The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1998
Zendingswerk

Zendingswerk

Ouderling Earl C. Tingey
van het Presidium der Zeventig

Het geweldige gevoel van een zendeling zijn, is een van de grootste zegeningen die een jongeman in de Aäronische priesterschap kan verlangen.

Ouderling Earl C. Tingey

Vanavond spreek ik tot alle jongemannen van de Aäronische priesterschap die zich op een zending voorbereiden, tot alle voltijdzendelingen, en tot alle vaders en grootvaders die jongemannen aanmoedigen en voorbereiden om op zending te gaan.

Een paar maanden geleden bezocht ik Far West (Missouri). Ooit was het de woonplaats en de schuilplaats van drie- tot vierduizend leden van de kerk. Tegenwoordig zijn de huizen verdwenen, en zijn er alleen nog maar grasvelden. In juli 1838 ontving de profeet Joseph Smith een openbaring dat de twaalf apostelen op 26 april 1839 Far West moesten verlaten om aan het zendingswerk in Groot-Brittannië te beginnen.1

In Discourses of Wilford Woodruff2 lezen we: 'Toen die openbaring werd gegeven, was alles relatief vredig en rustig in het land. Maar toen de tijd was aangebroken dat de twaalf apostelen die openbaring moesten vervullen, waren de heiligen allemaal verdreven ( . . . ).

'President Young vroeg de twaalf apostelen die bij hem waren: "Wat zullen we aan de vervulling van deze openbaring doen?"' Sommigen zeiden dat de Heer de goede bedoeling van de Twaalf zou aanvaarden, en dat de Heer niet van hen zou verlangen om met inzet van hun leven de openbaring metterdaad te vervullen.

Wilford Woodruff gaat verder: 'De Geest van de Heer rustte op de Twaalf, en zij zeiden: "De Here God heeft gesproken, en wij zullen die openbaring en dat gebod vervullen"; en dat was het gevoel van president Young en degenen die bij hem waren.'

De Twaalf waren gehoorzaam aan de openbaring en gingen op zending. Wilford Woodruff was zo ziek dat hij bijna niet op zijn benen kon staan. Heber C. Kimball schreef dat Brigham Young zo ziek was dat hij zonder hulp niet veel verder dan 100 meter kon lopen. Hij liet zijn vrouw en kinderen ziek in bed achter. Toen hij van huis ging, droeg Brigham Young een lange deken over zijn schouders omdat hij geen jas had.3

Op 28 augustus 1852, vijf jaar nadat de heiligen in de Salt Lake Valley waren aangekomen, hield Brigham Young een speciale conferentie waarin ongeveer honderd mannen op zending werden geroepen om naar de einden der aarde te gaan. De aanmoediging die de zendelingen van George A. Smith van de Twaalf ontvingen, luidde als volgt: 'De zendingen waar wij u vandaag voor willen roepen, zijn niet erg lang: de mannen zullen waarschijnlijk niet langer dan drie tot zeven jaar van huis zijn.'4

Tegenwoordig gaan onze zendelingen niet onder zulke extreme omstandigheden op zending. Zij reizen vrij comfortabel, netjes gekleed, goed gevoed, en met het vliegtuig.

Momenteel zijn er meer dan 58.000 voltijdzendelingen in 136 landen of territoriums werkzaam. In juli zullen er 331 zendingsgebieden zijn. Het geweldige gevoel van een zendeling zijn, is een van de grootste zegeningen die een jongeman in de Aäronische priesterschap kan verlangen.

De meeste zendelingen worden opgeleid in een van de vijftien opleidingsinstituten voor zendelingen in de wereld. De grootste, in Provo, huisvest momenteel drieduizend zendelingen. Ik denk dat u wel geïnteresseerd bent in een aantal statistieken die mij daar onlangs zijn verstrekt. Per maand eten de zendelingen meer dan tweeduizend kilo graanproducten. Dat is meer dan tweeënhalve ton. Daarvan is meer dan duizend kilo cornflakes. U als ouders die uw jongemannen probeert te overtuigen van het feit dat ze gezond moeten eten, vinden het misschien interessant om te weten dat er per maand maar zeven kilo gezonde muesli wordt gegeten.

Jongemannen van de Aäronische priesterschap, ik wil jullie zes manieren aangeven waarmee je je op je zending kunt voorbereiden:

Ten eerste, zorg ervoor dat je een getuigenis van de waarheid van het evangelie van Jezus Christus hebt. Weet dat je het priesterschap draagt, en dat Jezus Christus jouw Verlosser is.

Ten tweede, bestudeer en overdenk het Boek van Mormon totdat je kunt verklaren dat Joseph Smith het van de engel Moroni heeft ontvangen, en dat hij het boek van de gouden platen heeft vertaald.

Ten derde, wees rein en zuiver. En als jullie hebben gezondigd, weet dan dat je je kunt bekeren door met je bisschop te spreken en zijn hulp en raad op te volgen.

Ten vierde, betaal je tiende en andere bijdragen zodat je van dit geweldige evangeliebeginsel kunt getuigen. Spaar geld zodat je op zending kunt gaan. Een zending is niet gratis, en een zendeling moet er rekening mee houden dat hij ook een financiële bijdrage zal moeten leveren.

Ten vijfde, leer werken. Wees gewillig om 's morgens vroeg op te staan, de hele dag hard te werken, en 's avonds op tijd te gaan slapen. Als je je op je zending voorbereidt, leer dan werken.

En ten zesde, ga in je wijk op huisonderwijs om de vreugde van dienstbetoon te ervaren.

Voor alle voltijdzendelingen heb ik de volgende suggesties:

Ten eerste, verhef je stem. De Heer zegt:

'En gij moet te allen tijde uw stem verheffen en Mijn evangelie verkondigen met vreugdevolle klanken.'5

Spreek met iedereen, winkeliers, passagiers in de bus, mensen op straat, iedereen die je tegenkomt.

Ten tweede, werk hard. Zendingswerk resulteert in veel afwijzingen. Het is gemakkelijk om ontmoedigd te raken.

'En gij zijt geroepen om de vergadering van Mijn uitverkorenen tot stand te brengen; want Mijn uitverkorenen horen Mijn stem, en verstokken hun hart niet.'6

Ten derde, wees gehoorzaam en getrouw. Zendelingen werken voor hun eigen bescherming twee aan twee. Een zendeling beschermt zijn collega het beste als hij getrouw aan de Heer is en zijn collega helpt. Door de zendingsregels na te leven, krijg je de vrijheid om de hulp van de Geest te ontvangen.

Ten vierde, onderwijs en getuig.

'En gij moet in de macht van Mijn Geest uitgaan om in Mijn naam twee aan twee Mijn evangelie te verkondigen, en uw stem als met het geluid van een bazuin te verheffen, en Mijn woord gelijk engelen Gods te verkondigen.'7

En ten vijfde, als je van je zending thuiskomt, behoud dan de geest, het uiterlijk en het geloof van een zendeling. Brigham Young heeft eens tegen de teruggekeerde zendeling het volgende gezegd:

'Kom weer thuis met het hoofd fier opgericht. Zorg dat u rein blijft van de kruin van uw hoofd tot de zool van uw voeten; wees zuiver van hart ( . . . ).'8

Tegen de vaders en grootvaders van de jongemannen in de Aäronische priesterschap:

Motiveer en stimuleer uw zoons en kleinzoons om op zending te gaan.

Voorzie in een rechtschapen thuis, en in een sfeer van vrede en evenwichtigheid, zodat de jongemannen zullen worden voorbereid om te dienen.

Geef een goed voorbeeld in het onderhouden van de geboden. Betaal tiende en andere bijdragen, woon de avondmaalsdienst bij, bestudeer de Schriften, en houd gezinsavond, zodat uw zoons op hun zending voorbereid zullen zijn.

U en uw vrouw moeten zich voorbereiden om op de juiste tijd als zendelingechtpaar beschikbaar te zijn. We hebben veel meer zendelingechtparen nodig.

De vreugde en de zegeningen van een voltijdzending zijn zo persoonlijk en heilig dat ze moeilijk onder woorden zijn te brengen. Vijfendertig jaar na mijn eerste zending, ontving ik een brief van een gezin dat ik wel had onderwezen, maar niet gedoopt. In de brief stond dat de vier kinderen in het gezin nu allemaal een tempelhuwelijk hadden gesloten, dat er drie op zending waren geweest, dat er drie bisschop waren en dat er een ZHV-presidente was. Twaalf kleinkinderen werden nu in het evangelie opgevoed. U kunt zich mijn vreugde voorstellen toen ik besefte dat ik daartoe had bijgedragen toen ik hen in het evangelie van Jezus Christus onderwees.

Tot slot wil ik graag van de zegeningen van zendingswerk getuigen. Vorig jaar is mijn vader op 88-jarige leeftijd overleden. Als jongeman werd hij tijdens de economische crisis in de jaren dertig op zending geroepen. Het was uiterst moeilijk. Maar hij heeft altijd gezegd dat zijn beslissing om toch op zending te gaan de beste beslissing in zijn leven is geweest. Toen hij stierf, liet hij tien kinderen, waarvan er nog negen leven, 56 kleinkinderen, en 116 achterkleinkinderen achter.

Uit zijn nageslacht zijn er 32 op zending geweest. 15 aangetrouwde partners zijn op zending geweest. Totaal dus 47 voltijdzendelingen, of bijna 100 jaar voltijdzendingswerk. En dat is allemaal gedeeltelijk tot stand gekomen door één man die op zending is gegaan. Ik zal eeuwig dankbaar zijn dat mijn vader op zending is geweest, en dat ik gemotiveerd en onderricht was om zijn voorbeeld te volgen.

Ik getuig van dit geweldige voorrecht in de kerk ­ om zendeling te kunnen zijn. Het is een onderdeel van het priesterschap dat wij dragen om zendeling te zijn. Ik bid dat we allemaal die taak voor de Heer zullen vervullen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. LV 118.
2. Discourses of Wilford Woodruff, blz. 309.
3. Orson F. Whitney, Life of Heber C. Kimball, 1888, blz. 275­276; Leaves from My Journal, derde boek uit de Faith-promoting Series, president Wilford Woodruff, tweede editie, 1882, blz. 69.
4. Deseret News, 18 september 1852.
5. LV 28:16.
6. LV 29:7.
7. LV 42:6.
8. Leringen van kerkpresidenten ­ Brigham Young, blz. 248.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy