President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
De priesterschap van God is een invloedrijke macht in de wereld aan het worden. . . . Die grote macht is ons toevertrouwd; we moeten die niet verzwakken door tekort te schieten in onze taken.
Geliefde broeders, ik spreek mijn liefde en waardering uit voor uw toewijding en getrouwheid als dragers van het priesterschap van God.
Eerder dit jaar heb ik met mijn drie zoons in Frankrijk de plaatsen bezocht waar mijn vader tijdens de Eerste Wereldoorlog in het Amerikaanse leger gevochten heeft. Iedereen die bij die oorlog betrokken was, heeft zwaar geleden en de gevolgen waren vreselijk. Miljoenen verloren het leven. Hoewel mijn vader niet gesneuveld is, heeft hij tot aan zijn dood de geestelijke en lichamelijke littekens meegedragen. Ondanks zijn verschrikkelijke ervaringen begon hij zijn dagboek als volgt: 'Als ik weer moest, zou ik het weer doen, omdat het mijn plicht was.'1 Tachtig jaar later, tijdens onze reis door het prachtige land, hebben we de plaatsen bezocht waar de gevechten zijn geleverd, en ook de begraafplaatsen van beide partijen. Ik stond op de militaire begraafplaats net buiten Parijs met mijn hand op het kruis van Stanford Hinckley en zo belde ik president Hinckley per mobiele telefoon om mijn gevoelens van dat moment met hem te delen.
De Eerste Wereldoorlog was voor onze familie bijzonder tragisch omdat mijn vader een paar achterneven had die in het leger van de tegenpartij dienden en vochten gedeeltelijk op dezelfde slagvelden. Later hebben we kennis gemaakt met die familieleden, en het bleken keurige, godvrezende christenen te zijn. Ze hadden niets van doen met de grote geopolitiek of de oorzaken van de oorlog. Net als mijn vader dienden zij hun land omdat het hun plicht was. De Eerste Wereldoorlog en de oorlogen daarna hebben zoveel intens lijden veroorzaakt en de dood van talloze onschuldige mensen. Het is duidelijk dat oorlogen vaak worden veroorzaakt door een groot verlangen naar macht.
Vanavond wil ik tot jullie, jongemannen, spreken over het priesterschap, over macht en het juiste gebruik ervan, en over wat er nauw mee samenhangt: de vervulling van je plicht. Macht is hoogst aantrekkelijk en kan zowel goed als slecht zijn. Als je nog jong bent, en gemakkelijk te beïnvloeden, word je aangetrokken door allerlei indrukwekkende mensen. Dat zijn vaak sporthelden, sterren, rijke mensen en mensen met politieke macht. Jammer genoeg zijn er een aantal jongeren, vooral degenen die het op school niet redden, niet in een team geplaatst worden, of niet worden gekozen voor een koor, die zich afgewezen kunnen voelen en aangelokt worden door groepen waarvan ze denken dat die compensatie bieden voor hun tekortkomingen. Die honger naar acceptatie of macht lokt ze, als een mot naar het kaarslicht, naar straatbenden en andere groepen die gewelddadig kunnen zijn en gewoonten aanmoedigen die gevaarlijk zijn voor lichaam en geest.
Jullie, jonge priesterschapsdragers, hebben toegang tot de grootste krachtbron ter wereld. Dat is het priesterschap van God. In volkomen contrast tot andere krachtbronnen, blijft het heilig priesterschap, door het juiste gebruik ervan, bouwen aan geestelijke en lichamelijke kracht die de eeuwigheid doorstaat. Het is 'onafscheidelijk met de machten des hemels ( . . . ) verbonden' en kan alleen aangewend worden 'volgens de grondbeginselen van gerechtigheid.'2 Over het priesterschap heeft de profeet Joseph Smith gezegd: '[Het] is het kanaal waardoor alle kennis en leer, het heilsplan en elke andere belangrijke zaak vanuit de hemel wordt geopenbaard. ( . . . ) Het is het kanaal waardoor de Almachtige (..) Zich tot op heden aan de mensenkinderen heeft geopenbaard, en waardoor Hij altijd zijn doeleinden bekend zal maken.'3
Die macht verkrijgen we in verhouding tot onze getrouwheid in de vervulling van onze plichten. Zoals de profeet Joseph gezegd heeft: 'De Heer heeft ons macht gegeven naar gelang het werk dat gedaan moest worden, kracht voor de moeilijkheden die voor ons lagen, en genade en hulp voor zover we die nodig hadden.'4 Om een voorbeeld te noemen: de profeet Elia kon, met gebruikmaking van zijn priesterschap, vuur uit de hemel roepen om de macht van God aan te tonen.
Voordat president Hugh B. Brown algemeen autoriteit werd, was hij in Engeland officier in het Canadese leger en had grote macht. Mannen sprongen voor hem in de houding en noemden hem 'sir'. Op een dag ontving broeder Brown de boodschap dat men hem in het ziekenhuis nodig had. Toen hij daar aankwam, bracht men hem naar een kamertje waar een zieke jongeman lag. Broeder Brown herinnerde zich dat hij ooit zondagsschoolleerkracht van die jongen was geweest. 'Broeder Brown,' zei de jongeman, 'wilt u voor mij uw gezag gebruiken? De dokters zeggen dat ik niet blijf leven. Wilt u me een zegen geven?' De trots die broeder Brown voelde vanwege het uniform van de koning, verdween toen hij zijn handen op het hoofd van de jongen legde en hem een zegen gaf. De hulp die de jongen nodig had kwam niet van gezag van een officier in het leger van de koning, maar van het gezag van het priesterschap.5
Met het gezag van het priesterschap hangt grote verantwoordelijkheid samen. We kunnen echt alleen deel hebben aan het priesterschap als we onze plicht doen. De priesterschap van deze kerk heeft in verband daarmee in het verleden een aantal moeilijke lessen geleerd. De broeders waren destijds onervaren en onbeproefd. Onder leiding van de profeet Joseph heeft de Heer ze onderricht en geselecteerd. Ze werden ongenadig vervolgd en opgejaagd om te leren hun plicht te doen. Velen schoten tekort. Driemaal hebben een aantal van die broeders harde, verfijnende beproevingen doorstaan voordat ze uiteindelijk beschutting vonden in deze valleien.
De eerste test was het Zionskamp in de lente en zomer van 1834. De tweede kwam slechts vier jaar later tijdens de trek van duizenden heiligen van de staat Missouri naar Illinois. Twaalf jaar later kwam de historische uittocht uit Illinois naar Winter Quarters, en het jaar daarop naar de valleien in het westen van de Verenigde Staten.
Zionskamp was in het leven geroepen om de heiligen opnieuw in Jackson County (Missouri) te vestigen. Tijdens die 'poging om Zion te verlossen'6 hebben ongeveer tweehonderd mannen meer dan 1500 kilometer afgelegd in de moeilijkste omstandigheden en onder leiding van de profeet Joseph Smith.
George A. Smith, zestien jaar, werd voor dat kamp uitgekozen en heeft iets van het lijden, de beproevingen en ontberingen van de broeders opgeschreven. Hij schreef over 26 mei 1834: 'Het was buitengewoon heet, we leden erge dorst en waren gedwongen water te drinken uit poelen die krioelden van de beestjes. Hier heb ik geleerd hoe ik met mijn tanden insecten moest zeven.'7 De volgende dag ging de uitgeputte Solomon Humphrey op de grond liggen en viel in slaap. Toen hij ontwaakte, zag hij vlak bij zijn hoofd een opgerolde ratelslang liggen, tussen hem en zijn hoed, die hij in zijn hand had toen hij in slaap viel. De broeders kwamen er omheen staan en zeiden: 'Het is een ratelslang, laten we hem doden.' Maar broeder Humphrey zei: 'Nee! Ik neem hem in bescherming; jullie mogen hem niets doen, want hij en ik hebben samen een dutje gedaan.'8 Ik verlang niet naar een dutje met een ratelslang!
Broeder George A. Smith schreef: 'De profeet Joseph was tijdens de reis net zo moe als iedereen. Bij zijn zorg voor het kamp en de leiding die hij had, liep hij het grootste deel van de tocht en had hij vaak blaren op zijn bloedende, pijnlijke voeten, een normaal gevolg van een tocht van 40 tot 64 kilometer per dag in een heet seizoen. Maar tijdens de hele tocht heeft hij nooit gemopperd of geklaagd, terwijl de meeste mannen in het kamp tegen hem klaagden over ( . . . ) het karige voedsel, de slechte kwaliteit van het brood, ( . . . ) maden in het spek en de kaas, enzovoort. (..) Toch waren we het Zionskamp, en velen van ons baden niet, waren roekeloos, zorgeloos, achteloos, dwaas of lastig. ( . . . ) Joseph moest geduld met ons hebben en ons in toom houden, als kinderen. Er waren in het Zionskamp echter ook velen die nooit mopperden en altijd klaarstonden en bereid waren te doen wat onze leiders wilden.'9
Hoewel Zionskamp er niet in slaagde het gestelde doel te verwezenlijken, namelijk de heiligen in Jackson County (Missouri) terug te krijgen op hun land, was het als training van onschatbare waarde. Ze ontdekten dat geloof belangrijker is dan het leven zelf. Tijdens een conferentie op 14 februari 1835 werden het Quorum der Twaalf Apostelen en de Zeventig gekozen uit degenen die deelgenomen hadden aan Zionskamp. Die dappere broeders hebben de kerk geleid in de daarop volgende vijftig jaar.
De Heer heeft in die periode van de kerk nog een belangrijke priesterschapsplicht bekendgemaakt. In afdeling 104 heeft de Heer vastgesteld hoe de kerk de armen moest behandelen: 'Daarom, indien iemand van de overvloed zal nemen, die Ik heb bereid, en niet, overeenkomstig de wet van mijn evangelie, van zijn deel aan de armen en behoeftigen geeft, zal hij met de goddelozen zijn ogen in de hel opslaan, en zich in kwelling bevinden.'10 In overeenstemming daarmee hebben veel broeders in januari 1839, tijdens de uittocht uit Missouri, een verbond gesloten om 'elkaar te steunen en te helpen ( . . . ) totdat er niemand meer is die de staat wil verlaten.'11
In de bittere kou van februari 1839 overdacht David Stillwell Thomas: 'Voordat we [de Mississippi] overstaken, namen we de lading van onze wagen en stuurden die terug voor de armen die nog moesten evacueren, en redden zo hun leven dat nog steeds door benden bedreigd werd.'12 Daniel Thomas had vijf kinderen en maar één paar schoenen dat ze moesten delen, maar toch stuurde hij de wagen terug om de minderbedeelde heiligen te redden.
Later, op 6 oktober 1845, kwam een groep priesterschapsdragers bijeen in de Nauvoo-tempel, en zetten ze plechtig hun handtekening onder een overeenkomst om te voorzien in de middelen om de armen en behoeftigen met de hoofdgroep mee te nemen op de grote trek naar het westen. In 1846 besloot de raad dat de beheerders zelfs de tempels in Nauvoo en Kirtland en alle eigendommen van de kerk zouden kunnen verkopen om de heiligen naar het westen te verhuizen.13
Nog steeds is het de plicht van de priesterschap van de kerk om zorg te dragen voor alle leden, ook de armen, de behoeftigen, weduwen, wezen en alleenstaande moeders en hun gezin. Daarbij hebben we nu de taak meer liefde te betonen aan de geestelijk armen onder de broeders, zodat zij met hun gezin zich kunnen verheugen in 'vrede in deze wereld en het eeuwige leven in de komende wereld.'14
Jullie, jongemannen van de Aäronische priesterschap, hebben nog slechts een vage indruk van de voldoening die voortvloeit uit het juiste gebruik van je priesterschap. Dat priesterschap omvat 'de sleutel ( . . . ) van de bediening van engelen.'15 Priesters kunnen de heilige verordening van de doop verrichten waardoor onze zonden worden weggenomen. De Aäronische priesterschap bedient de heilige symbolen van het avondmaal. Beide verordeningen houden rechtstreeks verband met de verzoening van de Heiland. Daarbij moeten jullie, als huisonderwijscollega's, over de kerk helpen waken, de leden aansporen 'te bidden, en alle huiselijke plichten na te komen.'16
Nog een andere taak ligt vooral op jullie schouders, jongemannen. Dat is de plicht om de raad op te volgen van degenen die boven je geplaatst zijn. Luister naar je ouders. Gehoorzaam ze, of je het nu wel of niet met ze eens bent. Zij houden meer van je dan wie ook en hebben je bestwil voor ogen. Luister naar de quorumpresident, je bisschop, je ringpresident, de apostelen, zieners en openbaarders -- in het bijzonder president Hinckley -- en de andere algemene autoriteiten van de kerk. Zij zullen je leiden op de weg van de gerechtigheid.
De priesterschap van God is een invloedrijke macht in de wereld aan het worden. We zijn niet langer een handjevol mensen aan de rand van de maatschappij. Die grote macht ten goede is ons toevertrouwd; we moeten die niet verzwakken door tekort te schieten in onze taken. We moeten ons omgorden met de wapenrusting der gerechtigheid. We hebben de plicht om het in alle opzichten waardig te zijn waardoor we een beroep kunnen doen op alle grote machten van het priesterschap. We moeten volkomen eerlijk zijn in alles wat we doen. We moeten zedelijk rein zijn. We moeten de armen en behoeftigen helpen. Als het grote leger van God hebben we de taak te werken aan waarheid en gerechtigheid over de hele wereld.
Broeders, wij zijn de gezaghebbende dienstknechten van de herrezen Christus. Met dat gezag verbonden is de plicht om dit heilige werk over de hele wereld voort te zetten. Wij maken deel uit van de grootste broederschap ter wereld. Wij zullen verantwoordelijk gehouden worden voor wat we doen met de sleutels, de macht en het gezag dat ons gegeven is. We moeten in alle opzichten trouw zijn aan die grote opdracht.
Kijkend naar de toekomst zullen er belemmeringen, moeilijkheden, problemen en tegenwerking blijven. Satan heeft meer middelen dan ooit tot zijn beschikking om onze mensen te misleiden, af te leiden en om te kopen. We zullen steeds beproefd worden. Op een dag in de toekomst zullen we via president Gordon B. Hinckley aan de profeet Joseph verantwoording moeten afleggen voor wat we hebben gedaan met die grote macht die de Heer ons heeft gegeven.
We zijn dankbaar dat Gods werk zo krachtig voortgang vindt onder leiding van president Gordon B. Hinckley. Na de dood van de Heiland hebben zijn apostelen grote en prachtige dingen gedaan in zijn naam. Petrus en Johannes kregen van Kajafas en de hogepriesters de vraag voorgelegd: 'Door welke kracht ( . . . ) hebt gij dit gedaan?'17 Net als Petrus verklaren wij tot de wereld dat dit allemaal gebeurt door de macht van het heilig priesterschap en in de 'naam van Jezus Christus, de Nazoreeër.'18
Dat getuig ik plechtig, in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. George A. Faust Diary, blz. 1.
2. LV 121:36.
3. History of the Church, deel 4, blz. 39.
4. History of the Church, deel 1, blz. 175.
5. Ontleend aan Hugh B. Brown, 'Be What You Will to Be', Brigham Young University Speeches of the Year [Provo, 14 februari 1967], blz. 89.
6. B.H. Roberts, inleiding op History of the Church, deel 3, blz. XI.
7. History of George Albert Smith, typoscript, archieven van de kerk, blz. 7.
8. History of George Albert Smith, blz. 8.
9. History of George Albert Smith, blz. 23.
10. LV 104:18.
11. History of the Church, deel 3, blz. 250255.
12. 'Letter to the editor and readers of the Lehi Post' [MS 7323, blz. 34].
13. Manuscript History of Brigham Young, Elden J. Watson, blz. 145.
14. LV 59:23.
15. LV 84:26.
16. LV 20:51.
17. Handelingen 4:7.
18. Handelingen 4:10.