The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast Archives CES Fireside

Gaven van de geest voor moeilijke tijden

Ouderling Henry B. Eyring
van het Quorum der Twaalf Apostelen
CES-haardvuuravond voor jongvolwassenen • 10 september 2006 Brigham Young University

Ouderling Henry B. EyringIk ben dankbaar voor de prachtige muziek en de voor de geest die ze met zich brengt. Ik ben zo dankbaar voor de gelegenheid om bij jullie te zijn. Velen van jullie zijn hier bijeen in het Marriott Center aan de Brigham Young University. En er luisteren en kijken over de hele wereld nog duizenden anderen mee. Ik kan jullie niet allemaal zien, maar jullie hemelse Vader kan dat wél. Hij weet hoe je heet en wat je nodig hebt. Hij kent je hart. Ieder van jullie heeft zijn eigen moeilijkheden. Ik bid dat ik geïnspireerd mag worden om te zeggen wat Hij wil dat jullie te horen krijgen.

Zegeningen en uitdagingen in de laatste dagen

We zijn allemaal uniek, maar toch hebben we enkele dingen met elkaar gemeen. We bevinden ons allemaal in de proeftijd van dit sterfelijk leven. En, waar we ook wonen, die proeftijd zal steeds moeilijker worden. Wij leven in de laatste bedeling der tijden. Gods profeten hebben deze tijd al duizenden jaren voorzien. Ze zeiden dat er geweldige dingen zouden gebeuren. Het evangelie van Jezus Christus zou worden hersteld. De ware kerk met haar profeten en apostelen zou teruggebracht worden. Het evangelie zou naar alle naties, geslachten, talen en volken gebracht worden. Maar het allerfijnste was wel dat de ware kerk en haar leden zich moesten voorbereiden op de komst van de Heiland naar zijn kerk en zijn gezuiverde discipelen.

Maar de ware profeten voorzagen dat Satan in de laatste tijd hard tekeer zou gaan. Er zouden oorlogen en geruchten van oorlogen zijn. Dat zou mensen angst aanjagen. Velen zouden de moed opgeven. Er zou veel kwaad zijn. En Satan zou veel mensen misleiden.

Maar gelukkig zouden ook veel mensen níet overwonnen worden. En velen zouden zich niet laten misleiden. Het feit dat jullie naar mij luisteren, bewijst dat je je wilt scharen onder hen die niet overwonnen zullen worden en zich niet zullen laten misleiden. Ik wil jullie leren hoe je dat fijne, heerlijke doel kunt bereiken.

De Heilige Geest is de sleutel

De sleutel daartoe is dat wij, ieder voor zich, de gave aanvaarden en vasthouden die God ons heeft beloofd. Diegenen onder jullie die lid van de ware Kerk van Jezus Christus zijn zullen zich herinneren dat je na je doop van gezaghebbende dienstknechten van God de belofte kreeg dat je de Heilige Geest kon ontvangen. Sommigen van jullie hebben gevoeld dat er iets gebeurde toen die verordening werd verricht. De meesten van jullie hebben gevoeld dat die belofte is vervuld. Vandaag vertel ik hoe je die gave kunt herkennen, hoe je hem elke dag in je leven kunt ontvangen, en hoe dat je in de toekomst tot zegen zal zijn.

Je hebt in je hart en je verstand de stille bevestiging gevoeld dat iets waar was. En je wist dat het inspiratie van God was. Voor sommigen van jullie gebeurde dat misschien wel toen de zendelingen jullie onderwezen voordat je je liet dopen. Of misschien gebeurde het bij een toespraak of een les in de kerk. Misschien heb je het vandaag ook al meegemaakt toen er iets gezegd of gezongen werd dat waar was, net zoals ik iets voelde bij het zingen. De Heilige Geest is de Geest van waarheid. Je voelt gemoedsrust, hoop en vreugde als die je in je hart en je verstand vertelt dat iets waar is. En ik heb bijna altijd een gevoel van licht gehad. Had ik ook maar enig gevoel van duisternis, dan is dat verdreven. En het verlangen om het goede te doen, neemt toe.

De Heer heeft beloofd dat jullie die ervaringen konden krijgen. De volgende woorden zijn van Hem, zoals opgetekend in de Leer en Verbonden:

‘En nu, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Stel uw vertrouwen in die Geest die ertoe beweegt goed te doen — ja, recht te doen, ootmoedig te wandelen, rechtvaardig te oordelen; en dat is mijn Geest.

‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik zal u van mijn Geest meedelen, die uw verstand zal verlichten, die uw ziel met vreugde zal vervullen’ (LV 11:12–13).

De Heer beloofde ook dat zij die de gave van de Heilige Geest aanvaard hebben, niet misleid worden. Hij heeft geruststellende woorden gesproken tot jou en mij, die leven in een tijd waarin de kerk wordt voorbereid op de tijd van zijn wederkomst. Dit is de belofte in de Leer en Verbonden:

‘En te dien dage, wanneer Ik in mijn heerlijkheid kom, zal de gelijkenis van de tien maagden die Ik verteld heb, vervuld worden.

‘Want zij die verstandig zijn en de waarheid hebben ontvangen, en de Heilige Geest tot gids hebben genomen en niet zijn misleid — voorwaar, zeg Ik u: Zij zullen niet worden nedergehouwen en in het vuur geworpen, maar de dag doorstaan.

‘En de aarde zal hun tot erfdeel gegeven worden; en zij zullen talrijk en sterk worden, en hun kinderen zullen zonder zonde opgroeien tot behoudenis.

‘Want de Heer zal in hun midden zijn en zijn heerlijkheid zal op hen zijn en Hij zal hun koning zijn en hun wetgever’ (LV 45:56–59).

Manifestaties van de Geest

Bij het horen van die woorden zojuist heb je misschien weer een bevestiging gekregen van de Geest die je is beloofd. Die woorden beschrijven een dag waarop wij misschien bij de Heiland zullen zijn, die het had over de tien maagden en over zijn wederkomst, zij het dit keer in heerlijkheid. En ze beschrijven een dag waarop wij bij Hem kunnen zijn en zijn heerlijkheid kunnen ontvangen. Van alles waar de Heilige Geest van getuigt, wat je misschien zojuist hebt gevoeld, is niets ons dierbaarder dan dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. En niets zal ons zo goed licht, hoop en vreugde laten voelen. Dan is het niet verbazend dat we bij het voelen van de invloed van de Heilige Geest ook kunnen voelen dat onze aard verandert vanwege de verzoening van Jezus Christus. We krijgen een groter verlangen om zijn geboden te onderhouden, om het goede te doen en rechtvaardig te handelen.

Velen van jullie hebben dat gevoeld als gevolg van veelvuldige ervaringen met de Heilige Geest. Een voorbeeld: sommigen onder jullie hebben je in het zendingsveld moeten verlaten op de Geest voor de woorden die jullie in je onderwijs aan de mensen nodig hadden. Meer dan eens, en misschien wel elke dag, heb je de zegening gekregen die Nephi en Lehi op hun zending ontvingen, zoals beschreven staat in Helaman:

‘En het geschiedde dat Nephi en Lehi met een dermate grote kracht en een dermate groot gezag tot de Lamanieten predikten, want hun werd kracht en gezag gegeven om te kunnen spreken, en ook wat zij moesten spreken, werd hun gegeven —

‘daarom spraken zij tot grote verbazing van de Lamanieten, en zij werden overtuigd, zodat er achtduizend van de Lamanieten die zich in het land Zarahemla en omstreken bevonden, tot bekering werden gedoopt en werden overtuigd van de goddeloosheid van de overleveringen van hun vaderen’ (Helaman 5:18–19).

Zelfs als je niet met zo’n wonderbaarlijke oogst bent gezegend, heeft de Heilige Geest je woorden ingegeven als je je hart overgaf in dienst van de Heer. In bepaalde periodes van je zending kreeg je dergelijke ervaringen heel vaak. Als je terugdenkt aan die keren, herinner je je ook dat je die toename in verlangen om de geboden te gehoorzamen geleidelijk kreeg. Je voelde verleiding steeds minder aan je trekken. Je had een steeds sterker verlangen om te gehoorzamen en anderen te dienen. Je ging de mensen meer liefhebben.

Een van de gevolgen van herhaaldelijk manifestaties ontvangen van de Heilige Geest was dat je aard veranderde. En dus kreeg je door dat getrouwe dienstbetoon aan de Meester niet alleen het getuigenis van de Heilige Geest dat Jezus de Christus is, maar je zag bovendien het bewijs in je eigen leven dat de verzoening wezenlijk is. Dergelijke dienstbaarheid, waardoor je de invloed van de Heilige Geest krijgt, is een voorbeeld van het zaaien van het zaad, zoals Alma beschrijft:

‘En nu, zie, omdat gij de proef hebt genomen en het zaadje hebt gezaaid, en het is gaan zwellen en ontspruiten en is begonnen te groeien, moet gij wel weten dat het zaadje goed is.

‘En nu, zie, is uw kennis volmaakt? Ja, daarin is uw kennis volmaakt en sluimert uw geloof; en wel omdat gij wéét; want gij weet dat het woord uw ziel heeft doen zwellen, en gij weet ook dat het is ontsproten, dat uw verstand verlicht en uw denken verruimd begint te worden.

‘O, is dat dan geen werkelijkheid? Ik zeg u, ja; want het is licht; en alles wat licht is, is goed, omdat het waarneembaar is; daarom moet gij wel weten dat het goed is; en nu, zie, wanneer gij dat licht hebt geproefd, is uw kennis dan volmaakt?

‘Zie, ik zeg u, neen; ook moet gij uw geloof niet terzijde leggen, want gij hebt slechts uw geloof geoefend om het zaadje te zaaien, zodat gij de proef kondt nemen om te weten of het zaadje goed was.

‘En zie, wanneer de boom begint te groeien, zult gij zeggen: laten wij die met grote zorgvuldigheid verzorgen, zodat hij wortel zal schieten, zodat hij zal groeien en vruchten voor ons voortbrengen. En nu, zie, indien gij hem met grote zorgvuldigheid verzorgt, zal hij wortel schieten en groeien en vruchten voortbrengen’ (Alma 32:33–37).

Dagelijks openbaringen ontvangen

Nou stel ik me zo voor dat als we een privégesprek hadden (en ik zou willen dat het kon) en je kon vragen wat je wilde, dat je misschien iets zou zeggen in de geest van: ‘Ja, broeder Eyring, sommige zaken van wat je beschreven hebt, heb ik ook al gevoeld. De Heilige Geest heeft van tijd tot tijd mijn hart en mijn verstand aangeraakt. Maar om niet overwonnen of misleid te worden, heb ik die invloed voortdurend nodig. Is dat mogelijk? Zo ja, wat moet ik dan doen om die zegening te ontvangen?’

Nou, laten we beginnen met het eerste deel van je vraag. Ja, dat is mogelijk. Als ik mezelf op dat punt gerust wil stellen, en ook ik heb dat af en toe nodig, dan denk ik aan twee broers. Nephi en Lehi en de andere dienstknechten van de Heer die met hen samenwerkten, werden geconfronteerd met hevige tegenstand. Ze dienden God in een steeds goddelozer wordende wereld. Ze kregen met verschrikkelijke misleidingen te maken. Daarom put ik uit de woorden in dit ene vers in Helaman moed; en dat kunnen jullie ook. De geruststellende woorden zijn te vinden in het verslag van wat er in een heel jaar gebeurde — het lijkt wel of de auteur het niet verbazend vond. Luister maar:

‘En in het negenenzeventigste jaar ontstond er veel strijd. Maar het geschiedde dat Nephi en Lehi, en velen van hun broeders die bekend waren met de ware punten van de leer, dagelijks vele openbaringen ontvingen; daarom predikten zij tot het volk, zodat zij in datzelfde jaar een eind aan hun strijd maakten’ (Helaman 11:23).

Ze kregen ‘dagelijks vele openbaringen’. Dus voor jou en mij beantwoordt dat je eerste vraag. Ja, het is mogelijk om de Heilige Geest zo veelvuldig bij je te hebben dat je dagelijks vele openbaringen krijgt. Dat is niet makkelijk. Maar het is wel mogelijk. De vereisten verschillen per persoon omdat we in onze unieke levensomstandigheden beginnen waar we zijn. We moeten allemaal in elk geval aan drie vereisten voldoen. Aan geen daarvan kunnen we voldoen met één enkele ervaring. We moeten er voortdurend aan werken.

Geloof in God

Ten eerste vereist het ontvangen van de Heilige Geest geloof in onze hemelse Vader en zijn geliefde Zoon, Jezus Christus. Een herinnering aan een geestelijke ervaring van enige tijd geleden waarbij die waarheid aan je werd bevestigd, is niet voldoende. Als je op een crisismoment, wat op elke tijd van de dag of nacht kan voorkomen, om de invloed van de Geest smeekt, moet je wel zeker zijn van je geloof. Vervolgens moet je onwankelbaar vertrouwen hebben dat God leeft, dat Hij je roep om hulp hoort en dat de herrezen Heiland voor jou zal doen wat Hij zijn dienstknechten tijdens zijn bediening in het sterfelijk leven beloofde voor hun te doen. Herinnert u zich het volgende vers:

‘Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der Waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen’ (Johannes 15:26).

De broers Nephi en Lehi kregen dagelijks vele openbaringen. Volgens de kroniek kenden ze de ware leer. Van alle ware leer is er niets belangrijker voor jou en mij dan de ware aard van God, de Vader, en zijn Zoon, Jezus Christus, te kennen. Daarom kom ik telkens weer bij de Schriften uit. Daarom kom ik telkens weer bij het gebed uit. Daarom kom ik telkens weer bij deelname aan het avondmaal uit. En boven alles leer ik God en Jezus Christus het beste kennen door de geboden te onderhouden en mij dienstbaar te maken in de kerk. Als we ijverig werkzaam zijn in de kerk, leren we niet alleen Gods karakter kennen, maar leren we Hem ook liefhebben. Als we ons aan zijn geboden houden, neemt ons geloof in Hem toe en komen we eventueel in aanmerking om zijn Geest bij ons te hebben.

Een levendig geloof ontwikkelen we het beste door Hem regelmatig te dienen. We zijn niet allemaal tot een kerkfunctie geroepen. Sommigen onder jullie zijn misschien niet formeel tot iets geroepen, maar ieder lid heeft legio mogelijkheden om God te dienen. We horen bijvoorbeeld al jaren de slogan ‘Elk lid een zendeling’. Dat is niet facultatief. Het hoort gewoon bij ons lidmaatschap. We kiezen wél of we wel of niet met anderen over het evangelie spreken. En het is ook aan ieder lid om te zorgen voor de armen onder ons en om ons heen. Soms doen we dat in stilte en alleen. Soms doen we dat samen met andere leden. Daarom hebben we vastengaven en dienstbetoonprojecten. Wij kiezen zelf of wij in onze tijd achter de Heer en zijn andere discipelen willen staan, net als Hij en zijn discipelen deden tijdens zijn bediening in het sterfelijk leven.

De meesten onder ons hebben een roeping als huisonderwijzer of huisbezoekster. In die roepingen schuilt een grote kans om toe te nemen in het geloof dat de Heer zijn nederige dienstknechten de Heilige Geest stuurt. Daarmee bouwen we ons geloof in Hem op en hernieuwen we het. Ik heb dat zien gebeuren, en velen van jullie ook. Ik kreeg een telefoontje van een verontruste moeder in een verafgelegen staat. Ze zei dat haar ongehuwde dochter ver weg naar een andere stad was verhuisd. Door het beperkte contact dat ze met haar dochter had, voelde ze aan dat er iets ergs aan de hand was. De moeder maakte zich zorgen om de deugdzaamheid van haar dochter. Ze smeekte me om haar met haar dochter te helpen.

Ik kwam erachter wie haar dochters huisonderwijzer was. Ik belde hem. Hij was jong. Maar zijn collega en hij waren ’s nachts allebei wakker geworden, niet alleen vanwege bezorgdheid om het meisje, maar met de inspiratie dat ze op het punt stond keuzes te doen die alleen maar verdriet en ellende zouden opleveren. Met alleen die inspiratie van de Geest gingen ze naar haar toe. Aanvankelijk wilde ze hen niets over haar situatie vertellen. Ze smeekten haar om zich te bekeren en het pad te kiezen dat de Heer voor haar had uitgestippeld en dat haar moeder en vader haar hadden geleerd om te volgen. Ze besefte toen ze naar hen luisterde dat ze wat ze van haar leven wisten maar uit één bron hadden kunnen krijgen, namelijk van God. Het gebed van een moeder was opgestegen naar haar hemelse Vader en de Heilige Geest was met een boodschap naar de huisonderwijzers gestuurd.

Ik heb meer dan eens priesterschapsleiders horen zeggen dat ze geïnspireerd waren om naar iemand in nood te gaan, om er vervolgens achter te komen dat de huisbezoekster of huisonderwijzer al geweest was. Mijn vrouw, die mij vanavond vergezelt, is daar een voorbeeld van. We hadden eens een bisschop die tegen mij zei: ‘Weet u, het stoort mij dat als ik inspiratie krijg om naar iemand toe te gaan, uw vrouw daar al geweest is.’ Je geloof zal toenemen als je de Heer dient door als zijn onderwijzer naar het huis van de kinderen van je hemelse Vader te gaan. Je gebeden zullen verhoord worden. Je komt zelf te weten dat Hij leeft, dat Hij ons liefheeft en dat Hij inspiratie geeft aan hen die zelfs maar een sprankje geloof in Hem hebben en een verlangen bezitten om Hem in zijn kerk te dienen. Blijf actief in de kerk als je wilt dat je geloof in God toeneemt. En als het groeit, neemt ook je vermogen toe om de beloofde gaven van de Geest op te eisen.

De vereiste van reinheid

Nu was de eerste vereiste geloof in de Heer Jezus Christus en in onze hemelse Vader. Een tweede vereiste voor regelmatig gezelschap en leiding van de Heilige Geest is reinheid. De Geest moet zich terugtrekken van hen die niet rein zijn. Je herinnert je misschien het droevige voorbeeld hiervan onder het volk in het Boek van Mormon:

‘En wegens hun ongerechtigheid begon de kerk te verkommeren; en allengs geloofden zij niet meer in de geest van profetie en de geest van openbaring; en de oordelen Gods staarden hen in het gelaat.

‘En zij zagen dat zij zwak waren geworden, evenals hun broeders, de Lamanieten, en dat de Geest des Heren hen niet meer bewaarde; ja, Hij had Zich aan hen onttrokken, want de Geest des Heren woont niet in onheilige tempels’ (Helaman 4:23–24).

De manier om de Heilige Geest te ontvangen, is geloof tot bekering te oefenen in Christus. We kunnen rein worden door te voldoen aan de vereisten voor de werking van de verzoening van de Heiland. De verbonden van de doop door gezaghebbende dienstknechten van God biedt die reiniging. We hernieuwen onze toezegging om ons aan die verbonden te houden elke keer als we aan het avondmaal deelnemen. En de gemoedsrust waarnaar wij streven is de verzekering dat wij vergeving voor onze actieve of passieve zonden hebben ontvangen.

De Heiland is degene die het recht heeft gekregen om die vergeving te verlenen en die gemoedsrust te geven. Ik heb ondervonden dat de Heer die verzekering geeft als Hij ziet dat de tijd rijp is, en Hij doet het op zijn eigen manier. En ik heb geleerd om er in gebed om te vragen. Eén manier waarop Hij die verzekering geeft, is door de Heilige Geest. Als je moeite hebt om de Heilige Geest te voelen, dan is het verstandig om je af te vragen of er iets is waarvan je je moet bekeren zodat je vergeving kunt ontvangen.

Als je vandaag of vanavond de invloed van de Heilige Geest hebt gevoeld, dan mag je ervan uitgaan dat dit een bewijs is dat de verzoening werkzaam is in jouw leven. Om die reden, en om veel andere redenen, doe je er verstandig aan om je te begeven naar plekken en je bezig te houden met dingen die de ingevingen van de Heilige Geest uitnodigen. Als je de invloed van de Heilige Geest voelt, heeft dat een wisselwerking: de Heilige Geest verblijft alleen maar in een reine tempel en het ontvangen van de Heilige Geest reinigt ons door de verzoening van Jezus Christus. Je kunt in geloof bidden om te weten te komen wat je moet doen zodat je in aanmerking komt voor het gezelschap van de Heilige Geest en de dienst aan de Heer. En met dat gezelschap word je gesterkt om verleiding te weerstaan en ontvang je de kracht om misleiding te ontmaskeren.

Zuivere motieven

Een derde vereiste voor het gezelschap van de Heilige Geest is een zuiver motief. Als je de gaven van de Geest wilt ontvangen, moet je daar de juiste redenen voor hebben. Jouw doeleinden moeten de doeleinden van de Heer zijn. Hoe zelfzuchtiger je motieven zijn, hoe moeilijker je het zult vinden om de gaven van de Geest te ontvangen die je beloofd zijn.

Dat feit is zowel een waarschuwing als een nuttige aanwijzing. Allereerst de waarschuwing: het mishaagt God als we voor onszelf naar de gaven van de Geest streven en niet voor zijn doeleinden. Onze zelfzuchtige motieven vallen ons misschien niet zo op. Slechts weinigen onder ons zouden zo blind zijn als de man die probeerde het recht op de gaven van de Geest te kopen. Jullie herinneren je vast wel het verhaal van een man die Simon heette, en hoe Petrus hem vermaande:

‘En toen Simon zag, dat door de handoplegging der apostelen de Geest werd gegeven, bood hij hun geld aan,

‘en zeide: Geef ook mij deze macht, opdat, als ik iemand de handen opleg, hij de Heilige Geest ontvange.

‘Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, daar gij gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen verwerven.

‘Gij hebt part noch deel aan deze zaak, want uw hart is niet recht voor God.

‘Bekeer u van deze uw boosheid en bid de Here, of deze toeleg van uw hart u moge vergeven worden;

‘want ik zie, dat gij gekomen zijt tot een gal van bitterheid en een warnet van ongerechtigheid.

‘Doch Simon antwoordde en zeide: Bidt gij voor mij tot de Here, dat mij niets moge overkomen van hetgeen gij gezegd hebt’ (Handelingen 8:18–24).

Het lijkt erop dat Simon zijn eigen verdorven motieven wel inzag. Maar dat is voor ieder van ons misschien niet zo makkelijk. We hebben bijna altijd meer dan één motief. En sommige zijn misschien wel een mengeling van wat God wil en wat wij willen. Het is niet makkelijk ze uit elkaar te houden.

Stel je bijvoorbeeld eens voor dat je op het punt staat een examen af te leggen op school of een sollicitatiegesprek voor een nieuwe baan. Je weet dat je veel zou hebben aan leiding van de Heilige Geest. Ik weet uit eigen ervaring bijvoorbeeld dat de Heilige Geest op de hoogte is van enkele wiskundige vergelijkingen waarmee je problemen in de thermodynamica, een tak van wetenschap, oplost. Als student natuurkunde had ik het eens moeilijk met het bestuderen van een boek dat ik nog steeds in mijn bezit heb. Ik bewaar het om historische en geestelijke redenen. Halverwege een pagina (ik kan zelfs laten zien waar het staat op de pagina), middenin een wiskundige uiteenzetting, kreeg ik een duidelijke bevestiging dat wat ik las, waar was. Het was precies hetzelfde gevoel dat ik eerder had gekregen toen ik de Schriften van de Heer overpeinsde, en dat ik sindsdien vele malen heb gekregen. Dus wist ik dat de Heilige Geest begreep wat er waar was in wat mij ook gevraagd kon worden bij een examen thermodynamica.

Je kunt je indenken dat ik in de verleiding was God te vragen mij tijdens het examen de Heilige Geest te geven zodat ik niet verder hoefde te studeren. Ik wist dat Hij dat kon, maar ik vroeg het niet. Ik had het gevoel dat Hij liever had dat ik het leerde, waarmee ik er de prijs voor betaalde met mijn inzet. Hij had misschien wel hulp geboden bij het examen, maar ik was bang dat mijn motief niet het zijne zou zijn. Jullie hebben diezelfde keuze al vaak moeten doen. Misschien als je een sollicitatiegesprek voor een baan had. Of misschien bij de voorbereiding van een toespraak of een zendelingenles. Er is altijd de mogelijkheid dat je een zelfzuchtig verlangen hebt dat voor de Heer niet zo belangrijk is.

Ik zou bijvoorbeeld graag een goed cijfer willen halen voor een cursus terwijl Hij er de voorkeur aan geeft dat ik hard werk om mij dienstbaar te maken voor anderen. Ik wil misschien een baan vanwege het salaris of het prestige, terwijl Hij wil dat ik ergens anders werk zodat ik iemand tot zegen kan zijn die ik nog niet eens ken. Hij zal er beslist bedoelingen mee hebben dat je me vanavond hoort spreken. Hij kent je. Ik heb misschien het verlangen gehad om je te amuseren of indruk op je te maken. Maar ik heb geprobeerd mijn verlangen te onderdrukken en mij over te geven aan wat Hij wil.

Ik zag dat eens gebeuren. Mijn leven is erdoor veranderd. Een algemeen autoriteit kwam spreken op een conferentie waarbij ik op het podium zat. Ik was lid van het plaatselijke priesterschapspresidium. Ik was persoonlijk op de hoogte van de moeilijkheden van de plaatselijke families en leden. Hij, de algemeen autoriteit, was zojuist na een lange opdracht in Europa teruggevlogen. Hij was duidelijk moe. Hij stond op om te spreken. Het leek mij dat hij afdwaalde en telkens van het ene op het andere onderwerp overstapte. Aanvankelijk had ik medelijden met hem. Ik meende dat hij er niet in slaagde om een perfecte toespraak te houden zoals ik wist dat hij al vaak gehouden had.

Maar toen hij een tijdlang van het ene onderwerp was overgestapt op het andere, ongerelateerde onderwerp, merkte ik tot mijn opwinding ineens dat hij het had over de behoeften van elk lid en elk gezin dat het moeilijk had en die wij probeerden te helpen. Hij kende hen en hun behoeften niet. Maar God wel.

Ik was zo dankbaar dat het niet zijn motief was om een klinkende toespraak te houden of als een krachtig profeet beschouwd te worden. Hij moet hebben gedaan wat ik hoop dat jij en ik altijd doen. Hij moet iets gebeden hebben in de geest van: ‘Vader, ik heb uw hulp nodig. Ik ben moe. Leid mij alstublieft door de Heilige Geest. Zegen deze mensen. Ik heb ze lief. Ik vraag alleen maar dat ik uw wil kan doen om hen te helpen.’

De Heilige Geest kwam die avond. En de wil van de Heer werd gedaan. De algemeen autoriteit had een leven lang zichzelf en anderen met het goede woord Gods gevoed. Hij had de Meester getrouw gediend. Hij was een bijzondere getuige van Jezus Christus omdat hij de prijs betaalde om dat te zijn. Dat kwam allemaal doordat hij zijn motieven zo goed mogelijk verbond met wat de Heer wilde. Dat stelde de Heer in staat om zijn dienstknecht de influisteringen van de Heilige Geest te sturen en op die manier de mensen tot zegen te zijn.

De reine liefde van Christus

Ik begrijp beslist niet de volledige betekenis van de schriftuurlijke term ‘de reine liefde van Christus’. Maar wat ik van de betekenis daarvan wél weet, is dit: het is een gave die ons beloofd wordt als de verzoening van Jezus Christus in ons leven werkzaam is. Die gave houdt in dat wij willen wat Hij wil. Als onze liefde de liefde is die Hij voelt, dan is die rein, want Hij is rein. En als we het gevoel hebben dat ons verlangen voor andere mensen meer overeen begint te komen met dat van Hem, dan is dat een van de dingen waaraan we kunnen zien dat we gereinigd worden. Als we bidden om de gaven van de Geest – wat we eigenlijk zouden moeten doen, dan is een van de gaven waar ik om bid dat ik zuivere motieven mag hebben, dat ik voor mijzelf en voor andere kinderen van onze Vader mag willen wat Hij wil, en dat ik mag voelen en zeggen dat ik wens dat zijn wil geschiedt.

Dat is wat de volgende woorden van Moroni voor mij betekenen:

‘Daarom, mijn geliefde broederen, indien gij geen naastenliefde hebt, zijt gij niets, want naastenliefde vergaat nimmer. Houdt daarom vast aan de naastenliefde, die het voornaamste van alles is, want alle dingen moeten vergaan —

‘maar de naastenliefde is de reine liefde van Christus en zij houdt eeuwig stand; en wie ook ten laatsten dage in het bezit daarvan wordt bevonden, met hem zal het wel zijn.

‘Welnu, mijn geliefde broeders, bidt tot de Vader met alle kracht van uw hart dat gij met die liefde — die Hij heeft geschonken aan allen die ware volgelingen zijn van zijn Zoon Jezus Christus —vervult zult zijn, opdat gij zonen van God zult worden; opdat wij, wanneer Hij verschijnt, Hem gelijk zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij is; opdat wij die hoop zullen hebben; opdat wij gereinigd zullen worden zoals Hij rein is. Amen’ (Moroni 7:46–48).

Ik geef jullie mijn getuigenis dat God de Vader leeft, dat Hij een verheerlijkte en verhoogde Man is. Hij is de Vader van onze geest. Zijn geliefde Zoon en Hij, beiden herrezen en verheerlijkt, zijn in een bos in de staat New York aan de jonge Joseph Smith verschenen. Ze zijn daar geweest. De Vader sprak tot Joseph, noemde hem eerst bij zijn naam en stelde toen zijn Zoon voor. Er kwamen hemelse boodschappers om alle priesterschapssleutels en -gezag terug te brengen. Joseph Smith heeft het Boek van Mormon met de gave en de macht van God vertaald. Het was door profeten uit de oudheid op platen geschreven en een van hen gaf ze aan Joseph Smith en nam ze na de vertaling weer terug. De sleutels van het priesterschap bevinden zich nu op aarde. Als getuige van Jezus Christus getuig ik tot jullie dat ik weet dat Hij leeft en dat Hij leiding geeft aan zijn kerk.

Ik bid met heel mijn hart dat jullie gebeden om aan de vereisten voor het ontvangen van de Heilige Geest te voldoen, verhoord zullen worden. En ik bid dat jullie getrouw tot het einde zullen volharden en dat het voor jullie een heerlijk einde zal zijn.

Ik laat jullie mijn zegen dat jullie smeekbeden om de gaven van de Geest om daarmee de Heer te dienen verhoord zullen worden. En ik betuig jullie mijn liefde. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy