President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
Verordeningen en verbonden ( . . . ) zijn de middelen waarin de Heer voorzien heeft om ons naar het eeuwige leven te leiden.
Broeders, zusters en vrienden,Nederig sta ik op dit spreekgestoelte dat al meer dan honderd jaar geheiligd is door het woord van God, uitgesproken in talloze boodschappen die de ziel van wie ernaar luisterden, geestelijk gevuld heeft. Overeenkomstig dat erfgoed bid ik dat ons hart open mag staan voor alles wat in deze conferentie gezegd zal worden.
Vandaag wil ik spreken over de zegeningen die ons toevloeien door de verbonden met de Heer. Ter inleiding begin ik met het verbond dat de Heer met het huis van Israël gesloten heeft.
'Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des Heren: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.'1
Dat verbond is universeel voor wie, van welk ras ook, 'in Christus gedoopt [zijn].'2 Zoals Paulus zei: 'Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.'3
Verbonden zijn niet alleen maar uiterlijke rituelen; het zijn wezenlijke en doeltreffende middelen tot verandering. 'Herboren worden geschiedt door de Geest Gods door middel van verordeningen.'4 Wij moeten de verlossende verbonden die we met de Heer sluiten altijd in ere houden en naleven. Als we dat doen, belooft Hij ons dat wij 'openbaring op openbaring [zullen] ontvangen, en kennis op kennis, opdat gij de verborgenheden en vreedzame dingen die vreugde en het eeuwige leven brengen moogt weten.'5
Veel verbonden zijn onontbeerlijk voor ons geluk hier en in het hiernamaals. Een van de belangrijkste is het huwelijksverbond dat man en vrouw aangaan. Uit dat verbond vloeit de grootste vreugde voort.
Het doopverbond met de bijbehorende verordening van de bevestiging opent de poort naar het eeuwige leven.
De eed en het verbond van het priesterschap omvatten de belofte dat ouderlingen van de kerk die dat waardig zijn, 'alles, wat Mijn Vader heeft, aan [hen zal] worden gegeven.6
De tempelverbonden zijn de grondslag voor de grootste zegeningen die de Heer voor ons heeft.
Wij hebben het grote voorrecht van het avondmaal, de maaltijd des Heren, te mogen nemen. Hernieuwing van ons doopverbond bij het nemen van het avondmaal beschermt ons tegen 'allerlei kwaad'. Nemen wij als goed lid van het gewijde brood en water ter gedachtenis aan het offer van de Heiland, dan betuigen we voor God, de Vader, dat we gewillig zijn de naam van zijn Zoon op ons te nemen, Hem altijd indachtig te zijn en de geboden die Hij ons heeft gegeven, te bewaren. Als we dat doen, zullen we zijn Geest altijd met ons hebben.7 Als we regelmatig van het avondmaal nemen en trouw zijn aan die verbonden zal de wet in ons binnenste en in ons hart geschreven zijn. Ik wil dat toelichten met een verhaal uit Church News:
'Een groep godsdienstleerkrachten volgde een zomercursus over het leven van de Heiland, in het bijzonder over de gelijkenissen.
'Toen het moment van het eindexamen aanbrak ( . . . ) vonden de studenten een briefje in het leslokaal dat het examen in een ander gebouw aan de andere kant van het universiteitsterrein zou worden afgenomen. Bovendien begon het examen al bijna en zou het maar twee uur duren.
'De studenten haastten zich naar de overzijde van het terrein. Onderweg passeerden ze een meisje dat huilde omdat haar nieuwe fiets een lekke band had. Een wankele grijsaard, die op weg was naar de bibliotheek met een veel te grote stapel boeken, liet er een paar glippen. Op een bankje bij het gemeenschapsgebouw zat een morsig geklede, ongeschoren man [die duidelijk hulp nodig had].
'Toen ze het andere lokaal binnenholden, was daar de hoogleraar die aankondigde dat ze allemaal gezakt waren.
'De enige wezenlijke test of zij het leven van de Heiland en zijn leringen begrepen, zei hij, was hoe zij mensen in nood behandelden.
'Door hun wekenlange studie onder leiding van een bekwaam hoogleraar hadden ze veel opgestoken van Christus' leringen en daden.'8 In hun haast om aan de formaliteiten van de cursus te voldoen, hadden ze echter niet in de gaten dat ze aandacht hadden moeten besteden aan de drie voorvallen die in scène waren gezet. Ze hadden geleerd naar de letter, niet naar de Geest te handelen. Het feit dat ze het meisje en de twee mannen genegeerd hadden, bewees dat de diepere boodschap van de cursus niet tot ze was doorgedrongen.
Af en toe moeten we ons binnenste onderzoeken en ontdekken wat we werkelijk zijn. Hoe graag we ook zouden willen, kunnen we onze werkelijke aard niet verbergen. Die straalt van ons af. Pogingen om anderen te misleiden, misleiden alleen onszelf. We lijken vaak op de keizer in het sprookje die dacht dat hij schitterend gekleed was, maar in feite niets aan had.
Ik heb ik mijn leven de getrouwheid van kerkleden zien groeien. Gemeten naar onveranderlijke normen vinden er grotere manifestaties van getrouwheid plaats dan ooit tevoren. Op een willekeurige zondag nemen er procentueel en over de hele wereld meer dan tweemaal zoveel mensen van het avondmaal van de Heer als in mijn jeugd.
Wij proberen de armen en behoeftigen onder ons hulp te bieden. We slagen daar in doordat getrouwe kerkleden de wet van vasten royaal naleven en deelnemen aan het geïnspireerde welzijnsprogramma. Er is in veel landen op vele manieren humanitaire hulp geboden ter waarde van miljoenen guldens om honger en lijden te verlichten. Die hulp is verleend naar behoefte, zonder te letten op ras, kleur of geloof.
Meer leden verheugen zich in de zegeningen die de naleving van de oude wet van de tiende met zich meebrengt. Vrijwillig geven zij de Heer een tiende van wat Hij hun gegeven heeft. Honderdduizenden getrouwe heiligen verheugen zich in het voorrecht van de tempelgang. We hebben nu 58 duizend zendelingen in het zendingsveld. Ik verheug me daarover en ik weet zeker dat het de Heer behaagt. Maar ik vraag me af of we evenredig christelijker zijn geworden. Komt onze hulp uit een rein hart?
Ik spreek over het belang van het naleven van verbonden, omdat ze ons beschermen in een wereld die afdwaalt van beproefde waarden die vreugde en geluk brengen. In de toekomst kan dat verlies aan morele waarden zelfs nog toenemen. Het fatsoen in de samenleving neemt af. In de toekomst moeten onze mensen, in het bijzonder onze kinderen en kleinkinderen, er rekening mee houden dat het kwaad van Sodom en Gomorra om zich heen grijpt.
Er zijn teveel gebroken gezinnen. Het goede wordt kwaad, en het kwade wordt goed genoemd.9 Zijn we op onze huidige gemakkelijke weg10 de elementen offeren en toewijding vergeten die onze pioniers ons zo goed hebben voorgehouden? Misschien is het wel zoals Wordsworth zei:
Heden en in het verleden zijn we tezeer deel van de wereld,
We verdoen onze energie aan verkrijgen en verkwisten: (
. . . )
We hebben ons hart ingeruild voor armzalig gerief! ( . . . )
Daarom moeten we alle vrede ontberen.11
Misschien is het in onze tijd moeilijker om zedelijke kracht te handhaven en de aanvallen van het kwaad, heftiger dan ooit tevoren, te weerstaan. Het is een ziftingsproces. Tegenwoordig worden de moderne tegenhangers van Babylon, Sodom en Gomorra verleidelijk en uitvoerig tentoongespreid op televisie, Internet, in films, boeken, tijdschriften en op plaatsen van vermaak.
Tijdens de vorige algemene conferentie heeft president Hinckley ons gewaarschuwd ons niet tezeer te laten meesleuren in de stroom van de samenleving op gebieden als de sabbatheiliging, ontregeling van het gezin, en andere zaken. Hij heeft gezegd:
'We zijn in deze aangelegenheid te dicht genaderd tot de heersende stroming in de samenleving. Uiteraard zijn er goede gezinnen. Overal zijn nog goede gezinnen te vinden. Maar er zijn er teveel in moeilijkheden. Dit is een kwaal die behandeld kan worden. De behandeling is eenvoudig en heel effectief. Het is liefde.'12
In onze samenleving zijn veel heilige waarden uitgehold in de naam van vrijheid van meningsuiting. Ook het vulgaire en het obscene worden beschermd in de naam van vrijheid van meningsuiting. De heersende stroming in de samenleving is gedrag gaan tolereren, zelfs aanvaarden, waartegen Jezus, Mozes, de profeet Joseph Smith en andere profeten sinds het begin van de menselijke geschiedenis hebben gewaarschuwd.
Wij moeten onze persoonlijke waarden niet laten uithollen, zelfs niet als anderen denken dat we eigenaardig zijn. We zijn altijd beschouwd als een eigenaardig volk. Maar geestelijk onberispelijk zijn is veel beter dan onpartijdig zijn. Natuurlijk willen we dat men ons als individu en als volk aardig vindt en respecteert. Maar we kunnen niet meegaan in de heersende stroming als dat betekent dat we de rechtvaardige beginselen van de Sinaï prijsgeven, die later door de Heiland verfijnd en ons daarna door de hedendaagse profeten geleerd zijn. Het enige waarvoor we moeten vrezen is zondigen tegen God en zijn Zoon, Jezus Christus, die het hoofd is van deze kerk.
Alle vormen van kwaad worden door de vingers gezien. Ik heb het over seksuele onzedelijkheid. Ik heb het over wedden om geld, wat op veel plaatsen eufemistisch een spel wordt genoemd. De ernst van andere vormen van kwaad wordt eveneens weggewuifd. Ook ander gedrag, eens veroordeeld, wordt nu geaccepteerd gedrag dat het gezin, het fundament van de samenleving, verwoest. In 'Het gezin: een proclamatie aan de wereld' hebben het Eerste Presidium en de Twaalf verklaard: 'Wij ( . . . ) verklaren plechtig dat het huwelijk tussen man en vrouw van Godswege is geboden en dat het gezin centraal staat in het plan van de Schepper voor de eeuwige bestemming van zijn kinderen.'
De ondermijning van het ouderlijk gezag holt de meest onmisbare instelling van de samenleving uit het gezin.
Paulus sprak over degenen die in zijn tijd toonden dat 'het werk der wet in hun [hart] geschreven [was], terwijl hun geweten [medegetuigde].'13 Bij leden van de kerk die zich verheugen in de zegeningen van een verbondsvolk, moet de wet van de Heer in hun hart geschreven zijn. Hoe kan dat als zoveel invloeden onze kinderen en kleinkinderen voorhouden dat het goede kwaad is, en het kwade goed? Wij hopen dat alle vaders en moeders, opa's en oma's een beter voorbeeld zullen zijn in het naleven van Gods geboden. Wij vragen echtelieden zich meer in te spannen om liefdevol en vriendelijk voor elkaar te zijn. Als beide ouders hun gezin zo goed mogelijk beschermen tegen de vele invloeden die op de loer liggen, is de kans groter dat hun kinderen gevrijwaard worden. Dagelijkse schriftstudie, dagelijks gebed, geregelde gezinsavonden en gehoorzaamheid aan het priesterschapsgezag, thuis en in de kerk, vormen een belangrijke bescherming tegen geestelijke aantasting.
Jozua was ondubbelzinnig toen hij zei: 'Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen. ( . . . )
'En het volk zeide tot Jozua: De Here, onze God, zullen wij dienen, en naar zijn stem zullen wij horen.'14
Het staat ons vrij de raad van Heer en zijn profeten te aanvaarden of te verwerpen. Vaak hebben zij die de profeten niet willen volgen kritiek op wie dat wel doen.
Sommige critici noemen degenen die hun geestelijke leiders volgen 'redeloze schapen'. Jezus heeft gezegd: 'Wanneer hij zijn eigen schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat ze zijn stem kennen.
'Maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen.'15
Dat alles is natuurlijk niet met onze generatie begonnen. Sinds het begin zijn de invloeden en de krachten van Satan steeds in strijd geweest met God. Satan, de grote misleider, heeft gezegd: 'Ik ben ook een zoon Gods.'16 Satan zette de kinderen van Adam ertoe aan niet in de dingen van God te geloven 'en zij hadden Satan liever dan God. En van dien tijd af begonnen de mensen vleselijk, natuurlijk en duivels te worden.'17 De rechtvaardiging lijkt te zijn dat iedereen het doet. Dat het 'in' is.
Verordeningen en verbonden zijn een hulpmiddel om ons eraan te herinneren wie we zijn en wat onze verplichting aan God is. Het zijn de middelen waarin de Heer voorzien heeft om ons naar het eeuwige leven te leiden. Als wij Hem eren, zal Hij ons kracht toevoegen.
Ouderling James E. Talmage heeft bevestigd dat de oprechte gelovige 'met Gods liefde in zijn ziel zijn leven van dienstbaarheid en rechtschapenheid vervolgt zonder te vragen in welke regel of wet elke handeling wordt voorgeschreven of verboden.'18
Laten we, in een wereld waar we met ons gezin aan alle kanten met het kwaad worden bedreigd, denken aan de raad van president Hinckley: 'Wanneer onze mensen maar konden leren om naar deze verbonden te leven, zou al het andere vanzelf in orde komen.'19
Voor getrouwe kerkleden die trouw zijn aan hun verbonden met de Meester is het niet nodig dat elke jota en tittel wordt uitgelegd. Christelijk gedrag vloeit voort uit de diepste bronnen van hart en ziel. Het wordt geleid door de Heilige Geest van de Heer, wat in de evangelieverordeningen beloofd wordt. Onze grootste hoop zou moeten zijn ons te verheugen in de heiliging door die goddelijke leiding; onze grootste angst zou moeten zijn dat we die zegeningen verspelen. Mogen wij zo leven dat we met de psalmist kunnen zeggen: 'Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.'20 dat het zo mag zijn, bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Jeremia 31:33.
2. Galaten 3:27.
3. Galaten 3:29.
4. Leringen van de profeet Joseph Smith. blz 143.
5. Leer en Verbonden 42:61.
6. Leer en Verbonden 84:38.
7. Zie Leer en Verbonden 20:77, 79.
8. 'Viewpoint: Too Hurried to Serve', Church News, 1 oktober 1988, blz. 16.
9. Zie Jesaja 5:20.
10. Zie Alma 37:46.
11. William Wordsworth, 'The World', The Oxford Book of English Verse, bezorgd door Sir Arthur Quiller-Couch (1939), blz. 626
12. Gordon B. Hinckley, De Ster, januari 1998, blz. 71.
13. Romeinen 2:15.
14. Jozua 24:15, 24.
15. Johannes 10;45, en vss. 11, 1415, 27.
16. Mozes 5:13.
17. Mozes 5:13.
18. Algemene conferentie, april 1905.
19. Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 147.
20. Psalm 139:23.