The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
oktober 1998
Aan de jongens en de mannen

Aan de jongens en de mannen

President Gordon B. Hinckley

( . . . ) ik stel dat de tijd is gekomen om uw huis in orde te brengen.

President Gordon B. Hinckley

Broeders, het is een geweldige gelegenheid en een overweldigende verantwoordelijkheid om tot u te spreken.

Ik wil eerst tot de jongemannen spreken. Bedankt dat je hier vanavond aanwezig bent, waar je ook vergaderd bent. Bedankt dat je zowel naar het seminarie gaat als naar de zondagsdiensten. Ik respecteer jullie wegens je verlangen om het evangelie te leren, om je kennis te verdiepen door je studie van het woord van de Heer. Ik bedank jullie voor het verlangen in je hart om op zending te gaan. Ik bedank jullie voor je droom om in de tempel te trouwen en een eerbaar gezin groot te brengen.

Jullie zijn geen 'kinderen zonder toekomst'. Jullie verknoeien je leven niet door doelloos rond te dwalen. Jullie hebben een doel. Jullie hebben een plan. Jullie hebben plannen die alleen maar tot groei en kracht kunnen leiden.

Als je energie gebundeld is, je dromen doelgericht zijn, dan gebeurt er iets geweldigs. Onlangs ontving ik een proclamatie van een groep mormoonse jongemannen uit het noorden van Californië. Zij komen uit negentien ringen en toen zij in de bergen bijeenkwamen, bezochten ze de locatie waar een pioniersdrama heeft plaatsgevonden. Toen de jongens peinsden over wat zij zagen, en dachten aan hun erfgoed, werd ze gevraagd om een Mormoonse Route Scoutkamp-proclamatie te ondertekenen. Ik wil u die graag voorlezen.

'Wij maken aan iedereen bekend dat wij lid zijn van de Boy Scouts en dragers zijn van het Aäronisch priesterschap van God. Wij beloven onze trouw aan de waarden en beginselen die de mannen van het Mormoons Bataljon geleid hebben, alsmede de mormoonse pioniers, zowel mannen als vrouwen, die mede deze staat Californië gesticht hebben. Als hun dankbare zonen, verheugen wij ons in ons erfgoed van dienstbetoon.

'Op deze achttiende juli 1998 beloven wij ons te bekeren tot het evangelie van Jezus Christus. Wij zullen de Schriften bestuderen. Wij zullen bidden om de kracht tot gehoorzaamheid. Wij zullen werken. Wij zullen er met heel ons hart naar streven om het voorbeeld van Jezus te volgen.

'Wij zullen het priesterschap dat wij ontvangen hebben, grootmaken door anderen te dienen. Wij zullen de bediening van het avondmaal van de Heer waardig blijven. Waar er ook hulp nodig is, zullen wij, net als onze voorvaders, naar voren stappen.

'Wij zullen tonen dat wij het hoge, het Melchizedeks priesterschap waardig zijn. Wij zullen onze tijd toewijden aan het leger van de Heer en erop uitgaan als voltijdzendeling om allen uit te nodigen tot Christus te komen.

'Wij zijn jongemannen van het verbond. Wij zullen ons voorbereiden op het verbond van het eeuwig huwelijk. Wij bidden om een rechtschapen vrouw en kinderen, die wij zullen respecteren en beschermen met ons leven.

'Weet dat wij, ongeacht de gevaren, ongeacht de verleidingen, ongeacht de toestand van de wereld om ons heen, net als onze voorvaders getrouw zullen blijven. Net als zij die ons zijn voorgegaan, zullen wij ons afkeren van zelfverheerlijking en zullen wij persoonlijk voordeel opzij zetten om een vredige samenleving onder Gods bestuur op te bouwen.

'Wij zullen deze belofte te allen tijde en overal trouw blijven.'

Ik complimenteer elke jongen die dit ondertekend heeft. Ik bid dat geen van hen ooit zal terugkomen op de beloften die hij zichzelf, de kerk en de Heer gedaan heeft.

Wat zou dit een andere wereld zijn als elke jongeman zo'n verklaring van belofte zou ondertekenen. Er zouden geen levens verloren gaan aan drugs. Er zouden geen benden zijn waarin kinderen andere kinderen doodden, en er zouden geen jongemannen de gevangenis of de dood ingaan. Onderwijs zou een doel worden dat het werken waard was. Dienstbetoon in de kerk zou een gekoesterde gelegenheid worden. Er zou grotere vrede en liefde bij de mensen thuis zijn. Er zou geen pornografie bekeken worden, geen smerige lectuur gelezen worden. Jullie zouden de meisjes met wie je omgaat eren en respecteren, en zij zouden nooit bang hoeven zijn om onder welke omstandigheden dan ook alleen bij jullie te zijn. Het zou zijn alsof de moedige krijgers van Helaman de jeugd van de wereld hadden gewonnen voor hun levenswijze.

Op de agenda van je leven zou natuurlijk een zending staan. Je zou met plezier gaan, waar je ook voor het werk van de Heer heen zou worden gestuurd, en je zou het je volledige tijd en aandacht geven, al je kracht, energie en liefde.

Sta mij toe om je enkele delen voor te lezen van een brief van een jonge man die momenteel op zending is. Hij is geschreven aan zijn familie, en ik hoop dat ik geen vertrouwen schaad door hem aan deze grote menigte voor te lezen. Ik zal de naam van de schrijver of zijn zendingsgebied niet noemen.

Hij zegt: 'Het afgelopen jaar was geweldig! Ik ben van het zendingskantoor naar deze kleine gemeente overgeplaatst. Sinds die overplaatsing is mijn leven drastisch veranderd. In de afgelopen maanden heb ik geleerd wat werkelijk belangrijk is. Ik heb geleerd waar het echt om gaat. Ik heb geleerd mijzelf te vergeten. Ik heb geleerd doeltreffend te werken. Ik heb geleerd anderen lief te hebben. Ik heb geleerd dat God mij liefheeft en dat ik Hem liefheb. Kortom, ik heb geleerd te leven naar wat ik geloof. ( . . . )

'Ik heb geleerd over mensen en zaken. Ik heb tranen van vreugde gezien bij hen die nooit geweten hebben dat zij een kind van God waren. Ik heb de gebeden van de bekeerlijken verhoord gezien. Ik heb mensen het evangelie van Jezus Christus zien omarmen en het verlangen zien krijgen om een heel nieuwe persoon te worden, allemaal vanwege een gevoel. ( . . . )

'Ik droom vaak van het heilsplan. Ik denk over het wonderbare werk en het wonder dat heeft plaatsgevonden. Ik denk over de macht en kracht van engelen die rondom ons zijn. Ik vraag mij af en toe af hoe velen van hen mij helpen om te getuigen in een taal waarvan ik nooit had gedacht dat die ooit helemaal te begrijpen zou zijn.

'Ik overpeins de vreedzame dingen van onvergankelijke heerlijkheid die Henoch heeft gezien. ( . . . ) Ik ben God dankbaar voor wie ik ben. Mijn grootste zegen in dit leven is dat ik leef -- dat ik leef en werk in de dienst van God. Daarin vind ik gemoedsrust en vreugde.'

Mijn beste jonge vrienden, ik hoop dat jullie allen die kant van zendingswerk opgaan. Ik kan je geen lol beloven. Ik kan je geen gemak en comfort beloven. Ik kan je geen vrijheid van ontmoediging beloven, van angst, of van uitgesproken ellende zo af en toe. Maar ik kan je wel beloven dat je zult groeien zoals je nog nooit gegroeid bent in een vergelijkbare periode in je hele leven. Ik kan je een geluk beloven dat uniek, geweldig en blijvend zal zijn. Ik kan je beloven dat je je leven opnieuw onder de loep zult nemen, dat je nieuwe prioriteiten zult stellen, dat je dichter bij de Heer zult leven, dat het gebed een werkelijke en geweldige ervaring zal worden, dat je in geloof zult wandelen in de resultaten van het goede dat je doet.

God zegene jullie, jongens van deze geweldige kerk. Mogen jullie allen met een vaster voornemen wandelen, met een vastberadenheid om heilige der laatste dagen te zijn in elke zin van het woord. Mogen prestaties en dienstbetoon jullie beloning worden in het fascinerende, geweldige leven dat voor je ligt.

Nu broeders, wil ik tot de oudere mannen spreken, in de hoop dat ook de jongeren er nog wat van kunnen leren.

Ik wil het met u hebben over materiële zaken.

Als achtergrond voor wat ik wil zeggen, zal ik u enkele verzen uit hoofdstuk 41 van Genesis voorlezen.

De farao, de heerser over Egypte, had dromen gehad die hem erg dwars zaten. De wijze mannen aan zijn hof konden ze niet uitleggen. Jozef werd voor hem gebracht: 'Toen sprak Farao tot Jozef: In mijn droom stond ik aan de oever van de Nijl.

'En zie, uit de Nijl kwamen zeven koeien op, vet van vlees en mooi van gedaante, en zij weidden in het oevergras.

'Maar zie, zeven andere koeien kwamen na deze op, schraal, zeer lelijk van gedaante en mager van vlees ( . . . ).

'En de magere en lelijke koeien aten de zeven eerste, vette koeien op. ( . . . )

'Verder zag ik in mijn droom ( . . . ) zeven aren [opschieten] uit een halm, vol en mooi.

'Maar zie, zeven dorre, dunne en door de oostenwind verzengde aren ontsproten na deze.

'En de dunne aren verslonden de zeven mooie aren. ( . . . )

'Toen zeide Jozef tot Farao: ( . . . ) God heeft Farao bekend gemaakt, wat Hij zal doen.

'De zeven mooie koeien, dat zijn zeven jaren, en de zeven mooie aren, dat zijn zeven jaren; de dromen zijn één. ( . . . )

'God heeft Farao getoond, wat Hij zal doen.

'Zie, er komen zeven jaren, waarin grote overvloed in het gehele land Egypte wezen zal.

'Daarna zullen zeven jaren van hongersnood aanbreken; ( . . . ) en [ . . . ] God [zal] die haastig [ . . . ] volbrengen' (zie Genesis 41:17­20, 22­26, 28­30,32).

Nu wil ik u heel duidelijk maken dat ik niet aan het profeteren ben, dat ik geen jaren van hongersnood voorspel. Maar ik stel dat de tijd is gekomen om uw huis in orde te brengen.

Zoveel mensen leven op de rand van hun inkomen. In feite leven sommigen van geleend geld.

Wij hebben in de afgelopen weken wijdverbreide en angstaanjagende schommelingen van de wereldmarkt gezien. De economie is maar teer. Een val van de economie in Jakarta of Moskou kan een onmiddellijke uitwerking hebben op de hele wereld. En uiteindelijk kan het ons als persoon raken. Er zijn tekens dat we stormachtig weer voor de boeg hebben waar we maar beter rekening mee kunnen houden.

Ik hoop van ganser harte dat we nooit in een economische recessie terecht zullen komen. Ik ben een kind van de grote economische recessie van de jaren dertig. Ik ben afgestudeerd in 1932, toen de werkloosheid in dit gebied meer dan 33 procent was.

Mijn vader was toen president van de grootste ring in de kerk in deze vallei. Dat was nog voordat ons huidige welzijnsprogramma was ingesteld. Hij maakte zich ernstigzorgen. Met een paar collega's had hij een groot kapproject opgezet waarmee de ketels en fornuizen en de mensen thuis 's winters warm gehouden moesten worden. Ze hadden geen geld om kolen te kopen. Onder de houtkappers bevonden zich ook mannen die welvarend waren geweest.

Ik herhaal, ik hoop dat we nooit meer zo'n recessie zullen meemaken. Maar ik maak me zorgen over de enorme consumentenkredieten die de bevolking van dit land heeft, inclusief veel van onze eigen mensen. In maart 1997 bedroeg die schuld 1,2 biljoen dollar, wat een stijging van 7 procent ten opzichte van het vorige jaar inhield.

In december 1997 hadden 55 tot 60 miljoen huishoudens in de Verenigde Staten een schuld op hun credit card. De balans daarvan had een gemiddelde van meer dan zevenduizend dollar, met meer dan duizend dollar per jaar aan rente en andere kosten. De consumentenschulden als percentage van het beschikbare inkomen zijn van 16,3 procent in 1993 gestegen tot 19,3 procent in 1996.

Iedereen weet dat elke geleende dollar de straf van te betalen rente met zich meedraagt. Als dat geld niet betaald kan worden, volgt er een faillissement. Afgelopen jaar waren er in de Verenigde Staten 1 miljoen 350 duizend 118 faillissementen. Dat hield een stijging van 50 procent in ten opzichte van 1992. In het tweede kwartaal van dit jaar vroegen bijna 362 duizend personen een faillissement aan, een record aantal voor een kwartaal.

Wij worden misleid door verleidelijke reclame. De tv doet ons de verleidelijke uitnodiging om tot 125 procent van de waarde van ons huis te lenen. Maar er wordt niets gezegd over de rente.

President J. Reuben Clark jr. heeft in 1938 tijdens de priesterschapsbijeenkomst van de conferentie vanaf dit spreekgestoelte gezegd: 'Hebt u eenmaal schulden, dan is de rente uw metgezel, elke minuut van de dag of nacht; u kunt hem niet negeren of ontlopen; u kunt hem niet verwerpen; hij geeft niet toe aan smeekbeden, eisen of bevelen; en als u hem in de weg zit en zijn pad kruist, of niet aan zijn eisen voldoet, zal hij u vermorzelen' (Conference Report, april 1938, blz. 103).

Ik erken uiteraard dat het noodzakelijk kan zijn om geld te lenen voor de aankoop van een huis. Maar laten we een huis kopen dat we ons kunnen veroorloven en zo de be-talingen verlichten die ons voortdurend boven het hoofd zullen hangen, zonder enige genade of respijt, gedurende wel dertig jaar.

Niemand weet wanneer er een noodgeval komt. Ik ken het geval van een man die zeer veel succes had in zijn beroep. Hij leefde in luxe. Hij bouwde een groot huis. Maar op een dag raakte hij betrokken bij een ernstig ongeluk. Zonder enige waarschuwing verloor hij bijna het leven. Hij werd invalide. Hij kon zijn inkomen niet meer verdienen. Hij werd geconfronteerd met enorme medische kosten. En hij had nog andere betalingen te doen. Hij was hulpeloos tegenover zijn schuldeisers. In minder dan een minuut was hij van rijk ineens blut.

Sinds het begin van de kerk heeft de Heer het over dit onderwerp van schulden gehad. Tegen Martin Harris heeft Hij door openbaring gezegd: 'Betaal de schuld, die gij bij de drukker hebt gemaakt. Bevrijd u van slavernij' (LV 19:35).

President Heber J. Grant heeft het herhaaldelijk vanaf deze plek over dit onderwerp gehad. 'Als er iets is dat het mensenhart en het gezin gemoedsrust en bevrediging geeft, dan is het om naar ons inkomen te leven. En als er iets is dat verpletterend, ontmoedigend en terneerslaand is, dan is het schulden en verplichtingen te hebben waaraan men niet kan voldoen' (Heber J. Grant, Gospel Standards, blz. 111).

Wij dragen een boodschap van zelfredzaamheid uit in de kerk. Zelfredzaamheid kan niet slagen als er een grote schuld op het huishouden drukt. Iemand die verplichtingen heeft tegenover anderen, is onafhankelijk noch vrij van slavernij.

Bij het beheer van de kerkzaken, hebben we geprobeerd een voorbeeld te geven. Wij hebben het beleid gevolgd om streng te zijn in het jaarlijks opzij zetten van een percentage van het inkomen van de kerk, voor mogelijke toekomstige tijden van nood.

Ik ben dankbaar te kunnen zeggen dat de kerk het in al haar activiteiten en zaken, in al haar afdelingen, zonder geleend geld kan doen. En kunnen we dat niet meer, dan zullen we het mes zetten in onze programma's. Dan zullen we de kosten dusdanig beperken dat ze binnen ons inkomen passen. Wij zullen niets lenen.

Een van de gelukkigste dagen in het leven van president Joseph F. Smith was de dag dat de kerk haar schuld uiteindelijk afbetaalde. De kerk is sindsdien vrij van schulden geweest.

Wat is het een geweldig gevoel om vrij van schulden te zijn, om een beetje geld te hebben voor een tijd van nood, weggelegd waar het zo nodig kan worden opgenomen.

President Faust zou u het volgende nooit zelf vertellen. Misschien kan ik het u vertellen en dan mag hij me straks op mijn kop geven. Hij had een hypotheek op zijn huis met 4 procent rente. Iedereen zou hem gezegd hebben dat het dwaas was om die hypotheek af te betalen met zo'n laag rentepercentage. Maar bij de eerste gelegenheid die hij had om aan de nodige middelen te komen, besloten zijn vrouw en hij dat ze hun hypotheek zouden afbetalen. En hij is sindsdien vrij van schulden geweest. Daarom glimlacht hij en fluit hij onder zijn werk.

Ik spoor u aan, broeders, om naar uw financiën te kijken. Ik spoor u aan om bescheiden te zijn in uw uitgaven, om uzelf in uw aankopen te beheersen, om schulden zoveel mogelijk te vermijden, om die schulden zo snel af te betalen als u kunt en uzelf uit slavernij te bevrijden.

Dit maakt deel uit van het materiële evangelie waarin wij geloven. Moge de Heer u zegenen, geliefde broeders, om uw huis in orde te brengen. Als u uw schulden hebt betaald, als u een reserve hebt, al is die klein, dan mogen de stormen om uw huis loeien, maar dan hebt u een toevluchtsoord voor uw vrouw en kinderen, en hebt u gemoedsrust. Dat is alles wat ik hierover wil zeggen, maar ik zeg het met de grootst mogelijke nadruk.

Ik geef u mijn getuigenis van de goddelijke aard van dit werk, en mijn liefde voor u allen. In de naam van de Verlosser, de Heer Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy