Ouderling Neil L. Andersen
van de Zeventig
In het hedendaagse Israël betekent de Heer dienen zorgvuldig de profeten volgen.
Ik wil vanochtend mijn liefde voor u uitspreken. Ik spreek tot de toegewijde kerkleden met een getuigenis, verspreid over alle landen van de aarde. Het feit alleen al dat u deze prachtige zaterdagmorgen in de Tabernakel bent of deze conferentie midden op de dag in de een of andere verduisterde zaal bekijkt, spreekt voor uw discipelschap. U vat uw discipelschap serieus op en dat is te zien aan uw leven.
In ons leven als gelovigen, ontlenen wij moed aan de Schriften en de woorden van onze profeten. Een aansporing die mij kracht heeft gegeven, is de krachtige uitspraak van de profeet Jozua: 'Kiest dan heden, wie gij dienen zult ( . . . ). Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen' (Jozua 24:15).
De woorden van Jozua klinken tegenwoordig zo relevant, en toch lijkt hoe wij blijk geven van onze beslissing om de Heer te dienen, met elke generatie te veranderen. 3500 jaar geleden, toen Jozua sprak, betekende het afgoden verlaten, ten strijde trekken tegen de Kanaänieten, en acht slaan op de woorden van de profeet. We kunnen bijna het gejammer van de sceptici horen op het moment dat Jozua zijn strijdplannen aankondigt voor de inname van Jericho. Allereerst zouden ze, zo zei hij, in alle stilte, zes dagen lang dagelijks om de stad heen trekken. Dan, op de zevende dag, zouden ze zeven keer om de stad heen trekken. Daarop zouden de priesters op de trompetten blazen, en zouden alle mensen een luid geroep laten horen. Dan, verzekerde Jozua hen, zouden de muren vallen (zie Jozua 6). Toen de muren instortten, zwegen de sceptici.
In onze wereld is er één ding niet veranderd sinds de tijd van Jozua: zij die besluiten de Heer te dienen, zullen altijd goed naar de profeet luisteren. In het hedendaagse Israël betekent de Heer dienen zorgvuldig de profeten volgen.
De moeilijkheden waarmee wij en onze gezinsleden als discipelen van Christus geconfronteerd worden, verschillen iets van die van Jozua's Israëlieten. Ik wil dat illustreren met een ervaring. Ons gezin woonde jarenlang in de staat Florida. Omdat Florida erg veel zand heeft, worden de gazons daar ingezaaid met een breedbladig gras dat we St. Augustine noemen. Een klein, bruin insect dat molsprinkhaan wordt genoemd, is een grote vijand van de gazons in Florida.
Toen mijn buurman en ik op een avond bij mijn voordeur stonden, zagen we een klein insect mijn stoep oversteken. 'Je kunt je gazon beter sproeien', waarschuwde hij. 'Daar gaat een molsprinkhaan.' Ik had mijn gazon nog maar een paar weken daarvoor gesproeid, en ik had eigenlijk de tijd en het geld niet om het zo snel daarna nog eens te doen.
Toen het de volgende ochtend licht was, onderzocht ik het gazon Het was weelderig en prachtig groen. Ik keek tussen het gras of ik een insect kon vinden. Ik zag er geen een. Ik herinner me dat ik dacht: misschien was die kleine molsprinkhaan gewoon door mijn tuin heen op weg naar die van de buren.
Meer dan een week lang bleef ik mijn gazon op tekens van indringers onderzoeken, maar er was niets te zien. Ik prees mijzelf gelukkig omdat ik niet overdreven gereageerd had op de waarschuwing van mijn buurman.
Maar het verhaal heeft een droevig slot. Ongeveer anderhalve week na het gesprek met mijn buurman kwam ik op een ochtend door de voordeur naar buiten. Het was schokkend om te zien dat, vrijwel in één dag, bruine vlekken mijn gazon hadden bedekt. Ik rende naar het tuincentrum, kocht insecticide, maar het was te laat. Het gazon was vernield, en om het in de oude staat terug te brengen vereiste een nieuwe lading plaggen, vele uren werk en bracht hoge kosten met zich mee.
De waarschuwing van mijn buurman was essentieel voor de kwaliteit van mijn gazon. Hij zag iets wat ik niet zag. Hij wist iets wat ik niet kon weten. Hij wist dat molsprinkhanen onder de grond leven en alleen 's nachts actief zijn, waardoor mijn onderzoeken overdag niet hielpen. Hij wist dat molsprinkhanen niet de bladeren van het gras aten, maar zich voedden met de wortels. Hij wist dat die schepseltjes van twee en een halve centimeter heel veel wortels konden eten voordat ik boven de grond het gevolg kon zien. Ik betaalde een hoge prijs voor mijn zelfingenomen onafhankelijkheid.
Wij leven in een geweldige tijd. De voorspoed en zegeningen van onze generatie zijn weelderig en prachtig groen. Met geloof in de Heiland en gehoorzaamheid aan zijn geboden kan ons leven bevredigend en vol vreugde zijn.
Maar in deze tijd met zoveel schoonheid, zijn onze moeilijkheden bij het kiezen om de Heer te dienen subtieler dan in vroeger tijden, hoewel ze zonder twijfel geestelijk net zo indringend zijn. Er zijn geestelijke molsprinkhanen die onze beschermende muren ondergraven en zich tussen onze tere wortels dringen. Veel van die insecten van het kwaad lijken klein, soms zelfs bijna onzichtbaar. Maar als we ze niet bestrijden, zullen ze schade toebrengen en zullen ze proberen te vernietigen wat ons uiterst dierbaar is.
De waarschuwingen van de profeten en apostelen gaan altijd en eeuwig over het gezin. Ik zal een voorbeeld geven van de waarschuwende stem van de profeten. Op 11 februari van dit jaar stuurde het Eerste Presidium, met de steun van het Quorum der Twaalf Apostelen, alle leden van de kerk een brief met raad aangaande ons gezin. Ik wil slechts twee zinnen uit die brief voorlezen:
'Wij adviseren ouders en kinderen om het gezinsgebed, de gezinsavond, evangeliestudie en -onderwijs, en opbouwende gezinsactiviteiten de hoogste prioriteit te geven. Hoe goed en gepast andere activiteiten ook mogen zijn, we mogen niet toelaten dat ze de plaats innemen van deze door God ingestelde taken die alleen ouders en hun gezinsleden goed kunnen verrichten.' (Brief van het Eerste Presidium, december 1999, blz 1.)
Wat is onze reactie op die profetische raad? Wat was mijn reactie en uw reactie op deze brief van het Eerste Presidium van acht maanden geleden?
Als ouder van tieners in een drukke samenleving kan ik bevestigen dat deze zaken de hoogste prioriteit dienen te krijgen als we willen dat ze werken in ons gezin. We hebben net het prachtige verhaal van ouderling Featherstone over gezinsgebed gehoord. Er gaat heel wat kwaad rond in deze wereld. Kunt u zich voorstellen dat we onze kinderen 's ochtends de deur uitsturen zonder dat we neerknielen en de Heer om bescherming vragen? Of dat we 's avonds naar bed gaan zonder als gezin neer te knielen om Hem rekenschap af te leggen en te danken voor zijn zegeningen? Broeders en zusters, we kunnen niet zonder gezinsgebed.
Zeker, er zullen dagen zijn dat de gezamenlijke schriftstudie qua geestelijke ervaring geen notitie in ons dagboek waard is. We moeten ons echter niet laten ontmoedigen, want het kan zomaar gebeuren dat een zoon of een dochter zich openstelt en diep in zijn of haar hart getroffen wordt door een schriftuurplaats. Als wij onze hemelse Vader in ons gezin eren, zal hij onze inspanningen eren.
We weten allemaal hoe moeilijk het is om de maandagavond vrij te houden voor de gezinsavond. Er zijn dieven onder ons die onze maandagavonden willen stelen. Maar de beloften van de Heer aan de gezinnen die gezinsavond houden, 84 jaar geleden gesproken door het toenmalige Eerste Presidium, en herhaald door de hedendaagse profeten, zijn nooit herroepen en zijn daar voor ons:
'Als de heiligen deze raad opvolgen, beloven wij hun dat grote zegeningen hun deel zullen zijn. De liefde in het gezin en de gehoorzaamheid aan ouders zal toenemen. In het hart van de jeugd in Israël zal geloof ontluiken. Daardoor zullen ze bestand zijn tegen de kwade invloeden en verleidingen om hen heen.' (in James R Clark, comp., Messages of the First Presidency of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, zes delen [19651975], deel 4, blz. 339.)
Wie binnen het bereik van mijn stem zou deze beloften willen verkopen aan hen die hun maandagavonden in beslag nemen? Niemand toch.
U en ik, de discipelen van Christus, zullen meer aandacht moeten besteden aan het sterken van het geloof in onze kinderen. We zullen soms tekort schieten als ouders. Ik tenminste wel. Maar we moeten gewoon opnieuw beginnen. De Heer ziet onze rechtschapen inspanningen en zal ons zegeningen uit de hemel schenken op voorwaarde dat we ons gezin de hoogste prioriteit geven. Mijn broeders en zusters, de geestelijke molsprinkhanen knagen aan onze wortels. We dienen serieus te werken aan ons gezin, dat is ons rentmeesterschap.
Laten wij tijdens deze conferentie goed luisteren naar onze geliefde president Hinckley, zijn raadgevers en de apostelen die tot ons zullen spreken.
Laten wij niet het slechte voorbeeld volgen dat ik gaf toen ik de molsprinkhanen in Florida niet aanpakte. Laten wij de waarschuwingen nooit negeren. Laten wij nooit zelfingenomen zijn in onze onafhankelijkheid. Laten wij altijd luisteren en leren in ootmoed en geloof, ten volle bereid ons te bekeren indien dat nodig mocht zijn.
Dit is het koninkrijk van God op aarde. U en ik zijn discipelen van de Heer, Jezus Christus. Hij is de Eniggeborene van de Vader, de Zoon van God. Hij leeft. Samen met zijn Vader verscheen Hij aan de profeet Joseph Smith, en de kerk van de Heer werd vervolgens op aarde hersteld. De Heiland geeft leiding aan dit werk. President Hinckley is zijn profeet en met hem bezitten nog veertien anderen de apostolische sleutels. Zij zijn de wachters op de torens, boodschappers van de waarschuwende stem, profeten, zieners en openbaarders.
'Kiest dan heden, wie gij dienen zult; ( . . . ). Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen' (Jozua 24:15).
'En het volk zeide tot Jozua: De Here, onze God, zullen wij dienen, en naar zijn stem zullen wij horen' (Jozua 24:24).
Dat die woorden in ons hart gegrift mogen worden, is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.