The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1999
Dit is onze tijd

Dit is onze tijd

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

Bedenk dat de wonderen van de hedendaagse wetenschap en techniek ons niet zullen verhogen. Nee, de werkelijke uitdaging waarmee wij geconfronteerd worden in onze voorbereiding op de toekomst, is geestelijk verlicht worden.

President James E. Faust

Geliefde broeders, zusters en vrienden, ik streef er ernstig naar om de Geest bij mij te hebben gedurende die paar momenten dat ik op dit spreekgestoelte sta. Ik bid om leiding en wijsheid, zodat wat ik zeg aanvaardbaar mag zijn voor onze hemelse Vader.

Broeders en zusters, de profeet Joseph Smith heeft van onze tijd gezegd dat het de tijd is 'waar profeten, priesters en koningen [in het verleden] met opmerkelijk genoegen aan gedacht hebben; [en zij hebben] met vreugdevolle verwachting uitgekeken naar de tijd waarin wij leven; en vervuld met het vuur van hemelse en vreugdevolle verwachting hebben zij onze tijd bezongen en erover geschreven en geprofeteerd; ( . . . ) wij zijn het bevoorrechte volk dat God [gekozen] heeft om de heerlijkheid van de laatste dagen tot stand te brengen.'1 Sinds de profeet Joseph dat in 1842 heeft gezegd, heeft de mens meer kennis verworven dan in alle tijd die aan zijn bediening voorafgegaan was.

Wij staan bijna aan het begin van de volgende eeuw. Als we terugkijken, moeten we bedenken dat de belangrijkste gebeurtenissen in de afgelopen tweeduizend jaar niet de verbazingwekkende ontdekkingen van de wetenschap, techniek of reizen zijn geweest. Het was de verzoening van de Heiland en de herstelling van het evangelie, met de sleutels en het gezag van het priesterschap. Die twee weergaloze gebeurtenissen zullen ook bij het voortschrijden van de tijd van allesovertreffend belang zijn voor de mens. Het verleden, het heden en de toekomst draaien allemaal om die wonderbaarlijke, goddelijke ingrepen.

Op 1 januari 1901 begroette het Eerste Presidium in dit gebouw de wereld als volgt:

'Vandaag gloort er een nieuwe eeuw voor de wereld. De zojuist afgesloten honderd jaar waren de meest gedenkwaardige in de geschiedenis van de mensheid op deze planeet. Het zou onmogelijk zijn om in honderd dagen zelfs maar een korte samenvatting te geven van de gedenkwaardige gebeurtenissen, de wonderbaarlijke ontwikkelingen, de grote prestaties en de nuttige uitvindingen en ontdekkingen die de vooruitgang beschrijven van de tien decennia die nu achter ons liggen, in de onophoudelijke mars van de mensheid. Zelfs maar het noemen van de negentiende eeuw riep associaties op met vooruitgang, verbetering, vrijheid en licht. Wij prijzen ons gelukkig dat wij hebben geleefd temidden van die wonderen en deel hebben gehad aan die rijke schatten van wijsheid.'2

Toen die uitspraak honderd jaar geleden gedaan werd, reisden de mensen nog met paard en wagen. Het tijdperk van telefoon en elektriciteit brak nog maar net aan. Er was geen vervoer door de lucht, geen e-mail, geen faxapparatuur, geen Internet. Er is een explosie van wereldse kennis geweest. Ik geloof dat God die schatten aan intelligentie ter beschikking heeft gesteld om zijn doeleinden op aarde beter te verwezenlijken. De nieuwe eeuw zal exponentiële vooruitgang op het gebied van die schatten met zich meebrengen.

Mijn boodschap vandaag gaat over onze voorbereiding op de toekomst. Dit is onze tijd, en we moeten meer doen dan alleen maar naar de klok kijken. Sommigen onder ons kijken zenuwachtig naar de klok die onverbiddelijk doortikt tot in de volgende eeuw. Ons tijdsbesef heeft zijn uitwerking op ons denken en ons gedrag. Dat wordt geïllustreerd door het verhaal van een klok achter het raam van een restaurant. Hij 'was enkele minuten na twaalf stil blijven staan. Op een dag vroeg een vriend de eigenaar of hij wist dat de klok niet meer liep. "Ja," antwoordde de restauranteigenaar, "maar je zou je verbazen als je wist hoeveel mensen naar die klok kijken, denken dat ze honger hebben en binnenkomen om iets te eten."'3

Was er maar een of andere goddelijke tijdsaanduiding die een geestelijke honger in de mens zou opwekken! Waarnaar hongeren de meeste mensen? Ik denk dat het geestelijk en moreel leiderschap is. De vooruitgang in de techniek, wetenschappelijke uitvindingen en medische wonderen is wonderbaarlijk en ongelooflijk geweest. Maar we moeten er op de juiste wijze gebruik van maken als we er vreugde uit willen putten, en daarvoor is er geestelijk en moreel leiderschap nodig. De beschaving is er al heel lang. Hoewel computers een groot gemak betekenen, en ze bijzonder behulpzaam zijn door het verminderen van geestdodende taken, worden wij eraan herinnerd dat de Nephieten 'gelukkig'4 leefden, zelfs zonder computers. Elektronische wonderen kunnen zelfs valkuilen opleveren. Over het Internet surfen kan ons bijvoorbeeld betrekken bij datgene wat, als wij het najagen, ons huwelijk, ons gezin en zelfs ons leven kan vernietigen.

Tegenwoordig zijn veel mensen geobsedeerd door het millenniumprobleem en ze maken zich zorgen over de komende datum, vanwege de manier waarop computers de tijd meten. Zoals iemand eens over de tijd gezegd heeft: '[Het] verandert met de tijd: in de jeugd loopt de tijd door; op middelbare leeftijd vliegt de tijd; en op hoge leeftijd raakt de tijd op.'5 Wij zijn in een groot deel van ons dagelijks werk afhankelijk geworden van elektronica, en vanzelfsprekend maken wij ons druk over de noodzaak om computers te herprogrammeren alvorens de volgende eeuw ingaat. Hoewel er wat moeilijkheden kunnen voorkomen, ben ik van mening dat er geen grote rampzalige computerinstortingen zullen zijn die de samenleving bij het ingaan van de volgende eeuw zullen ontwrichten. Ik ben veel banger voor de ontwrichting van de traditionele waarden van de samenleving.

Ik maak me echt veel drukker over het falen van onze morele computers van eerlijkheid, integriteit, fatsoen, beleefdheid en seksuele reinheid. Hoeveel mensen zijn er tegenwoordig nog echt onkreukbaar? Zovelen raken verstrikt in een golf van populaire kwesties en getijden van holle frasen. Die instorting van morele waarden vindt plaats omdat we Gods leringen scheiden van ons eigen gedrag. Een eerbare man of vrouw zal zichzelf vast voornemen om te leven volgens bepaalde zelfopgelegde verwachtingen, zonder dat dit van buitenaf gecontroleerd hoeft te worden. Ik zou hopen dat wij onze morele computers kunnen laden met de drie elementen van integriteit: rechtvaardig omgaan met onszelf, rechtvaardig omgaan met anderen, en de wet van de oogst erkennen.

Ik hoop ook dat onze persoonlijke aanbidding van de Heiland ongecompliceerd zal blijven, zodat de eenvoudige majesteit van de waarheid van het evangelie ons gemoedsrust kan geven. Wij moeten ons geloof eenvoudig houden en onze aanbidding zuiver. Godsdienst is meer dan een ritueel; het is rechtschapenheid.

Ik heb geen enkele twijfel dat De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen als instelling het probleem van het ingaan van het jaar 2000 aankan. De groei in ledental, het aantal nieuwe tempels, en de geïnspireerde organisatie zijn er allemaal om een krachtige stap in de volgende eeuw te zetten. Het beeld van de technologie in gedachten hebben, is lofwaardig, maar om in geestelijk opzicht vooruitgang te maken, moeten we het beeld van de Heiland in ons gelaat en in ons hart hebben6.

Naarmate de mijlpaal van het jaar 2000 dichterbij komt, stijgt de opwinding omdat we niet alleen een nieuwe eeuw ingaan, maar ook de derde duizend jaar sinds de geboorte van Jezus Christus, de Heiland en Verlosser van de wereld. Die ene figuur, Jezus van Nazaret, die geen enkele positie, status of rijkdom bezat, heeft de wereld veranderd. Voor zover wij weten, heeft Hij tijdens zijn leven geen grond bezeten, noch enige wereldse goederen, behalve de eenvoudige kleding die Hij droeg.

Zijn boodschap was ook eenvoudig: 'Vrede zij dezen huize.'7 'Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.'8 'Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.'9 Met deze, en andere, beginselen heeft hij een nieuwe levenswijze geïntroduceerd. Hij leerde de mens liefde, de leer van hoop en heil, de weg naar vrede in deze wereld en de toekomende wereld. Hij had het over de opstanding, waarbij de geestelijke duisternis verwijderd zou worden en het heldere licht van de hoop op het eeuwig leven aan alle mensen gegeven zou worden.

Nadat Hij naar de hemel was opgevaren, werden Petrus, Jakobus en Johannes en de andere ongeletterde apostelen krachtige mannen die deze verlichte boodschap aan de wereld brachten. Met hun primitieve manieren van reizen en communiceren, trok dit groepje zendelingen er stoutmoedig op uit met deze nieuwe boodschap van hoop. Zij leverden indrukwekkende prestaties bij het wijd en zijd uitdragen van de geïnspireerde leerstellingen van Christus.

Vooruitgang op het gebied van reizen en communicatie hebben de kerk als instelling geholpen om de verkondiging van het evangelie in snel tempo voort te zetten. Verwijzingen naar aanleiding van radio- en tv-programma's geven de zendelingen de kans om de evangelieboodschap en de zending van de kerk uit te leggen. Maar doen wij, als individu, ons deel om dit heilige werk voort te stuwen? Tegenwoordig biedt de elektronische snelweg, met al zijn communicatiemogelijkheden, ons de gelegenheid om de zending te vervullen met een snelheid die duizend keer zo hoog ligt en even zoveel makkelijker is als in de tijd van Petrus, Jakobus, Johannes en de andere onverschrokken apostelen. Duizenden boodschappers, de voeten geschoeid met het evangelie des vredes, trekken er nu op uit met de boodschap van God.

De techniek steunt de voortgaande zending van de kerk in belangrijke mate. Laat in de jaren vijftig van deze eeuw, toen het straaltijdperk aanbrak, ging president David O. McKay na de inwijding van de tempel in Nieuw-Zeeland aan boord van een straalvliegtuig. Toen hij arriveerde in Los Angeles, zei hij tegen ouderling Henry D. Taylor en anderen: 'Broeders, als komende donderdag het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf bijeenkomen, zal ik aanbevelen om een ring te organiseren in Nieuw-Zeeland.' Vervolgens zei hij: 'Met deze snelle vliegtuigen zijn de algemene autoriteiten in staat om snel naar elk deel van de wereld te reizen, om daar ringen te bezoeken bij hun organisatie.'10 Wij hebben nu honderden ringen buiten de Verenigde Staten.

De vooruitgang deze eeuw op het gebied van communicatie en reizen heeft de snelheid vergroot waarmee het woord van de Heer uitgaat van Zion.11 Ik voel me bijna net zoals Jesaja, die over onze tijd heeft gezegd: 'de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.'12 Ik geloof dat deze geweldige uitstorting van kennis ons vermogen vergroot heeft om de boodschap van de Heer aan de wereld te brengen 'en dat in zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem.'13

Naarmate wij het jaar 2000 naderen, neemt de druk om de wonderen van de techniek te beheersen toe. Als wij daar aandacht aan besteden, zouden wij technisch gezien wijs maar geestelijk gezien ongeletterd kunnen worden. Ongetwijfeld doet een opleiding veel deuren van de toekomst voor ons open. Maar wij moeten ervoor zorgen dat onze computers van geloof goed werken, zodat we voortdurend de koers van rechtschapenheid kunnen aanhouden. Wij kunnen dat doen met dagelijks gebed, schriftlezen, gezinsavond, en ons op dagelijkse basis aan onze verbonden en verordeningen houden. Onze aanbidding moet dieper gaan dan de uiterlijke symbolen en moet de eenvoudige, diepzinnige beginselen van menselijk gedrag omvatten die vervat zijn in de leringen van de Heiland: we moeten ons 'bekeren en met vol voornemen des harten tot Mij wederkeren.'14 We zouden in geloof 'als een kindeke [moeten] worden, en in [zijn] naam worden gedoopt.'15 We moeten beleefd zijn in onze omgang met andere mensen, en moeten deugden ontwikkelen zoals vriendelijkheid en respect in woord en daad. De opdracht van de Heiland aan ons is: 'Hebt uw vijanden lief, zegent hen, die u vervloeken, doet wel aan hen, die u haten, en bidt voor hen, die u geweld aandoen en u vervolgen.'16

De zwaarste van alle moeilijke opdrachten die we hebben gekregen, is: 'Daarom zou Ik willen, dat gij volmaakt zoudt zijn, gelijk Ik, of uw Vader, Die in de hemel is, volmaakt is.'17 Volmaking is een eeuwig doel. Ook al kunnen we in het sterfelijk leven niet volmaakt worden, toch is ons geboden ernaar te streven -- een gebod dat wij uiteindelijk, door de verzoening, kunnen onderhouden. Bedenk dat de wonderen van de hedendaagse wetenschap en techniek ons niet zullen verhogen. Nee, de werkelijke uitdaging waarmee wij geconfronteerd worden in onze voorbereiding op de toekomst, is geestelijk verlicht worden. Natuurlijk moet al die nieuwe, zich uitbreidende intellectuele kennis beheerst worden, met grote moeite en hard leren. Er zal moed en stoutmoedigheid voor nodig zijn. Maar technische kennis is niet helemaal nuttig als het geen geestelijk doel en betekenis heeft. Ik ben er zeker van dat de Heer van ons verwacht dat we die gebruiken voor de vervulling van zijn doeleinden en om de mensheid tot zegen te zijn, maar wij moeten die verheven idealen als persoonlijke doelen en verlangens accepteren voordat we de techniek voor die doelen kunnen aanwenden.

Nu we het begin naderen van de derde duizend jaar sinds de geboorte van de Heiland, hoe moeten wij, met onze tien miljoen die gedoopt zijn in zijn naam, zijn werk voortzetten? Wij kunnen dat doen door de aanwijzingen te volgen van president Hinckley, het Eerste Presidium, het Quorum der Twaalf en de andere algemene autoriteiten. Veel van ons werk moet zich concentreren op het veranderen van ons leven en denken. Het behoort te omvatten wat de Heiland het nieuwe gebod noemde: 'dat gij elkander liefhebt'.18 Wij allen hebben de permanente taak om zijn schapen te weiden.19

Zoals de profeet Joseph al aangaf, is dit onze tijd. Ik geloof dat de toekomst grotere zegeningen voor de mensheid inhoudt dan ooit tevoren. Ik verheug mij in deze grote uitstorting van geestelijke kennis, 'want de aarde [vult zich met] de kennis van des Heren heerlijkheid, gelijk de wateren die de bodem der zee bedekken.'20 Kennis en intelligentie vallen 'als de tere regen uit de hemel'21 om ons allen tot zegen te zijn. Wij zouden elke gelegenheid te baat moeten nemen om voort te gaan in geloof, voorbij het jaar 2000 uitkijkend naar een heldere toekomst vol hoop, erkennend dat alle goede gaven door goddelijke voorzienigheid komen. Met die grotere kennis gaat een grotere verantwoordelijkheid gepaard. Als wij hard werken, verstandig ons eigen rentmeesterschap beheren en spaarzaam leven, zal de Heer ons zegenen in onze kennistoename zodat we er zijn heilige werk mee kunnen voortstuwen.

President Gordon B. Hinckley is de profeet voor onze tijd. Hij is zich volledig bewust van deze grotere verantwoordelijkheid en doet vol energie al wat hij kan om Gods doeleinden op aarde te vervullen. Wij allen moeten alles doen wat wij kunnen om dit werk mede voort te stuwen. Zoals de psalmist heeft gezegd: 'van de Here is dit geschied, het is wonderlijk in onze ogen.'22 Ik geloof daar vast in en getuig dat in de heilige naam van de Heer Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. History of the Church, deel 4, blz. 609­610.
2. James R. Clark, Messages of the First Presidency of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, zes delen (1966), deel 3, blz. 333.
3. Jacob M. Braude, Braude's Treasury of Wit and Humor (1964), blz. 178).
4. 2 Nephi 5:27.
5. 20,000 Quips and Quotes, Evan Esar (1995), blz. 812.
6. Zie Alma 5:14.
7. Lucas 10:5.
8. Matteüs 22:37.
9. Matteüs 22:39.
10. Henry D. Taylor, Conference Report, april 1960, blz. 118­119.
11. Zie Micha 4:2.
12. Jesaja 11:9.
13. Lucas 24:47.
14. 3 Nephi 10:6.
15. 3 Nephi 11:37.
16. 3 Nephi 12:44.
17. 3 Nephi 12:48.
18. Johannes 13:34.
19. Zie Johannes 21:15­17.
20. Habakuk 2:14.
21. William Shakespeare, De koopman van Venetië, vierde akte, vierde toneel, 185. Zie ook Deuteronomium 32:2.
22. Psalm 118:23.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy