The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 1998
Het priesterschapsquorum

Het priesterschapsquorum

Ouderling D. Todd Christofferson
van de Zeventig

Neem nu een besluit dat u al het mogelijke zult doen om te zorgen dat uw priesterschapsquorum zijn naam waardig en zijn opdracht getrouw zal zijn.

Ouderling D. Todd Christofferson

Broeder George Goates was een boer die in 1918 suikerbieten verbouwde in Lehi (Utah). De winter viel dat jaar vroeg in en het grootste deel van zijn bietenoogst bevroor in de grond. Het oogsten verliep langzaam en moeizaam voor hem en zijn zoon Francis. Intussen raasde er een griepepidemie door het gebied. Georges zoon, Charles, en drie kleine kinderen van Charles, twee meisjes en een jongen, stierven aan de gevreesde ziekte. In een tijdsbestek van slechts zes dagen ondernam George Goates, in diepe rouw, drie reizen naar Ogden (Utah), om de lichamen thuis te brengen en te begraven. Na deze verschrikkelijke onderbreking spanden George en Francis hun wagen weer in en keerden terug naar het bietenveld.

[Onderweg] kwamen zij de een na de andere wagen vol met bieten tegen die door de boeren in de buurt naar de fabriek werden gereden. Als ze langs kwamen, zwaaiden de mannen en riepen een groet: 'Hallo, oom George,' 'Erg voor je, George,' 'Wat een tegenslag, George,' 'Je hebt veel vrienden, George.'

Op de laatste wagen zat ( . . . ) Jasper Rolfe, met de sproeten. Hij zwaaide vrolijk en riep: 'Dat waren de laatste, oom George.'

Broeder Goates keek Francis aan en zei: 'Ik wou dat het onze laatste waren.'

Toen ze bij het hek van de boerderij aankwamen, sprong Francis van de grote rode bietenwagen af en deed het hek open zodat [zijn vader] naar binnen reed. George reed tot aan de rand van de akker, liet de paarden stilstaan, ( . . . ) en tuurde over het veld, ( . . . ) Er was op het hele veld geen suikerbiet te bekennen. Toen begon het tot hem door te dringen wat Jasper Rolfe bedoelde toen hij riep: 'Dat waren de laatste, oom George!'

George klom van zijn wagen af, raapte een handvol vruchtbare bruine aarde op, de aarde waar hij zo van hield, en toen ( . . . ) het loof van een biet, en hij keek een poosje naar deze symbolen van zijn arbeid alsof hij zijn ogen niet kon geloven.

Toen ging hij op een hoopje bietenloof zitten -- deze man had in de tijd van zes dagen vier geliefden thuis gebracht om begraven te worden; hij had doodskisten gemaakt en graven gedolven en zelfs met de begrafeniskleding geholpen -- deze verbazende man was gedurende dat hele hartverscheurende drama niet één keer teruggedeinsd, had niet gewankeld of geaarzeld -- nu zat hij op een hoopje bietenloof en huilde als een kind.

Ten slotte stond hij op, veegde zijn tranen weg, ( . . . ) keek naar de lucht, en zei: 'Bedankt voor de ouderlingen van onze wijk, Vader.'1

Over zulke ouderlingen wil ik het vanavond hebben. Ik wil het hebben over broeders in de priesterschap. Ik wil het hebben over het priesterschapsquorum.

President Boyd K. Packer heeft het volgende uitgelegd:

'Als in dagen van ouds iemand lid mocht worden van een select gezelschap, stonden in zijn benoeming, altijd in het Latijn, een omschrijving van de verantwoordelijkheid van de organisatie, de vereisten waaraan de leden moesten voldoen en dan, onveranderlijk, de woorden "quorum vos unum". Dat betekent: "met wie gij één moet zijn".'2

'In de bedeling van de volheid der tijden zei de Heer dat de priesterschap in quorums georganiseerd moest worden, dat wil zeggen selecte groepen broeders met de bevoegdheid om zijn zaken te regelen en zijn werk te doen voortgaan. Een quorum is een broederschap ( . . . ) Wie geordend is tot een ambt in het priesterschap heeft recht op [lidmaatschap in een quorum].'3

De Schriften geven aan wat de quorums van de priesterschap en hun respectievelijke plichten nu zijn, waaronder het Eerste Presidium4, het Quorum der Twaalf Apostelen5 en de Quorums der Zeventig6. Er wordt in uitgelegd wie de 'gevestigde dienaren' in de ringen van Zion zijn, de hogepriesters en ouderlingen,7 alsmede de drie quorums van het Aäronisch priesterschap, namelijk de priesters, leraren en diakenen.8

Zestig jaar geleden heeft ouderling Stephen L. Richards, destijds lid van het Quorum der Twaalf, een voor hem typerende duidelijke uitspraak over de rol van priesterschapsquorums gedaan. Hij zei: 'Een quorum is drie dingen: ten eerste, een klas; ten tweede, een broederschap; ten derde, een unit voor dienstbetoon.'9 Laten wij deze drie aspecten van priesterschapsquorums eens even nader bekijken.

Ten eerste, een quorum is een klas: Als een priesterschapsquorum of groep als klas bij elkaar komt, kunnen de leden samen leren, 'door het goede woord van God worden gevoed,'10 en geestelijk groeien. Wij studeren zodat we beter kunnen lesgeven.11 Dit jaar heeft de priesterschap een lesprogramma gekregen, gedeeltelijk hetzelfde als de ZHV, dat de quorums nieuw leven in kan blazen en 'scholen der profeten'12 van ze kan maken. Op de tweede en derde zondag van de maand is de les gebaseerd op leringen van de presidenten van de kerk. Het lesmateriaal voor 1998 en 1999 bestaat uit passages uit toespraken van Brigham Young. De teksten zijn rijk aan leerstellingen en toepassingsmogelijkheden. Het lesprogramma omvat Leringen voor onze tijd op de vierde zondag, waarbij men door het Eerste Presidium goedgekeurde actuele evangelievraagstukken kan bestuderen. U broeders, die de leiders van quorums en groepen bent, wilt u alstublieft de instructies die door het Eerste Presidium aangaande dit nieuwe lesprogramma zijn gegeven bestuderen totdat u ze volledig begrijpt? En wilt u ze dan nauwkeurig toepassen?

De Aäronische-priesterschapsquorums zijn ook met voortreffelijk lesmateriaal gezegend, hoewel dat niet altijd zo is geweest. In het begin van deze eeuw lieten sommige ringen systematisch geordende lesschema's drukken voor de Aäronische-priesterschapsquorums, andere lieten de jongemannen hun eigen gang gaan. Dat resulteerde soms in 'vrij ongebruikelijke priesterschapsvergaderingen, naar onze maatstaven. Éen van de lagere priesterschapsgroepen verdeelde haar lestijd bij voorbeeld in godsdienstige lessen en avonturenboeken, zoals Tom Sawyer, The Jungle Book, The Call of the Wild, Pigs Is Pigs en Frank Among the Rancheros.'13 Tegenwoordig reserveren we dergelijke 'culturele ontwikkeling' voor andere gelegenheden; als het quorum als klas samenkomt, gebruiken we onze tijd voor zaken van een hogere orde. Het huidige Aäronisch priesterschapslesboek omvat onderwerpen als 'Verbonden bepalen onze daden', 'Eerbied voor moeder en haar goddelijke rol', 'Mensen met een handicap waarderen en bemoedigen' en 'Morele moed', om er maar een paar te noemen. Aäronische-priesterschapsquorums hebben recht op echte priesterschapslessen als onderdeel van een goede quorumervaring.

Ten tweede, een quorum is een broederschap: Tijdens de algemene conferentie van oktober 1982 vertelde ouderling Robert L. Backman het verhaal van een jongeman, genaamd Mark Peterson. Kort na zijn ordening tot diaken maakte het quorumpresidium diakenen een afspraak met Mark en zijn ouders bij hun thuis.

'Precies op tijd ging de bel. De leden van het presidium stonden, gekleed in een wit overhemd met das, en allemaal met hun Schriften in de hand, voor de deur.

Ze gingen met Mark en zijn ouders zitten, begonnen met een gebed en overhandigden iedereen toen de agenda. De president deed zijn Schriften open en vroeg aan Mark en zijn vader om de teksten voor te lezen over de macht van het Aäronisch priesterschap, de betekenis daarvan en de specifieke plichten van een diaken. Daarna besprak de president welke plichten Mark had: hoe hij zich moest kleden, hoe het avondmaal moest worden rondgediend, wat boodschapper zijn inhield en het innen van de vastengaven. Toen vroegen ze of hij nog vragen had.

Ten slotte heetten ze hem van harte welkom in het quorum en boden hem alle mogelijke hulp aan. Toen ze weg waren, waren Marks ogen zo groot als theeschoteltjes. Hij zei tegen zijn vader: "Ze waren geweldig!"14

De broederschap in een priesterschapsquorum kan inderdaad geweldig zijn. Toen ik lid werd van een Quorum der Zeventig nam ik aan dat ik er na verloop van tijd wel bij zou gaan horen als ik kon laten zien dat ik de omgang met deze broeders waardig was. Ik hoopte dat ik hun niveau eens zou bereiken en geaccepteerd zou worden. Tot mijn verrassing voelde ik mij direct welkom en werd vanaf het begin als een broeder behandeld, als gelijke, door mannen met meer talent en die het verder geschopt hadden dan ik. Ik heb in mijn quorum vanaf de eerste dag steun en bemoediging, liefde en begeleiding ontvangen. Uiteraard heb ik een diep verlangen om tot het werk van het quorum bij te dragen en mijn broeders naar beste kunnen te assisteren.

President David O. McKay heeft gezegd: 'Als het priesterschap alleen aanzien of waardigheid inhield, zouden we geen groepen en quorums nodig hebben. Alleen al het bestaan van zulke groepen, gemachtigd door God, geeft al aan dat we afhankelijk zijn van elkaar, dat wederzijdse hulp en steun onmisbaar en noodzakelijk is.'15

En laten wij onthouden dat de broederschap van quorums nergens zo essentieel is als in het geval van een pasgedoopte broeder en zijn gezin. Quorum- en groepsleiders moeten in iedere wijk- en gemeenteraad het voortouw nemen bij het behoud van bekeerlingen.

Ten derde, het quorum is een unit voor dienstbetoon: Toen ik het daarstraks over het nieuwe lesprogramma voor de Melchizedekse priesterschap had, heb ik niet besproken wat er op de eerste zondag van de maand gebeurt. Dat is een heel bijzondere vergadering. Op de eerste zondag komen de priesterschapsdragers in quorums en groepen bijeen om hun plichten te leren kennen en hun werkzaamheden te plannen. Training en besprekingen, rapportering en opdrachten staan op de agenda. Ook leert men dan hoe priesterschapsverordeningen en zegens correct worden bediend. Het is een tijd voor het werk van de priesterschap. Het is het moment om te bepalen hoe de priesterschap aan de slag gaat. Ik kan me voorstellen dat zo'n bijeenkomst tachtig jaar geleden in Lehi (Utah) plaatsvond, waarbij de ouderlingen plannen smeedden om de suikerbieten van hun overbelaste broeder, George Goates, te oogsten.

Zowel de Melchizedekse- als de Aäronische-priesterschapsquorums zullen geestelijke gesterkt worden door dienstbetoon. Onze grote presiderende Hogepriester en ons voorbeeld is Jezus Christus. Hij heeft gezegd:

'Maar wie groot wil worden onder u , zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.'16

Jaren geleden vertelde president Gordon B. Hinckley ons over een soort visioen omtrent quorums van de priesterschap. Hij heeft gezegd:

'Het zal een prachtige tijd zijn, mijn broeders -- het zal een tijd zijn waarin de doelstellingen van de Heer zullen worden bereikt -- wanneer onze priesterschapsquorums een stevig anker worden voor alle mannen die er lid van zijn, wanneer die mannen terecht kunnen zeggen: "Ik ben lid van een priesterschapsquorum van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ik sta klaar om mijn broeders in al hun noden te helpen en ik weet zeker dat zij evenzo voor mij klaar staan." Door samen te werken zullen wij gezamenlijk als verbondszonen van God groeien. Door samen te werken kunnen wij zonder schaamte of angst iedere vorm van tegenslag doorstaan, of die nu economisch, sociaal of geestelijk is.'17

Wij moeten deze geweldige tijd niet uitstellen of er op wachten. Als u een ordening in het priesterschap hebt ontvangen, behoort u tot een quorum. Als u ergens woont waar niet genoeg broeders zijn om een quorum te vormen, behoort u tot een priesterschapsgroep die een quorum zal worden. Neem nu een besluit dat u al het mogelijke zult doen om te zorgen dat uw priesterschapsquorum zijn naam waardig en zijn opdracht getrouw zal zijn. Bestudeer de lessen met uw broeders. Vorm een broederschap met hen. Werk met hen in dienstbetoon. Het quorum, broeders, het quorum. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Vaughn J. Featherstone, Conference Report, april 1973, 46­48; Ensign, juli 1973.
2. Een koninklijk priesterschap (Lessen voor de Melchizedekse priesterschap [1975]).
3. 'What Every Elder Should Know -- and Every Sister As Well: A Primer on Principles of Priesthood Government,' Ensign, februari 1993, blz. 9.
4. Leer en Verbonden 102:9­10; 107:9, 22, 78­81, 91­92.
5. LV 18:26­27; 107:23­24, 33, 35, 58.
6. LV 107:25­26, 34, 38, 93­97.
7. Zie LV 20:38­45; 43:15­16; 107:7, 10­12, 17, 89; 124:133­135, 137.
8. Zie LV 20:46­60; 107:60­63; 85­88.
9. Conference Report, oktober 1938, blz. 118.
10. Moroni 6:4.
11. Zie LV 50:13­14.
12. Zie LV 88:127.
13. William Hartley, 'The Priesthood Reform Movement,' BYU Studies, winter 1973, blz. 138.
14. Conference Report, oktober 1982, 53­54; Ensign, november 1982, 38.
15. Conference Report, oktober 1968, Improvement Era, december 1968, 84.
16. Marcus 10:43­45.
17. 'Welfare Responsibilities of the Priesthood Quorums,' Ensign, november 1977, 86.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy