelijke dood. Zo heeft Hij voor ons gedaan wat we zelf niet kunnen. Hij verbrak de koude greep van de dood. Hij heeft voor ons ook de grootste en vredige vertroosting van de gave van de Heilige Geest mogelijk gemaakt.24

De verzoening en de opstanding maken veel mogelijk. De verzoening reinigt ons van de zonde, op voorwaarde van onze bekering. Bekering is de voorwaarde waarop genade wordt verleend.25Na alles wat we kunnen doen om de laatste penning te betalen en onze fouten goed te maken, wordt de genade van de Heiland in ons leven van kracht door de verzoening die ons reinigt en ons kan vervolmaken.26Christus' herrijzenis heeft de dood overwonnen en schonk ons de zekerheid van leven na de dood. Hij heeft gezegd: 'Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.'27De opstanding is onvoorwaardelijk en van toepassing op iedereen die ooit geleefd heeft of zal leven.28Het is een gratis geschenk. President John Taylor heeft dat duidelijk beschreven toen hij zei: 'De graven zullen worden geopend en de doden zullen de stem van de Zoon van God horen, en zij zullen voortkomen, wie het goede hebben gedaan in de opstanding van de rechtvaardigen, en wie het kwade hebben gedaan in de opstanding van de onrechtvaardigen.'29

In verband met onze daden in dit leven en de verzoening heeft president J. Reuben Clark jr. ons deelgenoot gemaakt van het volgende waardevolle inzicht:

'Ik denk dat [de Heiland] de laagste straf zal geven die de wet voor onze overtreding eist. Ik geloof dat Hij in zijn gerechtigheid alle oneindige liefde, zegen, barmhartigheid en vriendelijkheid die Hij heeft, zal inzetten. (. . .)

En anderzijds, denk ik dat Hij, als onze beloning voor goed gedrag aan de orde is, ons het maximale zal geven, de zonde die we hebben begaan in overweging genomen.'30

Als we naar de Heer terugkeren, zal Hij zoals Jesaja schreef, veelvuldig vergeven.31

Ons is geboden om de belangrijke gebeurtenissen van de bemiddeling, de kruisiging en de verzoening te gedenken door wekelijks het avondmaal te gebruiken. In de geest van de avondmaalsgebeden nemen we van het brood en het water ter gedachtenis aan het lichaam en het bloed dat voor ons geofferd is, en we behoren Hem te gedenken en zijn geboden te onderhouden opdat wij altijd zijn Geest bij ons zullen hebben.

Onze Verlosser heeft alle zonden, pijnen, gebreken en ziekten op zich genomen van iedereen die ooit geleefd heeft en zal leven.32Niemand heeft ook maar enigermate geleden als Hij. Hij kent onze beproevingen uit eigen ervaring. Ik vergelijk het een beetje met ons, als we zouden proberen de Mount Everest te beklimmen en niet verder kwamen dan de eerste meters. Maar Hij heeft alle 8.640 meter naar de top van de berg geklommen. Hij heeft meer geleden dan enige andere sterveling zou kunnen.

De verzoening komt niet alleen de zondaar ten goede, maar ook degenen tegen wie gezondigd is — de slachtoffers. Door te vergeven wie 'tegen u zondigt' (BJS, Matt. 6:13), brengt de verzoening een mate van vrede en troost teweeg bij wie onschuldig slachtoffer zijn geworden van de zonden van anderen. De belangrijkste bron voor genezing van de ziel is de verzoening van Jezus Christus. Dat is waar, of het nu gaat om de pijn van een persoonlijke tragedie of van zo'n vreselijke, nationale ramp als we kortgeleden in New York, Washington D.C., en bij Pittsburgh hebben meegemaakt.

Een zuster die een pijnlijke scheiding heeft doorgemaakt, schreef hoe ze kracht ontleende aan de verzoening. Ze schreef: 'Onze scheiding (. . .) ontsloeg me niet van de plicht om te vergeven. Ik wilde het echt, maar het was of me iets werd geboden waartoe ik eenvoudig niet in staat was.' Haar bisschop gaf haar een doeltreffend advies: 'Houd in uw hart een plaats vrij voor vergeving, en als ze komt, sta er dan voor open.' Vele maanden gingen voorbij, waarin ze worstelde om te kunnen vergeven. Ze vertelde: 'Tijdens die lange momenten van gebed (. . .) was ik aangesloten op een levengevende bron van troost van mijn hemelse Vader. Ik voelde dat Hij niet teleurgesteld naar me keek omdat ik nog niet kon vergeven; Hij treurde eerder met mij samen toen ik huilde. (. . .)'

'Wat er uiteindelijk in mijn hart gebeurde, is voor mij een verbazingwekkend en wonderbaarlijk bewijs van de verzoening van Christus. Ik had de verzoening altijd gezien als een middel om bekering van de zondaar effectief te maken. Ik had me niet gerealiseerd dat het degene tegen wie gezondigd is, mogelijk maakt om in zijn of haar hart de zoete vrede van vergeving te ontvangen.'33

Wie gekwetst zijn, behoren al het mogelijke te doen om hun beproevingen te verwerken, en de Heiland zal 'zijn volk hulp (. . .) verlenen volgens hun krankheden.'34Hij zal onze lasten helpen dragen. Sommige wonden zijn zo pijnlijk en diep dat ze niet kunnen genezen zonder de hulp van een hogere macht en de hoop op volmaakte gerechtigheid en herstelling in het volgende leven. Omdat de Heiland alles heeft geleden wat wij ooit kunnen voelen of meemaken,35kan Hij de zwakken helpen sterker te worden. Hij heeft het allemaal zelf meegemaakt. Hij begrijpt onze pijn en zal zelfs in onze donkerste uren bij ons zijn.

Wij verlangen naar de grootste zegeningen van de verzoening — eenwording met Hem, in zijn goddelijke tegenwoordigheid zijn, persoonlijk bij onze naam worden genoemd als Hij ons liefderijk welkom heet met een stralende glimlach, ons met open armen opwacht om ons te hullen in zijn grenzeloze liefde.36Wat zal dat een heerlijke, prachtige ervaring zijn als we ons waardig genoeg voelen om in zijn tegenwoordigheid te zijn! De kosteloze gave van zijn grote zoenoffer voor ieder van ons is de enige manier waarop we voldoende verhoogd kunnen worden om vóór Hem te staan en Hem van aangezicht tot aangezicht te aanschouwen. De overstelpende boodschap van de verzoening is de volmaakte liefde die de Heiland heeft voor ieder van ons. Het is een liefde vol erbarmen, geduld, genade, billijkheid, lankmoedigheid, en vooral vergeving.

De slechte invloed van Satan kan alle hoop die we hebben om onze fouten te overwinnen, vernietigen. Hij wil dat we denken dat we verloren zijn, en dat er geen hoop is. Daar tegenover reikt Jezus ons de hand om ons op te beuren. Door onze bekering en de gave van de verzoening kunnen we ons voorbereiden totdat we het waardig zijn vóór Hem te staan. Dat getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.NOTEN

1. Mosiah 4:6–7.
2. Moroni 10:32.
3. 2 Nephi 25:23.
4. 1 Korintiërs 15:22.
5. Zie Bible Dictionary, 'Atonement', blz. 617.
6. Jakob 4:12.
7. 2 Nephi 25:23; cursivering toegevoegd.
8. 'Pres. Hinckley: Christmas a Result of Redeeming Christ',Church News, 10 december 1994, blz. 4.
9. Jesaja 53:4–5.
10. 1 Korintiërs 12:3.
11. 'Er is een heuvel ver van hier', lofzang 130.
12. John Taylor,The Mediation and Atonement[1892], blz. 150.
13. LV 19:18.
14. Lucas 22:44.
15. Matteüs 26:42.
16. Matteüs 26:47–75, 27:28–31.
17. Johannes 19:19.
18. Matteüs 27:46.
19. Zie LV 133:50.
20. Matteüs 27:50.
21. Johannes 19:34.
22. Matteüs 27:51, 54.
23. 'Bij 't gebed voor 't brood en 't water', lofzang 115.
24. Johannes 15:26.
25. Alma 42:22–25.
26. 2 Nephi 25:23; Alma 34:15–16, 42:22–24; Moroni 10:32–33.
27. Johannes 11:25.
28. Handelingen 24:15.
29. John Taylor,The Gospel Kingdom, blz. 118. Zie ook Johannes 5:28–29.
30. 'As Ye Sow (. . .)',Brigham Young University Speeches of the Year, 3 mei 1955, blz. 7.
31. Jesaja 55:7.
32. Alma 7:11–12.
33. Naam bij de redactie bekend, 'My Journey to Forgiving',Ensign, februari 1997, blz. 42–43.
34. Alma 7:12.
35. Alma 7:11.
36. Alma 26:15; Mormon 5:11; 6:17; Mozes 7:63.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy