President Gordon B. Hinckley
Het is geen zaak die we met gemak afhandelen: het vereist inspanning en offers. We zullen voortgaan op het pad dat de Heer voor ons heeft uitgezet.
Mijn geliefde broeders, ik prijs u, waar u ook bent. Zoals gewoonlijk is de Tabernakel vanavond helemaal vol. De komende lente zullen we iedereen die deze grootse priesterschapsbijeenkomsten op zaterdag wil bijwonen, kunnen herbergen. Wat een zegen zal dat zijn.
Nu deze bijeenkomst naar zijn slot toegaat, wil ik het een paar minuten met u hebben over waarom we ons met bepaalde zaken bezighouden.
Ik geef toe dat het nogal vreemd klinkt, maar dit is de enige bijeenkomst waarin we de procedures en zaken van de kerk kunnen bespreken. Ik bid om leiding van de Heilige Geest.
De kerk is een godsdienstige organisatie. Het is een liefdadige gemeenschap. Zij houdt zich allereerst bezig met de aanbidding van de Heer Jezus Christus. Onze belangrijke zending is dat we getuigen dat Hij leeft. We zouden ons niet bezig moeten houden met iets wat niet met dat oogmerk in harmonie is. We behoren betrokken te zijn bij alles wat ermee in harmonie is.
Nu doen wij veel dingen die, oppervlakkig gezien, niets met dat gewichtige, met dat algemene patroon te maken lijken te hebben. Ik wil er op twee of drie dieper ingaan. Daaronder valt ook de Brigham Young University. Mensen vragen waarom wij zo'n grote en kostbare instelling steunen die zich voornamelijk richt op wereldlijk onderwijs. Die vraag is terecht. De steun die we geven is gebaseerd op onze leer.
De Heer heeft in een openbaring geboden:
'Onderwijst ijverig, en mijn genade zal met u zijn, opdat gij meer volmaakt moogt worden onderricht in de theorie, in de beginselen, in de leer, in de wetten van het evangelie, en in alle dingen, die tot het koninkrijk van God behoren, die gij dient te begrijpen;
'Dingen, zowel in de hemel, op aarde en onder de aarde; dingen, die zijn geweest, die nu zijn, en dingen die binnenkort moeten geschieden; dingen, die binnenslands zijn, en dingen, die buitenslands zijn; de oorlogen en de verwikkelingen der natiën, en de oordelen, die op het land zijn; en eveneens een kennis van landen en van koninkrijken --
'Opdat gij in alle dingen moogt zijn voorbereid, wanneer Ik u wederom zal uitzenden ter verheerlijking van de roeping, waartoe Ik u heb geroepen, en van de zending, die Ik u heb opgedragen' (LV 88:7880).
Het is duidelijk dat we verplicht zijn niet alleen kennis tot ons te nemen van geestelijke zaken, maar ook van wereldlijke. Er is een traditie in de kerk die met deze zaken te maken heeft. In Kirtland was een school der profeten. De Seventies Hall in Nauvoo werd gebruikt voor onderwijsdoeleinden. Er waren plannen voor een universiteit in Nauvoo.
Toen de heiligen in deze westelijke dalen aankwamen, werden er middelbare scholen opgericht om jongeren op te leiden. De University of Utah is in 1850 door onze pionier-voorouders opgericht. De Brigham Young University kwam later, maar heeft alle academies van de kerk overleefd. Hij is uitgegroeid tot het huidige aantal ingeschreven studenten van ruim 27 duizend. Dat zijn veel studenten, maar het is een heel klein deel van de jongeren van de kerk die voor een universitaire opleiding in aanmerking komen. We hebben maar plaats voor een betrekkelijk klein aantal. Als we het niet iedereen kunnen geven, waarom doen we het dan? Het antwoord is: als we het niet aan iedereen kunnen geven, laten we het dan geven aan zoveel als we kunnen. Het aantal dat op de universiteit geplaatst kan worden, is beperkt, maar de invloed van de universiteit is onbeperkt. Er wordt heel veel moeite gedaan om die invloed te vergroten en uit te breiden.
Wat boffen degenen die de kans krijgen. Ik word bijna boos als ik onder de studenten of in de faculteit maar iets van klachten hoor. Ik ben dankbaar dat ik kan zeggen dat zowel de studenten als de docenten, een paar uitzonderingen daargelaten, hun grote zegeningen waarderen en indachtig zijn.
Bovendien heeft de universiteit de kerk op een gunstige manier bekendheid gegeven. Het is algemeen bekend dat de universiteit door de kerk gesteund wordt. Zij is op de bres gesprongen voor normen en idealen waarover geschreven en gesproken is, en waardoor de wereld weet waarin we geloven. Haar onderwijsprogramma's en sportprogramma's hebben zowel de universiteit als de kerk aanzien gegeven. En omdat er generaties studenten door haar gebouwen lopen, op weg gaan naar hun diploma, die daarna uitvliegen over de hele wereld, zullen zij eer brengen aan die geweldige instelling en haar sponsor en alma mater, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
We zullen de BYU en haar faculteit in Hawaii blijven steunen. We zullen Ricks College blijven steunen. We zullen waarschijnlijk geen andere universiteiten bouwen. We zouden willen dat we er genoeg konden bouwen om iedereen die dat wil te kunnen plaatsen. Maar daar is geen sprake van. Ze zijn zo verschrikkelijk duur. Maar deze zullen we handhaven als onze vlaggenschepen, als getuigen van de grote en ernstige toewijding van deze kerk aan onderwijs, zowel godsdienstig als wereldlijk, en daarmee bewijzen wij de wereld dat uitstekende wereldlijke kennis verkregen kan worden in een godsdienstige omgeving.
Onze godsdienstinstituten overal ter wereld en het geweldige seminariesysteem van de kerk zullen die instellingen ondersteunen.
We hopen dat daardoor onze jeugd, waar ook ter wereld, enigszins het grote goed mag ervaren dat de BYU biedt.
De volgende vraag: 'Waarom doet de kerk in zaken?'
We hebben een aantal bedrijven. Niet veel. Met de meeste is begonnen in de begintijd toen de kerk de enige organisatie was die het kapitaal kon verschaffen om bepaalde zaken op te starten die bedoeld waren om de mensen in dit afgelegen gebied te helpen. We hebben ons daarvan allang ontdaan toen we dachten dat er geen behoefte meer aan was. Dat was onder andere de Consolidated Wagon and Machine Company die het goed deed in de tijd van karren en door paarden getrokken landbouwmachines. Het bedrijf was niet meer nodig.
De kerk heeft de banken verkocht die zij ooit had. Toen er in de samenleving goede banken kwamen, waren de banken van de kerk niet meer nodig.
Een aantal van die bedrijven dient rechtstreeks de belangen van de kerk. Communicatie is bijvoorbeeld onze zaak. Wij moeten spreken met mensen over de hele wereld. We moeten hier spreken om ons standpunt bekend te maken, en in het buitenland om anderen met ons werk bekend te maken. En daarom bezitten we een krant, de Deseret News, de oudste zakelijke instelling in Utah.
Zo bezitten we ook tv- en radiostations. Zij zijn onze spreekbuis in de gemeenten waar ze ontvangen worden. Ik wil daaraan toevoegen dat wij ons soms schamen voor de presentaties die de grote netwerken brengen. Onze mensen doen hun best om de invloed daarvan te beperken.
We hebben een afdeling onroerend goed die allereerst bedoeld is om de toestand en de aantrekkelijkheid van de percelen rond Temple Square te waarborgen. Van veel steden is de kern vreselijk aangetast. Dat kan niet gezegd worden van Salt Lake City, hoewel u het daarmee misschien niet eens bent als u tegenwoordig bij de Tabernakel probeert te komen. We hebben geprobeerd te zorgen dat dit deel van de stad aantrekkelijk en levend blijft. Met de prachtige terreinen van Temple Square en het oostelijk aangrenzende blok houden we tuinen in stand die net zo mooi zijn als welke ter wereld ook. Dit gebied zal zelfs nog aantrekkelijker worden als het gebouw dat nu in Main Street gebouwd wordt, klaar is en het grote Conferentiecentrum aan de noordzijde voltooid is.
Worden die zaken gerund om winst te maken? Natuurlijk. Ze functioneren in een wereld vol concurrentie. Ze betalen belasting. Het zijn belangrijke onderdelen van deze gemeenschap. Ze maken winst en uit die winst komt het geld dat door The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Foundation gebruikt wordt voor charitatieve en nuttige doelen, hier en in het buitenland, en meer in het bijzonder voor de humanitaire hulp die de kerk biedt.
Die ondernemingen staan een tiende van hun winst af aan de Foundation. De Foundation kan niet aan zichzelf of andere kerkelijke instellingen geven, maar ze kan haar middelen gebruiken om andere doelen te steunen, wat ze ook doet. Miljoenen dollars zijn op die manier uitgedeeld. Duizenden en nog eens duizenden mensen zijn gevoed, ze zijn voorzien van medicijnen. Ze hebben kleding en onderdak gekregen in tijden van grote nood en verschrikkelijk leed. Wat ben ik dankbaar voor de liefdadigheid van die geweldige Foundation die haar middelen krijgt uit de bedrijven van de kerk.
Ik heb tijd om nog een vraag te bespreken: 'Waarom raakt de kerk betrokken bij zedelijke kwesties die de wetgevende macht en de kiezers aangaan?'
Ik haast mij daaraan toe te voegen dat wij ons alleen bemoeien met wettelijke zaken die strikt morele aangelegenheden zijn, of die het welzijn van de kerk rechtstreeks raken. We hebben bezwaar gemaakt tegen gokken en drank, en dat zullen we blijven doen. We beschouwen het niet alleen als ons recht, maar als onze plicht om weerstand te bieden aan de machten die volgens ons het moreel van de samenleving ondermijnen. Veel van wat we doen, heel veel, doen we in samenwerking met anderen met dezelfde belangen. We hebben samengewerkt met Joodse groepen, met katholieken, moslims, protestanten en met groepen zonder een bepaalde godsdienstige overtuiging, in coalities die gevormd zijn ter verdediging van standpunten over belangrijke zedelijke kwesties. Dat is momenteel het geval in Californië, waar heiligen der laatste dagen in samenwerking met anderen bezig zijn het traditionele huwelijk veilig te stellen ten opzichte van machten in onze samenleving die proberen die heilige instelling een andere definitie te geven. Het door God goedgekeurde huwelijk tussen man en vrouw is duizenden jaren de basis van de beschaving geweest. Er is geen enkele rechtvaardiging om een andere definitie aan het huwelijk te geven. Daartoe hebben we het recht niet, en degenen die het proberen, zullen zich voor God Zelf moeten verantwoorden.
Sommigen schilderen het wettigen van een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht af als een burgerlijk recht. Dit is geen kwestie van burgerlijk recht; het is een kwestie van zeden. Anderen betwijfelen ons grondwettelijke recht als kerk om onze stem te laten horen over een kwestie die van essentieel belang is voor de toekomst van het gezin. Wij geloven dat het verdedigen van die heilige instelling door het traditionele huwelijk in bescherming te nemen, duidelijk behoort tot onze godsdienstige en grondwettelijke voorrechten. Onze leer verplicht ons zelfs onze stem te laten horen.
Niettemin wil ik zeggen, en ik zeg dat met nadruk, dat onze weerstand tegen legalisering van het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht nooit moet worden uitgelegd als een rechtvaardiging voor haat, onverdraagzaamheid of zelfs mishandeling van hen die zichzelf beschouwen als homoseksueel -- als individu, noch als groep. Zoals ik een jaar geleden vanaf dit spreekgestoelte heb gezegd, gaat mijn hart uit naar degenen die zich homoseksueel en lesbisch noemen. We houden van hen en respecteren hen als zoons en dochters van God. Ze zijn welkom in de kerk. Er wordt echter van hen verwacht dat ze zich houden aan dezelfde van God gegeven gedragsregels die voor iedereen gelden, alleenstaand of getrouwd.
Ik prijs de leden van onze kerk die zich vrijwillig bij gelijkgestemden hebben aangesloten om de heiligheid van het traditionele huwelijk te verdedigen. Als deel van een coalitie met mensen van een ander geloof geeft u veel van uw middelen, tijd en talenten voor een zaak die in sommige gebieden misschien niet door de samenleving aanvaard wordt, maar die toch centraal staat in het eeuwige plan van de Heer voor zijn kinderen, net als veel andere kerken doen. Dit is een gezamenlijke inspanning.
Ik denk dat dit alles is wat ik daarover en over de andere zaken die ik genoemd heb, moet zeggen. Ik heb getracht uit te leggen waarom we een aantal dingen doen die we doen. Ik hoop dat het geholpen heeft.
Tot slot wil ik zeggen dat ik houd van het priesterschap van deze kerk. Het is belangrijk en het leeft. Het staat centraal in dit werk. Het is de macht en het gezag waardoor God, onze eeuwige Vader, zijn werk op aarde verricht. Het is het gezag waardoor mensen in zijn naam spreken. Het is het gezag waardoor zij zijn kerk besturen.
Ik hou van de jongens die het Aäronisch priesterschap dragen. Elke jongeman die dat doet, in gehoorzaamheid aan de geboden van de Heer, mag verwachten dat hij geleid wordt door de Heilige Geest. Die Geest zal hem zegenen in zijn studie en andere activiteiten, en leiden bij andere verrichtingen die hem en anderen tot zegen zullen zijn.
Jongens, leef zo dat je je priesterschap waardig bent. Doe nooit iets waardoor je die waardigheid verliest. Leef het woord van wijsheid na. Het is niet moeilijk en zal je de beloofde zegeningen brengen. Vermijd drugs. Ze zullen je volkomen vernietigen. Ze zullen je de beheersing en de discipline over je geest en lichaam afnemen. Ze maken je verslaafd en krijgen een gevaarlijke en dodelijke greep op je die bijna onmogelijk te verbreken is.
Blijf uit de buurt van pornografie. Ook dat zal je vernietigen. Het zal je geest benevelen met het kwaad en je vermogen om te genieten van wat goed en mooi is, vernietigen.
Vermijd alcohol alsof het een walgelijke ziekte is. Bier doet hetzelfde met je als wat sterke drank doet. Allebei bevatten ze alcohol in verschillende hoeveelheden.
Mijd onzedelijkheid. Het zal je schaden als je eraan toegeeft. Het zal je zelfrespect vernietigen. Het zal je beroven van prettige mogelijkheden en zorgen dat je niet meer in aanmerking komt voor het gezelschap van lieftallige jongevrouwen.
Houd bij het maken van plannen voor de toekomst ruimte voor een zending. Dat ben je verplicht. Het kan moeilijk zijn, maar het zal je leven verrijken en evenwicht geven, en het zal anderen tot zegen zijn op een manier die je niet kunt bevatten.
Er hangt zoveel van jullie af, dierbare jonge vrienden, zo ontzettend veel.
Moge God jullie zegenen op je levensweg in gehoorzaamheid aan de geboden.
Dit is de kerk en het koninkrijk van de almachtige God, daar wil ik iedere man en jongen onder mijn gehoor aan herinneren. Zoals onze geschiedenis uitvoerig heeft aangetoond, is het geen zaak die we met gemak afhandelen: het vereist inspanning en offers. We zullen voortgaan op het pad dat de Heer voor ons heeft uitgezet. We zullen proberen sterk te zijn en niet ontmoedigd te raken bij het naleven van de gevestigde programma's en gebruiken die generaties lang gehandhaafd zijn.
Broeders, wat is het een geweldige organisatie waarvan wij allemaal deel uitmaken. We zullen doorgaan en nooit verzwakken of ontmoedigd raken in onze inspanningen om dit koninkrijk op te bouwen en rechtschapenheid op de aarde te vestigen. Moge God ons wijsheid, kracht en vastberadenheid geven. Dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.