The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1999
Ons bekeren van onze zelfzucht (LV 56:8)

Ons bekeren van onze zelfzucht (LV 56:8)

Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen

Zachtmoedigheid is de ware remedie, want het maskeert niet alleen zelfzucht, maar lost het op!

Ouderling Neal A. Maxwell

Wij allen worstelen in enige mate met zelfzucht. Waarom maken we ons eigenlijk druk om zelfzucht, aangezien het zoveel voorkomt? Omdat zelfzucht eigenlijk een langzame vorm van zelfvernietiging is. Dan is het geen wonder dat de profeet Joseph Smith de leden aanspoorde: 'Laat elk gevoel van zelfzucht niet alleen begraven worden, maar vernietigd.' (Teachings of the Prophet Joseph Smith [Salt Lake City, Deseret Book Company, 1976], blz. 178.) Daarom is de vernietiging ervan -- en niet de matiging -- de bedoeling!

Als voorbeeld: een golf van zelfzucht heeft enkele mensen gereduceerd tot slechts een nummer, terwijl zij juist hun leegte willen opvullen met sensaties. Maar in de wiskunde van de begeerte, is alles wat met nul vermenigvuldigd wordt nog steeds een nul! Elke aanval van zelfzucht beperkt het gezichtsveld van de desbetreffende persoon zoveel meer door zijn bewust zijn van, of bezorgdheid om, anderen te verminderen. Ondanks zijn uiterlijke, wereldlijke zwier, is een dergelijk onmatig individualisme juist bekrompen, net als goudvissen in een kom die zichzelf feliciteren met hun zelfredzaamheid, en daarbij vergeten dat ze eten en vers water van anderen krijgen.

Lang geleden was er een Copernicus voor nodig om de bekrompen wereld te vertellen dat deze planeet niet het middelpunt van het heelal was. Sommige zelfzuchtigen in deze tijd hebben een Copernicaans geheugensteuntje nodig dat zij evenmin het middelpunt van het heelal zijn!

De eerste vormen van zelfzucht zijn: zichzelf verheerlijken ten koste van anderen (zie TJS, blz. 293); eer opeisen of zich mooier voordoen dan men is; blij zijn als anderen fouten maken; zich storen aan de ware successen van anderen; publieke rehabilitatie verkiezen boven een verzoening onder vier ogen; en 'misbruik van iemands woorden' maken (2 Nephi 28:8).

Door zich op zichzelf te concentreren, vindt een zelfzuchtig persoon het makkelijker om vals getuigenis af te leggen, te stelen en te begeren, daar hem niets ontzegd mag worden. Het is dus geen wonder dat het voor regeringen zo makkelijk is om tegemoet te komen aan de begeerten van de natuurlijke mens, terwijl ze hem tegelijkertijd geruststellen dat zijn eigen tolerantie getolereerd wordt. Bovendien, de treinen van de samenleving zijn altijd op tijd.

Zo worden wij door zelfzucht ook onhoffelijk, laatdunkend en egocentrisch, terwijl wij anderen de benodigde goederen, lof en erkenning onthouden wanneer wij hen passeren en niet opmerken. (Zie Mormon 8:39.) Daarna komen onbeschoftheid, opvliegendheid en verder ellebogenwerk.

In tegenstelling tot het pad van de zelfzucht, is er op het enge en nauwe pad geen ruimte voor razernij in het verkeer. Als er thuis liefde heerst, is er geen partner- of kindermishandeling. Bovendien kweekt men onzelfzuchtigheid het beste in de tuin van het eigen gezin, en kunnen we zelfzucht overwinnen door ijverig onze gewone kerktaken uit te voeren. De onzelfzuchtigen hebben ook meer vrijheid, zoals G.K. Chesterton heeft gezegd, want als we belangstelling kunnen hebben voor anderen, zelfs als zij geen belangstelling hebben voor ons, dan zullen we merken dat we ons 'onder een vrijere lucht bevinden, in een straat vol interessante vreemdelingen.' (Orthodoxy [1959], blz. 21).

De vele manieren om in ons dagelijks discipelschap zelfzucht te uiten, worden geëvenaard door het aantal manieren om het te vermijden. Zachtmoedigheid maskeert niet alleen zelfzucht, maar lost het op! Wij kunnen bijvoorbeeld kleinere stappen nemen door ons, als wij iets belangrijks doen, innerlijk af te vragen: Wiens behoeften probeer ik nu werkelijk te bevredigen? Of we kunnen op cruciale momenten van zelfuiting 'tot tien tellen': een dergelijk filteren kan onze wijsheid met tien vermenigvuldigen, wanneer een zeef van zachtmoedigheid extravagant ego en zelfzucht eruit filtert, overeenkomstig het eerste en het tweede gebod.

Wij kunnen ook onze ideeën zachtmoedig hun eigen leven laten leiden zonder ze al te zeer te propageren. In plaats daarvan behoren we de Geest anderen te laten inspireren met onze goede ideeën.

Helaas, als uiteindelijk grove individuele zelfzucht zelfs deel gaat uitmaken van de cultuur, kunnen samenlevingen die door zelfzucht gedomineerd worden uiteindelijk ordeloos, genadeloos, liefdeloos, ontaard en gevoelloos worden. (Zie Moroni 9.) Daarmee geeft de samenleving blijk van een kwalijke score die de indicatie is van een ernstig cultureel verval. Dat is in tijden vanouds gebeurd, toen een volk 'door hun overtredingen zwak geworden' was (Helaman 4:26). Als wat eens de minderheid in de stem des volks was dominanter wordt, dan volgen de oordelen van God en de consequenties van dwaze zelfzucht (zie Mosiah 29:26-27).

Cultureel verval wordt versneld als de zelfzuchtige delen van de samenleving, die alleen om hun eigen, eenzijdige belangen geven, onverschillig worden ten aanzien van de algemene waarden die eens een breed draagvlak hadden. Die neerwaartse trend wordt veroorzaakt door de onverschilligen of toegeeflijken, en de samenleving wordt zorgvuldig naar de hel gesleurd (zie 2 Nephi 28:21). Sommigen volgen die trend misschien niet, maar in plaats daarvan doen ze een stap opzij, terwijl ze eens misschien aan de rem zouden hebben getrokken, wat hun burgerrecht is. Over dergelijke omstandigheden heeft Yeats zich als volgt beklaagd: 'De besten ontbreekt het aan alle overtuiging, terwijl de slechtsten vol geestdrift zijn.' (Naar 'The Second Coming', W.B. Yeats.)

Tegenwoordig bestaat er, in plaats van enkele gedeelde waarden die vroeger normaal waren, een eis tot conformiteit die, ironisch genoeg, wordt afgedwongen door hen die uiteindelijk niet degenen zullen tolereren die hen eens getolereerd hebben. Hoewel het toenemende kwaad misschien geen enorm verval ineens zal veroorzaken, wordt dezelfde, duistere richting gestaag aangehouden, subtiel en voorzichtig, zonder enige schokken of dreunen die iemand wakker zouden kunnen schudden (zie 2 Nephi 28:21).

Dat zijn enkele van de onmiddellijke consequenties van zelfzucht, terwijl sommige andere consequenties uiteindelijk hun uitwerking op ons heil zullen hebben.

Zelfzucht is in feite de ontsteking van alle ernstige zonden. Het is de hamer waarmee de tien geboden gebroken worden, of dat nu gebeurt door het verwaarlozen van ouders of de sabbat, of door aan te zetten tot het geven van vals getuigenis, moorden of afgunstig zijn. Het is dan ook geen wonder dat de zelfzuchtige persoon vaak bereid is een verbond te overtreden om een begeerte te bevredigen. En dan is het ook geen wonder dat zij die later deel zullen uitmaken van het telestiale koninkrijk, wanneer zij daar een prijs voor betaald hebben, de eens onbekeerlijke overspeligen zijn, de ontuchtigen en zij die leugens liefhadden en uitspraken.

Sommige zelfzuchtigen menen ten onrechte dat er toch geen goddelijke wet bestaat, en er dus ook geen zonde bestaat (zie 2 Nephi 2:13). Zo wordt de op de situatie toegesneden ethiek op maat gemaakt voor de zelfzuchtigen. Als men dus alleen voor zichzelf zorgt, kan men overwinnen door zijn intellect en kracht te gebruiken, want er bestaat toch geen misdaad (zie Alma 30:17).

Het is daarom ook niet verbazend dat zelfzucht ook leidt tot verschrikkelijke blunders in ons inzicht of ons gedrag. Bijvoorbeeld: Kaïn, die verdorven was door zijn streven naar macht, zei na de moord op Abel: 'Ik ben vrij' (Mozes 5:33; zie ook Mozes 6:15).

Een van de ergste consequenties van grote zelfzucht, is dan ook een hevig verlies van het vermogen om iets in de juiste proporties te zien: zoals de mug ziften, maar de kameel doorslikken -- met al zijn hedendaagse equivalenten! (Zie Matteüs 23:21; zie ook de Bijbelvertaling van Joseph Smith). Er zijn tegenwoordig bijvoorbeeld mensen die verschillende muggen ziften, maar abortus om de geboorte van een meerling te beperken tot één baby slikken. Het is dan ook geen wonder dat zelfzucht een linzengerecht opblaast tot een banket en dertig zilverstukken voordoet als een kostbare schat.

Als die ontwikkeling zich doorzet, dan lijkt de uitkomst op wat er gebeurde met een groep kinderen in tijden vanouds 'die opgroeiden ( . . . ) en hun eigen zin volgden', hard werden en afdwaalden (3 Nephi 1:29; zie ook vs. 30). Vernietigende culturele verandering kan en zal plaatsvinden 'in een tijdsverloop van slechts enkele jaren', waarbij de dringend benodigde gemeenschapsgeest vervangen wordt door een gediversifieerd genootschap van gelanterfant (zie Helaman 4:26).

Omdat hij vastbesloten is zijn eigen zin te volgen, zet de natuurlijke mens vaak door tot hij een punt bereikt waarop hij 'gevoelloos' wordt, wanneer hij verdoofd is doordat hij het zinnelijk gemoed gestreeld heeft (zie 1 Nephi 17:45; zie ook Efeziërs 4:19). Jammer genoeg heeft hij, net als een drugsverslaafde, altijd behoefte aan een nieuwe dosis.

De zeer zelfzuchtigen gebruiken anderen, maar hebben hen niet lief. Laat de Uria's van deze wereld oppassen! (Zie 2 Samuël 11:3­17.) Al eeuwen vóór Christus, gaf de profeet Jakob onkuise mannen deze waarschuwing: 'Gij hebt het hart gebroken van uw tedere vrouwen, en het vertrouwen van uw kinderen verloren wegens het slechte voorbeeld, door u aan hen gegeven' (Jakob 2:35). Als de liefde verkilt, laat de armen en behoeftigen dan ook oppassen, want ze zullen verwaarloosd worden, net als in Sodom vanouds (zie Matteüs 24:12; zie ook Ezechiël 16:49). Hoe vreemd het ook lijkt, als zelfzuchtige mensen in hun eigen ogen niet meer klein zijn, krimpt iedereen! (Zie 1 Samuël 15:17.)

Zelfs de eerste druppeltjes van zelfzuchtige beslissingen geven een richting aan. Dan komen de beekjes, die samen kreken vormen, en al gauw grotere stromen worden; uiteindelijk wordt men weggespoeld door een enorme rivier die uitmondt in de 'golf van ellende en eindeloos wee' (Helaman 5:12).

Wij hebben de plicht om aandacht te besteden aan die reële tekens in de samenleving. Het was Jezus die waarschuwde: '[O gij huichelaars,] het aanzien van de lucht weet gij te onderscheiden, maar kunt gij ( . . . ) de tekenen der tijden niet [onderscheiden]', waarmee Hij suggereert dat er een ander soort weersvoorspelling nodig is (Matteüs 16:3).

Zowel de leiders als de volgelingen zijn echt verantwoordelijk voor wat er gebeurt bij cultureel verval. Historisch gezien, is het makkelijk om slechte leiders te bekritiseren, maar we moeten hun volgelingen niet bij voorbaat vrijspreken. Want anders zeggen zij misschien, in de rechtvaardiging van hun verval, dat zij slechts bevelen opvolgden, terwijl de leider alleen maar zijn volgelingen bevelen gaf! Er wordt veel meer vereist van volgelingen in een democratische samenleving waarin het individuele karakter zowel in een leider als in een volgeling zo sterk meetelt.

De profeet Mormon stemde er onzelfzuchtig in toe een volk te leiden dat een proces van sterk verval doormaakte. Hij bad voor hen, maar gaf toe dat zijn gebeden zonder geloof waren vanwege de slechtheid van het volk (zie Mormon 3:12). In een andere tijd verheft een leider met visie, zoals Jozef in Egypte, een volk uit hun gevaarlijke gewoonte door hen voor te bereiden op de concrete moeilijkheden die in de toekomst voor hen liggen (zie Genesis 41:46­57). Enkelen, zoals Lincoln, die weliswaar een politieke rol vervullen, geven ook geestelijke leiding. Overigens, Lincoln waarschuwde dat er mensen met ambitie en talenten zouden blijven opstaan die 'dorsten en hongeren naar eer en dat zo mogelijk ( . . . ) zullen krijgen, hetzij ten koste van de bevrijding van slaven, of door vrije mensen in slavernij te brengen' (Aangehaald door John Wesley Hill in Abraham Lincoln -- Man of God [1927], blz. 74; cursivering reeds in de originele tekst).

Over de onzelfzuchtige George Washington is geschreven:

'In de hele geschiedenis hebben slechts weinig mensen in een onaantastbare machtspositie hun macht zo vriendelijk gebruikt en zichzelf zo weggecijferd ten bate van dat wat volgens hun beste instincten het welzijn van hun naasten en de hele mensheid was.' (James Thomas Flexner, Washington: The Indispensable Man [New York: Plume, 1984], blz. XVI.)

Macht is vooral veilig in handen van hen die, net als Washington, er niet zo van houden! Een narcistische samenleving waarin iedereen druk bezig is met zorgen voor zichzelf, kan broederschap noch gemeenschapszin ontwikkelen. Zijn wij niet blij dat Jezus niet alleen maar voor Zichzelf zorgde?

Het is dan ook geen wonder dat ons gezegd wordt: 'Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben' -- en dat geldt ook voor zelfaanbidding! (Exodus 20:3; cursivering toegevoegd.) Op de een of andere manier zullen de zeer zelfzuchtigen jammerend vermorzeld worden door de snijdende, concrete consequenties van hun zelfzucht.

Denk eens, als tegenstelling, aan de onzelfzuchtige Melissa Howes. Haar relatief jonge vader overleed enkele maanden geleden aan kanker, kort nadat Melissa, die toen negen was, tijdens een gezinsgebed gesmeekt had: 'Hemelse Vader, zegen mijn papa, en als U hem harder nodig hebt dan wij, mag U hem hebben. Wij willen hem graag hebben, maar Uw wil geschiede. En help ons alstublieft om niet boos op U te worden' (uit een brief van Christie Howes, 25 februari 1998).

Wat een geestelijke onderwerping voor iemand die nog zo jong is! Wat een onzelfzuchtig begrip van het heilsplan! Moge een dergelijke onzelfzuchtige onderwerping ook op ons pad liggen. In de naam van Jezus Christus. Amen!

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy