The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Talen Hoofdmenu
Algemene conferentie
April 1998
Leef de geboden na

Leef de geboden na

Ouderling David B. Haight
van het Quorum der Twaalf Apostelen

Neem deze belangrijke gelegenheid in uw leven te baat om het goed te leven, goed te zijn, goede werken te doen en andere mensen te beïnvloeden om het goede te doen.

Ouderling David B. Haight

Mijn geliefde broeders en zusters, wat een geweldige bijeenkomst, wat een prachtige dag, wat een heerlijke tijd is dit, en vooral voor mij, nu ik de gelegenheid heb hier voor u te staan na die ontroerende verklaring en getuigenis van Gods profeet hier op aarde.

Toen hij die eerste editie van het Boek van Mormon omhooghield, dacht ik aan een gebeurtenis enkele jaren tijdens een studiebijeenkomst voor zendingspresidenten. Aan het eind van de tweedaagse bijeenkomst in het gebied rond Palmyra en Fayette, hadden we een diner in de gerestaureerde boerderij van Peter Whitmer, dat prachtige gebouwtje waar de kerk gerekend vanaf dit weekend precies 168 jaar geleden gesticht is. Het was een ontroerende gebeurtenis. De enige kookgelegenheid die ze in die blokhut hadden, was de open haard. We keken naar de open haard, waar een pot hing op de plek waar zij kookten. Ze hadden vanzelfsprekend geen van de gemakken van deze tijd. Buiten was een waterput.

Tegen het eind van die uitermate geestelijke bijeenkomst met die zendingspresidenten, liep ik de trap op en bekeek de twee slaapkamertjes. Daar had de familie van Peter Whitmer gewoond. Maar ze stonden een van die kamers af aan de profeet Joseph Smith, en daar deed hij een deel van het vertaalwerk aan het Boek van Mormon. En onder die nederige, krappe omstandigheden werkte Oliver Cowdery met hem samen. Mijn hart brandde van het geweldige gevoel dat ik had door alleen maar aanwezig te zijn in die kleine boerenwoning en mij voor te stellen wat daar had plaatsgevonden en welke hemelse zegeningen over hen waren uitgestort.

Toen wij die avond onze bijeenkomst en die kleine boerderij verlieten, scheen de volle maan door de bomen. Ik zei tegen Ruby: 'Ik kan me de avond van 6 april 1830 voorstellen, toen dat groepje bijeen was gekomen, de kerk gesticht was, en de zes mannen die nodig waren voor de stichtingsprocedure aanwezig waren, overeenkomstig de wetten van de staat New York; ik kan me voorstellen wat er gezegd werd, wat er geprofeteerd werd aangaande de toekomst van de kerk, en de getuigenissen die er werden gegeven.' Toen zei ik: 'Ik stel me voor dat er op de avond van 6 april 1830 een volle maan was die aangaf dat onze Heiland glimlachend neerkeek op die gebeurtenis en die omstandigheden.'

Later sprak ik die gedachte uit tegenover een groep mensen, en broeder Chamberlain, die destijds directeur was van het Hansen Planetarium in Salt Lake, bevond zich onder hen en hoorde mij dat zeggen. Hij was attent genoeg om contact op te nemen met het marine-observatorium om uit te zoeken wat er op 6 april 1830 plaats had kunnen vinden. Hun verslagen gingen niet zover terug, dus was hij attent genoeg om contact op te nemen met het Royal Observatory in Greenwich (Engeland) omdat zij mogelijk verslagen uit die periode hadden. Later stuurde hij mij wat documenten waarin stond wat er aan de horizon gebeurde in de week van 6 april 1830. Daaruit bleek dat er op de dagen voor en na 6 april een prachtig schijnende volle maan was. De heerlijkheid van de Heer was uitgestort over die gebeurtenis.

Ik voel mij vanochtend vereerd, nu wij hebben geluisterd naar president Hinckley, die ons deze geweldige gebeurtenissen nog eens heeft verteld, dat ik in mijn leven de gelegenheid heb gehad om onderricht te hebben gehad, om over de hele wereld en in de tempel gebeurtenissen te hebben meegemaakt, en bijeenkomsten van de kerk te hebben bijgewoond waar ik de Geest van de Heer heb gevoeld die leiding geeft aan dit werk, waarvan ik tot u getuig dat het waar is. Nu er voor mij heel wat jaren voorbij zijn gegaan, voel ik mij vereerd dat ik alleen al de gelegenheid heb om mijn getuigenis toe te voegen aan dat van onze fijne profeet.

Enkele dagen geleden ontving ik een brief van een negentienjarige jongeman, Kevin Campbell uit Juniper (Idaho). Ik zal u niet vertellen waar dat is, maar u kunt het zich indenken. Broeder Kevin schreef mij het volgende: 'Ik heb gehoord dat u nu al aardig oud wordt, en ik wilde u schrijven voordat u heenging. Hoe is het om oud te zijn? Ik heb me dat vaak afgevraagd, dus stel ik u de vraag: "Hoe bevalt het oud zijn?", zodat ik zal weten wat ik verwachten moet als ik zo oud word als u.'

Tegen Kevin Campbell, God zegene hem, zou ik willen zeggen: het leven is geweldig. De enige manier waarop ik het kan beschrijven, is te zeggen dat ik mijn hele leven gezegend ben met de moeilijkheden, gelegenheden, vragen en problemen die nu eenmaal deel uitmaken van het leven. Maar het leven is mooi als we de eenvoudige beginselen naleven die wij geleerd hebben, en als we leven zoals we weten dat we moeten leven. Een van de fijne zegeningen die we op onze gevorderde leeftijd hebben, is meer tijd kunnen doorbrengen met onze kinderen, hun kinderen en hun kinderen. We zijn graag bij elkaar.

Laatst waren we 's avonds bij een doopdienst in het kerkgebouw waar Rachel, een achterkleindochter, gedoopt werd. Enkele avonden daarvoor was Richard, een achterkleinzoon, gedoopt. Ik was in de gelegenheid om naar ze te kijken, met ze te praten, ze te omhelzen, en de vonk in hun ogen te zien van het evangelie dat hun hart en ziel leek te vullen. Ze waren opgewonden omdat ze gedoopt werden en officieel lid van de kerk. Ze hadden thuis ware evangeliebeginselen geleerd. Ik herinner me dat ik Richard de hand schudde en tegen hem zei: 'Richard, geef me eens een echte zendelingenhand.' En met die kleine hand van een achtjarige kneep hij mijn vingers er bijna af. Toen hij dat deed, zei ik: 'Richard, je wordt een geweldige zendeling, net als Rachel een geweldig lid van de kerk zal worden.'

Bij die gebeurtenis waren we ook in de gelegenheid om in een kring te staan en de jonge Peter jr. het Aäronisch priesterschap te verlenen en te horen hoe zijn vader hem de zegeningen van het priesterschap verschafte. En de ouderen onder ons waren in de gelegenheid om in de kring te staan en de betekenis van die gebeurtenis te voelen, en te weten dat alle aanwezigen bij onze familie hoorden. Ik wil dat onze familieleden, die steeds talrijker worden, van hun voorouders afweten. Ik gebruik die term in het meervoud, net als Helaman deed ­ de grote profeet Helaman uit het Boek van Mormon ­ toen hij zijn zoons onderrichtte aangaande hun vaderen, inclusief Nephi en Lehi en hoe zij het woord Gods volgden en de geboden onderhielden, hoe zij Jeruzalem verlieten en de wildernis ingingen, zoals in het Boek van Mormon staat. Helaman leerde zijn kinderen dat hun voorouders veel werken hadden verricht en dat het goede werken waren.

Ik wil dus hopen dat onze eigen kinderen bij het vermeerderen van de generaties hun eigen erfgoed kennen, weten wie zij zijn en weten dat zij voorouders hadden die geloofden, en weten dat zij voorouders hadden met moeilijkheden, voorouders die de waarheid hadden onderzocht en haar in de wereld hadden verkondigd ­ niet door alleen maar de Schriften aan te halen, maar die in hart en ziel voelden dat wij doen, waar is.

Wij zijn erin geslaagd om ons oude huis in Oakley (Idaho) terug te kopen en het te restaureren, zodat onze kinderen meer over hun voorouders te weten kunnen komen en kunnen weten dat hun voorouders goed waren, en hun werken ook. Ik heb nog een gouden horloge dat in 1905, het jaar vóór mijn geboorte, aan mijn vader is gegeven door de wijk Oakley 1. Mijn vader was toen hun bisschop. Wij bezitten een stukje, een deeltje van het erfgoed, een herinnering dat de werken van onze ouders goed waren en dat zij ertoe bijdroegen dat dit fantastische werk voortrolde.

In afdeling 1 van de Leer en Verbonden verklaart de Heer dat het 'Mijn voorwoord tot het boek van Mijn geboden' (vs. 6) is. De algemene autoriteiten die anderhalf jaar na de stichting van de kerk in Hiram (Ohio) bijeenkwamen, moesten die openbaringen ­ de geboden die de profeet Joseph Smith ontvangen had ­ bijeenbrengen, drukken en beschikbaar stellen aan het volk. In die eerste afdeling legde de Heer uit dat Hij Joseph Smith de macht, inspiratie en hemelse leiding had gegeven om het Boek van Mormon te vertalen en de kerk 'uit het verborgene en uit duisternis te voorschijn te brengen' (zie vss. 29­30).

Bedenk eens wat er gebeurt met president Hinckley nu hij de wereld inreist en samenkomt met de mensen. Nu we het hebben over de kerk uit het verborgene en uit duisternis brengen, bedenk eens wat hij in de wereld doet met de pers, de media en met allerlei verschillende mensen. Bedenk welke gelegenheid zij hebben om Gods profeet te zien en hem te horen getuigen en uitleggen wat er heeft plaatsgevonden. Veel invloedrijke kranten, tijdschriften en andere publicaties hebben veel positieve artikelen over de kerk gebracht.

Zou het niet geweldig zijn als de huidige wereld echt een begrip had van gewoon de tien geboden die de Heer met zijn eigen vinger op de tafels schreef? Mozes kwam van de berg Sinaï om ze aan de oproerige kinderen van Israël te laten zien, zodat ze niet konden zeggen dat ze niet begrepen wat er werd gezegd. Als Mozes de tafels naar beneden bracht, zouden de mensen in staat zijn om de uitspraken van de Heer zelf te lezen: 'Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben' (Ex. 20:3) en 'Gij zult u geen gesneden beeld maken' (Ex. 20:4) ­ iets anders om te aanbidden ­ maar ze moesten de Heer liefhebben, God liefhebben. De Heer zei dat we de naam van God niet ijdel mochten gebruiken (zie vs. 7), dat we de sabbat moeten heiligen (zie vs. 8), 'gij zult niet doodslaan' (vs. 13) en 'gij zult niet echtbreken' (vs. 14). Denk u eens in wat dat teweeg zou brengen in de huidige wereld en in de Verenigde Staten en bij de politieke stemmingmakers. En 'gij zult niet stelen' (vs. 15) of 'valse getuigenis spreken' (vs. 16), noch de runderen of het huis van uw naaste begeren, noch zijn vrouw, noch iets dat van uw naaste is (zie vs. 17).

Het evangelie van onze Heer en Heiland is op aarde hersteld. God leeft. Hij is onze Vader. Dat weet ik. Jezus is de Christus. Ik heb zijn stem gehoord omdat ik die Geest heb gevoeld, zoals Hij ons uitlegt: 'Mijn stem is Geest; Mijn Geest is waarheid' (LV 88:66). Ik weet dat het waar is. Joseph Smith was de hersteller en degeen die was uitverkoren en getraind, die gehoorzaam was en in alle opzichten kloekmoedig als het werktuig van de herstelling. En ook nu hebben wij een levende profeet in de wereld die ons zo uitnemend vertegenwoordigt over de hele aarde.

Broeders en zusters, leef de geboden na. Doe het goede. Neem deze belangrijke gelegenheid in uw leven te baat om het goed te leven, goed te zijn, goede werken te doen en andere mensen te beïnvloeden om het goede te doen. Het evangelie is waar. Ik hoop dat ik elke dag van mijn leven iets goeds mag doen en iemand mag aanmoedigen een beter leven te leiden en te begrijpen wat er op aarde hersteld is. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy