The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Werken is een zegen

Ouderling David E. Sorensen
Van het Presidium der Zeventig
CES-haardvuuravond voor jongvolwassenen
6 maart 2005
Brigham Young University

Ouderling David E. SorensenIk wil mijn waardering uitspreken voor alle priesterschapsleiders en echtgenotes die hier vanavond zijn. Ik ben in het bijzonder dankbaar dat ouderling en zuster Samuelson hier zijn. Ik heb lange tijd met veel plezier samen met ouderling Samuelson op de afdeling tempelwerk gewerkt. Ik kan zowel studenten als docenten aan de Brigham Young University verzekeren dat ze gezegend zijn met het bekwame leiderschap van president en zuster Samuelson.

Toen ik nadacht over wat ik tot jullie, jonge mensen van de kerk, wilde zeggen, besefte ik dat velen van jullie student zijn. Maar als je er goed over nadenkt, besef je dat we allemaal student in het evangelie zijn, ja toch?

Iemand werkte voor het Ministerie van Financiën in de Verenigde Staten. Hij onderzocht de zaken waarbij vals geld was aangeboden. Hij was zo goed dat hij met slechts één blik op een biljet wist of het echt of vals was. Op een persconferentie nadat er een grote zwendel met vals geld was opgelost, richtte een van de verslaggevers zijn vraag tot hem: ‘U zult wel veel tijd besteden aan het bestuderen van valse biljetten, zodat u ze makkelijk herkent.’

Hij zei van niet, hij had nooit aandacht besteed aan valse biljetten, maar veel tijd gestoken in de bestudering van de echte biljetten, dan waren de valse makkelijk te herkennen.

En dat geldt ook voor het evangelie, broeders en zusters. We behoren in het evangelie van Jezus Christus te onderwijzen. We hoeven de imitaties niet te bestuderen, want we hebben de waarheid. Naarmate je je in de ware kerk verdiept en de Geest de kans geeft je aan te raken, worden de antwoorden duidelijk en weet je wat je in bepaalde situaties moet zeggen. Aangaande het Boek van Mormon heb ik eens het volgende gehoord van een jonge zendeling, waarvan ik door de jaren heen de waarheid heb leren inzien. Hij zei: Denk eraan, het Boek van Mormon staat niet terecht — maar wij wel.

Mijn eigenlijke onderwerp vanavond betreft een van de meest essentiële beginselen in het hele evangelie. Ik wil het hebben over het beginsel werken. Ik hoop dat mijn boodschap jullie zal helpen bij het werk dat je nu doet of dat je in de toekomst gaat doen.

Wie onlangs een diploma voortgezet onderwijs heeft behaald, op zoek is naar een baan en aan het solliciteren is, zal zich wellicht de volgende vragen stellen: ‘Wat zijn mijn werkuren? Wat zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden? Hoeveel vakantiedagen heb ik? Houd ik wel genoeg vrije tijd over om met mijn vrienden op te trekken of mijn hobby’s uit te oefenen?’ Dergelijke vragen concentreren zich op vrije tijd in plaats van werktijd, en dat kan iemand ervan weerhouden de diepere zin van werken te zien.

Het werk van God

Werken is een eeuwig beginsel. Ken je iemand die alle rijkdommen van de aarde en meer bezit en toch voortdurend aan het werk is? Onze hemelse Vader! Hij is een werker. Onze hemelse Vader en Jezus Christus hebben met hun voorbeeld en leringen laten zien dat werken belangrijk is, zowel in de hemel als op aarde. Jehova werkte om de hemelen en de aarde te formeren. Hij riep de wateren samen op één plek en liet het droge land verschijnen. Hij schiep de zon, de maan en de sterren. Hij schiep ieder levend wezen in de zee en op het land. Daarna zette de Vader Adam en Eva op aarde om ervoor te zorgen en over al het andere leven te heersen. (Zie Genesis 1:1–28.)

Maar Hun werk hield niet op na de schepping. In de Parel van grote waarde staat: ‘Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1:39, cursivering toegevoegd). Dat heeft uiteraard betrekking op alle mannen, vrouwen en kinderen. Van alles waar Hij zich mee bezig kon houden, koos onze hemelse Vader ervoor om te arbeiden voor het geluk van onze eeuwige ziel — jouw ziel en mijn ziel.

Jezus heeft gezegd: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook’ (Johannes 5:17). Hij heeft ook gezegd: ‘Wij moeten werken de werken desgenen, die Mij gezonden heeft’ (Johannes 9:4).

Werken is een zegen

Jij en ik hebben dus ook werk te verrichten. Satan wil ons doen geloven dat ons werk niet de moeite waard is, of dat we helemaal niet hoeven werken. Hij zit er in beide gevallen naast. Werken is wel degelijk noodzakelijk. We hebben de plicht om voor onze eigen noden en die van ons gezin te zorgen. Zelfredzaamheid is een goddelijk beginsel, al sinds Adam en Eva de hof van Eden verlieten. God heeft tegen Adam gezegd: ‘In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten’ (Genesis 3:19). Adam en Eva werkten op het land, zodat ze hun eigen noden en die van hun kinderen konden lenigen (zie Mozes 5.1).

Maar onszelf onderhouden is niet de enige reden dat we moeten werken. Veronderstel dat je een grote som geld krijgt of om welke reden dan ook plotsklaps financieel onafhankelijk bent. Daardoor wordt het gebod om te arbeiden nog niet opgeheven. De Heer heeft tegen het volk Israëls gezegd: ‘Zes dagen zult gij arbeiden’ (Exodus 20:9). Hij noemde geen uitzonderingen op dat gebod voor hen die rijk genoeg zijn om niet te hoeven werken! Ouderling Neal A. Maxwell heeft gezegd dat werken ‘altijd een geestelijke noodzaak [is], ook voor de enkelen voor wie het geen financiële noodzaak is.’ (De Ster, juli 1998, p. 44.)

Werken is geen vloek maar een zegen; door te werken gehoorzamen we niet alleen het gebod van God, maar maken we het daarmee ook mogelijk om deel te hebben aan Gods genade. De Heiland heeft gezegd: ‘Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren’(Johannes 14:15). Christus maakte dus duidelijk dat we, om Hem lief te hebben en Hem gelijk te worden, zijn geboden moeten gehoorzamen, inclusief het gebod dat lang geleden aan Adam is gegeven, namelijk werken.

De Heer heeft de heiligen der laatste dagen aan het begin van de herstelling gezegd: ‘Welnu, de inwoners van Zion zijn Mij, de Heer, niet welgevallig, want er bevinden zich luiaards onder hen’ (LV 68:31). En veel later, in de twintigste eeuw, heeft president Heber J. Grant, profeet van God, gezegd: ‘Werken moet weer als het leidende beginsel in het leven van onze leden gaan gelden.’ (Conference Report, oktober 1936, p. 3.)

Heb je er ooit over nagedacht wat er zou gebeuren als mensen niet werkten? Zouden onze scholen functioneren? Zou onze overheid functioneren? Zouden we iets op tv hebben? Hoewel we soms denken dat het mooi zou zijn om heel rijk te zijn en nooit meer te hoeven werken, kan ik je verzekeren dat dat niet het pad is dat tot waar geluk voert. Van de mensen die ik heb ontmoet, waren zij die om de een of andere reden al lange tijd geen werk hadden, er het beroerdst aan toe.

Werken is een gezinstaak. Ik weet dat sommigen van jullie niet thuis wonen. Ik herinner jullie eraan dat jullie je voordeel doen met het werk dat in jullie ouderlijk gezin is gedaan. Jullie ouders hebben hard gewerkt om jullie fysieke, geestelijke en emotionele welzijn te kunnen waarborgen. Zij verwachten niet dat een ander die taak van hen overneemt. Ze verwachten wel dat jij een deel van die taak op je neemt.

Toen ik de diploma-uitreiking van mijn zoon aan de Harvard Business School bijwoonde, vroeg decaan Kim Clark, die lid is van de kerk, aan de afstuderenden op de voorste rijen om achterom naar hun ouders te kijken. Toen de afstuderenden zich hadden omgedraaid, zei de decaan tegen de afstuderenden dat zij zonder de steun van hun familie nooit zo ver gekomen waren. En dat geldt ook voor jullie. Jullie hebben veel gekregen. Er wordt dan ook van jullie verwacht — zelfs geëist — dat jullie dezelfde steun en liefde aan je eigen kinderen geven. Dat houdt in elke geval niet in dat je (om het maar eens populair te zeggen) alleen maar wat ‘rondhangt’. Naarmate je ouder wordt, verwachten je ouders van je dat je voor jezelf zorgt en onafhankelijk wordt.

Wij hebben allemaal werk te doen. Denk eraan dat het belangrijk is om je kinderen al vroeg te leren dat ze in het gezin dienen mee te werken. Wie het geluk hebben gehad om in een gezin te worden grootgebracht waar ze hebben leren werken, zal beamen dat ze daar nu veel profijt van hebben. Ouderling Samuelson heeft mij trouwens afgelopen donderdag nog gezegd dat hij dankbaar is dat zijn vader hem heeft leren werken en dat de ouders van zijn vrouw haar hebben leren werken.

Voor zover mogelijk behoren de leden van de kerk hun best te doen om hun gezin te voorzien van de basisbehoeften — voedsel, kleding en onderdak.

We begrijpen dat het in bepaalde delen van de wereld niet meevalt om voor je gezin te zorgen. Deze moeilijkheden kunnen bestaan uit een chronische ziekte, een partner die wegvalt, een bejaarde ouder die komt inwonen, of de opleiding van de kinderen die veel geld kost. Onze hemelse Vader is de gezinnen in een dergelijke situatie indachtig. Ik ben ervan overtuigd dat Hij hen de kracht geeft om door te gaan. Hij zal ons altijd zegenen als we Hem in geloof benaderen.

Werken is dienen

Een goede werkethiek en -gewoonten, alsmede deskundigheid maak je je eigen door goede werkervaringen. Daar wil ik graag een voorbeeld van geven. Op de boerderij waar ik ben opgegroeid moesten de koeien elke dag heel vroeg gemolken worden. Het maakte niet uit of het zondag, kerstmis of pasen was. Of het nou koud was of niet. Of iemand griep had of niet. Of de zon scheen of het sneeuwde. Elke morgen en elke avond, was het hetzelfde liedje — de koeien moesten gemolken worden.

Voordat mijn broers de oorlog ingingen, molken zij meestal. Maar in 1943, toen ik nog maar tien jaar was, ging ik het erf op waar tien tot twaalf koeien stonden te wachten om in de melkschuur gelaten te worden. Mijn ouders waren gewoon om de koeien hartelijk te begroeten: ‘Goedemorgen. Wat fijn om jullie weer te zien!’ Ik moet bekennen dat ik als jongetje nou niet precies dezelfde gevoelens voor de koeien kon opbrengen.

Na een koe gemolken te hebben, goot ik de melk uit de emmer in een melkbus. Elke volle bus woog zo’n 35 kilo. Ik moest mij behoorlijk inspannen om de bussen aan de kant van de weg te zetten, waar ze werden opgehaald door de melkauto.

Mijn vader hielp mij vrij vaak met melken, en soms hielp mijn moeder een handje. Toen mijn ouders al ver in de tachtig waren, molken ze soms nog de koeien. Maar vader molk de koeien niet omdat iemand hem dat opdroeg; hij molk ze omdat ze gemolken moesten worden. Er is verschil. Voor hem waren het niet gewoon koeien — het ging hier om Big Blackie en Bossie en Sally en Betsy. Hij wilde dat ze zich prettig voelden. Hij zei altijd dat tevreden koeien goede melk gaven. Voor mijn vader was melken — hoe geestdodend het ook lijkt — niet een belasting; het bood mogelijkheden. Melken was geen werk; het was dienstverlening.

Deze filosofie is mij in mijn jeugd veel van dienst geweest. Daardoor kwam ik erachter dat elk eerlijk werk eerzaam is. Binnen een paar jaar begon het tot me door te dringen dat het systematisch afwerken van die karweitjes mij zelfvertrouwen en een gevoel van eigenwaarde gaf. Ik was trots op mijn werk. Ik kwam erachter dat niemand mij een slecht gevoel kon geven over het soort werk dat ik deed. Eleanor Roosevelt heeft terecht gezegd: ‘Niemand kan je een slecht gevoel geven als je dat niet wil.’ (‘Points to Ponder’, Readers Digest, februari 1963, p. 261). Jij bent de baas over wat je denkt, en vooral hoe je denkt over werken. Zelfvertrouwen en eigenwaarde zijn belangrijk — op school, in de gemeenschap en op je werk.

We moeten ons dagelijkse werk niet als een belasting ervaren, het biedt ons mogelijkheden. Dat heb ik van mijn vader geleerd, die zo over zijn koeien dacht. Die wijze lessen zijn mij altijd bijgebleven, en zo vaak ik kan ga ik naar de boerderij en de herinneringen daar.

Denk daar eens over na. Als mijn vader zin kon geven aan een paar koeien, dan kunnen wij toch zeker zin geven aan ons werk.

Leren werken

Een van de beste manieren die ik ken om levensvreugde te hebben is te leren arbeidsvreugde te hebben. Mijn vrouw, Verla, is daar een perfect voorbeeld van. Ze is op haar tiende voor haar zieke tante Bertha gaan werken, ze deed de afwas en ruimde het huis op. Ze is altijd blijven werken. Ze heeft door de jaren heen allerlei werkzaamheden verricht. Ze blonk uit op school, heeft heel lang voor de klas gestaan, onze zeven kinderen opgevoed, zitting gehad in het schoolbestuur, is op zending geweest, heeft honderden toespraken in de kerk gehouden, heeft veel bestuurlijk werk gedaan en veel werk verzet in vrijwilligersorganisaties.

Een deel van haar werk wordt in de wereld als gewoontjes beschouwd, zoals een groot gezin runnen. Haar werk bestond ook uit meer intellectuele zaken zoals het volgen van universitaire cursussen, en veel van haar werk is spiritueel van aard geweest, voornamelijk evangelieonderwijs. Maar ongeacht waar haar werk uit bestond, heeft ze zich altijd voor de volle honderd procent ingezet. Ze heeft grote vreugde in haar werk gevonden. Ze zei me vandaag nog dat ze hoopte als haar tante Vera te worden, die op haar negentigste zei dat ze hoopte nooit te oud te worden om te werken. De gelukkigste mensen die ik ken zijn mensen die met plezier naar hun werk gaan — wat voor werk ze ook doen.

Misschien herinner je je dit verhaal dat aangeeft hoe onze houding ten opzichte van werken een groot verschil kan maken.

Een reiziger passeerde een steenhouwerij en zag drie mannen aan het werk. Hij vroeg elke man wat hij aan het doen was. Ieder antwoord onthulde een andere houding tegenover hetzelfde werk.

‘Ik houw steen’, antwoordde de eerste man.

De tweede antwoordde: ‘Ik verdien drie goudstukken per dag.’

De derde man glimlachte en zei: ‘Ik ben een huis van God aan het bouwen.’

Denk aan het oude gezegde: ‘Je houding bepaalt je horizon.’

Het moet ons toch lukken om zin aan ons werk te geven, wat werk we ook doen. Met elk eerlijk werk kunnen we God van dienst zijn. Koning Benjamin, de Nephitische profeet, heeft gezegd dat ‘wanneer gij in dienst van uw medemensen zijt, gij louter in dienst van uw God zijt’ (Mosiah 2:17). Zelfs als we met ons werk alleen maar in de basisbehoeften van ons gezin voorzien, helpen we nog de kinderen van God.

De Heer is niet blij met mensen die lui of arbeidsschuw zijn. Hij heeft gezegd: ‘De luiaard zal geen plaats hebben in de kerk, tenzij hij zich bekeert en zich verbetert’ (LV 75:29). Ook gebood Hij: Gij zult niet lui zijn; want wie lui is, zal van de arbeider noch het brood eten, noch de kleding dragen’ (LV 42:42).

Vanaf het allereerste begin van de kerk hebben de profeten de heiligen der laatste dagen geleerd onafhankelijk en zelfredzaam te zijn en luiheid te mijden. De ware heilige der laatste dagen zal anderen niet willens en wetens laten opdraaien voor zijn onderhoud. Jonge vrienden, je kunt je het beste hier en nu voornemen om je hele leven zelfredzaam te zijn, in elk geval zoveel mogelijk afhankelijk van de situatie.

Veel jonge vrouwen hier zijn al of zullen later moeder worden, en hun wordt de zegen vergund om vele jaren thuis te zijn om kinderen groot te brengen. Anderen onder jullie, zusters, worden misschien nooit moeder, of als je moeder bent, zul je misschien door omstandigheden uit werken moeten. Wat je situatie ook is, ik wil al jullie jonge vrouwen aanraden de raad van de profeet op te volgen en zoveel mogelijk onderwijs te volgen. Je opleiding geeft je een veilig gevoel als je thuis kinderen aan het grootbrengen bent. Mocht je in de toekomst genoodzaakt zijn om aan betaald werk te gaan doen, zul je met een goede opleiding doorgaans een betere baan vinden.

Ons werk zelf moet integer zijn en iets goeds tot stand brengen. Onze hemelse Vader is niet blij als we geld verdienen met werk dat anderen kwaad berokkent of waarvoor we niets uitvoeren. President Spencer W. Kimball zag het zo: ‘Ik stel met klem dat wie geld verdient of een salaris ontvangt zonder er voldoende tijd, energie, ijver en service in te steken, onrein geld ontvangt.’ (Conference Report, oktober 1953, p. 52). Dat klinkt nogal heftig, vind je niet? Hij zei ook dat geld dat verkregen wordt door kwade praktijken, zoals diefstal, gokken, inclusief kansspelen, omkoperij, verkoop van drugs, uitbuiting van de armen, enzovoort, onrein geld is.

President Kimball heeft het verschil tussen eerzaam en slecht werk aangegeven:

‘Geld is rein, zo zei hij, als we het ontvangen voor een dag eerlijk en hard werken. Het is een redelijke uitbetaling voor goede service. Het is een eerlijke winst uit de verkoop van goederen, producten of verrichte werkzaamheden. Het is een inkomen afkomstig uit transacties waar alle partijen beter van worden.

‘Vuil gewin is [geld] afkomstig van diefstal of roof (...) gokken (...) zondige praktijken (...) omkoperij (...) en (...) uitbuiting’ (Conference Report, oktober 1953, p. 52).

Als je wil, kun je tegenwoordig snel rijk worden, althans dat wil men je laten geloven. We worden er voortdurend mee bestookt. Je hoeft alleen maar in te gaan op hun aanbiedingen. De profeten hebben voortdurend gewaarschuwd tegen deze verleiding van ‘snel verdiend geld’. We moeten op onze qui-vive blijven, voordelen en nadelen tegen elkaar afwegen, en de diepere betekenissen van het leven blijven voelen.

In de wereld zijn er nu velen die geestelijk ongevoelig zijn geworden, omdat ze vleselijk gezind zijn. Probeer die mensen te mijden. Het zou tragisch zijn als we door ons werk in contact kwamen met mensen die onze spiritualiteit vernietigen. ‘Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?’ (Marcus 8:36.) De Heer heeft ook gezegd: ‘Een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is’ (1 Korintiërs 2:14).

We moeten een goede balans vinden tussen werk, rust en recreatie. Zonder werken hebben rust en recreatie geen betekenis. Een oud gezegde gaat als volgt: ‘Nietsdoen is het moeilijkste ambacht.’ Niet alleen is rusten prettig tijdverdrijf, het is ook noodzakelijk, maar dan wel op de sabbat, want dat is ons geboden (zie Exodus 20:10). Aan wie de sabbat heiligen belooft de Heer dat ‘de volheid der aarde de uwe is’ (zie LV 59:16).

Misschien weten jullie dat mijn vrouw en ik een paar jaar in Azië hebben gewoond. Daar hoorden we het oude adagium: ‘Kies een baan die je leuk vindt en je zult geen dag meer hoeven werken.’ Ik vind dat grotendeels wishful thinking. Ik wil geen spelbreker zijn. De realiteit is echter dat werken niet altijd boeiend is. Ik denk dat de raad van president Thomas S. Monson een beter advies is. Hij heeft gezegd: ‘Kies je liefje; blijf dan bij je keuze.’ (De Ster, januari 1989, p. 73.) Ik weet dat hij dat over het huwelijk heeft gezegd, maar ik vind dat dit advies ook van toepassing is op het beroep dat je kiest. Kies de baan die bij je past; blijf dan bij je keuze.

Wat ik wil zeggen is dit: veel mensen maken de denkfout dat hun werk meer moet inhouden, boeiender moet zijn, of op zijn minst minder monotoon! Wanneer alles niet even gladjes verloopt — en dat moment komt onvermijdelijk — beginnen ze zich af te vragen of hun baan misschien toch niet is wat ze er van gedacht hadden. Ze beginnen te geloven dat het gras groener is aan de andere kant van het hek. Deze luitjes hoor je zeggen: ‘Als ik nou maar medicijnen had gekozen in plaats van rechten, was ik nu een heel goede dokter geweest.’ Of misschien: ‘Ik wou dat ik zijn baan had. Als ik de baas was, zou ik heel hard werken en mijn personeel heel fair behandelen. Wat zou ik dan een succes hebben.’

Mensen die deze denkfout maken zouden het moeilijk vinden om in welk werk ook hun draai te vinden. Zij staren zich blind op een carrière, maar houden geen rekening met de ‘eentonige en eenvoudige aspecten’ en geven het op om hun fantasieën over de volgende horizon na te jagen. Ze zwalken van baan naar baan en blijven nooit lang genoeg om er iets van te maken. (Als sommigen van jullie een probleem hebben met mijn toespraak, nodig ik je uit om je te bekeren.)

Als je je werk gekozen hebt, moet je het liefhebben! Geen baan is volmaakt. Elke baan heeft zijn zwakke plekken en eentonige dagen. Net als bij een huwelijk, zal een baan je pas succes en voldoening brengen als je je er jaren toegewijd en energiek aan over geeft.

Ik zal u een voorbeeld geven. Michelangelo, de geniale schilder en beeldhouwer, heeft ons inzicht geboden in zijn werk. Hij heeft gezegd: ‘Als de mensen zouden weten hoe ik heb gezwoegd, voordat ik het onder de knie had, zouden ze mijn werk helemaal niet zo geweldig vinden.’ Sommigen hebben het briljante werk van Michelangelo misschien met eigen ogen gezien. Maar hebben jullie er weleens aan gedacht hoeveel tijd en energie hij heeft moeten steken in het eentonige werk van het beeldhouwen van de figuur David uit een groot blok marmer. En uit dat blok schiep hij het beeld David van 4,5 meter hoog! En David was zeker niet Michelangelo’s eerste beeldhouwwerk. Hij heeft ongetwijfeld tot uit den treure op honderden beelden geoefend voordat hij dat meesterwerk wist te scheppen. Zou het niet tragisch geweest zijn als Michelangelo na een paar jaar marmer houwen besloten had dat het gewoon te moeilijk, te eentonig en te saai was, en dat hij eigenlijk liever schrijver wilde worden? En de ironie is dat hij, als hij schrijver was geworden, zo goed als zeker had ontdekt dat schrijven ook eentonig en saai kan zijn!

Je zult meer succes hebben als je enthousiast bezig blijft in je beroep, ondanks de tekortkomingen van je baan en ondanks de dagelijkse ‘eentonige en eenvoudige aspecten’. Concentreer je op je gekozen carrière en weersta de verleiding om te gaan jobhoppen. Ik durf eigenlijk wel te stellen dat het niet uitmaakt welke baan je kiest. Ik beloof je dat als je bij je keuze blijft en probeert te excelleren in het beroep dat je gekozen hebt, je grote successen zult hebben en uiteindelijk meer van je werk zult gaan houden dan je ooit had durven denken.

Goede raad

Ik wil hier nog wat aanvullende adviezen aan toevoegen.

Ten eerste, doe je best om met je collega’s op te schieten. Zorg dat je met oplossingen komt in plaats van met problemen. Wees een baken, geen boeman. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat mensen doorgaans niet ontslagen worden, omdat het hen aan technische kennis of praktische vaardigheden ontbreekt. Vaker ligt de reden in het feit dat ze niet kunnen opschieten met hun collega’s. Ik besef dat je het niet altijd alle mensen naar de zin kunt maken, maar meestal wel de meeste mensen — vooral als een van die mensen je baas is.

Ten tweede, denk eraan dat mensen zelden beter gaan presteren als ze hun eigen maatstaf zijn. Ik kan je wel zeggen dat ik, zowel privé als zakelijk, meer ben opgeschoten met kritiek van anderen dan met hun complimenten. Laat zo nu en dan eens iemand anders je maatstaf zijn. Als je baas vindt dat je snel boos wordt, doe daar dan iets mee. Als je partner zegt dat je snel boos wordt, en als je vrienden zeggen dat je snel boos wordt, dan is het waarschijnlijk zo dat je snel boos wordt. En dan kun je beter hun goede raad ter harte nemen in plaats van die naast je neer te leggen. Denk erover na. Weeg het af. Zou een verandering misschien gewenst zijn? En of je nu wel of geen kritiek krijgt, doe je best om met anderen op te schieten. Als je een goede band met anderen wil hebben, zal je dat lukken.

Ten derde, wees optimistisch. Accepteer geen negativisme, vooral niet als dat op jou gericht is. Accepteer geen negatieve uitspraken over je hemelse Vader. Je weet uit welke bron die komen: ze komen van Satan. Accepteer geen negatieve uitspraken over de leiders van deze kerk of de kerk als instituut. Het kan een heel werk zijn om Satans boodschappen te verwerpen, maar dat werk zal tot geluk leiden.

Nu een advies aan teruggekeerde zendelingen: laat de beginselen, de gewoonten, de goede ervaringen die je in het zendingsveld hebt opgedaan, niet varen. Blijf er netjes en verzorgd uitzien. De algemene autoriteiten verwachten heus niet van je dat je een das, wit overhemd en donkerblauw kostuum blijft dragen na je zending. Het is echter wel zaak dat je er verzorgd uit blijft zien, zoals je in het zendingsveld geleerd hebt. Kleed je op succes! Je uiterlijke verzorging weerspiegelt de reinheid, je waardigheid en de beginselen van het evangelie waarin je als jonge zendeling onderwees. Dat zal je op de werkvloer voordelen opleveren.

Tot slot

Mijn boodschap kan worden samengevat met twee uitspraken. De eerste is van president David O. McKay. Hij heeft gezegd: ‘Laten we beseffen dat het voorrecht om te werken een gave is, dat de kracht om te werken een zegen is, dat met liefde werken succes oplevert.’ (Pathways to Happiness, 1957, p. 381.)

De tweede is van onze eigen geliefde profeet, president Gordon B. Hinckley. Hij heeft gezegd: ‘Het meeste werk wordt niet door genieën verzet. Het wordt door gewone mensen gedaan, die balans in hun leven hebben, die gewoonweg hard hebben leren werken.’ (‘Our Fading Civility’, Brigham Young University commencement address, 25 april 1996, p. 15.) Vaststaat dat je onderweg teleurstelling en ontmoediging zult tegenkomen, broeders en zusters.

Orson F. Whitney biedt ons troost met deze woorden:

“Geen pijn of beproeving is verspild. Ze dragen bij tot onze vorming, tot de ontwikkeling van eigenschappen als geduld, geloof, standvastigheid en nederigheid. Alles wat wij lijden en alles wat wij ondergaan, vooral als wij het geduldig verdragen, vormt ons karakter, reinigt onze ziel, en maakt ons zachter en barmhartiger, geschikter voor de titel ‘kind van God’ (...) en door verdriet, lijden, beproeving en moeilijkheden maken wij de ontwikkeling door waarvoor wij hier zijn gekomen, waardoor we meer gaan lijken op onze Vader en Moeder in de hemel.’ (Geciteerd in Spencer W. Kimball, Faith Precedes the Miracle [1972], p. 98.)

Als nederig dienaar van de Heer beloof en zegen ik jullie, dat je meer succes zult hebben, in je privéleven, maar ook in je beroep, naarmate je meer probeert de normen na te leven die de Heer heeft gegeven in de Schriften en bij monde van zijn profeten, naarmate je studeert en bidt, en als je tiende en gaven betaalt over je salaris. Je zult je werk beter doen. Je zult veel productiever zijn. Je zult veel efficiënter zijn. En wel omdat de Geest de Heren bij je zal zijn en je zal sterken en helpen.

Ik breng jullie de groeten van onze geliefde profeet, president Gordon B. Hinckley, over. Onlangs heeft president Hinckley in een toespraak die hij in zijn thuisring gehouden heeft, gezegd: ‘Het gaat niet zo slecht als we soms denken (...). (...) Ik ben heel optimistisch over deze kerk. Ik ben enorm optimistisch over de jongeren in deze kerk. We hoeven niet bang te zijn. We hebben niets te vrezen als we het evangelie naleven. Als wij onze beslissingen nemen in het licht van het evangelie. Als we op onze knieën gaan en tot de Heer bidden om verlichting, begrip, leiding en moed, hoeven we niet te vrezen.’

Vandaar, jonge vrienden, dat ik vandaag mijn getuigenis wil geven. Ik geloof in deze kerk. Ik geloof in Jezus Christus. Ik geloof in zijn woorden. Ik geloof in de woorden die Hij tot de Nephieten sprak: ‘Ik heb de hemelen geschapen en de aarde en alle dingen die daarin zijn. Ik was vanaf het begin bij de Vader’ (3 Nephi 9:15). Ik weet dat Hij de Zoon van Elohim is, de Vader die Adam en Eva heeft geschapen. Ik weet, beste jonge vrienden, dat Hij, de Zoon, uit Maria geboren is in Betlehem in Judea. Ik weet dat zijn geboorte, naar Matteüs, plaatshad in de dagen van koning Herodes. Jezus Christus heeft gezegd: ‘Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben’ (Johannes 8:12). Ik geloof in zijn woorden, toen Hij zei: ‘Als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien’ (NBV, Johannes 8:51). Ik weet dat Hij en zijn Vader aan de profeet Joseph Smith zijn verschenen.

Ik weet dat Jezus Christus ons bij ons werk kan helpen als wij Hem bij zijn werk helpen. ‘Want de namen der rechtvaardigen zullen in het boek des levens worden geschreven, en hun zal Ik een erfdeel aan mijn rechterhand schenken. En nu, mijn broeders, wat hebt gij daartegen in te brengen? Ik zeg u, het doet er niet toe of gij er iets tegen inbrengt, want het woord Gods moet worden vervuld’ (Alma 5:58). Ik weet en getuig dat we een profeet hebben, Gordon B. Hinckley, die ons in ons werk kan helpen als we zijn raad opvolgen.

Maar, beste jonge vrienden, jullie zijn de hoop van deze kerk. Jullie zijn de hoop van de gemeenschap waarin je woont. Jullie zijn de toekomstige leiders van deze kerk, de toekomstige leiders van de gemeenschappen van de wereld. Ik geef jullie mijn nederig getuigenis dat al jullie werken voor onze hemelse Vader en zijn zoon Jezus Christus ertoe leiden dat Hij je zegent en alle dagen van je leven over je zal waken. Dit getuigenis geef ik jullie in zijn heilige naam, ja, onze Heer, onze Verlosser, onze Heiland, namelijk de Heilige Israëls, Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy