Ouderling David B. Haight
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Wat wij nodig hebben, is het geloof van Brigham Young en het geloof van Gordon B. Hinckley en het geloof van de mensen die onze profeten en leiders zijn.'
Ik hoop dat u, evenals ik, een warm gevoel in uw hart had toen ik mijn hand opstak om steun te verlenen aan president Hinckley als president van de kerk, en als profeet, ziener en openbaarder, en van de andere functionarissen die u zijn voorgesteld. Wat een geweldige gelegenheid voor ons allen om onze huidige profeet op aarde te kunnen steunen maar niet alleen door uw hand eventjes op te steken, maar door in uw hart en ziel te voelen dat u hem niet alleen steunt maar dat u onderschrijft wat hij heeft gedaan en wat hij voor ons heeft gedaan als onze vertegenwoordiger naar de wereld toe. We zijn dankbaar voor de fantastische, geïnspireerde manier waarop hij met de wereld heeft gecommuniceerd en haar heeft toegesproken, met name de afgelopen dagen en weken.
Een paar jaar geleden was Arturo Toscanini dirigent van het New York Philharmonic Orchestra in New York en hij verzorgde als zodanig iedere zaterdag een radio-uitzending. Op zekere dag ontving hij per post een verfrommeld gelig briefje waarin stond:
'Geachte meneer Toscanini, ik ben een eenzame schaapherder in de bergen van Wyoming. Ik heb twee kostbare bezittingen: een oude viool en een radio die op batterijen loopt. De batterijen beginnen leeg te raken en mijn viool is zo ontstemd dat ik er niet meer op kan spelen. Zou u aanstaande zaterdag in uw radioprogramma alstublieft een A willen laten horen?'
De volgende week maakte Arturo Toscanini tijdens de uitzending bekend: 'Voor een splinternieuwe vriend in de bergen van Wyoming zal het gehele New York Philharmonic Orchestra nu unisono een zuivere A laten horen.' En ze speelden een zuivere A. Vervolgens kon die eenvoudige, eenzame man zijn A-snaar stemmen, en daarop ook zijn E-snaar en D-snaar en G-snaar afstemmen.
Is het geen interessante gedachte voor de vele mensen die mij op dit ogenblik horen wier viool ofwel leven misschien een beetje ontstemd is dat we naar een algemene conferentie van de kerk kunnen komen en de fijne boodschappen kunnen beluisteren die worden gebracht?
Wij die in de gelegenheid zijn om hier te spreken, bidden met kracht dat we de energie en sterkte en vitaliteit mogen hebben, zoals ik nu, terwijl ik in de nazomer van mijn leven ben, om te getuigen van de waarheid van dit werk want ik ben daar een getuige van.
Ik verkeer in de omstandigheid evenals velen onder u, en zoals vele anderen zouden wensen dat ik in een mormoons gezin ben opgegroeid en een product van de kerk ben. Ik had de kans om erop uit te gaan, in de wereld te verkeren en met mensen in allerlei posities om te gaan, of dat nu de overheid was of het bedrijfsleven of wat dan ook, maar in ieder geval contact te hebben met mensen en hun te vertellen van de gevoelens in mijn hart.
President Hinckley heeft vaak in onze bijeenkomsten gezegd, en ik denk dat het en public was, dat er in zijn kantoor achter zijn stoel een plaat van Brigham Young hangt. En soms als president Hinckley een drukke dag achter de rug heeft en een zware dag met heel veel moeilijke beslissingen, draait hij zich om in zijn stoel en kijkt naar de plaat van Brigham achter hem, en stelt hem dan hardop of in gedachten de vraag: 'Broeder Brigham, wat zou u doen?' of 'Welk advies zou u me geven?'
Denk eens aan wat er de laatste paar jaar allemaal gebeurd is. U bent allemaal goed op de hoogte van de inspiratie en leiding die president Hinckley ontvangen heeft bij de groei van de kerk de bouw van tempels, de restauratie van het vroegere Hotel Utah tot een prachtig gebouw dat nu naar de profeet het Joseph Smith Memorial Building heet, en dit opmerkelijke bouwwerk, het Conferentiecentrum, waarin we ons vandaag bevinden zo'n gebouw is waarschijnlijk nergens ter wereld te vinden. En voor ons die nu een aantal jaren nauw met president Hinckley hebben samengewerkt en naar hem hebben geluisterd, was dat een geweldige ervaring en zegen, daar wij de geïnspireerde uitbreiding die gaande is, konden waarnemen en voelen en meemaken.
Als we eens naar Brigham Young kijken en nadenken over de inspiratie en leiding die deze bijzondere man ontving, herinneren we ons hoe hij in staat was om de tragische leegte als gevolg van de dood van de profeet Joseph Smith te vullen, hoe hij naar voren trad en door inspiratie en openbaring de eindperiode van het verblijf in Nauvoo en de planning van de reis naar het westen leidde en stuurde. We herinneren ons het ononderbroken werk aan de tempel te Nauvoo in die tijd en de organisatie daarvan zodat het voort kon gaan. En dan de grote groepen huifkarren die naar het westen trokken en tenslotte in Salt Lake City aankwamen. Dat zou het Zion worden waar zij konden aanbidden en onderwijzen en prediken en kerken bouwen, en alles konden doen wat nodig was, zodat deze beschaving en cultuur die we hebben, zouden kunnen uitdijen en groeien.
Denk u eens in hoe geïnspireerd de profeet Brigham Young was toen hij de mensen niet alleen de grote stad Salt Lake City liet bouwen, maar ze ook uitzond om al die andere plaatsen te vestigen. Het was geniaal dat hij de mensen erop uit stuurde en de verder weg gelegen valleien en gebieden liet bekijken, zodat de pioniers die deze vallei binnenstroomden daarheen konden gaan en zich vestigen, huizen en steden en nederzettingen bouwen, en hun persoonlijkheid, karakter en talenten ontwikkelen. Dus in plaats van één grote stad werden er onder zijn leiding zo'n 360 plaatsjes in Wyoming, Nevada, Arizona, zuidelijk Idaho en Utah opgebouwd.
Als de mensen erop uit gingen en die kleine plaatsjes vestigden, ontwikkelden ze hun talenten en capaciteiten door in het schoolbestuur of de dorpsraad te werken of leiding te geven in de nederzetting. Ze werden de burgers van dat gebied en begonnen scholen te bouwen en de gemeenschap uit te breiden. We zien wat er gebeurd is in die gebieden waarvan Brigham Young een visie had en ze op gang bracht. Stel u voor hoe dat zich ontwikkeld heeft bijvoorbeeld een plaatsje als Las Vegas (Nevada), zodat mensen via die plaats naar San Bernardino (Californië) konden reizen. Men kwam per boot in San Pedro (Californië) aan, ging naar San Bernardino voor de nodige uitrusting en voorraden om naar deze vallei te komen, en reisde vervolgens door naar de randgemeenschappen tot in het zuidelijke Sanpete County of het noordelijke Idaho, of ergens anders.
Ik ben een product van die onderneming. Toen de familie van mijn moeder hier in Salt Lake City aankwam, werden ze naar Tooele gestuurd om zich daar te vestigen. Later werden ze naar Idaho gezonden omdat daar een zaagmolen en een graanmolen gebouwd moesten worden. De familie van mijn vader maakte deel uit van deze kolonisering in Farmington (Utah) een kolonisering waardoor mensen sterker werden en allerlei kansen kregen. In plaats van in de menigte van een grote stad op te gaan, werd hun gevraagd naar een kleiner plaatsje te verhuizen waar ze hun capaciteiten konden ontwikkelen, waar meer scholen zouden zijn en de behoefte aan leerkrachten, en waar mensen met talent hun mogelijkheden zouden ontplooien. Uiteindelijk werd mijn familie gevraagd Farmington en Tooele te verlaten, hun mooie akkers te verkopen en naar zuidelijk Idaho te gaan. Daar was in die tijd niets anders te vinden dan alsem.
In zo'n kleine nederzetting werden mijn moeder en vader verliefd op elkaar. Tegen de tijd dat ze twintig jaar waren en wilden trouwen, waar gingen ze trouwen? In de tempel in Logan (Utah). Hoe gingen ze daarheen? Met paard en wagen. Hoe lang duurde dat? Nou, vijf à zes dagen. Autowegen of mooie paden? Natuurlijk niet. Ze reisden over paden die bestonden uit karrensporen over en door de alsem en over rotsen. Waar gingen ze trouwen? Waar werden ze verzegeld? Er was maar één plaats mogelijk in de tempel. Ze gingen met paard en wagen.
Dat werd een deel van mijn erfgoed. Men groeide dus op in zulke kleine plaatsjes. Vervolgens besloot de kerk academies te openen en er werden er ongeveer dertig in die afgelegen gebieden gestart. Ook bij ons in het dorp kwam zo'n school, en daardoor kwamen veel mensen uit aangrenzende gebieden in die plaats wonen om een hogere opleiding te krijgen. Die hogere opleiding was natuurlijk slechts een middelbare school, maar het werd een academie genoemd.
Ik spreek dus over de inspiratie die de profeet Brigham Young ontving toen men zich hier vestigde, bij de opbloei van dit berggebied rond Salt Lake City. Kijk eens wat we nu zijn en hoe we zijn gegroeid. Denk aan de zegen die we genieten in de vorm van president Hinckley als onze profeet, ziener, openbaarder en leider. En laten we een visie ontwikkelen van wat er gebeurt en wat er nog zal gebeuren als we maar genoeg geloof hebben om voort te zetten waaraan men hier begonnen is. Besef wat er nog staat te gebeuren en wat er nu wordt gedaan.
President Hinckley bespreekt vaak met ons dat hij graag meer geloof onder ons volk zou zien groeien. Dat geloof een resultaat is van het naleven van de beginselen van het evangelie, leven zoals we moeten en onze kinderen opvoeden zoals dat behoort. En dan te zien hoe zij groeien en hun karakter en persoonlijkheid zodanig ontwikkelen dat ze een toonbeeld worden van waar we in geloven en wat we hopen te doen en te bereiken.
U herinnert zich allemaal de man die een maanzieke zoon had. Hij ging naar de Heiland toe en vroeg de Heiland of Hij die kwade geest uit zijn zoon wilde drijven. En de man zei tegen de Heiland: 'Ik heb het aan uw discipelen gevraagd, maar zij konden het niet.' De Heiland zegende de jongen. De kwade geest verliet hem onmiddellijk en de discipelen van de Heiland kwamen naar Hem toe en zeiden: 'Waarom konden wij dat niet? Waarom waren we er niet toe in staat?' (Zie Matteüs 17:1421.) De Heiland zei ook: 'Gij (. . .), kleingelovigen' (Matteüs 16:8).
Als u maar het geloof had van zo'n klein ik probeer me de naam van de boom te herinneren. [President Hinckley zegt: 'Mosterd.'] Mosterd! Dank u, president. (Ik houd de president dichtbij me in de buurt om me te helpen.) Als u maar het geloof van een mosterdzaadje had. Velen van u hebben misschien nooit een mosterdzaadje gezien. Een paar jaar geleden zaten we in Jeruzalem in een auto en de chauffeur zei: 'O, daar staat een mosterdboom.' En ik zei: 'Laten we er even naar kijken.' We stapten dus uit om die mosterdboom te bekijken. Er hing een peultje aan en ik kon het openmaken. Het leek op de peultjes van een johannesbroodboom. Ik zag de piepkleine zaadjes, niet veel groter dan een peperkorrel.
Probeer de gelijkenis van de Heiland goed te begrijpen. Als u slechts zo weinig geloof had als dat piepkleine mosterdzaadje ik had er een in mijn hand en kon hem nauwelijks zien als u zo'n beetje geloof had, kon u tegen de berg zeggen: 'Verplaats u van hier daarheen', en hij zou verplaatst worden als u zoveel geloof had. (Zie Matteüs 17:20.) 'O, gij kleingelovigen.'
Dus het geloof dat wij nodig hebben, is het geloof van Brigham Young en het geloof van Gordon B. Hinckley en het geloof van de mensen die onze profeten en leiders zijn.
God leeft. Ik weet dat Hij echt bestaat en ik weet dat Hij van ons houdt. Ik weet dat. En ik weet dat Jezus de Christus is, de zoon van God. ik heb die invloed gevoeld. Ik ben er getuige van. Ik weet dat Joseph Smith een profeet is en dat alle historische verslagen van wat hij als werktuig in de herstelling heeft gedaan, waar zijn, en dat de profeten door de jaren heen, inclusief president Hinckley, door God geroepen zijn. Het werk is waar. Ik geef u mijn liefde en mijn getuigenis dat in mijn hart brandt. Elke dag van mijn leven hoop ik iemand te vertellen en iemand te helpen begrijpen dat dit werk waar is. In de naam van Jezus Christus. Amen.