Ouderling Adhemar Damiani
van de Zeventig
We kunnen niet tegelijkertijd God en de wereld dienen.
Toen het leven van Jozua ten einde liep, verzamelde hij de stammen van Israël en sprak hij opnieuw over de genade en de zegeningen die zij van God ontvangen hadden.
Wegens hun manier van leven moedigde Jozua hen aan:
'Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de Here.
'Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult ( . . . ) Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!'1
In onze tijd worden we op dezelfde manier door apostelen en profeten aangemoedigd. We moeten de Heer vrezen, de Heer dienen, wereldse goden afzweren en kiezen wie we zullen dienen.
De Heer vrezen betekent dat we eerbiedig zijn, Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden.
We laten zien dat we de Heer dienen door de manier waarop we zijn geboden onderhouden, door het werk dat we verrichten om zijn koninkrijk op aarde op te bouwen en door de manier waarop we met onze naasten omgaan.
Wereldse goden afzweren betekent dat we onreine gedachten uit onze gedachten bannen, alle haatdragende en wraakzuchtige gevoelens afleggen en ons leven volledig zuiveren van alles wat de Heilige Geest ervan weerhoudt om altijd bij ons te zijn.
Voor sommige mensen is het afzweren van wereldse goden het opgeven van een slechte gewoonte. Voor anderen is het misschien het bekeren van een ernstige zonde. Voor andere mensen is het misschien het vergeten van droevige gebeurtenissen in hun leven. Ongeacht de omstandigheden hebben wij allemaal de macht om ons leven te veranderen; de macht om de slechte gevoelens in ons hart te verwijderen. De Heer Jezus Christus zal ons de kracht geven en ons helpen. En Hij verwacht van ons alleen maar dat wij in Hem geloven, zijn voorbeeld volgen en zijn geboden onderhouden.
Als we God liefhebben, de Heer oprecht dienen en wereldse zaken opgeven, worden we ware volgelingen van Christus.
Soms stellen we onszelf in het leven bepaalde vragen, net als de Israëlieten. Was het de moeite waard om de Heer te dienen? Jezus heeft gezegd:
'Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot.'2
Het dienen van de Heer is op zichzelf geen ontsnapping aan de harde realiteit van het leven.
Zoals in de Bijbel staat: 'Alles is gelijk voor allen, eenzelfde lot treft de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine, alsook de onreine; ( . . . )'3
De regen, de stromen en de winden tasten niet alleen het huis aan dat op het zand is gebouwd, maar ook het huis dat op de rots is gebouwd.
Zowel de persoon die de Heer dient als de persoon die Hem verwerpt leven in dezelfde wereld, die door dezelfde natuurwetten wordt bestuurd.
Zowel de heiligen als de zondaars krijgen veel beproevingen te verduren. Ziekte, dood, rampen, ongelukken enzovoorts. De slechten en de oneerlijken zijn net zo voorspoedig als de rechtvaardigen, soms zelfs veel meer.
Maar voorspoed of armoede zijn geen indicatie of iemand een christelijk leven leidt.
Lichamelijk lijden is geen bewijs van goddeloosheid of van straf voor begane zonden.
Wat zijn dan de beloningen voor het dienen van de Heer?
Het evangelie van Jezus Christus belooft geen vrijheid van beproevingen. Maar het sterkt onze geest zodat we de beproevingen aanvaarden en onder ogen zien.
Het huis dat op de rots is gebouwd, stort niet in door de wind en de regen.
Als we ons leven op het evangelie van Jezus Christus baseren, zijn we in staat om:
Tegenspoed met hoop onder ogen te zien;
Beledigingen met vergevensgezindheid het hoofd te bieden; en
De dood met kalmte onder ogen te zien.
De persoon die de Heer volgt en zijn geboden onderhoudt:
Weet in zijn zwakheid waar de bron van kracht te vinden is;
Weet in zijn kracht dat hij nederig moet blijven;
Weet in zijn armoede wat zijn rijkdommen zijn;
Vergeet in zijn voorspoed zijn broeders niet.
Iemand die op deze manier kan leven, zonder angst of haat, maar met geloof en liefde, is een gelukkig mens.
De vruchten die uit het dienen van de Heer voortkomen zijn voornamelijk geestelijk.
Jezus heeft gezegd dat iedere boom volgens zijn eigen soort vruchten zal voortbrengen. 'Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen.'4
Jezus beloofde zijn volgelingen het eeuwige leven. 'Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of vrouw of broeders of ouders of kinderen heeft prijsgegeven om het koninkrijk Gods, of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.'5
In dit leven bouwen we onze eeuwige woning.
Bouwen we op de rots, namelijk het evangelie van Jezus Christus, of bouwen we op het zand, namelijk de onwaarheden van deze wereld?
Op ieder moment moeten we kiezen wie we zullen dienen, want we zijn hier op aarde geplaatst om beproefd te worden.6
We kunnen niet tegelijkertijd God en de wereld dienen.7
Als we de Heer willen volgen, moeten we zijn geboden onderhouden en gehoorzaam zijn aan de profeet en zijn leringen: 'Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult ( . . . ) Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!'8
Ik getuig van de waarheid van deze beginselen. Mijn gezin en ik zijn enorm gezegend voor het gehoorzamen van de raad van de apostelen en profeten en voor het dienen van de Heer. Wij worden momenteel door een profeet van God geleid. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Jozua 24: 1415
2. Matteüs 7: 2427
3. Prediker 9:2
4. Matteüs 7:18
5. Lucas 18:2930
6. Zie Abraham 3:25
7. Zie Matteüs 6:24
8. Jozua 24:15.