The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 1998
Wat vragen de mensen over ons?

Wat vragen de mensen over ons?

President Gordon B. Hinckley

Ik wil alleen zo eenvoudig mogelijk uiteenzetten wat mijn antwoord is op de vragen die de mensen over ons stellen.

President Gordon B. Hinckley

Geliefde broeders en zusters, het is een grote eer om bij deze gelegenheid tot u te spreken.

Wij worden geregeld geïnterviewd door de media. Zoals velen van u weten, ben ik onlangs verschenen in het tv-programma Larry King Live. Ik had daarin toegestemd omdat ik van mening was dat, hoewel er enkele mogelijke gevaren in schuilden, er een grote kans was om de wereld toe te spreken over de kwesties die momenteel voor ons liggen.

In de loop van de show vroeg de heer King mij onomwonden: 'Wat is uw rol? U bent de leider van een vooraanstaande godsdienst. Wat is uw rol?'

Ik antwoordde: 'Mijn rol is leerstellingen te geven. Mijn rol is een voorbeeld te zijn voor de mensen. Mijn rol is de waarheid te verdedigen. Mijn rol is de waarden te beschermen die van belang zijn in onze beschaving en samenleving. Mijn rol is om te leiden.'

Dat was een onvoorbereid antwoord. Ik had die vraag niet verwacht. Maar in de geest van dat antwoord, zou ik zeven vragen willen stellen die ons altijd gesteld worden door de media en andere kerken. Voor deze gelegenheid moet ik noodzakelijkerwijs kort zijn. Maar elk van die onderwerpen verdient een volledige leerrede.

Ik heb de vragen willekeurig gekozen, ze staan niet in enige bewuste volgorde, afgezien van de eerste. Ik wil met niemand in discussie treden. Ik respecteer de godsdienst van elk mens, en respecteer zijn of haar verlangen om die na te leven. Ik wil alleen zo eenvoudig mogelijk uiteenzetten wat mijn antwoord is op de vragen die de mensen over ons stellen.

Vraag 1: Wat is de mormoonse leer aangaande de Godheid? Vanaf het eerste visioen hebben de mensen deze vraag gesteld, en dat blijven ze doen, en dat zullen ze blijven doen zolang zij geloven in de God van hun eigen traditie, terwijl wij getuigen van de God van hedendaagse openbaring.

De profeet Joseph heeft gezegd: 'Het is het eerste beginsel van het evangelie met zekerheid de aard van God te kennen, en te weten dat wij met Hem kunnen spreken zoals de ene mens met de andere spreekt ' (Teachings of the Prophet Joseph Smith, blz. 345).

'Wij geloven in God, de eeuwige Vader, en in zijn Zoon, Jezus Christus, en in de Heilige Geest' (Geloofsartikelen 1:1). Dit eerste geloofsartikel belichaamt onze leer. Wij aanvaarden de geloofsbelijdenis van Athanasius niet. Wij aanvaarden ook de geloofsbelijdenis van Nicea niet, noch enige andere geloofsbelijdenis die gebaseerd is op traditie en op de conclusies van de mens.

We aanvaarden als fundament van onze leer de verklaring van de profeet Joseph Smith dat, toen hij in het bos bad om wijsheid, 'het licht op mij rustte [en ik] twee Personen boven mij in de lucht [zag] staan, wier glans en heerlijkheid alle beschrijving te boven gaan. Een Hunner sprak tot mij, mij bij de naam noemende, en zei, op de Ander wijzend: Deze is mijn geliefde Zoon -- hoor Hem' (Geschiedenis van Joseph Smith 1:17).

Er stonden twee tastbare Personen voor hem. Hij zag Hen. Zij hadden dezelfde gedaante als mensen, maar waren heerlijker in hun verschijning. Hij sprak tot Hen. Zij spraken tot hem. Zij waren geen vormloze geesten. Ieder was een afzonderlijk Persoon. Zij waren Personen van vlees en beenderen van wie de aard in latere openbaringen aan de profeet is uitgelegd.

Ons hele pleidooi als leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen rust op de geldigheid van dit heerlijke eerste visioen. Het was het opengaan van het gordijn waarmee deze bedeling van de volheid der tijden werd ingeluid. Niets waarop wij onze leer baseren, niets wat wij onderrichten, niets waarnaar wij leven, is van groter belang dan deze eerste leerstelling. Ik stel dat als Joseph Smith met God de Vader en zijn geliefde Zoon gepraat heeft, al het andere waarvan wij spreken ook waar is. Dat is het scharnier waaraan de deur draait die leidt naar het pad van heil en eeuwig leven.

Zijn wij christenen? Natuurlijk zijn wij christenen. Wij geloven in Christus. Wij aanbidden Christus. Wij nemen in een heilig verbond zijn heilige naam op ons. De kerk waartoe wij behoren, draagt zijn naam. Hij is onze Heer, onze Heiland, onze Verlosser, door wie wij de verzoening gekregen hebben met heil en eeuwig leven.

Vraag 2: Wat is het standpunt van uw kerk inzake homoseksualiteit?

Allereerst geloven wij dat het huwelijk tussen man en vrouw door God is ingesteld. Wij geloven dat het huwelijk eeuwig kan worden door de macht van het eeuwige priesterschap, in het huis van de Heer.

De mensen vragen naar ons standpunt inzake de mensen die zichzelf als zogenaamde homo's en lesbiennes beschouwen. Mijn antwoord is dat wij hen liefhebben als zoon en dochter van God. Zij mogen dan een zekere krachtige neiging hebben die misschien moeilijk te beheersen is. De meeste mensen hebben bepaalde neigingen op verschillende momenten. Als zij zich niet naar die neiging gedragen, kunnen zij net zo goed vooruitgaan als alle andere leden van de kerk. Als zij de wet van kuisheid overtreden en de morele normen van de kerk, dan zijn zij onderworpen aan de discipline van de kerk, net als alle anderen.

Wij willen die mensen helpen, hen sterken, hen bijstaan in hun problemen en hen helpen met hun moeilijkheden. Maar wij kunnen het niet negeren als zij zich overgeven aan onzedelijke activiteiten, als zij in een zogenaamde homoseksuele huwelijkssituatie leven, die in stand willen houden en proberen die te verdedigen. Dat toe te staan, zou het kleineren van het ernstige en heilige fundament van het door God bekrachtigde huwelijk en zijn doel inhouden, namelijk het opvoeden van een gezin.

Vraag 3: Wat is uw standpunt inzake abortus?

Volgens de Centers for Disease Control and Prevention zijn er in 1995 alleen al in de Verenigde Staten meer dan 1 miljoen 200 duizend abortussen uitgevoerd. Wat is er gebeurd met onze achting voor het mensenleven? Hoe kunnen vrouwen, en mannen, de grote, kostbare gave van het leven verloochenen die zowel in zijn oorsprong als zijn aard goddelijk is?

Een kind is een geweldig iets. Een pasgeboren baby is prachtig. Er bestaat geen groter wonder dan de schepping van een mensenleven.

Abortus is iets afschuwelijks, iets verlagends, iets dat onvermijdelijk rouw, verdriet en spijt met zich meebrengt.

Hoewel we het afkeuren, laten we het toch toe onder omstandigheden zoals wanneer een zwangerschap het gevolg is van incest of verkrachting, wanneer het leven van de moeder door een bevoegde arts geacht wordt in ernstig gevaar te zijn, of als een bevoegd arts weet dat de foetus ernstige gebreken vertoont waardoor de baby niet in leven zou blijven na de geboorte.

Maar dergelijke gevallen zijn zeldzaam en de waarschijnlijkheid dat dit zal voorkomen, is te verwaarlozen. Onder die omstandigheden wordt hen die met deze vraag geconfronteerd worden, aangeraden om hun kerkleiders te raadplegen en in grote ernst te bidden, waarna zij een bevestiging dienen te ontvangen door middel van gebed alvorens enige beslissing door te zetten.

Er is een veel betere manier.

Als er geen vooruitzicht is op een huwelijk met de betrokken man, en als de moeder alleen is, dan is er de zeer welkome mogelijkheid om het kind op te geven voor adoptie door ouders die ervan zullen houden en ervoor zullen zorgen. Er zijn veel van dergelijke goede echtparen die naar een kind verlangen en er zelf geen kunnen krijgen.

Vraag 4: Wat is het standpunt van de kerk inzake polygamie? Wij worden momenteel geconfronteerd met veel krantenartikelen over dit onderwerp. Dat is gekomen door een zaak waarin een aanklacht is ingediend van kindermishandeling door enkele personen die een meervoudig huwelijk hebben.

Ik wil categorisch ontkennen dat deze kerk ook maar iets te maken heeft met de mensen die een polygaam huwelijk hebben. Zij zijn geen lid van deze kerk. De meesten zijn er nooit lid van geweest. Zij overtreden de burgerlijke wet. Zij weten dat zij de wet overtreden. Zij zijn onderworpen aan de straffen die daarop staan. Uiteraard heeft de kerk geen enkele jurisdictie in deze aangelegenheid.

Als wij erachter komen dat een van onze leden een meervoudig huwelijk heeft, wordt hij of zij geëxcommuniceerd, de zwaarste straf die de kerk kan opleggen. De mensen die hierbij betrokken zijn, overtreden niet alleen rechtstreeks de burgerlijke wet, maar zij overtreden ook de wet van deze kerk. Een van onze geloofsartikelen is bindend voor ons. Er staat in: 'Wij geloven onderworpen te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en overheidsdienaren, en de wet te moeten gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden' (Geloofsartikelen 1:12). Men kan niet tegelijkertijd de wet gehoorzaam en ongehoorzaam zijn.

Er bestaan geen zogenaamde 'mormoonse fundamentalisten'. Die twee woorden zijn in tegenspraak met elkaar.

Verder heeft God meer dan een eeuw geleden duidelijk aan zijn profeet Wilford Woodruff geopenbaard dat het meervoudig huwelijk afgeschaft moest worden, wat inhoudt dat het nu tegen Gods wet is. Zelfs in landen waar de burgerlijke wet of de godsdienstige wetten polygamie toelaten, leert de kerk dat het huwelijk monogaam moet zijn, en accepteert men geen nieuwe leden met een meervoudig huwelijk.

Vraag 5: Waaraan schrijft u de groei van de kerk toe?

Wij groeien. Wij groeien geweldig snel. Als we de natuurlijke groei en de dopen van nieuwe leden bij elkaar tellen, krijgen we er jaarlijks vierhonderdduizend leden bij. Op een basis van tien miljoen is dat ongeveer vier procent, wat uitzonderlijk goed is voor een kerk.

De mensen zoeken in een wereld vol verschuivende waarden naar een stevig anker. Ze willen iets waaraan ze zich vast kunnen houden nu de wereld om hen heen steeds meer in wanorde geraakt.

Zij worden als nieuw lid verwelkomd en we zorgen ervoor dat ze zich thuis voelen. Ze voelen de hartelijkheid van de broederschap onder de heiligen.

We zetten ze aan het werk. Ze krijgen taken. We geven ze het gevoel deel uit te maken van de grote voorwaartse beweging van dit werk Gods.

En vanzelfsprekend hebben we zendelingen die hen bijstaan in hun zoeken naar waarheid.

Al gauw ontdekken ze dat er veel van hen verwacht wordt als heilige der laatste dagen. Zij vinden dat niet erg. Ze voldoen aan de eisen en vinden het prettig. Ze verwachten dat hun godsdienst veeleisend is, dat het een hervorming van hun leven vereist. Ze voldoen aan de vereisten. Ze geven getuigenis van het grote goed dat ze gekregen hebben. Ze zijn enthousiast en getrouw.

Vraag 6: Hoe zit het met mishandeling van huwelijkspartners of kinderen? Wij veroordelen elke vorm van mishandeling ten strengste. Wij keuren de fysieke, seksuele, verbale of emotionele mishandeling van iemands huwelijkspartner of kinderen af. In onze proclamatie over het gezin staat: 'Man en vrouw hebben de plechtige taak om van elkaar en van hun kinderen te houden, en voor elkaar en hun kinderen te zorgen. ( . . . ) Ouders hebben de heilige plicht om hun kinderen in liefde en rechtschapenheid op te voeden, te voorzien in hun stoffelijke en geestelijke behoeften ( . . . ). De echtgenoten -- de moeders en vaders -- zullen door God verantwoordelijk worden gehouden voor het nakomen van deze verplichtingen.' (Proclamatie over het gezin, 1995).

Wij doen alles wat in ons vermogen ligt om dit vreselijke kwaad uit te bannen. Als men erkent dat man en vrouw gelijkwaardig zijn, als men erkent dat ieder kind dat in de wereld geboren wordt een kind van God is, dan volgt er een groter besef van de plicht om te verzorgen, te helpen, lief te hebben met een standvastige liefde voor hen voor wie wij verantwoordelijk zijn.

Geen enkele man die zijn vrouw of kinderen mishandelt, mag het priesterschap van God dragen. Geen enkele man die zijn vrouw of kinderen mishandelt, behoudt zijn status als goed lid in deze kerk. De mishandeling van iemands huwelijkspartner en kinderen is een ernstige overtreding van Gods geboden en iedereen die zich eraan bezondigt, mag verwachten kerkelijke discipline opgelegd te krijgen.

Vraag 7: Hoe financiert de kerk al haar activiteiten? Broeder Faust heeft vanmorgen hier heel kundig over gesproken. Buitenstaanders vragen zich af hoe wij zoveel kunnen doen. Zij spreken en schrijven over de kerk alsof het een rijke organisatie betreft met enorme financiële middelen.

Wij hebben middelen. Wij hebben huizen van aanbidding over de hele aarde. Wij bouwen elk jaar een groot aantal nieuwe. Wij houden bovendien een groot programma van hoger onderwijs in stand, alsmede van seminaries en instituten. Wij hebben ongeëve-naarde familiehistorische faciliteiten. Wij onderhouden een enorme zendelingenorganisatie, waaronder het onderhoud van zendingshuizen en andere faciliteiten naast de kosten van het onderhoud van de zendelingen, wat betaald wordt door de zendelingen zelf en hun familie. En we hebben ook andere programma's die geld kosten.

Maar al die programma's verslinden geld en brengen geen geld binnen. Het kost erg veel geld om deze kerk draaiende te houden. Haar wereldwijde operaties worden gefinancierd door de gewijde tiendegaven van getrouwe leden. Wat is de wet van tiende een wonderbaarlijk en heerlijk beginsel. Het is zo makkelijk te begrijpen en te volgen. Het is de financiële wet van de Heer.

Ik dank de Heer uit de grond van mijn hart voor het geloof van hen die hun eerlijke tiende betalen. Worden ze er armer door? Wij getuigen dat de Heer het in zijn goddelijke voorzienigheid goedmaakt met ons en dat Hij dat met gulle hand doet. Het is geen belasting. Het is een vrijwillige offergave die wij in vertrouwelijkheid geven. Het is een beginsel dat een opmerkelijke belofte met zich meebrengt. God heeft verklaard: 'Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten' (Maleachi 3:10). Dat is zijn belofte. Hij heeft het vermogen om die belofte te vervullen. En het is mijn getuigenis dat Hij dat doet.

Nou, dat is alles waar ik vanochtend tijd voor heb. We zouden nog veel andere onderwerpen kunnen noemen. Dit zijn slechts een paar van de vragen die een nieuwsgierige wereld ons stelt.

Wij moeten dit weten, u en ik die de leerstellingen van de kerk onderschrijven, dat dit Gods werk is, geleid door de Heer Jezus Christus, dat het werkt volgens hun plan en hun systeem, en dat het hun zegeningen met zich meebrengt.

Waarom zijn wij zo'n gelukkig volk? Dat komt door ons geloof, de stille verzekering in ons hart dat onze Vader in de hemel, die alles overziet, zal zorgen voor onze zoons en dochters die voor Hem wandelen met liefde en waardering en gehoorzaamheid. Wij zullen altijd een gelukkig volk zijn als we ons leven zo leiden. Valsheid in woord of gedrag is nooit geluk geweest. Geluk ligt in gehoorzaamheid aan de leringen en geboden van God, onze eeuwige Vader, en zijn geliefde Zoon, de Heer Jezus Christus.

Zoals ik al eerder vanaf dit spreekgestoelte gezegd heb, mijn broeders en zusters, wij hebben u lief. Wij hebben u lief vanwege uw geloof en uw goedheid. Wij hebben u lief vanwege uw bereidheid om te doen wat u gevraagd wordt. Wij hebben u lief vanwege uw gehoorzaamheid aan de wil van de Heer.

In de wetenschap dat dit werk waar is, gaan wij voort, ieder van ons. Mogen wij een hernieuwde inzet geven om de hele wapenrusting Gods aan te doen en naar Hem op te zien, is mijn nederig gebed. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy