The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1999
Bruggen en eeuwige kostbaarheden

Bruggen en eeuwige kostbaarheden

Ouderling Dennis B. Neuenschwander
van de Zeventig

Familiegeschiedenissen, familieverhalen, familieverslagen, foto's en tradities ( . . . ) vormen een brug tussen het heden en de toekomst en zijn onvervangbare schakels tussen de generaties.

Ouderling Dennis B. Neuenschwander

Broeders en zusters, elke familie heeft wel zaken van emotionele waarde. Sommigen verzamelen meubels, boeken, porselein en andere waardevolle zaken die doorgegeven worden aan kinderen en kleinkinderen. Dergelijke kostbaarheden herinneren ons aan dierbare overledenen en doen ons denken aan toekomstige generaties. Ze slaan een brug tussen overleden en toekomstige familieleden.

Elke familie heeft ook andere kostbaarheden die nog waardevoller zijn. Daartoe behoren familiegeschiedenissen, familieverhalen, familieverslagen, foto's en tradities. Die eeuwige kostbaarheden vormen ook een brug tussen het heden en de toekomst en zijn onvervangbare schakels tussen de generaties.

Ik wil u graag deelgenoot maken van een paar ideeën over familiegeschiedenis, bruggen en eeuwige kostbaarheden. Familiegeschiedenis slaat bruggen tussen de generaties van onze familie, bruggen naar actieve deelname in de kerk en bruggen naar de tempel.

Ten eerste, familiegeschiedenis slaat bruggen tussen de generaties van onze familie. Bruggen tussen generaties worden niet bij toeval geslagen. Elk lid van deze kerk heeft een taak als eeuwige architect van deze brug voor zijn of haar eigen familie. Op een van onze familiebijeenkomsten tijdens de kerstdagen keek ik naar mijn vader, die 89 is, en naar ons oudste kleinkind, Ashlin, van vier en een half. Ze praatten, lachten en hadden plezier met elkaar. Dat was een bitterzoet moment voor mij. Hoewel Ashlin leuke, maar vervagende herinneringen aan mijn vader zal hebben, heeft hij geen herinneringen aan mijn moeder, die vóór zijn geboorte is gestorven. Geen van mijn kinderen kan zich mijn grootouders herinneren. Als ik wil dat mijn kinderen en kleinkinderen weten wie ik in mijn herinnering heb, moet ik de brug tussen hen slaan. Ik ben de enige schakel tussen die generaties vóór en na mij. Het is mijn taak ze gevoelsmatig, in liefde en respect met elkaar te verbinden, hoewel ze elkaar nooit gekend hebben. Mijn kleinkinderen zullen niets van hun familiegeschiedenis weten als ik niet zorg dat die voor hen bewaard blijft. Eeuwige familiekostbaarheden verzamelen en bekend maken is onze eigen taak. We kunnen hem niet negeren of aan anderen geven. Wat ik niet op de een of andere manier vastleg, zal bij mijn dood verloren zijn; En wat ik niet aan mijn kinderen en kleinkinderen doorgeef, zullen zij nooit hebben.

Een leven dat niet is gedocumenteerd, is een leven dat binnen ongeveer twee generaties vergeten is. Dat kan een tragedie zijn in de geschiedenis van een familie. Kennis over onze voorouders door middel van verhalen, biografieën en familietradities, heeft vormende waarde en doordringt ons van waarden die ons leven richting en zin geven. Een paar jaar geleden ontmoette ik de overste van een Russisch-orthodox klooster, een enthousiast genealoog. Hij liet me boeken vol met zijn eigen familieonderzoek zien. Zijn werk was uitgebreid en grondig. Hij vertelde me dat misschien wel het belangrijkste van familiegeschiedenis is dat we familietradities in stand houden en die doorgeven aan jongere generaties. 'Kennis van die tradities en van familiegeschiedenis,' zei hij, 'smeedt generaties aan elkaar.' Verder zei hij nog: 'Als iemand weet dat hij afstamt van eerlijke voorouders, is hij moreel verplicht ook eerlijk te zijn. Hij kan niet oneerlijk zijn zonder al zijn familieleden te duperen.'1

Als u in uw familie de eerste bent die lid is geworden van de kerk, sla dan bruggen door uw belevenissen vast te leggen en bemoedigende woorden te schrijven aan uw nageslacht. In 1892 schreven de zusters van de ring Kolob in Springville (Utah) brieven aan hun kinderen, en verzegelden die in een tijdcapsule die zou worden geopend op 17 maart 1942, de honderdste verjaardag van de zustershulpvereniging. Na een korte stamboomlijst van haar familie schreef Mariah Catherine Boyer het volgende aan haar twee kinderen: 'Lieve kinderen, als jullie dit lezen, zullen jullie ouders en grootouders rusten in hun graf. Mijn handen, die in liefde zoveel werk voor jullie hebben verzet, zullen niet meer werken, en mijn ogen, die met liefde en goedkeuring in jullie onschuldige gezicht hebben gekeken, zullen jullie niet meer zien, totdat we elkaar in de hemel ontmoeten. Lieve kinderen ( . . . ) moge de liefde van zus en broer een troost voor jullie zijn. ( . . . ) Doe wat goed is voor jullie naasten, volg de aanwijzingen van je geweten, vraag God om kracht om alle verleiding tot het kwade te weerstaan, en zorg dat men van jullie zegt 'dat de wereld er door jullie beter op is geworden'. Houd je aan Gods geboden. Dat jullie levenspad bezaaid zal zijn met bloemen, en dat jullie altijd zullen doen wat goed is. Dat jullie altijd het gezelschap van de Geest zullen hebben en dat God jullie zal zegenen, dat is het gebed van jullie moeder. Ik sluit de foto's van ons gezin hierbij in. Vaarwel mijn lieve kinderen, tot ziens.'2 Die lieve, mooie woorden hebben nu al zes generaties van een getrouwe familie overbrugd.

Onderzoek naar familiegeschiedenis en het bijbehorende tempelwerk heeft veel kracht, die zijn oorsprong vindt in de schriftuurlijke en goddelijke belofte dat het hart van de vaders tot de kinderen, en het hart van de kinderen tot de vaders gekeerd zal worden.3 Woodrow Wilson heeft gezegd: 'Een volk dat geen herinneringen heeft aan het verleden, weet niet wat het nu is, noch wat het probeert te bereiken. Wat we proberen is tevergeefs als we niet weten wat onze afkomst is of waarmee we bezig zijn geweest.'4 Datzelfde kan ook van families gezegd worden: Een familie 'die geen herinneringen heeft aan het verleden, weet niet wat zij nu is, noch wat zij probeert te bereiken. Wat we proberen is tevergeefs als we niet weten wat onze afkomst is of waarmee we bezig zijn geweest.'

Ten tweede, familiegeschiedenis slaat bruggen naar actieve deelname in de kerk. Werken aan familiegeschiedenis versterkt het getuigenis van bekeerlingen en van alle kerkleden. Door te werken aan familiegeschiedenis en namen klaar te maken voor de tempel kunnen nieuwe leden een blijvende band met de kerk ontwikkelen. Geloof en vertrouwen groeien als familieleden betrokken worden bij de verlossende verordeningen van het evangelie. Op een recente ringconferentie ontmoette ik John en Carmen Day, die zich kort daarvoor hadden laten dopen. Ze vertelden dat ze al namen van familieleden hadden klaargemaakt en zo snel mogelijk naar de tempel wilden. Vragen we ons nog af of het leden aan de kerk bindt? Een pasgedoopt lid kan al snel bekend worden met familiehistorisch werk en tempelwerk door zendelingen, vrienden, buren, priesterschapsleiders en leiders van de hulporganisaties. Deelname aan de tempelverordeningen staat tenslotte centraal in ons evangelie. Men hoeft niet officieel te worden geroepen om aan zijn familiegeschiedenis te werken en deel te nemen aan de bijbehorende evangelieverordeningen.

Kort geleden las ik een artikel in the Improvement Era van augustus 1940. Ik citeer: 'Een jaar geleden, tijdens de aprilconferentie, vroeg dr. John A. Widtsoe van de Raad der Twaalf aan de zendingspresidenten welk onderdeel van het evangelie de meeste nieuwe vriendschappen, belangstellenden en bekeerlingen opleverde. President Frank Evans van het zendingsgebied Oostelijke Staten verdiepte zich in dat onderwerp en kwam tot de slotsom dat genealogie en de bijbehorende evangelieverordeningen en geloofspunten in zijn zendingsgebied de belangrijkste factoren waren. ( . . . )'5

Uit een recenter overzicht van de kerk blijkt dat betrokkenheid bij het zoeken en voor de tempel klaarmaken van namen van familieleden, en, zo mogelijk, deelname aan plaatsvervangend dopen belangrijke factoren zijn waardoor nieuwe leden een band met de kerk krijgen. Het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf hebben ons aangemoedigd tot een veel intensiever gebruik van familiegeschiedenis en de centra voor familiegeschiedenis om bekeerlingen in de kerk te houden en om minder-actieve en inactieve leden te activeren. Priesterschapsleiders, zendelingen en hoofden van centra voor familiegeschiedenis spelen allemaal een belangrijke rol bij een intensiever gebruik van die centra.

Ten derde, familiegeschiedenis slaat bruggen naar de tempel. Door te werken aan onze familiegeschiedenis worden we naar de tempel geleid. Familiegeschiedenis en tempelwerk horen bij elkaar. Het woord familiegeschiedenis moet eigenlijk nooit los van het woord tempel gebruikt worden. Onderzoek naar familiegeschiedenis is de belangrijkste bron van namen voor de tempelverordeningen, en tempelverordeningen zijn de belangrijkste reden voor onderzoek naar familiegeschiedenis. President Gordon B. Hinckley heeft gezegd: 'Al ons werk op het gebied van familiegeschiedenis is gericht op tempelwerk. Het heeft geen enkel ander doel'.6

Onderzoek naar familiegeschiedenis slaat de emotionele brug tussen de generaties. De tempelverordeningen vormen de brug van het priesterschap. Tempelverordeningen bekrachtigen door het priesterschap de verbinding die we al in ons hart tot stand hebben gebracht. Moeder Teresa heeft gezegd: 'Eenzaamheid en het gevoel niet gewenst te zijn is de ergste armoede.'7 De gedachte dat die armoede -- niet gewenst zijn en gescheiden zijn van je dierbaren -- ook na dit leven nog zal bestaan, maakt ons echt verdrietig. De belofte van familiegeschiedenis en tempelwerk is een eeuwige band van liefde en priesterschapsverordeningen.

Broeders en zusters, familiegeschiedenis en tempelwerk zijn eeuwige familiekostbaarheden die bruggen slaan. Zij slaan bruggen tussen de generaties van onze familie, bruggen naar actieve deelname in de kerk, en bruggen naar de tempel. Het is mijn verlangen dat wij allemaal zullen inzien welke kostbaarheden we hebben ontvangen van wie ons zijn voorgegaan, en welke taak we zelf hebben om ze door te geven aan komende generaties. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Dennis B. Neuenschwander, dagboek, 14 augustus 1975.
2. Brief van Mariah Catherine Boyer aan haar twee kinderen, Irena B. Mendenhall en Richard Lovell Mendenhall jr.
3. Zie Maleachi 4:5­6
4.Geciteerd in The Rebirth of America, (1986), blz. 12.
5. Improvement Era, augustus 1940, blz. 495.
6. De Ster, juli 1998, blz. 98, 99.
7. Geciteerd in Church News, 20 juni 1998, blz. 2.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy