The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
Oktober 1998
Dankbaarheid

Dankbaarheid

Ouderling Gordon Taylor Watts
van de Zeventig

De diepgang en de bereidheid waarmee wij dienen is een directe afspiegeling van onze dankbaarheid.

Ouderling Gordon Taylor Watts

Voor een jongen was het leven op onze kleine boerderij de hemel. Vaak waren er op ons bescheiden huis niet genoeg dakpannen om het dak te bedekken, het toilet lag aan het eind van een lang pad dat je moest kennen om er goed aan te komen en mijn versleten blouse had soms meer knoopsgaten dan knopen. Onze badbeurt op zaterdagavond voor een warme kachel, waarbij je lichaam aan beide temperatuurextremen werd blootgesteld, was een luxe. Het leven was geweldig. Toen veranderde er iets. Ik ging naar school en zag voor het eerst spullen die ik niet kende. Anderen hadden mooie kleren, prachtige huizen met alle moderne voorzieningen en ze reden in nieuwere auto's. Mijn leeftijdgenoten hoefden 's ochtends niet vroeg op te staan om vóór school klusjes te doen en er dan 's avonds na school weer opnieuw aan te beginnen. Terwijl zij populair en zelfverzekerd werden, werd ik teruggetrokken en verlegen. Jammer genoeg vergat ik hoe blij ik was geweest met mijn mandje vol zegeningen nu ik hun schijnbaar eindeloze stapels zegeningen voortdurend met de mijne vergeleek. Zo liet ik de rolluiken van ondankbaarheid voor mijn nederigheid zakken. De mening dat wij eigenlijk meer verdienen, kan er de oorzaak van zijn dat ons goed gevulde bord leeg lijkt. Dankbaarheid heeft vele gezichten en kan zich in vele vormen voordoen. Als wij de hand van de Heer niet erkennen in alles wat wij hebben, leidt dat al gauw tot zelfzuchtig gedrag.

Hoewel de Heiland de gever was, was Hij maar zelden de ontvanger van dankbaarheid.

'En toen Hij [Christus] een zeker dorp binnenging, kwamen Hem tien melaatse mannen tegemoet, die op een afstand bleven staan. En zij verhieven hun stem en zeiden: Jezus, Meester, heb medelijden met ons! En Hij zag hen aan en zeide tot hen: Gaat heen, toont u aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden. En één van hen keerde terug, toen hij zag, dat hij genezen was, met luider stem God verheerlijkende, en hij wierp zich op zijn aangezicht voor zijn voeten om Hem te danken. En dit was een Samaritaan. En Jezus antwoordde en zeide: Zijn niet alle tien rein geworden? Waar zijn de negen anderen?'1

Als wij de vraag van de Heiland, 'Waar zijn de negen anderen?' overwegen, stemt dat ons tot diep nadenken. Tijdens de algemene conferentie in april van dit jaar zei president Hinckley in zijn openingstoespraak:

'Dus, broeders en zusters, laten wij ons samen verheugen en met waardering van de wonderbaarlijke leerstellingen en gebruiken genieten, die nu als een gave van de Heer, in de heerlijkste periode van zijn werk tot ons gekomen zijn ( . . . ). Laten wij altijd dankbaar zijn voor deze kostbare gaven en voorrechten en als mensen die de Heer liefhebben ons deel doen.'2

Ondanks alle 'kostbare gaven en voorrechten' waarvan onze profeet sprak, herkennen wij onze overvloedige zegeningen vaak niet. En wat nog belangrijker is, sommige blijken van dankbaarheid voldoen niet aan de verwachtingen van de Heer.

'En in niets zondigt de mens tegen God, dan alleen door zijn hand niet in alles te erkennen en zijn geboden niet te gehoorzamen ( . . . ).'3

Dankbaarheid begint bij onze houding. Terwijl in de ogen van sommigen iedere appel glimt, zien anderen zelfs na het oppoetsen alleen de bruine plekjes. Wij moeten oppassen dat we niet tot het toenemende aantal ondankbare mensen gaan behoren die ongevoelig voor zegeningen zijn geworden en een voortdurende klaagzang aanheffen.

Vreugde en geluk worden uit dankbaarheid geboren. Mijn vrouw en ik hebben onlangs drie jaar in een ander deel van de wereld gewoond en daar met de bijzonder vriendelijke bevolking samengewerkt. Als wereldse bezittingen de maatstaf voor geluk waren, zou het overgrote deel van deze heiligen ongelukkig zijn. Het tegendeel is waar, dankbaarheid is daar overvloedig aanwezig en resulteert in aanstekelijke uitingen van vreugde. Hoewel zij in moeilijke levensomstandigheden met weinig gemak verkeren, is het duidelijk dat zij een heerlijk volk zijn. Hun opgewektheid komt voort uit hun dankbaarheid voor het evangelie van Jezus Christus en de zegeningen die voortvloeien uit het naleven van haar beginselen. Een getrouw districtspresident uitte zijn dankbaarheid voor het bezit van een fiets om zijn roeping te kunnen uitoefenen. Hoe harder hij trapte, hoe gelukkiger hij werd, leek het wel. Hier kunnen wij van leren; als wij ons ondankbaar voelen, moeten we misschien wat harder trappen. De diepgang en de bereidheid waarmee wij dienen is een directe afspiegeling van onze dankbaarheid.

Ouderling James E. Talmage heeft gezegd:

'Dankbaarheid is het tweelingzusje van nederigheid; trots is de vijand van beide ( . . . )'4

Ook heeft President James E. Faust gezegd:

'Een dankbaar hart is het begin van grootheid ( . . . ).'5

In moeilijke tijden kunnen wij dankbaar aanvaarden wat nog te komen staat -- dankbaarheid voor de zegeningen en gaven die de Heer in petto heeft voor hen die de geboden onderhouden en hem met een dankbaar hart dienen. Een eeuwige vriend en vroegere buurman van ons die jaren geleden bij ons thuis de leringen van het evangelie ontving, heeft onlangs het vuur des smelters gevoeld door het verlies van zijn dierbare vrouw. Zijn woorden van onbeschrijflijke dankbaarheid voor het evangelie, de tempelverbonden en het eeuwig huwelijk staan in mijn gedachten gegrift. Bij het heengaan van zijn vrouw verschaft deze kennis troost die hun niet bekend was voordat zij lid van de kerk werden. Zijn woorden: 'Hoe kan ik je ooit bedanken dat je deze grote eeuwige gave in mijn gezin hebt gebracht?' voeg ik bij mijn eigen woorden van onuitsprekelijke dankbaarheid tegenover mijn Vader in de hemel en zijn Zoon, Jezus Christus, voor de 'kostbare gaven en voorrechten' die Zij ons bieden.

'En hij, die alle dingen met dankbaarheid ontvangt, zal worden verheerlijkt, en de dingen der aarde zullen hem worden toegevoegd, zelfs honderdvoudig, ja, en meer dan dit.'6 In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Lucas 17:12­17.
2. De Ster, juli 1998, blz.6.
3. Leer en Verbonden 59:21.
4. James E. Talmage, Sunday Night Talks, Salt Lake City; Deseret Book Co., 1931, blz. 483.
5. Ensign, mei 1990, blz. 86.
6. LV 78:19.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy