Ouderling Jeffrey R. Holland
van het Quorum der Twaalf Apostelen
De grootste van die dingen [verlangd van vaders] zullen beslist zijn dat ze alles hebben gedaan wat ze konden voor het geluk en de geestelijke veiligheid van de kinderen die zij behoren te verzorgen.
Dit paasweekend wil ik niet alleen de herrezen Heer Jezus Christus danken, maar ook zijn ware Vader, onze Geestvader en God, die door het offer van zijn eerstgeboren, volmaakte Zoon te aanvaarden, al zijn kinderen tot zegen was in die uren van verzoening en verlossing. Deze verklaring van Johannes de geliefde, waarin hij zowel de Vader als de Zoon prijst, heeft op geen enkele andere tijd meer betekenis dan met Pasen: 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.'
1
Ik ben vader, en beslist onvolmaakt, maar ik kan niet bevatten hoe zwaar het voor God in zijn hemel moet zijn geweest om getuige te zijn van het enorme lijden en de kruisiging van zijn geliefde Zoon. Al zijn impulsen en zijn instinct moeten Hem hebben ingegeven om er een eind aan te maken, om engelen te sturen en in te grijpen -- maar Hij greep niet in. Hij doorstond het toekijken omdat het de enige manier was om een verlossende, plaatsvervangende betaling te doen voor de zonden van al zijn kinderen vanaf Adam en Eva tot aan het eind van de wereld. Ik ben eeuwig dankbaar voor een volmaakte Vader en zijn volmaakte Zoon, die geen van beiden zijn teruggedeinsd voor de bittere beker; en niemand van ons, onvolmaakten, die tekortschieten en struikelen, die vaak niet aan de norm voldoen, in de steek hebben gelaten.
Bij het beoordelen van de schoonheid van de verzoening en goddelijke eenheid tijdens die eerste Pasen, worden we eraan herinnerd dat die relatie tussen Christus en zijn Vader een van de ontroerendste thema's van de bediening van de Heiland is. Jezus' hele wezen, zijn hele doel en blijdschap waren gericht op het behagen van zijn Vader en het gehoorzamen van zijn wil. Hij leek altijd aan Hem te denken; Hij leek altijd tot Hem te bidden. In tegenstelling tot ons, had Hij geen crisis nodig, geen ontmoedigende wending van gebeurtenissen om zijn hoop op de hemel te richten. Hij keek reeds instinctief en vol verlangen in die richting.
Tijdens zijn hele aardse bediening lijkt Christus nooit een moment van ijdelheid of eigenbelang te hebben gehad. Toen een jongeman probeerde Hem 'goed' te noemen, verwees Hij het compliment door, zeggend dat de enige die deze lof verdiende, zijn Vader was.
In de begintijd van zijn bediening zei Hij ootmoedig: 'Ik kan van Mijzelf niets doen; ( . . . ) Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.'2
Na het uitspreken van zijn leringen, die de toehoorders verbaasden met hun kracht en gezag, zei Hij vaak: 'Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft ( . . . ) Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar er is een Waarachtige, die Mij gezonden heeft.'3 Later zei Hij weer: 'Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet.'4
Hun die de Vader wilden zien, die rechtstreeks van God wilden horen dat Jezus was wat Hij zei dat Hij was, antwoordde Hij: 'Indien gij Mij kendet, zoudt gij ook mijn Vader gekend hebben. ( . . . ) Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.'5 Toen Jezus de eenheid onder zijn discipelen wilde bewaren, gebruikte Hij in een gebed het voorbeeld van zijn eigen relatie met God: 'Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij.'6
Zelfs toen zijn kruisiging nabij was, toomde Hij met deze woorden de apostelen in die anders ingegrepen zouden hebben: 'de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?'7 Toen die onuitsprekelijke beproeving voorbij was, sprak Hij de woorden uit die wel de meest vredige en welverdiende woorden van zijn bediening in het sterfelijk leven moeten zijn geweest. Aan het eind van zijn lijden, fluisterde Hij: 'Het is volbracht! ( . . . ) Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.'8 Eindelijk was het voorbij. Eindelijk kon Hij naar huis.
Om eerlijk te zijn, heb ik over dat moment lang nagedacht. Ik heb me afgevraagd hoe die hereniging moet zijn geweest: de Vader die zoveel van zijn Zoon hield; de Zoon die zijn Vader altijd in woord en daad eerde. Hoe moet de omhelzing zijn geweest van twee Personen die zozeer één waren als deze twee één waren. En hoe zal die goddelijke omgang tussen Hen nu zijn? Wij kunnen ons dat alleen maar afvragen en het bewonderen. En in het paasweekend kunnen wij ernaar verlangen om zo te leven dat wij zelf ook een deel van die relatie waardig worden.
Als vader vraag ik me af of ik en alle andere vaders meer zouden kunnen doen om een betere, sterkere relatie te ontwikkelen met onze zoons en dochters hier op aarde. Vaders, is het teveel gevraagd om te hopen dat onze kinderen voor ons een klein deel hebben van het gevoel dat de goddelijke Zoon voor zijn Vader voelde? Zouden we meer van die liefde kunnen verdienen door te proberen meer te zijn zoals God was voor zijn kind? In elk geval weten wij dat het zich ontwikkelende beeld dat een jongmens van God heeft, zich concentreert op eigenschappen die zichtbaar zijn in de aardse ouders van dat kind.9
Om die reden, en vele andere redenen, denk ik dat geen enkel ander boek dat ik de afgelopen maanden gelezen heb mij meer heeft laten schrikken dan een boek met de titel Fatherless America. In dat onderzoeksverslag, zegt de auteur dat 'vaderloosheid de schadelijkste demografische trend van deze generatie is', de voornaamste oorzaak van schade bij kinderen. Het is, daarvan is hij overtuigd, de oorzaak van onze dringendste sociale problemen, variërend van armoede tot tienerzwangerschappen, van kindermishandeling tot geweld in het gezin. Een van de voornaamste sociale probleemkwesties van onze tijd is het feit dat de vader uit het leven van zijn kinderen vlucht.10
Een nog groter probleem dan het feit dat sommige vaders fysiek afwezig zijn, is een vader die geestelijk of emotioneel afwezig is. Dat zijn passieve vaderlijke zonden die verstrekkender, en op de lange duur waarschijnlijk destructiever, zijn dan actieve zonden. Waarom verbaast het ons niet dat toen tweeduizend kinderen van alle leeftijden en achtergronden werd gevraagd wat zij het meest waardeerden in hun vader, het universele antwoord was: 'Hij brengt tijd met mij door'?11
Een jong lauwermeisje met wie ik kennis maakte toen ik nog niet zo lang geleden een opdracht tot het bezoeken van een conferentie uitvoerde, schreef mij na dat bezoek: 'Ik zou willen dat mijn vader wist hoe hard ik hem geestelijk en emotioneel nodig heb. Ik verlang hevig naar een vriendelijke opmerking, een hartelijk gebaar. Ik denk niet dat hij weet hoeveel het voor me zou betekenen als hij echt belangstelling zou tonen voor wat er in mijn leven gebeurt, vragen stelt en raad geeft, aanbiedt me een zegen te geven, of gewoon tijd met mij doorbrengt. Ik weet dat hij zich zorgen maakt dat hij het niet goed doet of niet de juiste woorden gebruikt. Maar als hij het maar zou proberen, dan zou dat meer betekenen dan hij ooit kan beseffen. Ik wil niet ondankbaar klinken, want ik weet dat hij van me houdt. Hij heeft me eens een briefje gestuurd en dat ondertekend met "Liefs, papa." Ik koester dat briefje. Ik beschouw het als een van mijn dierbaarste bezittingen.'12
Net als die jongevrouw, wil ik in deze toespraak niet ondankbaar klinken, en hij is ook niet bedoeld om de vaders het idee te geven dat zij tekortschieten. De meeste vaders zijn geweldig. De meeste vaders zijn fantastisch. Ik weet niet wie deze kinderversjes geschreven heeft die ik mij uit mijn jeugd herinner, maar ze luiden ongeveer zo:
Alleen maar een vader met een vermoeid gezicht
Die thuiskomt na de dagelijkse plicht,
Het zwoegen en streven van elke dag,
Alles aanpakkend wat er maar op zijn weg komen mag,
Gewoon genietend met volle teugen
Dat zijn gezin zich zo in zijn thuiskomst kan verheugen.
Alleen maar een vader, maar hij geeft al wat hij heeft
En bereidt de weg, vóór zijn kind zich erop begeeft.
Hij verricht moedig en ernstig de onverplichte
Daden die zijn eigen vader voor hém verrichtte.
Dit zijn de regels die ik voor hem schrijven kan:
Alleen maar een vader -- maar de beste man.
En, broeders, zelfs als wij niet 'de beste man' zijn, zelfs in onze beperkingen en ontoereikendheid, kunnen wij ons in de juiste richting blijven begeven vanwege de bemoedigende leringen van onze goddelijke Vader, ons getoond door zijn goddelijke Zoon. Met de hulp van onze hemelse Vader kunnen we een groter ouderlijk erfgoed nalaten dan wij denken.
Een jonge vader schreef eens: 'Vaak als ik zie hoe mijn zoon naar mij kijkt, moet ik denken aan de momenten die ik doorbracht met mijn eigen vader, en herinner ik me hoe graag ik wilde worden zoals hij. Ik herinner me dat ik een plastic scheermes had en mijn eigen bus met scheerschuim, en dat ik mij elke morgen schoor als hij zich geschoren had. Ik herinner me dat ik in zijn voetspoor volgde, heen en weer over het gazon, als hij 's zomers het gras maaide.
'Nu wil ik dat mijn zoon mij volgt, maar toch beangstigt het me te weten dat hij dat waarschijnlijk ook zal doen. Ik kan alleen maar hopen dat de manier waarop ik er altijd naar verlangd heb om te worden zoals mijn vader, en de manier waarop mijn zoon -- ten goede of ten kwade -- ernaar verlangen zal om te worden zoals ik, ons beiden zal verbinden in het verlangen van ons allen om te worden zoals onze hemelse Vader. Als ik dit jongetje in mijn armen houd, heb ik "heimwee naar de hemel", een verlangen om lief te hebben zoals God liefheeft, om te troosten zoals Hij troost, om te beschermen zoals Hij beschermt. Het antwoord op alle angsten uit mijn jeugd was altijd: "Wat zou papa doen?" Nu ik zelf een kind heb groot te brengen, reken ik erop dat mijn hemelse Vader mij juist dát zal vertellen.'13
Een studievriend van me die in zijn jeugd niet zo'n makkelijk gezinsleven had, schreef mij onlangs: 'In mijn chaotische jeugd was veel onzeker, maar één ding wist ik zeker: mijn vader hield van me. Die zekerheid was het anker van mijn jonge leven. Ik leerde de Heer kennen en liefhebben omdat mijn vader Hem liefhad. Ik heb nooit iemand voor dwaas uitgescholden of de naam van de Heer ijdel gebruikt, omdat hij me gezegd had dat er in de Bijbel stond dat ik dat niet mocht. Ik heb altijd mijn tiende betaald omdat hij me geleerd had dat het een voorrecht is. Ik heb altijd geprobeerd de verantwoordelijkheid op mij te nemen voor mijn fouten en tekortkomingen, omdat mijn vader dat ook deed. Hoewel hij lange tijd van de kerk vervreemd was, heeft hij aan het eind van zijn leven een zending vervuld en trouw tempelwerk verricht. In zijn testament zei hij dat als er geld overbleef na het zorgen voor zijn familie, dit aan de kerk gegeven moest worden. Hij hield met heel zijn hart van de kerk. En daardoor houd ik er ook van.'14
Dat moet beslist de geestelijke toepassing zijn van de dichtregels van Lord Byron: 'Toch zien zij dat mijn gelaat allicht laat verraden, enkele trekken uit het gezicht van mijn vader.'15
Op een kwetsbaar moment in het leven van de jonge Nephi werd zijn profetische toekomst bepaald toen hij zei: '( . . . ) ik [geloofde] al de woorden ( . . . ), die mijn vader had gesproken.'16 Op het keerpunt in het leven van de profeet Enos, zei hij dat 'de woorden, die ik mijn vader dikwijls had horen spreken'17 de aanleiding waren tot een van de grote openbaringen die in het Boek van Mormon staan opgetekend. En de berouwvolle, zondige Alma de jonge herinnerde zich, toen hij geconfronteerd werd met de ondraaglijke herinnering aan zijn vele zonden, 'dat ik mijn vader tot het volk had horen profeteren aangaande de komst van ( . . . ) Jezus Christus, een Zoon van God, om voor de zonden der wereld verzoening te doen.'18 Die kortstondige herinnering, dat getuigenis dat zijn vader gaf op een tijd toen de vader gemeend kan hebben dat zijn zoon niets registreerde, redde niet alleen het geestelijk leven van zijn zoon, maar veranderde voorgoed de geschiedenis van de mensen in het Boek van Mormon.
Over Abraham, de grote patriarch, heeft God gezegd: 'Ik [ken] hem [ . . . ] hij [zal] gebieden [ . . . ], dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heren zouden bewaren.'19
Ik geef dit paasweekend mijn getuigenis dat 'grote dingen van [de] vaderen [zullen] worden verlangd', zoals de Heer heeft gezegd tegen de profeet Joseph Smith.20 De grootste van die dingen zullen beslist zijn dat ze alles hebben gedaan wat ze konden voor het geluk en de geestelijke veiligheid van de kinderen die zij behoren te verzorgen.
Op het moeilijkste moment in de hele geschiedenis van de mens, toen er bloed uit al zijn poriën kwam en Hem in wanhoop een uitroep ontsnapte, wendde Christus zich tot Hem tot wie Hij zich altijd gewend had -- zijn Vader. 'Abba', riep Hij uit. 'Vader', of uit de mond van een jonger kind: 'Papa.'21
Dat was zo'n persoonlijk moment dat het bijna heiligschennis lijkt om het aan te halen. Een Zoon in onverlichte pijn, een Vader die zijn enige ware Bron van kracht is, beiden volharden en doorstaan de nacht -- samen.
Vaders, mogen wij dit paasweekend hernieuwd worden in onze taak als ouders, gesteund door het beeld van deze Vader en zijn Zoon, als wij onze kinderen omarmen en hen voor altijd bijstaan. Dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Johannes 3:16.
2. Johannes 5:30.
3. Johannes 7:16, 28.
4. Johannes 12:49.
5. Johannes 14:7, 9.
6. Johannes 17:11.
7. Johannes 18:11.
8. Johannes 19:30; Lucas 23:46.
9. Zie 'Parent-Child Relationships and Children's Images of God', Journal for the Scientific Study of Religion, March 1997, 36 (1), blz. 2543.
10. David Blankenhorn, Fatherless America: Confronting Our Most Urgent Social Problem (1995), blz. 1.
11. Zie 'Becoming a Better Father', Ensign, januari 1983, blz. 27.
12. Privé-correspondentie.
13. Privé-correspondentie.
14. Privé-correspondentie.
15. Naar 'Parisina', in Byron: Poetical Works (1970), blz. 333.
16. 1 Nephi 2:16.
17. Enos 1:3.
18. Alma 36:17.
19. Zie Genesis 18:19; cursivering toegevoegd.
20. Leer en Verbonden 29:48.
21. Marcus 14:36.