The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1999
De herders van de kudde

De herders van de kudde

President Gordon B. Hinckley

Ik heb een grote waardering voor onze bisschoppen. Ik ben bijzonder dankbaar voor de openbaring van de Almachtige waaruit het instellen van dit ambt en zijn functies is voortgekomen.

President Gordon B. Hinckley

Geliefde broeders, het is een grote eer en taak om tot u te spreken. Ik bid dat de Heer mij zal zegenen.

Wat een geweldige broederschap is dit -- honderdduizenden mannen en jongens die geordend zijn tot het priesterschap van God. Wat een geweldige bijeenkomst zou het zijn als we allemaal bijeenvergaderd zouden zijn. Dat zou de wereld verbazen. Ik kan me de weerga daarvan niet indenken.

U bent de basis van de kerk, broeders. Uit uw gelederen komen de bisschoppen en gemeentepresidenten, de districts- en ringpresidenten, de gebiedszeventigen en alle algemene autoriteiten.

En jullie, jongemannen, vormen de basis van een geweldig zendingswerkprogramma waarvan de uitwerking in de hele wereld te merken is. U hebt allen de hele wapenrusting Gods aangedaan om zijn werk op aarde voort te stuwen.

Het spijt mij dat wij in deze bijeenkomsten niet voor iedereen die wil komen een zitplaats hebben. Zodra de deuren van de Tabernakel vanavond opengingen, was er een vloedgolf aan jongemannen en vaders. Hopelijk is het nieuwe gebouw over een jaar klaar en kunnen we iedereen die komen wil een zitplaats bieden.

En wat u betreft, broeders die naar de tv- of satellietuitzending kijkt, wij voelen ons één met u.

Ik denk, broeders, dat onze Vader in de hemel glimlachend op ons neerkijkt. Ik denk dat het Hem zeer gerust moet stellen om honderdduizenden mannen en jongens te zien die Hem liefhebben, die in hun hart een getuigenis hebben van Hem en van zijn geliefde Zoon, die deze kerk leiding geven, die aan het hoofd van een gezin staan waar rechtschapenheid heerst en waar waarheid wordt onderricht en nageleefd.

Wij zijn een grote groep mannen geworden, zowel jong als oud. Er is vrijwel niets dat wij niet kunnen als we er eensgezind aan samenwerken, met een eensgezinde geest, één doel en één hart.

Ik hoop dat ieder van ons zich bewust is van de geweldige zegen die we gekregen hebben toen we geordend werden tot het priesterschap. Het is het gezag van God op aarde. Het is een goddelijke gift die Hij ons schenkt. Het omvat de macht en het gezag om leiding te geven in de aangelegenheden van de kerk. Het omvat de macht en het gezag om in de naam van de Heer zegens te geven, de zieken handen op te leggen en de machten van de hemel over hen af te roepen. Het is uiterst heilig. Het maakt deel uit van het goddelijke. Het gezag ervan komt tot uiting in het sterfelijk leven en strekt zich uit tot aan de andere kant van de sluier des doods.

Ik hoop dat wij het priesterschap dat wij dragen, waardig zijn. Ik smeek u allen om zo te leven dat u het waardig bent.

We zijn er al op gewezen dat dit een tijd vol groot kwaad in de wereld is. Daar hoef ik niemand aan te herinneren. Wij worden voortdurend blootgesteld aan de vuiligheid van pornografie, aan obsceen en slecht gedrag dat iemand die het priesterschap van God draagt absoluut niet past.

Het is moeilijk om werkzaam te zijn in de wereld en toch boven al die vuiligheid te staan.

Oneerlijkheid woekert voort. We zien het in het bedrog op school, en in de sluwheden in zaken waarmee mensen beroofd en bedrogen worden. Overal om ons heen is er verleiding, en helaas geven sommigen eraan toe.

Broeders, wees sterk. Stijg uit boven het kwaad van de wereld. We hoeven niet preuts te zijn. We hoeven geen schijnheilige houding aan te nemen. We hoeven ons in ons gedrag alleen maar te laten leiden door onze integriteit, ons gevoel voor goed en kwaad, en eenvoudige eerlijkheid.

Laten wij thuis het evangelie naleven. Laten er eerlijke uitingen van liefde zijn tussen man en vrouw, tussen kinderen en hun ouders. Beheers uw boze stem. Wees elkaar volkomen trouw.

'Strijd voor het recht en strijd ook voor de vrijheid' (lofzang 161). Leef zo dat u elke ochtend in gebed kunt neerknielen, en om leiding en bescherming van de Heilige Geest kunt vragen tijdens uw dagelijkse werk. Leef zo dat u elke avond voor het naar bed gaan in gebed tot de Heer kunt gaan zonder enige schaamte of enige noodzaak om Hem om vergeving te vragen. Ik aarzel niet om te zeggen dat God u zal zegenen als u dat doet. Eens wordt u oud en kijkt u terug op uw leven. Dan kunt u zeggen: 'Ik heb een integer leven geleid. Ik heb niemand bedrogen, ook mijzelf niet. Ik heb mij zeer verheugd in mijn metgezellin, mijn vrouw, die de moeder van onze kinderen is. Ik ben trots op die kinderen. Ik ben God dankbaar voor de zegeningen die ik ontvang.'

Als u dat kunt, beloof ik u dat er, als de schaduwen van de ouderdom op u vallen, tranen van dankbaarheid in uw ogen zullen komen en uw hart vol dankbaarheid in uw borst zal kloppen.

Enkele jaren geleden, meer dan tien jaar geleden, sprak ik vanaf dit spreekgestoelte tot de bisschoppen van de kerk. Ik wil het vanavond nog even over dat onderwerp hebben.

Ik heb een grote waardering voor onze bisschoppen. Ik ben bijzonder dankbaar voor de openbaring van de Almachtige waaruit het instellen van dit ambt en zijn functies is voortgekomen.

Zoals u allen weet, is Midden-Amerika afgelopen herfst door een vreselijke storm getroffen. Zes dagen en nachten lang bleef orkaan Mitch in dat gebied hangen, vooral boven Honduras. De winden woeien met grote kracht en er viel onophoudelijk regen. De rivieren zwollen en spoelden huizen weg die op de oevers waren gebouwd. Meer dan tweehonderd bruggen werden weggespoeld in Honduras, waardoor reizen onmogelijk werd. Aarde uit de hooglanden spoelde in een stortvloed van vieze modder in de richting van de zee. Huizen werden er tot boven de ramen mee gevuld. Tuinen en straten liepen vol. De mensen vluchtten geschrokken, met achterlating van alles wat ze hadden.

Een van onze bisschoppen kreeg een vrachtwagen te pakken en reed rond om zijn leden op te halen en hen naar een hoger gelegen stuk grond te brengen. Toen de vrachtwagen niet verder kon, kreeg hij op de een of andere manier een boot te pakken. Hij zorgde voor zijn kudde.

Ik ben erheen gegaan om poolshoogte te nemen en waar mogelijk troost te bieden. Ik was getuige van een wonder. Ik zag de eenvoudige, maar wonderbaarlijk doeltreffende organisatie van deze kerk in werking.

Ieder lid van deze kerk heeft een bisschop of gemeentepresident. Ik heb alleen maar lof voor de andere hulpacties die vanuit andere delen van de wereld op gang kwamen. Maar ik heb oneindige bewondering voor de geweldige manier waarop de kerk het aanpakte. De bisschoppen deden een beroep op hun ringpresident, die een beroep deden op het gebiedspresidium, dat een beroep deed op het hoofdkantoor hier in Salt Lake City. Binnen enkele uren waren er grote hoeveelheden basisvoedingsmiddelen, medicijnen en kleding op weg uit onze magazijnen.

Er werd in San Pedro Sula, het gebied met de grootste schade, een pakhuis gehuurd. Het waren de bisschoppen die hun mensen indeelden om in ploegen in het pakhuis te werken en plastic zakken te vullen met voldoende voedsel om een gezin een week lang te onderhouden, alsmede kleding, en medicijnen om hen tegen ziekten te beschermen. Elke bisschop kende zijn eigen mensen. Samen met zijn ZHV-presidente was hij op de hoogte van hun noden. Zij waren geen naamloze vreemdelingen die als werknemers van de regering waren ingezet. Zij waren vrienden, elk een lid van een wijkfamilie die klein genoeg was om op de hoogte te zijn van elkaars noden. Er waren geen woordenwisselingen, geen inhalig graaien naar voedsel en kleding. Alles verliep ordelijk. Het was systematisch. Het was vriendelijk. Het werd gemotiveerd door liefde en zorgzaamheid, en het werd snel gedaan om te voorzien in onmiddellijke behoeften. Het was het evangelie in actie op een stille, magnifieke manier.

Het water trok zich uiteindelijk terug, maar op alles bleef een dikke, lelijke laag modder achter. Niets werd waardevoller dan schoppen en kruiwagens. En onder leiding van de bisschoppen werden de huizen gezamenlijk van modder ontdaan.

Wij bezochten op een zaterdag een kerkgebouw. Er waren veel mensen en een bisschop, een liefdevolle vader voor zijn kudde, die leiding gaf. De kerkbanken, die in het water hadden gedreven, werden naar buiten gebracht en zorgvuldig schoongemaakt. De modder werd van de muren en de vloeren geschraapt. Toen kwamen de zwabbers en de poetsdoeken, en nog voor de avond viel die zaterdag was het gebouw klaargemaakt voor de diensten voor aanbidding op de sabbat.

Ik ben in ootmoed dankbaar en heb groot respect en bewondering voor de bisschoppen van deze kerk. Ik heb ze onder de allermoeilijkste omstandigheden gezien in La Lima (Honduras). Ik heb met ze gesproken, ze de hand geschud, en ik had ze meteen lief. Ik ben bijzonder dankbaar voor die mannen die, zonder enige aandacht voor hun eigen gemak, hun tijd geven, hun wijsheid en hun inspiratie om onze wijken in de hele wereld te presideren. Zij krijgen geen andere beloning dan de liefde van hun leden. Zij hebben op de sabbat geen rust, en op andere tijden ook niet veel. Zij staan het dichtst bij de mensen, zijn het beste op de hoogte van hun noden en hun omstandigheden.

De vereisten voor dit ambt zijn nog net zo als in de tijd van Paulus, die aan Timoteüs schreef:

'Een [bisschop] dan moet zijn onbesproken, de man van een vrouw, nuchter, bezadigd, beschaafd, gastvrij, bekwaam om te onderwijzen; niet aan de wijn verslaafd, niet opvliegend, maar vriendelijk, niet strijdlustig of geldzuchtig' (zie 1 Timoteüs 3:2­3).

In zijn brief aan Titus, voegt Paulus toe dat een bisschop 'onberispelijk [moet] zijn als een beheerder van het huis Gods; ( . . . )

'Zich houdende aan het betrouwbare woord naar de leer, zodat hij ook in staat is te vermanen op grond van de gezonde leer en de tegensprekers te weerleggen' (Titus 1:7, 9).

Gedurende mijn hele kindertijd en jeugd, zelfs tot de tijd dat ik tot ouderling geordend werd en terugkwam van zending, had ik maar één bisschop. Hij was een bijzonder man. Hij was 25 jaar in die functie werkzaam. Wij kenden hem, en hij kende ons. We noemden hem altijd 'bisschop Duncan', en hij noemde ons altijd bij onze voornaam. Wij hadden groot respect voor hem, een bijna ontzagwekkend respect. Maar we waren niet bang voor hem. Wij wisten dat hij onze vriend was. Hij had een erg grote wijk en hij verleende zijn mensen uitstekend dienstbetoon.

Ik heb gesproken tijdens zijn uitvaartdienst. Na mijn vader, had hij waarschijnlijk de grootste invloed op mijn jonge leven. Ik ben erg dankbaar voor hem.

Sinds die tijd heb ik een aantal bisschoppen gehad. Zonder enige uitzondering was ieder van hen een toegewijd en geïnspireerd leider.

Nu wil ik nog iets zeggen rechtstreeks tegen de bisschoppen die vanavond bij ons zijn. En veel van wat ik tegen u zeg, kan herhaald worden door de ringpresidenten en anderen in soortgelijke roepingen. Ik hoop dat u weet dat ik een sterk gevoel van liefde voor u heb. Ik hoop dat uw leden van u houden. U geniet een enorm vertrouwen. Door u te roepen, hebben wij ons volledige vertrouwen in u gesteld. Wij verwachten van u dat u de presiderende hogepriester van de wijk bent, een raadgever voor de mensen, een voorvechter en helper voor hen die in moeilijkheden zijn, een troost voor hen die verdriet hebben, en een leverancier van benodigdheden voor hen die behoeftig zijn. Wij verwachten van u dat u de bewaker en beschermer bent van de leer die in uw wijk onderwezen wordt, van de onderwijskwaliteit, en degene die ervoor zorgt dat de vele nodige functies vervuld worden.

Uw eigen gedrag moet onberispelijk zijn. U moet een integer mens zijn, boven elke kritiek verheven. Uw voorbeeld zal de richting aangeven die de mensen moeten nemen. U moet onbevreesd zijn in het afzweren van het kwaad, bereid zijn om pal te staan voor het goede, en onwankelbaar in uw verdediging van de waarheid. Hoewel al die vereisten standvastigheid vereisen, moet het in vriendelijkheid en liefde gedaan worden.

U bent de vader van de wijk en de beschermer van uw leden. U moet hen in tijden van verdriet, ziekte en moeilijkheden de helpende hand toesteken. U bent president van de Aäronische priesterschap, en samen met uw raadgevers moet u leiding geven aan de diakenen, de leraars en de priesters, om ervoor te zorgen dat zij groeien in 'de tucht en in de terechtwijzing des Heren' (Efeziërs 6:4).

U bent de echtgenoot van uw vrouw, haar geliefde metgezel, haar beschermer en degene die haar onderhoudt. U bent de vader van uw kinderen en moet hen in liefde verzorgen en hen in waardering onderwijzen.

U mag verwachten dat de tegenstander u zal bewerken. Van alle mensen moet u zeker zelfdiscipline hebben en zelf verre staan van alle zonde en kwaad. U moet pornografie vermijden, de tv uitzetten als die obsceen amusement toont, en rein zijn in gedachten en daden.

U mag uw ambt niet gebruiken om uw zakelijke belangen te behartigen onder uw leden, opdat niemand u kan beschuldigen van profijt trekken van uw werk als bisschop.

U bent rechter in alle voorkomende zaken in Israël. Dat is een bijna angstaanjagende taak. In sommige gevallen moet u zelfs beoordelen of uw mensen nog in aanmerking komen om lid te blijven van de kerk. U stelt vast of zij waardig zijn om zich te laten dopen, of zij waardig zijn om het Aäronisch priesterschap te ontvangen, of zij in aanmerking komen om op zending te gaan, en, boven alles, of zij in aanmerking komen om naar het huis des Heren te gaan en deel te hebben in de zegeningen die daar beschikbaar zijn. U moet erop toezien dat er niemand honger heeft, of zonder kleding of onderdak is. U moet op de hoogte zijn van de omstandigheden van allen die u presideert.

U moet een trooster en een gids zijn voor uw leden. Uw deur moet altijd openstaan voor mensen in nood. Uw rug moet sterk genoeg zijn om mede de lasten van uw leden te dragen. U moet zelfs de overtreder in liefde de hand reiken.

Broeders, ik roep de zegeningen van de Almachtige over u af in de uitvoering van de enorme taken die u hebt. Moge God u zegenen met gezondheid en kracht. Moge Hij uw verstand zegenen met wijsheid en begrip, met waardering en liefde. Mogen de belangen van uw leden de overheersende factor in uw leven zijn, zonder tekort te schieten in uw beroep of in het geven van de nodige aandacht aan uw gezin.

Ik dank de Heer voor u. Ik heb u lief om wat u doet. Ik bid voor u, ieder van u, waar u zich ook bevindt. Ik smeek u zich te beschermen tegen de pijlen van de tegenstander. Ik raad u aan om de hele wapenrusting Gods aan te doen.

Mogen de zegeningen van de hemel op uw vrouw en uw kinderen uitgestort worden. Op een dag wordt u ontheven. Dat zal een verdrietige dag zijn. De herinneringen aan uw leden zullen u de rest van uw leven bij blijven. Ze zullen uw dagen heiligen, en u gemoedsrust, rust en blijdschap geven. God zegene u, mijn geliefde broeders. Dat bid ik nederig. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy