Ouderling Robert D. Hales
van het Quorum der Twaalf Apostelen
We kunnen niet verwachten dat we later leren volharden als we nu de gewoonte hebben ontwikkeld om af te haken als het moeilijk wordt.
In de Schriften staat dat volharden tot het einde noodzakelijk is: 'Daarom zult gij indien gij de geboden zult gehoorzamen en tot het einde volharden, ten laatsten dage worden gered. En zo is het' (1 Nephi 22:31).
'Wees geduldig in bezoekingen, want gij zult er vele hebben; maar verdraag ze, want zie, Ik ben met u, zelfs tot aan het einde uwer dagen' (LV 24:8).
'Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben' (Jakobus 5:11).
Voorbeelden van getrouw volharden tot het einde zien we bij de profeten van alle tijden die zich moedig tonen tijdens de bezoekingen en beproevingen die ze doorstaan om de wil van God uit te dragen. Ons grootste voorbeeld vinden we in het leven van onze Heiland en Verlosser, Jezus Christus. Tijdens zijn lijden aan het kruis op Golgota onderging Jezus de eenzaamheid van de keuzevrijheid toen Hij zijn hemelse Vader smekend vroeg: 'Waarom hebt Gij Mij verlaten?' (Matteüs 27:46.) De Heiland van de wereld werd door zijn Vader alleen gelaten om, uit eigen vrije wil en keuze, een daad te stellen waardoor Hij zijn zending van de verzoening kon vervullen.
Jezus wist wie Hij was de Zoon van God. Hij wist wat zijn doel was de wil van zijn Vader ten uitvoer brengen door de verzoening. Hij had een eeuwig perspectief 'de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen' (Mozes 1:39).
De Heer had legioenen engelen kunnen roepen om Hem van het kruis te halen, maar Hij volhardde getrouw tot het einde en realiseerde het doel waarvoor Hij naar de aarde was gezonden, waardoor eeuwige zegeningen vergund werden aan iedereen die ooit de sterfelijkheid zal ervaren.
Het ontroert mij diep dat de Vader, toen Hij zijn Zoon voorstelde aan de profeten in de bedelingen daarna, zei: 'Deze is mijn Zoon, mijn geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb' (2 Petrus 1:17), of: 'Ziet Mijn geliefde Zoon, ( . . . ) in Wie Ik Mijn naam heb verheerlijkt' (3 Nephi 11:7).
In onze bedeling heeft de profeet Joseph Smith allerlei tegenstand en ontberingen verdragen om tot stand te brengen wat onze hemelse Vader verlangde de herstelling van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Joseph is gekweld en opgejaagd door woedende menigten. Geduldig heeft hij armoede, vernederende beschuldigingen en onvriendelijke daden ondergaan. Zijn mensen zijn onder dwang van de ene naar de andere stad, van de ene staat naar de andere gedreven. Men heeft hem met teer en veren bedekt. Hij is ten onrechte aangeklaagd en gevangengezet.
In de gevangenis van Liberty (Missouri) waar hij diepe menselijke gevoelens had en dacht dat er nooit een einde zou komen aan zijn eigen ontberingen en de beproevingen van de heiligen, bad Joseph: 'O God, waar zijt gij? ( . . . ) Ja, o Here, hoelang moeten zij dit onrecht en deze onwettige verdrukkingen verduren, voordat Uw hart jegens hen zal worden vertederd ( . . . ) en ( . . . ) met ontferming jegens hen wordt bewogen?' (LV 121:1, 3.)
Joseph kreeg als antwoord: 'Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw tegenspoed en smarten zullen slechts kort van duur zijn' (LV 121:7).
Joseph wist dat zijn aardse beproevingen, als hij ophield met dat grote werk, waarschijnlijk zouden afnemen. Maar hij kon niet ophouden omdat hij wist wie hij was, hij wist met welk doel hij op aarde was geplaatst, en hij had het verlangen om Gods wil te doen.
De pioniers die hun huis in Nauvoo (Illinois) verlieten, de grote vlakten overstaken en zich in Salt Lake City vestigden, wisten wie zij waren leden van de kerk van de Heer die kort daarvoor op aarde hersteld was. Zij wisten wat hun doel was niet alleen Zion zoeken, maar het ook vestigen. Omdat zij dat wisten, waren zij bereid daarvoor allerlei ontberingen te ondergaan.
Het afgelopen jaar ben ik diep geroerd door wie deze leer begrijpen. Zij hebben getrouw tegenstand, beproevingen en moeilijkheden doorstaan, en daarbij werden ze niet alleen zelf gesterkt, maar ze hebben door hun voorbeeld ook de mensen in hun omgeving gesterkt.
Een jongevrouw heeft geschreven over wat ze geleerd heeft in haar gevecht om te herstellen van een auto-ongeluk waarbij ze ernstig gewond raakte:
'Pas in de lente van 1996 wist ik hoe sterk ik was. De gebeurtenissen van één middag hebben mijn verwachtingen ten aanzien van mijn opleiding volledig veranderd. Het ene moment was ik net als elke leerling van de middelbare school op weg naar mijn toekomst. Het volgende moment was het leven niet meer gewoon. Ik zou mezelf gaan versterken op een manier die ik nooit verwacht had. ( . . . ) Ik zou opnieuw gaan leren, in plaats van studeren. ( . . . ) Ik leerde opnieuw eten; voedsel doorslikken was een moeilijke opgave die ik opnieuw moest leren. Van mijn bed kwam ik in een rolstoel, en in vijf maanden leerde ik staan en lopen. Ik heb dit jaar grote waarheden geleerd van mijn verschillende beproevingen. Mijn gebeden zijn echt verhoord. ( . . . ) Vasten is bij mij thuis een kracht. Liefde heeft me in leven gehouden. ( . . . ) Ik heb geleerd wat ik kan verdragen. ( . . . ) Door dit alles ben ik erachter gekomen dat ik veel sterker ben dan ik dacht. Ik heb geleerd dat het goed is om hulp te vragen als dat nodig is; we hebben allemaal onze beperkingen, sterke en zwakke punten. ( . . . ) Alle kennis ( . . . ) kan me iets opleveren. Als een kuiken dat uit het ei gekropen is, leer ik opnieuw vliegen' (Brief van Elizabeth Merkley).
Vaak weten we pas wat we kunnen verdragen als ons geloof op de proef wordt gesteld. De Heer leert ons ook dat we nooit boven onze kracht beproefd zullen worden (zie 1 Korintiërs 10:13).
In 1968 kwam marathonloper, John Stephen Akhwari, uit voor Tanzania in een internationale wedstrijd. 'Iets meer dan een uur nadat de winnaar de finish gepasseerd was, kwam John Stephen Akhwari, het stadion binnen, de laatste man die de wedstrijd zou voltooien. [Hoewel uitgeput, met kramp in de benen, uitgedroogd en gedesoriënteerd] was er een innerlijke stem die hem zei door te gaan, dus ging hij verder. Later zou men schrijven: "We hebben een jonge Afrikaanse hardloper gezien die het symbool is voor de veerkracht van de menselijke geest, een prestatie die nieuwe betekenis geeft aan het woord moed." Voor sommigen is de enige beloning de innerlijke. [Er zijn geen medailles, slechts] de voldoening dat ze hebben volbracht wat ze voor ogen hadden.' (The Last African Runner, met dank aan Bud Greenspan, Cappy Productions, 1976, videoband). Op de vraag waarom hij een wedloop afmaakte die hij nooit kon winnen, antwoordde Akhwari: 'Mijn land heeft me niet 7.500 kilometer laten reizen om de wedloop te beginnen, maar om die af te maken.'
Hij wist wie hij was een atleet die het land Tanzania vertegenwoordigde. Hij kende zijn doel de wedloop afmaken. Hij wist dat hij het tot de finish moest volhouden om eervol naar Tanzania terug te kunnen keren. Onze zending in dit leven lijkt daar veel op. We zijn hier niet naar toegestuurd door onze hemelse Vader om slechts geboren te worden. We zijn gestuurd om te volharden en naar Hem terug te keren.
In de wereld verblijven is onderdeel van onze test in de sterfelijkheid. Het is een uitdaging om in de wereld te leven en toch geen deel te hebben aan de verleidingen ervan die ons zullen afleiden van onze geestelijke doelen. Als iemand het opgeeft en toegeeft aan de verleidingen van de tegenstander, kunnen we meer verliezen dan alleen onze ziel. Onze overgave zou de oorzaak kunnen zijn van het verlies van degenen die ons respecteren. Onze overgave aan verleidingen kunnen kinderen en gezinnen generaties lang aantasten.
De kerk is niet in één generatie opgebouwd. De vestiging van de kerk komt tot stand door drie of vier generaties getrouwe heiligen. Overdracht van de kracht van het geloof van de ene generatie op de andere om te volharden tot het einde is een goddelijke gave van onbegrensde zegeningen voor onze nakomelingen. We kunnen ook niet alleen tot het einde volharden. Het is belangrijk dat we elkaar helpen door elkaar op te beuren en te sterken.
In de Schriften staat dat er een tegenstelling in alle dingen moet zijn. De vraag is niet of wij klaar zijn voor de beproevingen; de vraag is wanneer. We moeten ons voorbereiden op beproevingen die zich onaangekondigd zullen aandienen.
Tot de belangrijkste vereisten om tot het einde te volharden, behoort de kennis van wie we zijn kinderen van God met het verlangen om na de sterfelijkheid bij Hem terug te keren; het doel van het leven begrijpen volharden tot het einde en eeuwig leven verwerven; leven in gehoorzaamheid met het verlangen en de vastbeslotenheid om alles te verduren een eeuwig perspectief bezitten. Door een eeuwig perspectief kunnen we tegenslagen in onze sterfelijkheid te boven komen en, uiteindelijk, de beloofde beloningen en zegeningen van het eeuwige leven verwerven.
Als we geduldig zijn in onze bezoekingen, ze goed doorstaan en op de Here wachten om de lessen van de sterfelijkheid te leren, zal de Heer bij ons zijn om ons te sterken tot aan het einde van onze dagen; 'wie [getrouw] volhardt tot het einde, die zal behouden worden' (Marcus 13:13) en eervol bij onze hemelse Vader terugkeren.
Volharden tot het einde leren we door onze huidige taken af te maken, en daarmee gewoon ons hele leven door te gaan. We kunnen niet verwachten dat we later leren volharden als we nu de gewoonte hebben ontwikkeld om af te haken als het moeilijk wordt.
Volharden tot het einde betreft al Gods geboden. De Heer heeft jongemannen op zending geroepen. Zendelingen worden niet alleen op pad gestuurd om door vrienden en familie uitgezwaaid te worden. Ze worden geroepen voor een eervolle zending en om met ere naar huis terug te keren. Daardoor weten ze wie ze zijn zendelingen voor de kerk van de Heer. Ze kennen hun doel op zoek gaan naar wie klaar is om het evangelie van Jezus Christus te ontvangen, die mensen erin te onderwijzen en zijn kerk helpen vestigen. Ze ontwikkelen geduld door beproevingen, die zeker zullen komen, het hoofd te bieden. Ze zijn nederig genoeg om zich nieuwe vaardigheden eigen te maken en vastbesloten tot het einde te volharden. Ongeacht wat een zendeling opoffert om op zending te kunnen gaan, moet hij op zending gehoorzaam zijn om de zegeningen te ontvangen die hem toekomen.
Sommigen zeggen misschien: 'Hoe kan ik als zendeling volharden tot het einde? Ik ben verlegen en word nerveus en sla dicht als ik met vreemden praat'; of: 'Ik leer moeizaam en de lessen zijn moeilijk voor me.' De Heer belooft niet dat Hij onze handicaps wegneemt als we op zending gaan; maar door de nodige inspanning ontwikkelen we het vermogen om ons met onze tekortkomingen te redden; en dat zal ons hele leven nodig zijn in onze relatie tot anderen, in ons werk, en in ons gezin. Iedereen heeft wel iets wat hij moet overwinnen. Sommige zijn alleen duidelijker dan andere.
Als we ons als zendeling niet op onszelf richten maar op het werk van de Heer en hulp aan anderen, kunnen we groeien en volwassen worden. Als een jonge ouderling de bescherming van het gezin en vrienden verlaat en leert functioneren in de harde wereld, wordt hij een man en ontwikkelt hij meer geloof dat de Heer hem zal leiden.
Een zendeling stuit op veel problemen waar hij nog niet eerder mee te maken heeft gehad. Aan het begin het beste geven van wat hij heeft, is niet genoeg om zijn roeping te vervullen. Volharding vereist dat je het morgen beter doet dan vandaag door extra gaven te ontwikkelen die de Heer je geeft. Het vereist geloof om naar de Heer en de zendingsleiders te luisteren en te doen wat er van zendelingen verwacht wordt. Natuurlijk is dat moeilijk. Daarom is het zo'n gave en daarom is het ook zo lonend.
We moeten allemaal te weten komen wie we zijn en ons uiteindelijke doel bereiken. Dan moeten we besluiten alle hindernissen vastbesloten te overwinnen om tot het einde te volharden.
Als we een taak op ons nemen, moeten we denken: 'Ik zal deze taak leren vervullen met alle eerbare middelen en op de manier van de Heer. Ik zal studeren, vragen, zoeken en bidden. Ik heb de mogelijkheid om meer te leren. Ik ben pas klaar als de opdracht vervuld is.' Dat is volharden tot het einde: onze taak afmaken.
Volharden houdt meer in dan alleen overleven en wachten op het einde. Voor volharden tot het einde is groot geloof nodig. In de hof van Getsemane 'wierp [Jezus] Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt' (Matteüs 26:39).
Veel geloof en moed is nodig om tot onze hemelse Vader te bidden: 'niet gelijk ik wil, maar gelijk Gij wilt.' Het vertrouwen om in de Heer te geloven en te volharden geeft grote kracht. Sommigen zeggen misschien dat we, als we genoeg geloof hebben, soms de omstandigheden kunnen veranderen die onze beproevingen veroorzaken. Moeten we ons geloof gebruiken om de situatie te veranderen of om erin te volharden? We kunnen in gelovig gebed vragen om verandering of matiging van gebeurtenissen, maar we moeten altijd onthouden om aan het eind van elk gebed 'Uw wil geschiede' te bidden (Matteüs 26:42). Geloof in de Heer omvat vertrouwen in de Heer. Het geloof om te volharden is geloof dat gebaseerd is op aanvaarding van de wil van de Heer en de lessen die we in ons leven geleerd hebben.
Naarmate we ons vertrouwen stellen in de Heer en ons richten op de eeuwigheid zullen we gezegend worden en in staat zijn om elke beproeving te aanvaarden; want zoals we weten is het leven op aarde slechts tijdelijk; en, als we het goed verdragen, hebben we de belofte van de Heer: 'en indien gij Mijn geboden onderhoudt, en tot het einde toe volhardt, zult gij het eeuwige leven hebben, welke gave de grootste van alle gaven Gods is' (LV 14:7).
Als individu weten we niet wanneer het einde van het sterfelijk leven zal aanbreken. We moeten leren onze taken van vandaag op ons te nemen en te vervullen, hoe moeilijk de komende dagen ook mogen zijn.
Mogen wij kunnen zeggen wat Paulus tegen Timoteüs zei: 'Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden' (2 Timoteüs 4:7).
'Zie, wij prijzen hen zalig, die volhard hebben' (Jakobus 5:11).
Er is niets wat ons hier overkomt, wat Christus niet begrijpt, en Hij wacht tot wij tot Hem komen in gebed. Ik getuig dat als wij gehoorzaam en ijverig zijn, onze gebeden beantwoord zullen worden en wij tot het einde zullen kunnen volharden. Het is mijn gebed dat wij het geloof, de moed en de kracht zullen vinden om tot het einde te volharden zodat we de vreugde mogen voelen van onze terugkeer in getrouwheid in de armen van onze hemelse Vader. In de naam van Jezus Christus. Amen.