Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Werken is altijd een geestelijke noodzaak, ook voor de enkelen voor wie het geen financiële noodzaak is.
Broeders, in mijn Aäronisch-priesterschapsjaren was ik varkenshoeder! Ik heb in die tijd geleerd wat werken was in een agrarisch jongerenproject met rasechte Duroc-varkens! Om te bewijzen dat wat ik ga zeggen geen opgesmukte herinneringen zijn, laat ik, met de hulp van ouderling Nelson, even deze deken zien met bijna 100 lintjes, door de jaren heen op verschillende tentoonstellingen met mijn bekroonde varkens gewonnen.
Vlakbij ouderling Nelsons hand hangt een roze lint dat ik 60 jaar geleden heb gewonnen. Het was het eerste dat ik ooit gewonnen heb. Ik denk dat de jury de hand over het hart heeft gestreken, want het varken was helemaal niet zo uitzonderlijk, maar ze wisten dat ik een steuntje in de rug nodig had, vandaar de vierde plaats. De paarse linten waren voor de kampioenen in latere wedstrijden!
Dank u, ouderling Nelson.
Broeders, ik heb door schade en schande geleerd de wisselende vleesprijzen bij de plaatselijke vleesfabriek in de gaten te houden. Mijn vader, en tevens boekhouder, hielp me alle winst en verlies zorgvuldig bij te houden. Zoals bij alles, kostten de varkens mijn hulpvaardige ouders vaak ook de nodige zweetdruppels, ja, ook mijn lieve moeder die vandaag 95 jaar geleden geboren werd. Ze liet me zien wat werken inhield, en ze hield genoeg van me om me te corrigeren.
Om goedkoop aan varkensvoer te komen, kocht ik bij een bakkerij geregeld tientallen broden van drie dagen oud, voor maar één dollarcent per brood. En als ik op het juiste moment bij de melkboer kwam, kreeg ik 300 liter magere melk gratis! Nu betaal ik 1 gulden 15 voor een liter een komische ironie. Dankzij die besparingen kon ik met de weinige contanten die ik had graan voor de varkens kopen.
Vaak wierp een drachtige zeug haar jongen midden in de nacht. Ik was soms echt moe van al het werk dat dit en andere zaken met zich meebracht. Maar toch had ik altijd het gevoel dat ik iets presteerde, en dat ook ik brood op de plank bracht. De meeste jongens van mijn leeftijd deden zulk werk. In die tijd, broeders, waren we samen arm, al zagen we dat niet zo. Werken was vanzelfsprekend. Tegenwoordig is krijgen voor sommigen vanzelfsprekend.
Maar varkens fokken had z'n sociale minpunten. Ik weet nog hoe het hoofd van de school eens m'n klas binnenliep en ten aanhore van iedereen zei (en ik was al zo verlegen): 'Neal, je moeder heeft gebeld, je varkens zijn weggelopen!' Ik wilde onder m'n tafel wegkruipen, maar ik rende naar huis om ze weer bijeen te helpen drijven.
Mijn vader was liefdevol maar veeleisend. Hij merkte op dat ik wel hard werkte, maar vaak niet zorgvuldig. Voor mij hoefde het niet zo precies. Op een zomerdag besloot ik m'n vader een plezier te doen en paaltjes voor ons hek in de grond te slaan, stevig en keurig op een lijn. Die hele dag werkte ik hard, waarna ik hem ongeduldig bij het tuinpad opwachtte. Toen hij thuiskwam, keek ik gespannen hoe hij de paaltjes zorgvuldig inspecteerde en ze zelfs met een waterpas controleerde voor hij zei dat het helemaal goed was. Toen complimenteerde hij mij. Met het 'zweet mijns aanschijns' had ik de lof van mijn vader verdiend, wat me een fantastisch gevoel gaf.
Vergeef me dat ik even mijn eigen jeugd erbij heb gehaald om te zeggen hoe dankbaar ik ben dat ik jong heb leren werken. Toch, broeders, stak ik lang niet altijd m'n handen uit de mouw met een lied in m'n hart, maar ik raakte wel bekend met handen en mouwen, waar ik later veel aan had, toen de mouwen groter werden. Sommige, overigens goede, jongemannen denken dat de handen uit de mouw steken hetzelfde is als het stuur van een brommer vastpakken!
Onze hemelse Vader heeft zijn grote plan voor zijn kinderen omschreven met de woorden: 'Zie, dit is Mijn werk en Mijn heerlijkheid de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen' (Mozes 1:39, cursivering toegevoegd). De Heer gebruikt hier niet voor niets het woord 'werk'. Wat Hij liefdevol en verlossend doet, is toch werk zelfs voor Hem! Zo ook hebben wij het over 'ons heil bewerken', over 'de wet van de oogst' en over het 'zweet des aanschijns' (zie Mozes 5:1; zie ook BJS Genesis 4:1). Dat zijn geen holle kreten, maar zij onderstrepen het belang van werken. In feite is werken, broeders, altijd een geestelijke noodzaak, ook voor de enkelen voor wie het geen financiële noodzaak is.
Dus ik spreek tot jullie, goede jongemannen, met onbegrip van zeven fijne kleinzoons die vanavond meeluisteren, onder wie twee zendelingen en drie onlangs geordende diakenen. Ik herinner jullie eraan dat het evangelie van werken deel uitmaakt van 'de volheid van het evangelie'. Zendingswerk is fijn, en toch werk. Tempelwerk is fijn, en toch werk. Helaas werken sommige onderbelaste jongeren wel, maar vooral voor zichzelf.
Jammer genoeg wordt er van enkelen van onze, overigens goede, jongeren weinig gevergd, ze hoeven bijna niets te doen. Voorrechten worden gegeven, soms zelfs brommers met benzine en verzekering allemaal betaald door ouders die soms tevergeefs wachten op een paar beleefde en waarderende woorden.
Jongemannen, afhankelijk van je omstandigheden en levensfase heb je natuurlijk allemaal een andere verdeling van huiswerk, karweitjes thuis, kerkwerk, baantjes en werk voor dienstbetoon. Met elke vorm van werk kun je je talenten ontplooien. Maar let op de waarschuwingslampjes. Heb je een baantje, besteed je dan al het geld aan jezelf? Betaal je tiende? Spaar je voor een zending? President Spencer W. Kimball gaf ons deze spitse raad: '[Als een jongen] alles aan zichzelf mag besteden, kan die zelfzucht hem tot z'n dood achtervolgen' (Teachings of Spencer W. Kimball, blz. 560).
Huiswerk voor school is beslist nodig, maar heb je door dat mentale werk helemaal geen tijd meer voor het geestelijke? Je cijfers zijn heel belangrijk, maar welk cijfer krijg jij voor christelijk dienstbetoon?
Door in de kerk te werken kun je belangrijke reflexen krijgen, en dat werk zal altijd nodig zijn. Maar is het niet meer dan sleur voor je?
Karweitjes thuis zijn ook belangrijk, maar gaat het verder dan alleen maar je kamer netjes houden en je kleren oprapen?
Hoe we ons werk ook verdelen, het zwaarste werk dat jij en ik ooit zullen doen is onze zelfzucht afleggen. Dát is een zware klus!
Evenwicht in werken moet georkestreerd worden, want sommige vormen van werk willen nog wel eens de andere vormen overheersen, zoals een vader die te vaak te lang op kantoor blijft. Voor de karweitjes die we leuk vinden om te doen, hebben we geen aanmoediging nodig waar ouderling Spencer Condie op duidde met zijn parafrase van Strauss' waarschuwing aan dirigenten: 'Geef nooit een bemoedigend knikje naar de blazers, want dan hoor je nooit de strijkers meer!'
Wees voorzichtig, vaders, als u te veel wilt dat uw kinderen het beter hebben dan u het had. Probeer niet onbedoeld de zaak erger te maken door geen redelijke hoeveelheid werk van ze te eisen, waardoor ze geïsoleerd raken van juist datgene wat u gemaakt heeft tot wat u bent!
Toegegeven, de omstandigheden zijn nu anders! De meeste jongemannen hoeven geen koeien te melken, varkens te voeren enzovoort. Ja, sommige klusjes lijken tegenwoordig kunstmatig en vergezocht. Maar toch, jongemannen, wees geduldig met je ouders als ze je redelijk en zinvol werk willen laten doen. Wat zou het in dat verband een zegen zijn als meer zoons samen met hun vader konden werken, al was het maar af en toe. Vaders en zoons, als jullie al niet samen bezig zijn, kunnen jullie dan alsjeblieft in de komende drie maanden één veeleisende klus samen doen?
Jongemannen, ik weet niet wat jullie talenten zijn, maar je hebt ze! Gebruik je talenten en ontwikkel ze en zet die vuilnis buiten, maai het gras en veeg bladeren of sneeuw weg voor weduwes, weduwnaars of zieke buren.
Als je kan werken, heb je een streepje voor in het leven, vooral als je het goed kan!
Laten we snel en royaal met complimenten aan de jeugd zijn voor het werk dat ze doen, vooral als ze het goed doen!
De opkomende generatie zal bepalen of de heiligen der laatste dagen bekend blijven staan om hun werklust. Lang geleden adviseerde president Brigham Young:
'Ik wil dat onze ouderlingen zo integer zijn dat men [hun werk] het beste vindt ( . . . ) Als we onze godsdienst naleven en de naam ( . . . ) heiligen der laatste dagen waardig zijn, zijn we de mannen bij wie al zulk werk in goede handen is; zo niet, dan bewijst het dat we onze godsdienst niet naleven (Discourses of Brigham Young, blz. 232233).
Als de tijd rijp is, jongemannen, kies dan je beroep. En of je nou chirurg, boswachter, monteur, boer of leraar wordt, dat maakt niet uit. Het is een kwestie van voorkeur, niet van principe. Hoewel carrièrekeuzes heel belangrijk zijn, hebben die weinig te maken met de uitstippeling van uw echte carrière. U, broeders, reist als zoons van God over het pad dat naar huis leidt. En daar aangekomen zullen de begrafenisondernemers beseffen dat zij niet de enigen zijn wier beroep in onbruik is geraakt. Hoe het ook zij, jonge broeders, ik ken geen zweetvrije sluipweggetjes naar het celestiale koninkrijk; we kunnen niet de roltrap nemen.
Of we nu het Aäronisch of het Melchizedeks priesterschap dragen, nooit is het belangrijker geweest dat jullie weten wie je bent dan nu. Ieder van jullie heeft al heel lang een rol in een groot en doorlopend drama. Jullie waren in het begin bij God (Leer en Verbonden 93:29). Jullie waren bij de grote, voorsterfelijke raad toen jullie, zijn geestkinderen, van vreugde jubelden over het vooruitzicht naar deze aarde te gaan volgens het heilsplan van onze hemelse Vader.
De getrouwen staat nog meer te wachten, waaronder de dag dat elke knie zal buigen en elke tong belijden dat Jezus de Christus is, en allen zullen erkennen dat God God is, en dat Hij volmaakt is in zijn gerechtigheid en genade. Zij die de Here liefhebben zullen zijn celestiale koninkrijk beërven, waar geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord wat God voor hen heeft bereid (zie 1 Korintiërs 2:9). Jezus heeft al gewerkt om zo'n heerlijke plaats voor ons te bereiden.
Mijn broeders, jong en oud, vérstrekkend is de enige passende beschrijving van jullie geestelijke geschiedenis en mogelijke toekomst! Er zal altijd werk in overvloed zijn, vooral voor degenen die weten hoe ze het werk des Heren moeten doen! Ik kan me helemaal vinden in wat president Hinckley over onze jeugd heeft gezegd, namelijk 'dat we de beste generatie jongeren ooit in de geschiedenis van deze kerk hebben' (Teachings of Gordon B. Hinckley [Salt Lake City: Deseret Book Company, 1997], blz. 714. Zie ook De Ster, juli 1992, blz. 64).
Ik geloof in jullie toekomstmogelijkheden. Jullie zijn bijzondere geesten om hier bijzonder werk te doen. Ik heb geprobeerd jullie een vriendelijk duwtje in de richting van dat werk te geven!
Ik houd van jullie! Moge God jullie zegenen en jullie op het pad houden dat naar jullie hemelse huis voert, in de heilige naam van Jezus Christus. Amen!